Mei 1985: de vergeten redding van de aarde

Sommigen denken dat milieumensen om de paar jaar iets verzinnen dat goede kans maakt een mediahype te worden. De kongsi van wetenschappers, boeroepers en alles van de Huffington Post tot Hilversum bestaat enkel om miljaren aan reclame-inkomsten, subsidies en onderzoeksgelden veilig te stellen – door steeds een nieuwe doodsramp aan te kondigen.

Zo ook dat gat in de ozonlaag. Nooit meer iets van gehoord. Dus die CFK-ban was volkomen onzin, net als die broeikasbullshit van nu.

Ironisch dus, dat wereldhelden Joe Farman, Brian Gardiner en Jonathan Shanklin samen met al het andere oppervlakteleven op aarde, ook de zodenkende lui het leven redden toen ze 25 jaar geleden met hun publicatie in Nature de noodklok luidden. Weinigen beseffen hoe klein het oog van de naald was. De wetenschappers ontdekten bij toeval een ozonanomalie, met een verouderd apparaat, dat ze omwille van ononderbroken wetenschappelijke meetreeksen maar trouw aan de praat hielden.

De Nederlander Paul Crutzen won er in 1995 de Nobelprijs voor de Chemie mee, maar onze collectieve redding danken we aan de drie eenzame meetklerken-met-baard, die er voor kozen hun vruchtbare jaren door te brengen in een scheepscontainer op Antarctica, tussen jaren ’80 Playboys en op een dieet van doperwten en marsen.

Want zonder de trouwe atmosfeermetingen van de vergeten basis van de British Antarctic Survey is het reëel dat we het gat in de ozonlaag pas zouden hebben ontdekt als het te laat was om de bron nog te bestrijden. Door een katalytische reactie had de volledige ozonlaag kunnen verdwijnen, voor vele decennia. Niet alleen wij zouden huidkanker krijgen, ook de birds and the bees – en de planten op onze akkers. We stierven uiteindelijk dus niet, maar het is een schande dat zo weinigen dit verhaal weten te reproduceren – en de les trekken die het ons leert, over adequaat handelen bij een abstracte dreiging.

Tot de dag van vandaag is het Montreal-protocol het meest succesvolle milieuverdrag ooit. Dat wil zeggen, de emissiereducties uit dat verdrag, afgesproken in 1987, stelden weinig voor. Maar het raamwerk leidde in opeenvolgende ozontoppen tot een vrijwel wereldwijd nageleefde ban op de productie van de schadelijke drijfgassen.

Het was simpel. Voor de CFK’s bestonden alternatieven. Vervang de chloor in het molecuul door broom en er is niets aan het handje. En in plaats van de volledige wereldeconomie, hoefden we praktisch maar één industriële sector aan te pakken: de koelkastenbranche.

Toch zien optimisten in het Montreal-protocol het bewijs dat VN-milieuverdragen kunnen werken – en dat langs deze route ook het CO2-probleem ooit zal worden opgelost. Dan zal met terugwerkende kracht de ondertekening van het Kyoto-protocol als het doorslaggevende succes gevierd worden, voor wie althans enig historisch besef koestert. Dat zijn er weinigen, blijkt uit de geringe aandacht voor het huidige groene jubileum.

voorspelling herstel ozonlaagVolgens het IPCC en de WMO heeft de stratosferische ozonconcentratie begin deze eeuw z’n minimum bereikt. De meeste wetenschappers verwachten een volledig herstel rond het jaar 2050. Een echt succesverhaal dus.

Er bestaat echter nog één ozonaddertje. Terwijl de concentratie CFK’s nog ruim een halve eeuw nodig heeft om ongevaarlijk te worden, blijft de concentratie broeikasgassen onverminderd stijgen. Hierdoor warmt de troposfeer van de aarde gestaag op. Maar de stratosfeer, mét daarin de ozonlaag, ligt aan de verkeerde kant van de isolerende deken. De toename van methaan, CO2 en lachgas, zorgt voor een afkoeling van de stratosfeer. Op het aardoppervlak krijgen alleen de meest fanatieke amateurmeteorologen iets mee van het effect: een toename van polaire stratosfeerwolken.

Wanneer de temperatuur in de ozonlaag daalt tot onder de kritische grens van -90 graden Celsius, ontstaan ijskristallen die de kettingreactie tussen CFK’s en ozon in gang zetten. Onder ‘ideale omstandigheden’ brandt de zon vervolgens in enkele uren een gat in onze UV-beschermlaag. Normaal gesproken gaan dergelijk koude temperaturen, die horen bij de permanent nachtelijke poolwinters, echter niet samen met zon. Behalve in de poollente, als de ‘global cooling’ van de stratosfeer nog iets doorzet. Meer polaire stratosfeerwolken kan een geleidelijke afname van de CFK-concentratie alsnog teniet doen. De kritische temperatuur is in recente jaren al een aantal keren gemeten, onder andere boven Spitsbergen.

Ons ozonprobleem is nog niet voorbij zolang de CFK’s in onze atmosfeer rondzweven. De halfwaardetijd van de chloorfluorgassen is echter kenmerkend lang. Nog een bittere analogie met het CO2-probleem.

  1. 2

    Maar de problemen zijn toch ook niet geheel vergelijkbaar verder. Je kan toch niet stellen omdat het gat in de ozon-laag zo erg was en dat effectief is aangepakt, dat hetzelfde geldt voor het broeikaseffect.
    En bovendien wordt er verder volgens mij niet door de natuur zelf veel chloor de lucht ingestoten en weer opgenomen terwijl dat wel het geval is bij CO2.

  2. 6

    @3 ‘k Weet nie. Sinds het flagrante klimaatbedrog begin ik wel steeds kritischer naar andere vaststaande milieu ‘waarheden’ te kijken.

  3. 7

    Als dit flagrant bedrog is, wat is de inval van Irak dan, of de RK smut wedstrijd, of haute finance … vragen … veel counterfactuals [x] … * wees altijd kritisch maar nooit paranoïde *

  4. 8

    Ach misschien was het beter geweest als het gat gewoon was gebleven. Meer bewustwording en evolutie hadden de mensheid vast wel gered en dan hadden we nu niet als gevolg van het technologisch bedrog van de redding met de gebakken peren en het ongeloof over die CO2 gezeten. Soms is het beter om lekker te laten rotten. Ik haal ook nooit medicijnen, gewoon om zelf beter te worden. Wordt ik sterker van. Al die pseudogenezingen. Hadden we ook nog zure regen. En wat nu? Hebben we minder smeer? Plastic stranden en draaikolken van plastic in de oceaan. We gaan down the drain. Met of zonder zuur. Met of zonder ozon. Met of zonder…. whatever. Gelul. Vullus zijn wij en tot vullus zullen wij wederkeren. Niets tegen in te brengen.

    Zonder gekheid: de titel ist zum kotzen.