Terugblik op Irak, en de schilderijen van George W. Bush
ELDERS - Afgelopen woensdag, 20 maart, was het precies tien jaar geleden dat de VS en VK Irak binnenvielen. Uiteraard werd daar in de Amerikaanse media veel aandacht aan besteed. The New York Times bracht een speciaal blog, waarop dit bijzondere verhaal van een voormalig soldaat te lezen was. Waar je veel leest over post-traumatische stress bij soldaten, zegt deze Brendon Friedman eigenlijk nauwelijks nog aan de oorlog te denken. De data en namen die hij zwoor nooit te vergeten, kan hij nog maar slecht noemen. Na zijn tours in Irak en Afghanistan schreef hij een boek, dat hem de nodige verwerking bracht. ‘I don’t really go there anymore,’ schrijft hij.
Er lijkt zelfs sprake te zijn van een collectieve vergeetachtigheid, zegt Jon Lee Anderson in The New Yorker. ‘Iraq has become the Great American Unmentionable, the fiasco that was.’ De Amerikaanse overheid kan precies zeggen hoeveel Amerikanen er tijdens de achtjarige oorlog zijn omgekomen in Irak, maar niemand kan het aantal Irakese dodelijke slachtoffers noemen. Het land is in chaos achtergelaten, er worden nog zeer regelmatig zelfmoordacties uitgevoerd. ‘The Iraq war represents a geostrategic catastrophe of colossal proportions for the U.S., not to mention a humanitarian catastrophe for Iraqis. It remains a severely damaged country.’
In dat licht is het foto-essay dat Mother Jones deze week publiceerde een reminder voor het leed dat de Irakezen geleden hebben. Foto’s zijn meer dan elk ander medium een eeuwig bewijs voor gebeurtenissen uit het verleden. Deze foto’s, genomen door vier onafhankelijke fotojournalisten in 2004, dienen als zulk bewijs voor een oorlog die nooit had mogen plaatsvinden. Bijgaand ook een essay van Phillip Robertson, die destijds met de vier fotojournalisten in Irak was.