serie

Closing Time

De dagelijkse afsluiter met muziek en heel soms wat anders


Closing Time | Sweet bird of truth

Je hebt net je target platgebombardeerd, bent op de terugweg naar je basis, en dan… De bespiegelingen die er door je hoofd schieten op een mooie meidag, terwijl je staartveren akelig schroeien en die Arabische zandzee beneden met angstaanjagende snelheid steeds dichter bij komt…

Sweet Bird of Truth van Matt Johnson alias The The gaat over een Amerikaans piloot die neergeschoten wordt boven een of ander Arabisch land. In 1985 schreef hij het lied; in 86 zou het als single verschijnen, maar Amerika begon toen net met het bombarderen van Libië, dus de platenmaatschappij wilde niet. Uiteindelijk werd het toch uitgebracht, maar op dezelfde dag weer ingetrokken. Johnson bracht een verklaring uit naar de pers, maar die wilden dat weer niet publiceren. Een jaar later werd de single opnieuw uitgebracht, toen de storm inmiddels geluwd was.

Closing Time | Anvils in five

Rupert Hine is vooral bekend als succesvol producent van vele jaren 80 bands; hij verzorgde de productie van meer dan 100 verschillende platen uit die tijd en later, onder meer van Howard Jones, Stevie Nicks, Suzanne Vega, Rush en Tina Turner. Hij geldt als belangrijk exponent van het synthpopgeluid van die tijd.

Daarnaast bracht hij zelf als muzikant een stuk of 10 platen uit, hetzij onder z’n eigen naam, hetzij als nepgroep Thinkman. Hoewel z’n solowerk meestal nog relatief makkelijk in het gehoor ligt was hij te eigenzinnig om ook als soloartiest commercieel heel succesvol te zijn.

Closing Time | Dr. Calculus

Dr. Calculus was een eenmalig project van Stephen Duffy (Duran Duran) en Roger Freeman (Pigbag). Het enige album Designer Beatnik uit 1986 was destijds weinig succesvol, en werd ook door de pers goeddeels genegeerd. Later volgde een re-release (in 2007) en Purfume From Spain werd zelfs een bescheiden hit, ook al omdat een nieuwere versie in een film gebruikt werd (onder de nieuwe naam Full of love).

We horen een soort proto-house met een indringende bassline, waarin het experiment niet geschuwd wordt en waar een prettig gestoorde gekte de boventoon voert, met veel absurdistische samples van stemmetje en bizarre orchestraties.

Closing Time | dEUS – The Horror Partyjokes (My Sister is My Clock)

Na hun verdomd succesvolle debuut Worst Case Scenario kwam dEUS in 1995 met een 25 minuten durende EP met daarop één track, die leek te bestaan uit noise en geluidseffecten, feesttoeters, verdwaalde keyboardflarden, murmelende kinderen met een overdosis aan galm, en dat alles gelardeerd met dronken Spanjaarden. Hier en daar komt uit al dit geluid een song tevoorschijn die vaak alles doet behalve een simpel AB-AB schema volgen, en vaak maar ‘half af’ blijft.

Closing Time | TenTemPiés – Quiero Saltar

Gezien de video misschien eerder een stukje muziek om morgen mee wakker te worden. De Amsterdamse band met Chileense roots TenTemPiés is lekker aan de weg aan het timmeren. Zondag stonden ze op het museumplein in Amsterdam – weliswaar niet op het hoofdpodium – te bewijzen dat ze een flinke mensenmassa binnen een mum van tijd aan het bewegen kunnen krijgen, met een verdomd lekkere mix van ska, reggae en verschillende latijns-amerikaanse stijlen. De achtkoppige band is momenteel bezig met een tour door heel Nederland om hun laatste plaat te promoten. De heren komen overigens met betrokken teksten, en omdat ze uitsluitend in het Spaans zingen en niet alle Nederlanders die taal even machtig zijn, werd tijdens het optreden door de zanger ook tussendoor nog even verklaard dat wat hem betreft vluchtelingen welkom dienen te zijn in Nederland. TenTemPiés bewijst in ieder geval dat de multiculturele samenleving ondanks de weerzin en het ongeloof van sommigen dat die zou kunnen werken in Amsterdam springlevend is, en dat pogingen om iedereen in een Oud-Hollandsch keurslijf te dwingen in de hoofdstad in ieder geval niet doorgedrongen zijn. En gelukkig maar, want zeg nu zelf: dit is toch veel leuker?

Closing Time | Two Lone Swordsmen

Two Lone Swordsmen bestaat sinds 1996 uit Britten Andrew Weatherall en Keith Tenniswood. Hun muziek moet vooral gezocht worden in de richting van warp downtempo electro, waarbij ze de laatste jaren steeds meer de snelheid er uit halen en richting sfeer gaan.

