Recensie Zomergasten 2019 | John van den Heuvel

RECENSIE - Gezien de publieke fascinatie voor criminele netwerken, topcriminelen, infiltraties, liquidaties en de internationale drugshandel kon Van den Heuvel vrij makkelijk beloven dat het “geen saaie avond wordt”. Mij hebben misdaadverhalen en misdaad-tv echter nooit zo geboeid. Ik zie vooral de problematische kanten van misdaadverslaggeving die al snel neigt naar sensatie en ik kan niet tegen reality-programma’s die proberen slachtoffers te helpen maar tegelijk slachtofferschap uitbuiten voor entertainment, zoals ook enkele van de programma’s die Van den Heuvel maakt zoals Recht gezet! en Ontvoerd.

Ik volg het werk van Van den Heuvel dus niet, maar was bereid op basis van deze eerste aflevering van Zomergasten (ik keek overigens nog nooit een hele aflevering) mijn beeld van misdaadverslaggeving bij te stellen. En het feit dat mensen zo gefascineerd zijn door grote criminaliteit interesseert me dan weer wel. Een vraag die ik Van den Heuvel zou stellen is of hij een taak ziet voor misdaadverslaggevers, bijvoorbeeld om een breder publiek te informeren, of aspirant-criminelen te waarschuwen dat de onderwereld “geen glitter en glamour” is of om daders beter te begrijpen en zo politie en justitie te helpen. Of is zijn journalistieke werk gewoonweg het product van zijn eigen fascinatie voor misdaad en schept hij er plezier in om spannende verhalen te vertellen? Het lijkt vooral dat laatste te zijn, hoewel Van den Heuvel ook voor dit werk heeft gekozen omdat hij iets wil doen dat “ertoe doet” en misdaad wil bestrijden. Van den Heuvel wil “afwisselend werk” en “met zijn neus vooraan staan”.

Spannende verhalen

De avond begint aardig met een eerbetoon aan zijn beveiligers, maar de fragmenten erna zijn slechts aanleiding voor een serie spannende verhalen, zoals over de Hells Angels en zijn werk bij de ME in de jaren ‘80. Abbring hangt vooral aan zijn lippen en zet de spannende elementen nog eens aan met haar vragen over wat hij erbij voelde (“Zoek je bewust die spanning?”) en reacties van ongeloof over zoveel dapperheid (“Dus toen ging je gewoon naar dat clubhuis van de Hells Angels?!”). Holleeder krijgt (te) ruim tijd en ook de andere verhalen over topcriminelen brengen denk ik weinig nieuws voor iemand die het nieuws heeft gevolgd.

Het lukt dus niet erg om voorbij de spanning en sensatie van de misdaad te gaan. Op een aantal momenten vraagt Abbring naar de afweging om wel of niet een crimineel te interviewen. Dat gebeurt voor het eerst na een fragment van Sonja Barend die in 1985 crimineel Stanley Hillis interviewde. Hillis werd gezocht nadat hij was ontsnapt uit de Bijlmerbajes (en eerder ook uit de Scheveningse gevangenis en de Arnhemse Koepelgevangenis). Van den Heuvel heeft dat fragment overigens niet uitgezocht vanwege het “vreselijke dilemma” voor de interviewer maar omdat het het eerste voorbeeld is van “onderwereld-PR”.

Abbring vraagt hier gelukkig wel door als hij zegt dat hij het interview “tenenkrommend” vindt. Dat blijkt ook te slaan op Barends keuze om het interview uit te zenden. Van den Heuvel vindt dat je voorzichtig moet zijn met criminelen een podium bieden, maar dat Barend natuurlijk wel dat gesprek had moeten aangaan: “journalisten moeten altijd op een aanbod voor een interview ingaan”. Hij zou ook “topgangster” Ridouan Taghi, waarover hij deze week onthulde dat hij waarschijnlijk in Dubai verblijft, interviewen, als de veiligheid het toestaat.

