dossier

Europese verkiezingen 2014

Foto: Rémi Noyon (cc)

Hoe succesvol worden Wilders en zijn vrienden in het Europees Parlement?

ANALYSE - Het is nog allesbehalve zeker of radicaal-rechts erin zal slagen vruchtbaar samen te werken in het Europees Parlement, meent Matthijs Rooduijn.

Radicaal-rechts zit in de lift, aldus veel West-Europese media naar aanleiding van de verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) eergisteren. De aandacht gaat uit naar de winsten van partijen als het Front National (FN) in Frankrijk, de United Kingdom Independence Party (UKIP) in het Verenigd Koninkrijk en de Dansk Folkeparti (DF) in Denemarken. Volgens CNN (en veel andere media) zullen radicaal-rechtse partijen een sterkere positie krijgen in het EP. Maar klopt dat wel? Gaat radicaal-rechts Europa eens goed opschudden, zoals Wilders heeft gepropageerd? Of zal het zo’n vaart niet lopen?

Drie redenen voor een vruchtbare voedingsbodem voor radicaal-rechtse samenwerking

Er is de laatste maanden veel aandacht geweest voor de samenwerking tussen Wilders en zijn vrienden. Het pact dat de PVV sloot met partijen als het FN en Vlaams Belang (VB) was inderdaad opvallend, aangezien Wilders eerder ieder contact met deze partijen angstvallig uit de weg ging. Hij vreesde, tot eind vorig jaar, dat samenwerking met partijen met extremistische wortels negatief voor het beeld van de PVV zou uitpakken. Maar als gevolg van de veranderingen die Marine Le Pen heeft ingezet bij het FN (sterke matiging), en de wens om ook op Europees niveau van zich te laten horen, veranderde Wilders van gedachten. En hoewel dit niet de eerste keer is dat radicaal-rechtse partijen een alliantie smeden, zijn er redenen om aan te nemen dat de samenwerking deze keer vruchtbaarder zal zijn dan in het verleden.

Ten eerste zijn de radicaal-rechtse partijen nu flink minder radicaal. Ze stellen zich pragmatischer op en doen veel meer dan ooit hun best om associaties met extremisme uit de weg te gaan. Le Pen heeft een andere koers ingezet in de hoop het FN tot een salonfähige partij om te smeden. De PVV heeft überhaupt geen extremistisch verleden. Het is te verwachten dat Marine Le Pen en Wilders daarom makkelijker met elkaar door een deur kunnen dan bijvoorbeeld de veel extremistischere Vader Le Pen en Hans Janmaat van de Centrumdemocraten twee decennia geleden.

Europa

OPINIE - Die Europese verkiezingen – het is een zooitje. Iedereen stemt op zijn eigen moment voor zijn eigen politieke partijen in zijn eigen land, om de plaatsen te vullen die voor het desbetreffende land zijn ingeruimd in Brussel. Dientengevolge zijn het steeds verkiezingen met een nationaal in plaats van een Europees smaakje.

Italië

Case in point: Italië. Elke verkiezing hier, en dat zijn er nogal wat, wordt gezien als een peiling van de populariteit van de zittende nationale regering. Het behoeft geen betoog dat dat één van de oorzaken is van de beruchte instabiliteit van Italiaanse kabinetten – een paar procentjes minder en iedereen gaat aan de coalitie hangen in de hoop deze tot zinken te brengen.

En zo kan het gebeuren dat de Movimento 5 Stelle van Beppe Grillo verkiezingsposters (de gele plakkaten op de foto) maakt met daarop: Of wij, of zij. Onze kandidaten: niemand in gerechtelijk onderzoek, niemand met strafblad, geen ‘gerecyclede’ politici, geen beroepspolitici. Dat is geen Europese maar een nationale thematiek. Op hetzelfde billboard rechtsonder PD-posters: Het Zuiden spreekt Europees. Een mooi gevalletje provincialisme op Europees niveau. Het buitenland lonkt, maar het dorpsplein is vertrouwd.

