Duopolie | In de stemming

COLUMN - Vandaag zijn de gemeenteraadsverkiezingen en als de opkomst aan de verwachtingen voldoet, brengt iets minder dan de helft van Nederland zijn stem uit. Diverse fractievoorzitters noemen deze opkomst laag, en volgens Alexander Pechtold is een opkomst onder de vijftig procent echt een probleem.

Economisch gezien lijkt dit de omgekeerde wereld: met een economische bril op moet je enige moeite doen om te verklaren waarom de opkomstpercentages niet nog veel lager liggen. Dit omdat de kans dat je de uitslag beïnvloedt nihil is. Een stem verandert de verkiezingsuitslag alleen wanneer de uitslag op één stem beslist wordt. Zelfs wanneer de uitslag op twee stemmen hangt, of drie, of honderd, had je net zo goed thuis kunnen blijven.

En uitslagen worden vrijwel nooit beslist op één stem: Wikipedia geeft hier een lijstje van spannende verkiezingen en telt over de hele geschiedenis twintig keer een verkiezing die met nul stemmen of één stem verschil werd gewonnen (interessant genoeg voornamelijk in Canada). In Nederland is een voorbeeld bekend waarbij de ChristenUnie in Meppel in 2010 een gemeenteraadszetel verloor op één stem, en de restzetel via loting naar de PvdA ging. En in dat geval zou je de verkiezing alleen hebben beïnvloed als je ChristenUnie wilde stemmen, maar in plaats daarvan thuis bleef.

Zo bezien, is die verwachte vijftig procent opkomst dus best hoog. Het is bovendien de vraag waarom deze opkomst zo hoog is. Een mogelijke verklaring is dat stemmen een vorm van altruïsme is. De kans dat je de uitkomst beïnvloedt, is misschien laag, maar de verkiezingsuitkomst kan wel invloed hebben op een grote groep: Als je bijvoorbeeld begaan bent met het lot van zwakke groepen, kun je doneren aan de voedselbank, maar je kunt ook stemmen op een sociale partij. De mogelijk grote consequenties van je stem compenseren dan de lage kans dat je stem uitmaakt.

Een andere verklaring is dat er een sociale norm aan stemmen is verbonden. Een mooie illustratie hiervan is een veldexperiment in Michigan in 2006. Onderzoekers stuurden potentiële stemmers brieven om het stemgedrag te beïnvloeden. Sommige brieven bevatten alleen een oproep om te stemmen, maar in andere brieven hadden de onderzoekers ook informatie opgenomen over het stemgedrag van de buren: welke buren stemden in vorige verkiezingen, en welke niet. Degenen die de brieven kregen met het stemgedrag van de buren, bleken vaker te gaan stemmen, wat suggereert dat stemgedrag deels door sociale druk wordt verklaard. Recent onderzoek laat zien dat dat mensen vooral stemmen omdat anderen er naar zullen vragen.

Die sociale druk plaatst een limiet op het vergroten van de opkomst door middel van technologie. Weliswaar geven mensen in enquêtes aan dat ze eerder zouden gaan stemmen als ze dat via hun smartphone zouden kunnen doen, maar deze enquêtes corrigeren niet voor mogelijke gedragseffecten. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de opkomst in Zwitserland ongeveer gelijk bleef na de introductie van stemmen via de post en zelfs afnam in gebieden met veel kleine gemeenschappen. Stemmen via de post maakt stemmen makkelijker, maar verlaagt tegelijkertijd de sociale druk om te gaan stemmen. Het is immers gemakkelijker geworden om te zeggen dat je hebt gestemd terwijl je dit niet hebt gedaan. De extra opkomst door stemmen via de smartphone zal deels afhankelijk zijn van het effect op sociale interactie.

Redenen genoeg dus om te stemmen. Tegen je economisch onderlegde vrienden kun je altijd nog zeggen dat je moest van je vrouw.

  1. 2

    Zo moeilijk is dat wel.
    Ik vind niet stemmen een zwaktebod en ik geef erg weinig om sociale druk en wat anderen mij zullen vragen over stemmen. (n=1)
    Maar heb wel het zelfde probleem als jij. ;)

  2. 3

    Stemmen is een beetje zoals AOW-premie betalen. Er zou weinig aan jouw AOW veranderen als je zelf geen premie zou betalen, sterker nog, wat je nu betaalt gaat niet eens naar een spaarpotje waar jij ooit uit mag graaien, maar het hele systeem zou wel instorten als meer mensen geen premie zouden betalen.

    Door te stemmen hou je het systeem overeind en uiteindelijk en gemiddeld krijg je ongeveer terug wat je erin stopt, zolang iedereen meedoet. De meeste mensen hebben het nooit bewust zo bekeken, maar gelukkig hebben we instincten die ons aanzetten tot zulk gedrag.