Mocro Maffia

In dit kader gaat het ook over het optreden van Holleeder in College Tour enkele jaren geleden, waarover Van den Heuvel nog steeds kritisch is, omdat het format zich er niet voor leent maar vooral, zo klinkt door, omdat hij het beter zou hebben gedaan. Hoewel Van den Heuvel meermalen antwoordt dat afwegingen over het wel of niet interviewen van criminelen “lastig” of “moeilijk” zijn komt het erop neer dat hij altijd met ze in gesprek zou gaan. Het wordt niet duidelijk wanneer hij vindt dat er aan topcriminelen geen podium moet worden geboden.

De meer dan dertig jaar durende relatie die Van den Heuvel heeft met Holleeder interesseert mij niet, maar ik was wel benieuwd naar hoe hij de rol van misdaadverslaggevers ziet in de cultus die is ontstaan rondom Holleeder of algemeen rondom topcriminelen, maar daar komen we niets over te weten. Hoe kun je krantenartikelen en boeken schrijven over deze personen zonder te vervallen in sensationele verhalen? Van den Heuvel hekelt de “romantisering” in veel misdaadverslaggeving maar we horen daarvan geen concrete voorbeelden en we krijgen niet te weten wat hij doet om de feiten nuchter te presenteren en of hij vindt dat hij daarin altijd slaagt.

Het was in dit kader ook interessant geweest om hem te vragen naar zijn mening over de vele series en films die een gedramatiseerde versie van de realiteit laten zien, zoals de recente film Judas over Holleeder en de tv-serie Mocro Maffia, waaruit Van den Heuvel fragmenten had geselecteerd. Volgens hem laat Mocro Maffia een realistisch beeld zien van de knulligheid van de nieuwe generatie criminelen die op YouTube handleidingen zoeken omdat ze niet vaardig zijn met vuurwapens. Jammer dat hij niet ook benoemt dat de hele term ‘Mocro Maffia’ evengoed een voorbeeld is van hoe misdaadverslaggeving een verkeerd beeld geeft van criminele netwerken, die in dit geval de lading niet dekt omdat er ook Nederlanders en Antillianen bij betrokken zijn. Het was ook aardig geweest als hij of Abbring besef had getoond van de stigmatiserende effecten van zulke beeldvorming voor jonge Marokkaanse Nederlanders.

Ondermijning

Van den Heuvel heeft natuurlijk ongekend veel inzicht in de Nederlandse en wereldwijde drugshandel en ik was dan ook benieuwd hoe hij de moeizame en heilloze strijd van politie en justitie tegen drugshandel ziet. Van den Heuvel lijkt me even geobsedeerd door de georganiseerde drugscriminaliteit als minister van Justitie Grapperhaus, hoewel dat voor een minister problematischer is dan voor een rechercheur en misdaadverslaggever. Wanneer het drugsbeleid even ter sprake komt is het alsof we Grapperhaus horen, die ook altijd hamert op de verantwoordelijkheid van festivalgangers voor drugscriminaliteit en hoe bestaat het dat juist die mensen die zich druk maken over het milieu, pillen slikken die zorgen voor milieuvervuilende drugsafval. Van den Heuvel vindt zichzelf desgevraagd geen moralistisch type, maar heeft wel zijn zoon aan een urinetest onderworpen om te controleren of hij geen drugs gebruikt, meent dat blowen een gateway is naar xtc- en cokegebruik en stelt dat legaliseren het aanbod vergroot en het signaal aan jongeren geeft dat drugsgebruik normaal is.

Je zou toch hopen dat een expert in drugscriminaliteit enige kennis heeft van de positieve effecten van legalisering en decriminalisering van cannabis elders, zoals in bijvoorbeeld Portugal en Uruguay, en zich bewust is van het verschil in maatschappelijke en gezondheidsschade tussen softdrugs en harddrugs. En als we het dan toch over het milieu hebben: ik gok ook dat, net als Grapperhaus, Van den Heuvel zich niet realiseert dat alle aandacht voor ondermijning door drugscriminelen, ten koste gaat van de aanpak van ondermijning door witteboordencriminelen die veel grotere schade aan mens, milieu en samenleving aanrichten. Abbring probeerde nog in te brengen dat de aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit zo weinig effectief is – iets dat Van den Heuvel in die dertig jaar toch niet ontgaan zal zijn – maar daar kregen we niet echt een antwoord op en Abbring wilde door naar het volgende fragment.

