Loont uitkeringsfraude?
Is het lonend om uitkeringsfraude te plegen? Waarschijnlijk wel, zegt criminologe Therese Klok (blog).
In deze tijden van crisis, bezuinigingen en werkeloosheid lijkt het een aantrekkelijke optie: uitkeringsfraude. Je vraagt een uitkering aan, vult wat gegevens in, vinkt wat extra vakjes aan en krijgt opeens wat extra euro’s gestort. Misdaadprogramma‘s kunnen er behoorlijk wat afleveringen mee vullen: iemand met een aanvullende uitkering voor rolstoelgebruikers die ondertussen bijklust als aannemer (en op camera wordt vastgelegd terwijl hij met zware stenen sjouwt), een dame die aangeeft alleenstaande moeder te zijn, maar ondertussen woont haar partner bij haar in huis en hebben ze allebei een baantje. Zwartwerken en verzwijgen dat je samenwoont zijn de meest voorkomende vormen van bijstandsfraude.
De cijfers over uitkeringen lopen nogal uiteen. Het lijkt niet helemaal duidelijk hoeveel mensen in Nederland nou echt een uitkering hebben. De ene bron spreekt over 1,4 miljoen mensen die in 2009 een bijstands-, werkeloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben. Dat komt neer op ongeveer 12% van de beroepsbevolking. Het CBS heeft het over 292.000 WW-uitkeringen, Mark Rutte zegt in een interview dat er 300.000 mensen in de bijstand zitten. April dit jaar vormde een dieptepunt voor het werkeloosheidscijfer: er kwamen ineens 24.000 werkelozen bij, terwijl dat doorgaans gemiddeld 7000 per maand is. Genoeg uitkeringen in ieder geval om een stuk over uitkeringsfraude te legitimeren.
Verzekeraar vergoedt therapie alleen in ruil voor gevoelige informatie
Zorgverzekeraar CZ wil alleen overwegen psychotherapie te vergoeden als zij eerst inzage krijgt in zeer privacygevoelige medische informatie, zoals behandelverslagen. Het gaat om therapie door voormalig EuroPsyche-therapeuten. Verzekeraar Zorg en Zekerheid zegt dezelfde toetsing uit te kunnen voeren met beduidend minder gegevens.
Door Carolien Epping (@030caro)
Ongeveer 12.000 cliënten van de recent failliet verklaarde GGZ-instelling EuroPsyche verkeren in onzekerheid over vergoeding en voortzetting van hun therapie. EuroPsyche raakte in opspraak door een onjuist bericht in de media dat ze therapie zouden vergoeden om homo’s te ‘genezen’. Later volgde een verloren rechtszaak tegen CZ en uiteindelijk het faillissement van EuroPsyche. Verzekerden lijken nu de dupe te worden.
Toestemming voor vergoeding om de therapie af te maken geeft CZ niet zomaar. Zo vraagt de verzekeraar als toetsing een initieel behandelplan, behandelverslagen, de tot nu toe behaalde resultaten van de therapie en het behandelplan voor het vervolg hiervan. Verder de namen en beroepscategorieën van alle bij de behandeling betrokken professionals, een verslag van diagnostiek met de diagnose conform DSM IV. CZ wil weten welke doelen nog met de (psycho-)therapie bereikt moeten worden, hoe lang die nog zal duren en waaruit de therapie zal moeten bestaan.
Opmerkelijk is dat zorgverzekeraar Zorg & Zekerheid genoegen neemt met een verwijzing van de huisarts en naam en beroep van de behandelaar van de (voormalig) EuroPsyche-therapeut. Volgens woordvoerder Majo van der Meijden wil de verzekeraar vaststellen dat er gekwalificeerde en deskundige hulp wordt geboden: “Om dit te beoordelen stellen we onze verzekerden de vraag door welke behandelaar de behandeling plaatsvindt en of er verwijzing door de huisarts heeft plaatsgevonden. Overige vragen worden door ons niet gesteld.”
Is privacyregulering onmogelijk?
In hoeverre moet en kun je bedrijven en overheden dwingen om verantwoordelijk met privégegevens om te gaan?