Zoals op Taste of our flames, uit 2004: langzame bassen en cello’s, spookachtige synths en een luguber sfeertje. Met zang van Nina Walsh.

https://www.youtube.com/watch?v=FcOYx4_72Zo

Closing Time | Tanya Tagaq

Ik zag haar ooit tijdens een festival: op het podium kronkelt ze, hijgt ze, krijgt bijkans een orgasme, krimpt ineen als een klein kwestbaar meisje, om vervolgens weer wild uit te barsten. Het festivalpubliek leek lamgeslagen, niet wetend wat met zoiets aan te moeten. Tot een stel pubers voorin na een half uur besloten dat het ondanks alle oerkreten toch best dansbaar was en los gingen – en de rest van het publiek volgde al snel. Het was een van de meest bizarre live-optredens die ik meemaakte.
Tanya Tagaq is een inuit uit Canada die traditionele sjamanistische strotzang even makkelijk combineert met moderne avant-garde als met westerse dance-muziek. Ze werkte samen met grote namen als Björk, Mike Patton of Kronos Quartet. En ze ontving al verscheidene prijzen.

Closing Time | Sean Lennon – Friendly Fire

Gisteren beluisterden we Julian Lennon, vandaag een nummer van het andere zoontje van de beroemde Lennon, Sean, het kind uit zijn huwelijk met Yoko Ono. Op de hoezen en op de foto’s op internet blijkt ook deze knaap verdomd veel weg te hebben van zijn vader, hoewel er duidelijk een stroompje Japans bloed door zijn aderen stroomt. Maar dan is de vraag: heeft hij zijn muzikaal talent geërfd van zijn vader… of van zijn moeder? In het laatste geval is een smetteloze muzikale carrière niet zomaar gegarandeerd.

Closing Time | Julian Lennon – Saltwater

Het nadeel van een tot op het waanzinnige af beroemde vader als John Lennon hebben, is dat je – als je het in je hoofd gaat halen dan ook muziek te maken, en niet gewoon ervoor kiest om visser of timmerman te worden of zo – hoe dan ook altijd weer met je vader vergeleken wordt. Het voordeel is dan wel weer dat als je met zo’n tape bij een platenmaatschappij binnenloopt ze dan wel sneller iets in je project gaan zien dan als je een volkomen onbekend nono-bandje bent.

Closing Time | Yoko Ono & the Pet Shop Boys – Walking on thin ice

Zo geliefd als John Lennon was, zo gehaat is zijn vrouw Yoko Ono. Sommigen geven haar zelfs onverkort de schuld van het uiteen vallen van de Beatles. Iets wat voor wie wat zorgvuldiger reconstrueert volgens mij niet vol te houden is. Een belangrijkere veelgehoorde kritiek is dat Yoko niet kan zingen, en dat Lennon, muzikaal toch niet echt slecht onderlegd, wel heel erg verliefd op haar moet zijn geweest het zo lang met haar in de studio uit te houden. Nu is er voor die mening genoeg bewijsmateriaal voorhanden, maar Yoko was een avant-garde kunstenares, dus zijn we aardig, en zeggen we geheel in deze lijn daarmee dat haar zang voor het conventionele publiek wat raar in het gehoor ligt. En hoewel mijn waardering voor Yoko als avant-garde kunstenares en activist wel is gestegen na het bezoeken van een overzichtstentoonstelling in het Guggenheim-museum in Bilbao vorig jaar, geldt voornoemd probleem met Yoko haar zang ook voor ondergetekende, die zeer blij was met de komst van de CD destijds, zodat bij het draaien van de Lennon-Onoplaten niet telkens tijdens het luisteren de naald geherpositioneerd hoefde te worden.

Closing Time | Front 242 – Headhunter

Gisteren postte ik hier een video van de Revolting Cocks, een samenwerkingsproject van muzikanten van onder andere Front 242. Front 242 zelf heeft het naar mijn idee ook echter verdiend een keer te functioneren als dagafsluiting. Deze Belgische formatie begon in 1981 en kan gezien worden als één van de pioniers van de elektronische muziek, samen met namen als Kraftwerk en Jean Michel Jarre. Hierbij één van hun bekendste nummers, “Headhunter”, uit 1988, met een bizarre clip waarin de hand van Anton Corbijn duidelijk te herkennen is. Eigenlijk is het het beste het nummer te beluisteren op de plaat waar hij vanaf kwam: Front By Front. Ik beschouwde dat zelf altijd al als artistieke hoogtepunt van de heren, en als ik Google zie ik dat ik daar niet alleen in sta. De plaat luistert als een bijzonder geraffineerde 12″ versie van het nummer en de B-kant ‘Welcome to Paradise’ en hamert, klopt en klettert de elektronische wereld de huiskamer in. Stilzitten: heel erg moeilijk. Latere elektronische muziek mag daarbij dan wat smoother zijn, het is er luisterend naar deze plaat over het algemeen zeker niet meer geraffineerd op geworden. Dit mag oud zijn, het blijft vers smaken.

Vorige Volgende