  3. 4

    Zelf heb ik, heel conservatief, een soort opvatting dat stemmen een bepaald soort plicht is. Zie ook bijvoorbeeld wat er op je stempas staat in de de zin van ‘oproep’ aan de burger, ik. Voor mij is het toch een soort plechtigheid, hoe lullig ook. Weet niet goed waar op te stemmen, maar je kunt tenminste een soort tegenstem geven (nee, niet PVV). Het is een vreselijk circus die verkiezingen, ja.

  4. 5

    Bij de gemeenten waar in november al is gestemd voor een nieuwe gemeenteraad zijn honderden klachten binnen gekomen dat er geen stembiljet is ontvangen. Hoe kan dat nou?

  5. 6

    Economisch gezien lijkt dit de omgekeerde wereld: met een economische bril op moet je enige moeite doen om te verklaren waarom de opkomstpercentages niet nog veel lager liggen.

    Wat een vreemde redenering! Waarom zou je stemmen economisch moeten bekijken? Niet alles is economie. En met economisch denken los je ook niet alles op. Integendeel, zou ik zeggen.

  6. 7

    @3: Op zich ben ik het wel met je eens dat zowel bij stemmen als AOW het beter werkt als er zoveel mogelijk mensen meedoen. Verschil is wel dat bijdragen aan de AOW verplicht is, en stemmen niet. Ik weet eerlijk gezegd niet of het een goed idee zou zijn om stemmen verplicht te maken (of de AOW vrijwillig).

  7. 9

    @7:

    Stemmen is niet verplicht en hoeft het ook niet te worden wat mij betreft, het kost zo weinig moeite per tijdseenheid dat je het niet hoeft te verplichten om de meerderheid van de mensen het toch te laten doen. In dit geval weegt egoistisch economisch gewin (de 5 minuten vrije tijd per twee jaar die je wint door niet te gaan stemmen) niet op tegen de sterke instincten die ons bewegen deel te nemen aan gemeenschappelijke werken en systemen waar we alleen indirect profijt van hebben en alleen als veel mensen meedoen, de instincten die horen bij groepsdieren met complexe sociale structuren.

  8. 10

    Toch nog even reageren: wat je hier schrijft is voornamelijk op dat ‘blog van Colin’ gebaseerd. Al met al denk ik dat dat stuk (maar dus ook jouw stuk) is gebaseerd op het ‘Amerikaanse’ of 2-partijensysteem. De argumenten die je gebruikt om niet te stemmen in een 2-partijensysteem, zijn juist de argumenten om (strategisch) te stemmen in een meerpartijenstelsel. Dat valt onder meer op te maken uit de (hinderlijk) hoeveelheid tijd en energie die je erin moet steken om te stemmen: #9 heeft het over 5 minuten per 2 jaar, wat het eigenlijke stemmen is. Maar zelfs als je de ‘oriëntatietijd’ meerekent, zou ik in NL nooit uitkomen op de ‘uren die je mist en nu door kunt brengen met je kinderen’.

    En ook dan nog, gaat ‘Colin’s Blog’ ervanuit dat de uitkomst al (statistisch?) vaststaat. Dat is een hele rare aanname, aangezien juist het stemmen zelf die uitkomst bepaalt. Hij geeft wel een verantwoording:

    However, elections are never random since we have opinion polls that seem to come out hourly which add predictability.

    Maar wat meten ze, als ze niet de intentie meten om te stemmen?

    Ook is die Colin nogal vrijpostig met zijn cijfers: bijna nul = nul.

    Daarnaast heb ik ook grote moeite met een (schijnbare) tegenstelling in de redenering: het is rationeel om niet te stemmen, maar het is -kennelijk- irrationeel (en dus expliciet niet irreëel!) om ervan uit te gaan dat andere mensen ook niet stemmen:

    Assuming everybody will abstain is irrational because many people vote.

    Niet alleen heb ik ook verregaande problemen met de causaliteit in dit geval. Maar dit zaagt aan de poten van de economische theorie, of zoals die Colin het stelt:

    Economics hinges on rational behavior, and how rational people should behave in order to maximize their utility.

    Een logische conclusie die hieruit moet volgen is dan: mensen zijn niet rationeel. Dit annihileert ook meteen het praktisch nut van de economische theorie (en de homo economicus). En daarmee ook de impliciete premisse die voorafgaat aan de bewering dat stemmen irrationeel is, namelijk dat al het menselijk gedrag rationeel zou moeten zijn.

    De theoretische werkelijkheid in kiesstelsels is mercantilistisch: er is maar één taart die je (in vaste parten) kunt verdelen. Analoog aan de tragedie van de meent
    , zou ik juist stellen dat elk marginaal (is niet nul) belang mee zou tellen, totdat ‘de weide’, oftewel de kiesopkomst 100% vol is en er niet meer bij kan.

    Beter had je je, zoals ik het zie, op een andere tak van de economie kunnen richten voor deze voorbeschouwing, namelijk de speltheorie.