Deze vraag hing gisteren lange tijd boven de zaal tijdens het Nationaal Privacy Debat. In een Haagse congreszaal kwamen zo’n beetje de tachtig knapste ICT-koppen van Nederland bij elkaar waardoor het doel van de dag – een nationaal debat – meteen door het ijs zakte. Dat is jammer, want organisator Webwereld had een mooie line up staan. Daarom op Sargasso de komende dagen hopelijk een wat breder debat, met een eigen twist.
Volgens een aantal privacy-activisten is sprake van een dreigende digitale watersnoodramp. Of zoals Brenno de Winter zei: ,,Zelfs met al mijn ervaring kan ik niet meer bepalen of de dijken al zijn doorgebroken.” Kern van zijn betoog is dat de overheid en bedrijven eigenlijk geen grip meer hebben op de datavloed. Er worden teveel persoonsgegevens verzameld, verwerkt, doorverkocht en onopzettelijk kwijtgeraakt. Iedereen met een beetje verstand van ICT ziet met angst en beven de incompetentie aan van politici die datachaos alleen maar vergroten.
Hoe moet je daarmee omgaan? Reguleren is het voor de hand liggende antwoord. Maar hoe doe je dat? Als het om bedrijven gaat, kies je dan voor zelfregulering? Of leg je als overheid strenge regels op? De aanwezige politici pleitten uiteraard voor meer regels en meer geld.
Psychiaters behalen overwinning voor de privacy
Goed nieuws vandaag. Stichting KDVP heeft een belangrijke overwinning behaald op toezichthouder de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). GGZ-patiënten die niet willen dat de zorgverzekeraar inzicht krijgt in de diagnose van een psycholoog of psychiater, kunnen voortaan weigeren om die informatie op te laten nemen in de Diagnose Behandel Combinatie (DBC). Een DBC is een ingewikkeld factureringssysteem in de zorg, waar van meet af aan veel verzet tegen was. Met een DBC wordt een vaststaande behandeling uitgestippeld tegen een vaststaande vergoeding.
Probleem is dat er dus ook diagnose-informatie in zo’n DBC staat en dat de zorgverzekeraars die informatie dus ook krijgen. Voorheen kreeg alleen een verzekeringsarts dat soort informatie te zien en die was gebonden aan het medisch beroepsgeheim. De mensen die de DBC’s verwerken, zijn dat niet. De vrees bestaat – en volgens mij terecht – dat verzekeraars nu, of anders op termijn, de gevoelige diagnose-informatie kunnen gebruiken om bijvoorbeeld individuele premies vast te stellen. Lijdt u aan een lichte bipolaire stoornis? Dan kunt u zich alleen nog maar aanvullend verzekeren tegen 200 procent meer premie. Zoiets.
De stichting KDVP strijdt al sinds 2007 tegen de DBC-systematiek. In het bijzonder richtte de stichting zijn pijlen op de bepaling dat ook voor mensen die zelf voor hun behandeling betalen (en dus niets met een verzekeraar van doen hebben) toch een DBC aangemaakt moest worden. De Nederlandse Zorgautoriteit was onverbiddelijk.
ICT & Overheid, wat te doen?
Afgelopen vrijdag mocht ik met andere ‘experts’ vragen beantwoorden van de in Parlementaire werkgroep ICT-projecten bij de overheid. Dit is een groep Kamerleden die een Parlementair onderzoek naar de vele ICT fails van de overheid aan het voorbereiden is. Na de zomer (en de verkiezingen) moet het onderzoek van start gaan met een set scherpe onderzoeksvragen. Aan de genodigde experts om voorstellen te doen voor die vragen. Het was opvallend hoe eensgezind de aanwezige IT-ers waren, ook al hadden we allemaal heel verschillende achtergronden (video).
Net als andere columnisten en opinieschrijvers heb ik ook op deze plek de overheid ook wel eens afgebrand over het rijke palet aan verspilling van veiligheid, privacy en algemene middelen. Het gaat, zeker bij de Rijksoverheid, dan ook al snel om gegevens van miljoenen Nederlanders en miljarden Euro’s.
