Minder vacatures in Nederland dan rest van Europa

DATA - Terwijl het aantal werklozen in Nederland toeneemt, neemt het percentage vacatures af. Meer mensen, minder werk.

Het aantal vacatures ten opzichte van het totaal aantal arbeidsplekken daalt in Nederland meer dan in veel andere Europese landen. In het tweede kwartaal van 2013 was de Job Vacancy Rate (JVR) in Nederland 1,2%, wat betekent dat er 12 vacatures waren op 1000 (bezette + vacante) banen. Dat is een daling van 0,3 procentpunt ten opzichte van dezelfde periode in 2012. De JVR in Groot-Brittannië steeg met 0,2 procentpunt en ook in Denemarken, Ierland, Litouwen, Hongarije en Roemenië steeg het percentage vacatures licht (met 0,1 pp).

De JVR is een indicator voor de potentiële mismatch tussen de vaardigheden van werkzoekenden en de vaardigheden die werkgevers vragen en daarmee een instrument voor beleidsmakers om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar aan te laten sluiten. Wat zegt de daling in Nederland over de vraag en aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt?

Een daling van de JVR is goed nieuws als het betekent dat het aantal banen stijgt, want dat houdt in dat de nieuwe banen ook bezet worden. Als er 1 vacature op 99 banen zijn, is de JVR (1/(99+1))*100 = 1%. Als het aantal banen stijgt naar 120, met enkel bezette banen, wordt de nieuwe JVR (1/(119+1)*100) = 0,8%. Maar als die 120 banen door bijvoorbeeld vijf vacatures en 115 bezette banen komt, is het percentage (5/(115+5))*100 = 4,2%. Een lager JVR kan dus betekenen dat vraag en aanbod goed op elkaar aansluiten.

Het percentage ligt in Nederland in vergelijking met andere Noord-Europese landen relatief laag. Het verhaal waar De Nederlandsche Bank een paar weken geleden mee kwam dat werkloosheid voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door het tekortschieten van de vaardigheden van potentiële werknemers, lijkt daarmee twijfelachtig.

Maar er is ook een andere manier waarop het percentage af kan nemen. Als het aantal banen daalt. Stel dat de JVR (2/(8+2))*100 = 20% is. Stel nu dat één vacature en één bezette baan verdwijnt, dan wordt de JVR lager: (1/(7+1))*100 = 12,5%. De JVR is weliswaar gedaald, maar er is waarschijnlijk meer werkloosheid (want minder werk).

Dat zie je in crisistijd gebeuren en is nu in Nederland het geval. Het aantal banen is in 2013 ten opzichte van 2012 (weer) afgenomen, laten cijfers van het CBS zien. De daling van het vacaturepercentage gaat gepaard met een toenemende werkloosheid. En dat is slecht nieuws, want er zijn meer mensen voor minder vacatures.

In onderstaande grafiek is de JVR te zien in de verschillende kwartalen vanaf 2010, per EU-land en voor de EU als geheel.

Het is overigens opmerkelijk dat er vrijwel geen verschil lijkt te zijn tussen de percentages voor de EU als geheel en de eurolanden, terwijl er een trend leek te zijn dat het verhoudingsgewijs in de eurolanden slechter gaat met de werkloosheid.

NB: Voor sommige landen zijn geen gegevens beschikbaar. De cijfers voor Q2 2013 zijn voorlopig.
Met medewerking van Paul Teule, Steeph en Jeroen Laemers.

  1. 1

    Ten eerste: Het punt dat je maakt is gemakkelijk gemaakt.

    De JVR is een indicator voor de potentiële mismatch tussen de vaardigheden van werkzoekenden en de vaardigheden die werkgevers vragen

    Als je anderzijds kijkt naar wat de formule als input heeft (en dus eigenlijk meet), dan is het duidelijk dat de formule helemaal geen match meet tussen werkzoekenden en werkgevenden, laat staan op basis van vaardigheden. Op zijn hoogst zou gelden dat dit een handige indicator is in een steady-state economie, waarin geen (periodieke) veranderingen gebeuren. Zo’n economie bestaat echter niet. En dan nog zijn ‘vaardigheden’ allereerst geen duidelijk omschreven begrip, noch wordt uit zo’n formule duidelijk hoe (en of) dat invloed heeft op de invulling van banen.

