Closing Time | Cosmic Slop
Funkadelic deed het al zes jaar voor de verfilming van de musical Hair (1979), dus het moge duidelijk zijn van wie Milos Forman de beroemde scène in het park heeft gepikt.
De dagelijkse afsluiter met muziek en heel soms wat anders
Funkadelic deed het al zes jaar voor de verfilming van de musical Hair (1979), dus het moge duidelijk zijn van wie Milos Forman de beroemde scène in het park heeft gepikt.
Een knul ligt dood te gaan aan de gevolgen van een drive-by shooting. Een vriendin, die hem in een staat van paniek in leven tracht te houden en de zich steeds weer herhalende vragen van de 911-telefonist probeert te beantwoorden, valt op zeker moment uit hoevaak ze verdomme nog moet herhalen dat haar vriend nauwelijks ademt. Daarop werpt de telefonist subiet de hoorn op de haak. “U kunt het blijkbaar verder zelf wel af.” Gelukkig is de man inmiddels het brandweerkorps uitgewerkt.
Ik had nog nooit van de Lafayette Afro Rock Band gehoord. Een ernstige lacune in mijn culturele ontwikkeling.
Funk zoals funk bedoeld is. De jaren zeventig springen je tegemoet.
In 1983 doet regisseur Godfrey Reggio iets aparts: hij laat twee uur aan documentairebeelden op muziek zetten door Philip Glass.
Het resultaat is Kooyanisqatsi, ‘een leven uit balans’ in de taal van de Hopi-indianen.
De ecologische boodschap van de film is inmiddels al te zeer bekend om nog diepe indruk te maken; maar de muziekscore van Glass wordt nog regelmatig hergebruikt, zoals in Watchmen (2009) en Interstellar (2014).
David Sugalski, alias The Polish Ambassador, timmert aan de weg sinds 2006.
Het moet gezegd worden: hij zet lekkere deuntjes neer voor een elektromuzikant.
Electric Six heeft zichzelf nooit zo serieus genomen. En wie houdt er nu niet van synthesizers?
Midden jaren negentig maakte frêle countryzangeres Emmylou Harris haar comeback.
Samen met producent en muzikant Daniel Lanois maakte ze een plaat die country en rock samenbracht: Wrecking Ball (1995).
Synthesizerfröbelaar, DJ en geluidsproducent Giorgio Moroder is zowaar aan een comeback bezig. En dat komt vooral door zijn bijdrage aan het album Random Access Memories van Daft Punk.
In reactie op de track ‘God is God’ van Juno Reactor wees Inkwith Barubador me op de plaat My Life In The Bush Of Ghosts (1981) van legendarische geluidsproducent Brian Eno en David Byrne (Talking Heads).
Op dat album mixt Eno als een van de eersten een variëteit van samples samen met synthesizerloopjes en hypnotiserende drumritmes.
Zelfs na dertig jaar klinkt het nog fris en contemporain.
Wie Juno Reactor’s ‘God is God’ vergelijkt met Byrne/Eno’s Qur’an hoort inderdaad al snel de overeenkomsten.
Laibach zou Laibach niet zijn als ze zelfs een muziekclipje over de majestueuze kleurrijkheid van religie niet zouden kunnen omkeren in een nachtmerrie over totalitaire systemen.
Het is hun handelsmerk: de band maakte furore met Teutoons-totalitaire parodieën op Queens One Vision en Opus’ Life is Life.
De autoriteiten in voormalig Joegoslavië wisten niet goed hoe ze het gezelschap moesten duiden: waren het echt neofascisten of staken ze eigenlijk de draak met het communistisch regime? Subversief was het hoe dan ook, dus werd de band gedurende de jaren tachtig een tijdlang verboden. Niet dat dit veel hielp, ze ging ondergronds gewoon door.
De track van Juno Reactor met samples van Charlton Heston in The Ten Commandments (1956) werkt verrassend hypnotiserend, zo op de weelderige beelden uit Sergei Paradjanovs The Color of Pomegranates (1969).
Cafe Tacuba is een prettig gestoorde band uit Mexico die z’n best doet op elke plaat weer anders te klinken. Verschillende stijlen worden daarbij moeiteloos gecombineerd.
En kennelijk zijn ze daarmee erg populair geworden in Latijns Amerika.
Voor wie het publiek er te veel doorheen vindt schreeuwen in haar enthousiasme, hier is de studioversie te horen.