Voor columnisten is het dus eigenlijk altijd prijsschieten met zo’n overheid. Daarom is het ook wel mooi om op dit soort gelegenheden een meer constructieve bijdrage te kunnen leveren. Hoewel het eigenlijk jammer is dat dergelijke bijeenkomsten niet veel vaker worden georganiseerd en niet veel beter worden bezocht door de ambtenaren en leveranciers die verantwoordelijk zijn voor al die projecten. Voor de 6 miljard die op jaarbasis door het putje gaat (en dat zijn alleen nog maar de out-of-pocket kosten – de maatschappelijke impact is mogelijk vele malen groter) is het wellicht handig om wat vaker te overleggen. Niet dat ik het idee heb dat het clubje van vorige week kant-en-klare oplossingen heeft voor alle problemen die er zijn. Wel denk ik dat er een redelijke mate van eensgezindheid was over de grondoorzaken van problemen:
Tijd voor de cookie-cookie
Sinds dinsdag is de nieuwe telecomwet van kracht met daarin de nieuwe regels voor cookies. Volgens deze regels is het in veel gevallen niet langer toegestaan om zonder toestemming van de gebruiker cookies te plaatsen op zijn computer. Veel websites voldoen nog niet aan deze nieuwe regels. En weten bovendien ook niet hoe ze hier wel, op een gebruikersvriendelijke manier, aan zouden kunnen voldoen. Probleem is namelijk hoe je iemands cookievoorkeuren (en met name het feit dat deze gebruiker geen cookies wenst) kunt onthouden. Maar daar isvolgens mij een eenvoudige oplossing voor. De cookie-cookie.
Onder bepaalde omstandigheden is het namelijk wel toegestaan om, zonder toestemming van de gebruiker, een cookie te plaatsen. Het moet dan gaan om een cookie die strikt noodzakelijk is voor de dienst. Deze uitzondering kunnen we ook als volgt gebruiken.
De eerste keer dat een gebruiker op een website komt, informeert de website de bezoeker over het gebruik van cookies, en vraagt of de gebruiker hiermee akkoord gaat. De website bewaart deze beslissing door precies één cookie te plaatsen: de cookie-cookie. De waarde van deze cookie is ‘ja graag’ of ‘nee bedankt’. Voor twee verschillende gebruikers die geen cookies accepteren zijn deze cookies dus gelijk. Bij een volgend bezoek wordt de waarde van deze ene cookie teruggegeven, en ziet de website meteen of dit een klant is die al dan niet cookies wil accepteren. Opnieuw vragen is dus overbodig.
De politie kan niet uit de voeten met huidige privacywetgeving
In voorlopig de laatste aflevering van het Nationaal Privacy Debat bespreken internetjurist Bart Schermer en politiedirecteur Pim Takkenberg de mogelijkheden en onmogelijkheden van de politie om online op te treden. De politie zoekt telkens de grenzen op van de wet. Mag de politie bijvoorbeeld een Trojan Horse inzetten? Dat is niet duidelijk.
Het loopt spaak op de privacywetgeving, die voortkomt uit een Europese richtlijn uit 1995, een tijd waarin de meeste mensen uberhaupt nog niet online waren. Zowel Schermer als Takkenberg concluderen dat die richtlijn niet meer werkt. Probleem is alleen: wat dan?
Zie hier de discussie (ongeveer 20 minuten).
Morgen doet Sargasso de hele dag verslag van het Nationaal Privacy Debat.
Foto Flickr cc Ssoosay
Hackers beschermen onze privacy
Wederom een interessante bijdrage van het Nationaal Privacy Debat, georganiseerd door Webwereld. In een serie webcasts buigen experts zich over enkele privacykwesties. In de aflevering van vandaag discussiëren Ronald Prins (directeur van Fox-IT) en Gijs Hollestelle (beroepshacker voor Deloitte) over de rol van hackers in de bescherming, dan wel schending van privacy.
Hollestelle zegt dat bij veel bedrijven er wel degelijk aandacht is voor beveiliging van de websites, maar dat het bij de uitvoering nog wel eens blijft steken. Soms heeft dat te maken met gemakzucht, of kosten. Volgens Prins wordt er onvoldoende over beveiliging nagedacht. Als men al een hackerstest doet, is het meestal te laat. Je moet bij het design van een website al gaan testen.
Maandag doet Sargasso uitgebreid verslag van het Nationale Debat.