    Ten tweede: Er is iets wat mij als bèta-persoon aan het hart gaat. Waar het gebruik van slechte spelling en/of grammatica een indicatie kan zijn voor geen of weinig begrip van de materie, zo geldt dat ook voor formules en rekenregels*. Het ‘verhaspelen’ van een formule getuigt, naar mijn mening, van weinig respect voor het middel (de formule) en het doel (tot resultaten komen om die aan een publiek te tonen). Het is slordig

    Zo moet het dan ook niet (1/7+1)*100 = 12,5% zijn, maar (1/(7+1))*100% = 12,5% zijn. Dat die ‘100’ zelfs een keertje mist, is jammer, maar dat kan gebeuren.

    *Immers, als je genoeg opleiding hebt genoten om ‘verstand van de zaak te hebben’, zou je ook genoeg opleiding moeten hebben gehad om de taal, waarin je beweringen doet, goed te beheersen. Dat de aanname in deze niet klopt en er een aantal impliciete aannames zijn, hoeft mij niet verteld te worden.

  2. 2

    @1 Zelfs in een steady state zegt het door @0 gedefinieerde getal niets. Stel dat er geen (langdurige) werklozen zijn en dat werknemers af en toe van baan wisselen. Ze zoeken gedurende 1 maand werk en houden vervolgens de baan 99 maanden. Dan is 1% van de banen altijd onbezet. De door @0 gedefinieerde JVR is 1%.

    Beschouw nu hetzelfde land met evenveel banen, vacatures en 100000000000000000000000000000000000000000 langdurig werkzoekenden / werklozen. De JVR blijft identiek. Toch is deze situatie extreem anders.

    Verder is een lage JVR volgens genoemde definitie wat mij betreft zeer pathologisch. Het betekent namelijk dat de economische en sociale mobiliteit van mensen laag is. Er is weinig carriereperspectief. Een werknemer die opwaarts solliciteert en wordt aangenomen is gedurende 0 tijd werkloos, hij laat echter een gat achter dat pas na enige tijd wordt opgevuld, een vacature die een bepaalde tijd bestaat dus.

  3. 3

    Interessant dit. Dus bij DNB denken dat de werkloosheid structureel terwijl het gaat om een crisis die wordt veroorzaakt door vraag uitval. Het is tekenend voor het miskleunen van Nederlandse en Europese instituten als het gaat om economie.
    Ondertussen kloppen ze zich zelf op de borst dat ze het goed doen zoals Wolfgang Schäuble onlangs.

    Opvallend ook het verschil tussen euro en niet euro landen.

  4. 4

    @2 Er valt natuurlijk (ook) wat af te dingen op jouw voorbeeld: aangezien JVR een momentopname is, kan je met de formule een getal tussen 0 en 100% krijgen, afhankelijk van wanneer je meet en wanneer er van baan gewisseld wordt. Als iedereen besluit op hetzelfde moment naar de baan van hun linkerbuurman te gaan, en je meet dan, dan is de JVR 100%, doe je het 2 maand later, dan is het 0%. Jouw voorbeeld klopt in die zin dan wel dat de het aantal vacatures en banen niks zegt over het aantal (langdurig) werklozen of werkzoekenden.

    In dat licht is je verdere conclusie ook raar: de JVR zegt alleen iets over banen en vacatures, niets over mensen, werklozen, werkzoekenden en ook niet over sociale mobiliteit. Hoewel je je stelling onderbouwd hebt, zijn er aannames die je doet, die niet altijd opgaan (als je nu solliciteert hoef je echt ook niet pas nu te beginnen met je nieuwe baan, noch nu stoppen met je oude). Dan nog staat die vacature (van je oude baan) open, maar wie zegt dat je ook niet solliciteerde op een vacature die eveneens zo open stond? Ook nu zegt JVR niet zoveel, niet met betrekking tot sociale mobiliteit, noch met betrekking tot werkgelegenheid.