Nederland

Nederland heeft 26 van de 766 zetels in het Europees parlement. Dat is 3,4%, oftewel vertaald in Tweede-Kamerzetels 2,3 zetels. Niveau Partij voor de Dieren dus, of erger nog 50Plus. En dat dan weer verdeeld over allerlei Europese partij-conglomeraten. Is het dan gek dat er geen hond komt opdagen bij de verkiezingen? Het lijkt allemaal nogal zinloos, zeker als je daarbij bedenkt dat het Parlement de macht deelt met de Raad van de Europese Unie – waar u helemaal niet voor kunt stemmen omdat deze bestaat uit vakministers uit elk land. En die worden, zoals u weet, benoemd aan de hand van de uitslag van nationale verkiezingen.

Foto: MPD01605 (cc)

Kwalijke versimpeling

ACHTERGROND - De Europese Unie is best ingewikkeld. Bovendien heeft het Europees Parlement niet of nauwelijks een rol bij de formatie van de Europese Commissie (wat ook weer niet de Europese regering is) en houdt het Parlement zich bijvoorbeeld niet met inkomenspolitiek bezig. Het is dus lastig om kiezers te motiveren om te gaan stemmen. Helaas zagen we de afgelopen weken – afgezien van enkele heldere stukken in dagbladen – vooral veel pogingen om door versimpeling alsnog kiezers te lokken. Maar die versimpeling is misleidend en doet vooral afbreuk aan het democratische proces. Media en Haagse politici gingen daarbij ook erg gemakkelijk mee in het eurokritische ‘frame’ van ‘voor of tegen Brussel’.

De EU is een statenbond van soevereine staten. Op terreinen waarbij dat wenselijk, nuttig en noodzakelijk is, hebben die staten in vrijheid bevoegdheden overgedragen aan ‘Brussel’. Die overdracht kon en kan alleen geschieden met instemming van de nationale regeringen en nationale parlementen. Voor belangrijke beslissingen die in Europees verband worden genomen (zoals over het meerjarig financieel kader en harmonisering van sociale zekerheid), geldt een vetorecht van de lidstaten. Daarnaast hebben door het Verdrag van Lissabon nationale parlementen mogelijkheden gekregen om te pogen initiatieven van de Europese Commissie tegen te houden. Wat het ‘machtige’ Brussel ons oplegt, bepalen we in belangrijke mate zelf. Het zijn de nationale ministers die de beleidslijnen uitzetten. Het eigen nationale parlement kan hen daarvoor ter verantwoording roepen.

De Europese Unie is complex vanwege het zoeken van evenwicht(en); evenwicht tussen wat ‘Brussel’ moet doen en wat de lidstaten zelf kunnen regelen en evenwicht tussen de belangen van de afzonderlijke lidstaten. Het is vooral een knap bedacht stelsel, waarvoor ik nog nooit een beter alternatief heb gehoord.

Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken (cc)

Efficiënte democratie?

ACHTERGROND - Daags voor de verkiezingen was er gedoe in Den Haag: de premier had een VVD-agenda gedropt bij de krant in de provincie. Agenda: sterkere interne markt, minder regels, meer vrijhandel, een energiemarkt, aanpak misstanden arbeidsmarkt. De PvdA van Samsom vond het een schraal verhaal waar de werkgelegenheid aan ontbrak. De oppositie was nog wat feller. Laat in de avond kwam er een nieuwe brief naar de Kamer, waarin Rutte, nu met ook een krul van Timmermans, een toelichting gaf. Veel gedoe om niks, vat ik het commentaar van Halbe Zijlstra samen.

Het proces

Het hoort zo te werken: de regeringsleiders spreken namens hun landen, dus hun inbreng wordt getoetst in discussie met de parlementen. Een factor die een beetje complicerend werkt is de verkiezing van het Europees Parlement: stel dat de verkiezingen in een heel andere richting wijzen, dan het gewogen gemiddelde in de Tweede Kamer? Een zware Europa-vijandige verkiezingsuitslag zou kunnen. Hoe om te gaan met dat mogelijke verschil?

