Europa radicaliseert niet – of toch wel?

Uit het verleden weten we dat een economische crisis de opkomst van extreem rechtse, antidemocratische partijen kan stimuleren. Heeft de huidige crisis rond de euro extremisten ook sterker gemaakt? Dan O’Brien schrijft in de Irish Times dat daar nog geen aanwijzingen voor zijn. Europa radicaliseert volgens hem niet. Hij verwijst naar de verkiezingsresultaten in een aantal Europese landen en concludeert dat de meerderheid van de kiezers toch naar het midden neigt, ondanks enkele uitschieters. Frankrijk kiest niet massaal voor Le Pen. In Spanje en Portugal waar de crisis meer dan elders wordt gevoeld krijgen extremisten weinig voet aan de grond.  Dat is des te opmerkelijker omdat deze landen nog geen veertig jaar geleden door fascisten werden bestuurd. In Griekenland, dat eenzelfde traditie heeft, is de Gouden Dageraad opvallend gegroeid, maar niet doorgebroken. In Italië is het alleen de protestpartij van Beppe Grillo die het de centrumpartijen last maakt. Finland, dat bepaald niet het meest heeft te lijden van de crisis,  is  de enige uitzondering die O’Brien noemt. Daar hebben de middenpartijen sterk geleden onder de opkomst van de Ware Finnen. We zouden er Nederland aan toe kunnen voegen, waar de Ware Nederlanders, anders dan hun Finse broeders, de afgelopen twee jaar zelfs regeringsmacht hebben gekregen, ook al was dat via de omweg van de gedoogconstructie.

Ook autoritaire tendensen in Oost-Europa (Hongarije!) mogen we niet negeren. Maar O’Brien eindigt toch met een uit democratisch oogpunt optimistische conclusie:   de kiezers verwerpen zittende regeringen, niet de democratie of de waarden ervan.

Als dat zo is hebben de centrumpartijen echter wel een probleem: zij zitten namelijk meestal in de regering. Erger nog: zonder middenpartijen is er in de meeste landen geen enkele regering te vormen. De groei van de flanken, zoals we die in Nederland zien, zou wel eens een meer algemeen model kunnen worden als zittende regeringen het democratische geloof van de kiezers blijven tarten door zich niets van burgers aan te trekken.

Intussen maken veel mensen zich toch wel zorgen over de grote aanhang van xenofobe, isolationistische en intolerante tendensen, niet alleen in de anti-immigratie partijen, maar meer en meer ook bij hun directe concurrenten. De Britse denktank Demos concludeerde vorig jaar dat extreem rechts in heel Europa stijgt. Het gaat dan vooral om jonge mannen die op internet actief zijn en zich extreem nationalistisch, anti-EU en anti-islam tonen.

Partijvorming is echter een ander verhaal. Tot nu toe kennen we in Europa slechts een versnipperd geheel van rechtse nationalistische tot fascistische partijen en partijtjes die doorgaans niet verder kijken dan één land of één regio.  Pogingen tot samenwerking hebben tot nu toe nog niet veel opgeleverd. Maar de subsidieverordening van de EU voor Europese partijen heeft een aantal extreem rechtse groeperingen wel aanleiding gegeven om de koppen bij elkaar te steken.

In februari ontstond ophef in het Europese Parlement over de toekenning van subsidie aan een alliantie van rechtse partijen, de European Alliance of National Movements (EANM). Deze verzameling van 13 rechtse partijen is in 2009 opgericht onder de naam “Alliance of European Nationalist Movements“. De fascistische British National Party en het Hongaarse Jobbik zijn er lid van en aanvankelijk ook het Franse Front National (FN). Marine Le Pen van FN koos eind 2011 voor de European Alliance for Freedom (EAF), waar het Vlaams Belang en de Britse eurosceptici van UKIP bij zitten. Op de lijst van aan Europese partijen toegekende subsidies is de EANM dit jaar goed voor 289.266 euro en de EAF voor 360.455 euro.

Deze Europese partijvorming op de rechterflank zit de andere partijen behoorlijk dwars. Vanuit het Europarlement, dat de fondsen voor de stimulering van Europese partijvorming sinds 2003 van harte heeft gesteund, wordt aangedrongen op aanscherping van de regels. Toelating van partijen die in strijd handelen met Europese waarden zou verhinderd moeten worden. Maar een Britse conservatief merkte terecht op dat zittende partijen niet zouden mogen oordelen over concurrerende nieuwkomers. En zeker niet met dergelijke vage criteria. Ondanks aandrang van de voorzitters van een aantal reeds langer erkende en gesubsidieerde partijen wil de Commissie bij herziening van de regels geen expliciet verbod opnemen van xenofobe of racistische partijen, zo bleek na overleg eerder deze maand.

De kans dat er na 2014 ook een extreem-rechts blok zit in het Europarlement is zeker aanwezig. Tot nu toe hebben de verschillende extreem-rechtse parlementariërs daar nog geen erkend samenwerkingsverband kunnen vormen zodat hun invloed ook beperkt is. Slagen ze er wel in een blok te vormen, dan gaat het Europese politieke landschap er straks anders uitzien en mogen coalities met meer gematigde rechtse partijen niet worden uitgesloten.

Het is vooral aan de centrumpartijen om het niet zover te laten komen.

 

 

 

 

 

  1. 1

    Als de democratie er een zoodje van (heeft) (ge-)maakt komt de roep om een sterke man.
    Niets bijzonders.
    Het EU zoodje neemt alleen maar toe, het ergste is er nog lang niet.

    Zelfs na het bezoek van VS Secretary of Finance Geithner aan Draghi, ECB topman, als ik het goed heb ex Goldman Sucks, is Draghi niet zonder meer bereid Spanje en Griekenland te redden.
    Draghi’s engels is van het niveau Pim Fortuyn, maar misschien heeft hij bij Goldman Sucks toch rekenen geleerd.

  2. 2

    Het is maar de vraag of de nationalisten een blok kúnnen vormen. Ik herinner me nog dat zo’n samenwerkingsverband eerder uit elkaar viel, toen de Italiaanse nationalisten in hun land te hard in begonnen te hakken op Balkan-immigranten, waarop de Roemeense en Bulgaarse nationalisten de samenwerking opbliezen.

    En dan heb ik het nog niet over de Oost-Europeanen onderling, waar bijvoorbeeld Hongaarse nationalisten makkelijk letterlijk slaags kunnen raken met die van Slowakije en Roemenië in verband met hun irredentistische plannen.

  3. 4

    Als iets de EU illusie duidelijk maakte dan was dat Schengen.
    Mw Le Pen, van ‘Fransen eerst’, in een land heel dicht bij, kreeg in de eerste ronde iets van 19% van de stemmen, Sarko en Hollande beiden iets van 26%.
    Het Franse kiesssyteem leidde er toe dat Le Pen in het parlement maar twee van de rond 600 zetels kreeg, bij evenredige vertegenwoordiging was dat iets van honderd geweest.
    We hoeven niet naar O Europa voor dit soort dingen, wat ook het succes van de PVV aantoont.