    De redenen dat iets zoals de JVR bestaat is de wet van de grote aantallen, en de behoefte om uit die grote aantallen snel zinnige informatie te halen, waarop toekomstig beleid gemaakt kan worden. Zonder dat zou niemand bedenken om op basis van een momentopname die alleen (tussen)uitkomsten laat zien van een proces, waarvan niet altijd heel goed duidelijk is hoe het werkt, informatie te halen om dat proces te manipuleren.

    P.S. #0 Ik zie dat de opmerkingen in #1 ter harte zijn genomen, waarvoor dank.

  5. 5

    @1:

    Als je anderzijds kijkt naar wat de formule als input heeft (en dus eigenlijk meet), dan is het duidelijk dat de formule helemaal geen match meet tussen werkzoekenden en werkgevenden, laat staan op basis van vaardigheden

    Inderdaad, frictiewerkloosheid is moeilijk te onderscheiden van structurele werkloosheid. Dat kan dus een hoog (of laag) percentage vacatures verklaren. Maar de vraag is natuurlijk of dat nu ook het geval is. Dat hoeft dus niet.

    Het is belangrijk om dit te weten, want hiervan hangt veel af van de maatregelen die we moeten nemen. Stimulering van de economie heeft geen zin als het gaat om structurele werkloosheid, dan moet je gaan omscholen. En omgekeerd: als vraaguitval het probleem is – en dat is bij deze crisis zo – dan heeft omscholen geen zin.

    En dan nog zijn ‘vaardigheden’ allereerst geen duidelijk omschreven begrip, noch wordt uit zo’n formule duidelijk hoe (en of) dat invloed heeft op de invulling van banen

    Waarom moete vaardigheden duidelijk omschreven worden? Iemand heeft voldoende vaardigheden voor een baan als hij een vacaturen kan vervullen. Per baan zullen die vaardigheden verschillen, dus ik begrijp je probleem helemaal niet.

    het gebruik van slechte spelling en/of grammatica [kan] een indicatie […] zijn voor geen of weinig begrip van de materie

    Het is precies omgekeerd. Als iemand die zelf schrijft weet ik dat het maken van spelfouten zomaar kan gebeuren. Je bent verdiept in de materie en glipt het tussen door. En als ik een ding zeker weet dan is het wel dat het niets, maar dan ook helemaal niets te maken heeft met gebrek aan taalvaardigheid.

    Mijn ervaring is dat het dat het vooral mensen zijn die inhoudelijk weinig bijdragen die vaak het meeste te zeggen hebben over de spelling van een stuk.

  6. 6

    @4 Je ziet door de bomen het bos niet. Dat iedereen op hetzelfde moment van baan verandert is een absurde aanname. Wat ik zeg is _statistisch_ waar. Het doorschuiven van banen genereert dus de belangrijkste component van het hierboven gedefinieerde JVR (rate is overigens geen optimale keuze voor de naam van de term). Daarom kun je fluctuaties niet zo maar toeschrijven aan andere effecten. Daarmee is het getalletje meteen ook waardeloos voor het bepalen van beleid. Je spreekt nu overigens je eigen reactie #1 tegen.

    Overigens deel ik de analyse niet dat vraaguitval de oorzaak van deze crisis is. Het probleem is kapitaaltekort en kapitaal dat vernietigd is door verkeerd beleid en inversteringen in verkeerde middelen. Dat is een veel dieper liggend probleem dan eenoudigweg vraaguitval.