Kijk hier de hele discussie (ruim 20 minuten)
Preventief huisverbod helpt niet tegen geweld
Voor slachtoffers van huiselijk geweld helpt de Wet preventief huisverbod niet om daadwerkelijk geweld te voorkomen, net zo min als een centraal meldpunt. Het voorkomen van geweld is wat anders dan het melden ervan als het al plaats heeft gevonden, zegt adviseur Martijn Bool in deze gastbijdrage.
Hoe kan je voorkomen dat je slachtoffer wordt van huiselijk geweld? Een preventief huisverbod bij huiselijk geweld werkt in ieder geval niet om dat geweld te voorkomen, zo leert de Wet tijdelijk huisverbod die sinds 2009 van kracht is. Pas als je je als slachtoffer bij de politie hebt gemeld stelt deze de procedure in gang. De dreiging van huiselijk geweld is voor de politie meestal geen reden om het huisverbod in te stellen. Pas nadat de situatie is geëscaleerd en een huisgenoot strafrechtelijke feiten heeft gepleegd gaat een slachtoffer naar de politie en niet eerder.
Op Sociale Vraagstukken stelden drie onderzoekers van Regioplan eerder dat er preventiever ingegrepen zou kunnen worden als alle hulpverleners en andere werkers die de thuissituatie van hun cliënten kennen de hun bekende signalen centraal gaan melden. De auteurs stellen ook dat de veiligheid van bedreigde vrouwen, mannen en kinderen zwaarder weegt dan hun privacy. Daar valt wel wat op af te dingen.
Overwinning
Deze week is het al weer een jaar geleden dat ik terugkeerde van mijn wereldreis. Natuurlijk kwam ik op die reis ’mezelf tegen’, zoals het een echte wereldreiziger betaamt.
Kwamen de eerste weken de rijstkorrels mijn neus uit – al dan niet letterlijk, na de zoveelste voedselvergiftiging of onderschatting van het alcoholpercentage in lokaal gestookte drank −, nu ontbijt ik geregeld met nasi en is sambal onmisbaar.
Mijn lichte nervositeit in de publieke ruimte werd er snel uitgestaard door de locals die je zien als een prachtige blanke reus en wier het concept van privacy compleet vreemd is. Wildvreemde vrouwen aaien je hand en verzuchten “you so white”, en iedereen wil graag even zijn arm naast de jouwe houden om het verschil te zien. Terug in Nederland is het dan weer wennen aan het gebrek aan aanspraak.
Maar de grootste persoonlijke overwinning was toch wel dat ik prima acht maanden kon leven met maar tien kilo aan spulletjes. Ik nam me dan ook voor om bij thuiskomst flink te gaan snijden in mijn huisraad. Dat viel vies tegen.
Elke prul blijkt sentimentele waarde of een potentiële toekomstige bestemming te hebben. Bovendien leidt mijn manier van opruimen eerst tot verergering van het probleem, omdat ik de op te ruimen zooi op een berg kwak op een dusdanig onhandige plek dat het zo snel mogelijk weg moet, alvorens ik in een ellendig traag tempo alles weer een plekje geef. Niet zelden raak ik tijdens het opruimen afgeleid, waardoor ik twee weken lang niet op de bank kan zitten.
Het hielp allerminst dat ik na het inpakken van de eerste drie verhuisdozen mijn systeem van ‘gerelateerde spullen in dezelfde doos’ overboord gooide. Ik had nog wel de tegenwoordigheid van geest de dozen te labelen. En zo trof ik bij thuiskomst na acht maanden vakantie 20+ verhuisdozen en een handvol vuilniszakken vol vergeten meuk aan, gelabeld met teksten als ‘mokken – kabels – kattenspeeltjes – accessoires – kussen – fotolijst – linkerschoen’. De verhuisdozen verdwenen dan ook naar mijn tweede slaapkamertje, om slechts terloops uitgepakt te worden.
De op handen zijnde bevalling van poes Schimpie en de ietwat onhandige aanschaf van een sauna hebben me gedwongen het kamertje te ontdoen van twee decennia verzamelwoede. Misschien dat ik dit keer de dozen maar leeg moet gooien in de tuin; morgen is regen voorspeld.