Pleidooi voor een Nobelprijs voor de Milieukunde

Gastredacteur Jan BL vraagt zich af: wat zijn de grootste problemen van vandaag? Zijn dat praktische problemen of wetenschappelijke problemen? En in het verlengde daarvan: waar moet de volgende Nobelprijs heen?

Een beetje serieuze blogger is niet bang voor Wikipedia. Daar lezen we: “Er is veel gespeculeerd waarom een Nobelprijs voor wiskunde ontbreekt. Een wijdverbreid verhaal is dat Nobel wilde voorkomen dat een beroemd wiskundige (Gösta Mittag-Leffler) de prijs zou krijgen, omdat hij een affaire zou hebben met een vrouw met wie Nobel relaties onderhield. Meer waarschijnlijke verklaringen zijn dat Nobel de wiskunde niet zag als een praktische wetenschap waar de mensheid veel aan zou hebben, en het feit dat er al een andere prestigieuze wiskundeprijs in Scandinaviė bestond, waar hij niet mee wilde concurreren.

Waar het belangrijkste punt zit, is dat voor Nobel de prijs moest worden uitgereikt aan mensen die zich bezighouden met praktische wetenschappelijke onderwerpen, waar de mensheid veel aan zou hebben. Dat de wiskunde daar zonder meer buiten valt zullen veel mensen bestrijden. Zoals Allen wel zei, over de wiskunde: “Where it comes from no one knows, but the whole crazy system works like no one does.

Maar goed, we richten ons even op de toegepaste wetenschappen. In het bijzonder op twee toegepaste wetenschappen, en wel de milieukunde en de economie. En we stellen twee vragen aan de orde, en wel, ten eerste, welke van deze twee wetenschappen is het moeilijkste en omvat de meest gecompliceerde modellen en methoden? En ten tweede, welke van deze twee wetenschappen behandelt de belangrijkste problemen van vandaag, welke is de meest praktische wetenschap waar de mensheid veel aan zal hebben?

‘Er was laatst wel een half Nederlandse natuurkundige die de Nobelprijs had gekregen’, komt nu bij sommige mensen boven, en was die niet ook iets in de milieukunde? Dat zou betekenen dat de milieukunde al wel een beetje door het Nobelprijscomité als serieuze en belangrijke wetenschap zou zijn erkend. Maar als we de lijst van natuurkunde Nobelprijzen bekijken dan kunnen we hem niet vinden. Op de lijst staan wel Veltman en ’t Hooft, 1999, en langer geleden Van der Waals en Zernicke, dus we dwalen af. Bij nadere inspectie van de lijst zien we er geen milieukundige op staan. Ook milieukundige onderwerpen zijn nauwelijks aan te wijzen in de lijst.

Die Nederlander die de Nobelprijs heeft gekregen was trouwens Paul Crutzen, en hij kreeg de (één-derde) Nobelprijs in 1995 in de scheikunde voor zijn werk op het gebied van de atmosferische chemie en de ozonlaag. Daarna werd het in Zweden weer stil op het gebied van de milieukunde. Het Nobelprijscomité is er kennelijk nog niet van overtuigd dat de milieukundige problemen van vandaag ’praktisch’ zijn en veel mensen zullen raken, noch hebben zij een tweede milieukundige kunnen vinden die ze belangrijk genoeg vonden om op de lijst van prijswinnaars een plaatsje toe te wijzen.

Dat is anders voor de economie. Het regent Nobelprijzen daar, zowel voor modellen als voor ‘praktische toepassingen’ – de kranten staat er elk jaar weer vol van, met discussies over of het rekenen aan de prijs van opties in volatiele markten nu wel of niet belangrijk is, in de zin van ‘praktisch en iets wat veel mensen zal raken’. Maar ho – kijk eens goed: er is helemaal geen Nobelprijs voor de economie, Wat wij daar voor aanzien is een prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie ter nagedachtenis van Alfred Nobel. Het is geen prestigieuze Nobelprijs, nee, het is een extra bijzonder bonus die de economen en de bankiers zichzelf en hun vazallen elk jaar toekennen, terwijl ze zich daarbij stiekem een beetje verschuilen onder de wereldbekende naam en faam van de enige echte Nobelprijs. Net als de milieukunde heeft de economie nog nooit een echte Nobelprijs gehad.

Rest nog de vraag: wat is de meest praktische wetenschap? Economie of milieukunde? Welke wetenschap behandelt de moeilijkste onderwerpen, welke wetenschap raakt de meeste mensen, welke wetenschap levert de hardste resultaten op, welke wetenschap gaat het meeste vooruit, wie geeft richting aan die wetenschap en welke wetenschap -economie of milieukunde- of liever, welke wetenschapper uit een van die disciplines zou eindelijk eens een echte Nobelprijs verdienen?

(Featured foto van cstmweb)

  1. 2

    De ‘Nobel’prijs voor economie is niet van het Nobelcomité, maar van de Zweedse Rijksbank. Voor de wetenschap ‘milieukunde’ kunnen Greenpeace en het WNF ook wel zo’n prijs introduceren. Interessant om Economie een toegepaste ‘wetenschap’ te noemen. Een ‘wetenschap’ van hetzelfde kaliber als theologie of juristerij (of milieukunde?).

  2. 3

    Ten eerste is Milieukunde slechts toepassing van natuurkunde, scheikunde en biologie en geen op opzichzelfstaande wetenschap. Ten tweede bestaat er voor ieder milieuprobleem een technische oplossing (of is die te bedenken) je moet er alleen het geld voor over hebben. En ten derde zijn alle serieuze milieuproblemen al lang opgelost.

    Economie dus.

  3. 4

    Klopt. Ik hink op drie benen:

    1. Is de economische crisis of zijn de milieuproblemen het belangrijkste voor de mensen?

    2. Zijn de modellen en methoden van de economen moeilijker te behappen dan die van de milieukunde?

    3. Verdienen de milieukundigen niet meer Nobelprijzen dan ze nu krijgen?

    Op punt 3. is mijn antwoord dus: “Ja”.

  4. 5

    Ten eerste is Milieukunde slechts toepassing van natuurkunde, scheikunde en biologie en geen op opzichzelfstaande wetenschap.

    Dat kan verkeren. Zoiets is jarenlang ook over de hydrologie gezegd. Zou slechts een toegepaste ingenieurswetenschap zijn, en geen autonome wetenschap met eigen fundamentele vragen. Onlangs is daar via een zogenaamde visitatie door de KNAW een eind aan gekomen, zie
    de KNAW publicatie Turning the water wheel inside out. Gaf trouwens nog een aardige richtingenstrijd tussen de ingenieur-hydrologen en de aardwetenschapper-hydrologen. De publicatie geeft trouwens ook nog een aardig overzicht van eco/milieuhydrologische problemen.

    Ten tweede bestaat er voor ieder milieuprobleem een technische oplossing (of is die te bedenken) je moet er alleen het geld voor over hebben.

    Nee. Dat is de typische ingenieursvisie. Zaken als afwenteling, multiple stakeholders, schaalproblemen, heterogeen wereldbeeld, etc etc vormen ook de fundamentele problematiek van de milieuwetenschappen.

    En ten derde zijn alle serieuze milieuproblemen al lang opgelost.

    Tuurlijk.