  7. 7

    @5 De JVR wordt -kennelijk- gebruikt voor het meten van de potentiële mismatch tussen vaardigheden van de werkgever en idem van de werkzoekende. Als je die vaardigheden beter op elkaar aan zou willen laten sluiten, moet je weten wat die vaardigheden zijn, wil je ze beter op elkaar laten aansluiten. Ik neem aan dat het hier -bijvoorbeeld- om scholing gaat. Wat jij zegt is: iemand heeft genoeg vaardigheden als die een vacature vervult (aangenomen wordt), maar een mismatch kan voorkomen als iemand toch niet de vaardigheden blijkt te hebben als die eenmaal aangenomen is. Zo kan de vooropleiding, waarvan verwacht mag worden dat die vakkennis biedt die aansluit op een beroep of vakgebied, toch niet die vakkennis bieden. Voor mij zou het interessant zijn om te weten hoe een potentiële mismatch tussen werkgever en werkzoekende als functie van vaardigheden te schrijven is. Dat de JVR dat niet doet, heb ik betoogd, en dat is overduidelijk.

    Over spelling en grammatica: ik dank je voor je toevoeging, maar ik neem ook aan dat je de rest onder de asterisk hebt gelezen: “Dat de aanname in deze niet klopt en er een aantal impliciete aannames zijn, hoeft mij niet verteld te worden.” Verder kan ik er ook nog de volgende impliciete aannames aan toevoegen. Een zin (als reactie op zo’n artikel, of als zelfstandig stuk, maar zelden in spreektaal) zou een uitgekristalliseerde gedachte moeten zijn. Als je -als lezer- een fout in de zin ziet, dan zou dat impliceren dat de gedachte ook niet helemaal uitgekristalliseerd is. En als je als schrijver een eenduidige lijn in je verhaal zou willen maken, dan is de aanname dat je dat onder andere zou doen door je verhaal te herlezen. En dan zouden er naast inhoudelijke fouten, ook ‘vormfouten’ (spelling en grammatica) naar voren moeten komen. Nogmaals, ik leg alleen de structuur bloot waarop zulk soort oordelen plaatsvinden, maar ik onderken dat kwaliteit van ‘vorm’ en kwaliteit van ‘inhoud’ ook vaak genoeg niet overeenkomen.

    @6 Wat ik zeg kan statistisch ook waar zijn, maar inderdaad in extremo absurd. Als je statistische onderbouwingen hebt voor je theorie dat het doorschuiven van banen de grootste component is: laat maar zien, al zou dat mijns inziens wel betekenen dat je eerder stelling wat betreft sociale en economische mobiliteit onwaar zou zijn. Ik heb gezegd dat een van de belangrijkste redenen waarom de JVR kan werken de wet van de grote aantallen is. Daardoor zal voor jouw voorbeeld inderdaad op elk gegeven moment circa 1% van de vacatures onvervuld zijn in Nederland, maar bijvoorbeeld niet in Driehuizen.

    Wat jij zegt over het doorschuiven van banen is voor mij oncontroleerbaar en niet van toepassing. Dat is namelijk het probleem van de JVR, die meet namelijk op een moment, maar niet de stromen. Een praktisch voorbeeld: op een gegeven moment is 50 gram ATP aanwezig in het menselijk lichaam en gemiddeld (?onzeker) 5 gram ureum. Over een gehele dag wordt er echter ca. 70 kilogram aan ATP gemaakt, maar slechts 30 gram ureum. Met de gegevens van een moment, kun je niks zeggen over de stroomgroottes. Jouw conclusie die daaruit volgt, namelijk dat JVR in zijn geheel waardeloos is vanwege het onvermogen om fluctuaties toe te schrijven aan andere effecten, omdat de grootste component het doorschuiven van banen zou zijn, staat daarmee ook op losse schroeven (ik kan je daarin vertrouwen, maar ik kan het niet controleren).

    Ik heb verteld waarom de JVR gebruikt kan worden maar ook waarom het niet handig is. Daarmee spreek ik mijzelf niet zozeer tegen, het zijn de afwegingen die ik maak. Dat ik dat over 2 reacties doe, is inderdaad niet handig. Dit is het probleem van een indicator: met behulp van een aantal aannames heb je een indicator. Het zegt echter niks over hoe goed en nauwkeurig die indicator dan eigenlijk is over wat die moet indiceren. En dan nog moeten de aannames kloppen, wat ook vaak genoeg niet gebeurt. Ik kan niet goed zeggen wat de achterliggende aannames zijn voor het gebruik van de JVR, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen, dat heb ik als pro genoemd. Ik kan me iets beter voorstellen wat de fouten bij de JVR zijn, dat zijn mijn bezwaren bij het gebruik van een indicator als de JVR.