De VPRO kondigde overigens aan dat Van den Heuvel zou terugblikken op de IRT-affaire maar dat onderwerp werd blijkbaar (en helaas) geschrapt. Dat had een mooi opstapje kunnen zijn naar nieuwe en controversiële opsporingsbevoegdheden zoals online infiltratie van het darkweb. Over de digitalisering van de drugshandel heeft Van den Heuvel überhaupt geen woord gezegd. De drugshandel verandert in rap tempo en je vraagt je af of Van den Heuvel op dit vlak helemaal up to date is. De IRT-affaire had ook aanleiding kunnen zijn voor kritische vragen over of zijn eigen werkwijze altijd integer is, zeker gegeven het feit dat hij in Ontvoerd onzorgvuldig te werk ging met het terughalen van kinderen die door een ouder naar het buitenland waren ontvoerd.

Het interview had een stuk prikkelender kunnen zijn als John van den Heuvel en Janine Abbring bereid waren geweest voorbij de spannende en wat oppervlakkige verhalen over misdadigers te gaan. Misschien liggen mijn vragen aan Van den Heuvel iets buiten het format van Zomergasten – ik heb zo mijn criminologische preoccupaties – maar ik had liever minder spannende verhalen gehoord en meer over de dilemma’s en heikele aspecten van het werk als misdaadverslaggever.

  1. 3

    Er waren een aantal momenten waar doorvragen het voor mij ook interessant had kunnen maken. Bijvoorbeeld toen hij poneerde dat veel criminelen nogal manipulatief zijn. Hij kwam daar niet goed uit zijn woorden, maar ik denk dat hij erop doelde dat ze vaak niet helemaal neurotypisch of zelfs in orde zijn.

    Dat had kunnen bijdragen aan een beter beeld van criminelen die in deze uitzending compleet eendimensionaal bleven.

  2. 4

    @2: Ik vind zomergasten de laatste jaren sowieso erg vervelend worden, de gasten komen zelden met fragmenten buiten hun eigen werkgebied. Zo wordt het mijns inziens snel eentonig en een kritiekloze interviewster als Abbring helpt daar zeker niet bij. Het lijkt mij veel spannender wanneer gasten weer eens wat laten zien wat hun echt interesseert buiten hun vakgebied om. Waar is hun maatschappelijke betrokkenheid? Wat is hun gevoel voor humor? Hebben zij emoties bij sport? Er is zoveel meer te laten zien dan bijvoorbeeld een technicus die een hele avond vult met filmpjes over een neuraal netwerk waarvoor quantum dots worden ingezet.

  3. 6

    @4 en @2: Mee eens. Het programma wordt met het seizoen saaier. Jammer. VPRO stond altijd bekend als vooruitstrevend en uitdagend. Dat merk ik met Zomergasten niet meer.

  4. 7

    Deze gast was gewoon voor de kijkcijfers, net zoals vorig jaar Louis van Gaal. Misschien vanwege inmenging van de NPO managers ofzo. Met de andere ‘meer intellectuele’ gasten wordt nog genoeg gecompenseerd.

  5. 8

    Het had inderdaad wel wat spraakmakender gemogen, @VPRO.

    -Volkert van der Graaf
    -Sylvana Simons
    -Wierd Duk
    -Bas Rutten
    -Thierry Baudet
    -Adam Curry (is nu complotdenker met podcast)
    -Famke Janssen
    -Johan Derksen
    -Marianne Thieme
    -Ewald Engelen
    -Zihni Özdil
    -Arthur van Amerongen

  6. 11

    Janine,

    Een tip,laat de mensen eens uitspreken en haal die hand ter ondersteuning van jouw hoofd en soms zelfs bij je mond. Eens weg!

    John was een erg interessante gast maar jammer dat Janine ook niet goed luisterde zodat zij verkeerde vragen stelde Die hij al beantwoord had.