    Een voorbeeld van een snelle, betrouwbare en nauwkeurige indicator die echter geen rekening kan houden met een verandering in de aannames: Vroeger bleek het aantal ramen een goede indicator van de grootte van een huis. Die indicator werd gebruikt voor beleid: het heffen van belasting op basis van de grootte van het huis (lees: het aantal ramen). Er veranderden wat dingen en toen bleek het aantal ramen plots geen goede indicator te zijn.

  8. 8

    @7:

    Voor mij zou het interessant zijn om te weten hoe een potentiële mismatch tussen werkgever en werkzoekende als functie van vaardigheden te schrijven is. Dat de JVR dat niet doet, heb ik betoogd, en dat is overduidelijk.

    Ik denk dat de denken nog niet helemaal uitgekristalliseerd was toen je dit schreef. Waar het om gaat bij structurele werkloosheid is niet dat mensen onvoldoende vaardigheden hebben maar dat er een vaardigheden en vacatures niet op elkaar aansluiten. Even versimpeld: er zijn veel bakkers opgeleid, maar het gaat slecht in de bakkerij branche, terwijl er een schreeuwend tekort is aan slagers. Die jonge werkloze bakkers kunnen hele goede bakkers zijn, maar zijn helaas toch werkloos. Tegelijkertijd zie je dat er veel vacatures zijn voor slagers. Als er veel van dit soort mismatches zijn in andere sectoren dan zijn is het percentage onvervulde vacatures hoog.

    Ik kan me voorstellen dat als veel mensen vaak van baan verwisselen het aantal vacatures ook groter zal worden, gewoon om dat het tijd en geld kost vacatures te vervullen (even aangenomen dat er nu wel een goede match is tussen aanbod en vraag). Maar dat dat nu het geval is – in een recessie – is onwaarschijnlijk. Daarom denk ik dat Eva wel een goed punt heeft en dat de DNB er naast zit.

    @6 zit er dan ook helemaal naast. Er is voldoende kapitaal: kijk maar naar de rente op staatsobligaties. Als je rente ziet als “de prijs voor geld” dan is die prijs laag, en ik kan je verzekeren dat dat niet komt omdat er geen vraag naar geld is. Dit is basale middelbare school economie.

  9. 10

    @8 Nee hoor, de[sic] denken was helemaal niet nog niet uitgekristalliseerd. Jij hebt namelijk precies een (enorm versimpeld) voorbeeld gegeven hoe je een potentiële mismatch definieert als functie van vaardigheden. Punt blijft: de bakkers hebben niet genoeg (want niet de goede) vaardigheden om de vacatures (slagers) te vervullen. Dat jij mij laat zeggen dat ik alle vaardigheden op een hoopje gooit en zeg: die bakkers hebben 20 vaardigheden, en voor de vacature ‘slager’ hebben we er maar 19 nodig, dus die bakkers hebben genoeg vaardigheden, is jouw fout. Je hebt nu in twee gevallen voorbeelden gegeven die mij tegen zouden moeten spreken, maar in plaats daarvan niks afdoen aan mijn verhaal. Waar gaat het mis in de communicatie?

  10. 11

    @10: Zeker, het is een vereenvoudigd voorbeeld, maar de essentie waar het om gaat wordt goed weergegeven want het laat zien waar het om gaat. Of het nu om twee beroepen of meer gaat: het aantal maakt niets uit. Er is bovendien geen enkele noodzaak om iets te zeggen de vaardigheden waar het om gaat. De werkgever maakt zelf wel uit of hij een geschikte kandidaat vindt of niet.
    Mijn voorbeeld laat precies wat ik bedoel met structurele wekloosheid.