Het antwoord daarop is er niet echt. Het komt meer voor dat representatieve organen verschillend oordelen: kijk naar onze Tweede en Eerste Kamer. Meestal wordt de informateur gevraagd een goede samenwerking te bevorderen met de beide kamers der Staten Generaal. Als dat wordt verzuimd, wordt het lastig. Het zou kunnen dat het nieuwe smaldeel europarlementariërs anders denkt over de Europese toekomst dan hun achterban. Vooralsnog is het theorie, maar het kan.

Foto: Sebastiaan ter Burg (cc)

Gekift en retorische tegenspraak

OPINIE - De traditionele politiek kan zijn machteloosheid moeilijk nog beter demonstreren dan deze week gebeurde. Een topper was het debat Buma en Pechtold en vandaag kwam daar het relletje over de agenda van Rutte voor Europa bij.

Pechtold en Buma maakten deze week gezellig ruzie bij Nieuwsuur, spraken de helft van de tijd allebei tegelijk en meenden dat hun gekift het aanzien waard was en de kijkers inzicht verschafte. Voor zover het hen niet verteld is: dat was niet het geval, heren. Het zou u sieren als u de ander liet uitspreken, preciezer zou zijn met informatie over inhoud, enige context zou geven over de aard en het belang van de onderwerpen. En een beetje respect zou tonen voor elkaar.

Maar er is altijd nog meer te verdragen in zo’n verkiezingsstrijd. Rutte had ook een agenda voor de EU opgesteld: een sterkere interne markt, minder regels, meer vrijhandel, één energiemarkt, aanpak van misstanden op de gezamenlijke arbeidsmarkt. De timing van de minister president is opmerkelijk: zou een goed democraat niet even de verkiezingen afwachten? Maar Rutte wil zijn ‘prioriteitenagenda’ volgende week al bespreken met de collega’s.

Ik heb geen grote teksten gezien, maar het pakket is veelzeggend genoeg. Als ik de punten kort langs loop, kom ik tot de volgende opmerkingen.

Foto: Jeroen Mirck (cc)

Stemgedrag Nederlandse leden Europees Parlement

DATA - Geen woorden, maar daden. Eén van de manieren waarop we onze Euro-parlementariërs kunnen beoordelen is hun stemgedrag.

Hoe kritisch zijn onze vertegenwoordigers in het Europees Parlement eigenlijk? Met name D66 en GroenLinks worden verweten dat ze (te) grote voorstanders van de Europese unie zijn. Als dat het geval is, dan moet dat terug te zien zijn in hun stemgedrag.

Stemgedrag bij wetgevende stemmingen

Zoals verwacht stemt de PVV hoofdzakelijk tegen Europese wetten en stemt de SP ook niet zomaar in met een voorstel. Wellicht enigszins verrassend is dat na deze twee Europa-kritische partijen, het GroenLinks is die het meest tegen een voorstel stemt. Het is echter wel in lijn met de positief-kritische opvatting zoals die door Jesse Klaver is verwoord in de liefdesverklaring aan Europa. Een ander beeld dat oprijst is dat de meeste partijen wel heel veel instemmen met voorstellen  voor regelgeving. Dit geldt ook voor de VVD die zegt minder bemoeienis vanuit Brussel te willen.

Maar is het beeld van ja-knikkers terecht?

Om daar inzicht in te krijgen is het van belang om niet alleen naar de wetgevende stemmingen te kijken, maar naar alle stemmingen waarbij ook stemmingen over specifieke paragrafen en amendementen zijn meegenomen.

Foto: Didier Misson (cc)

Hoe grote multinationals EU-burgers er met TTIP opnieuw in proberen te luizen

OPINIE - TTIP wordt vaak een vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU genoemd. De Piratenpartij heeft niks tegen vrije handel. Toch nemen wij als een van de weinige partijen duidelijk stelling tegen TTIP. Het is namelijk niets meer dan een lobbydeal waarmee de belangen van grote multinationals boven mensenrechten worden gesteld, schrijft Matthijs Pontier, Lijsttrekker Piratenpartij bij de Europees Parlementsverkiezingen.

Het lobbyparadijs in de EU

We zijn de enige internationale politieke partij. Samen met de Piratenpartijen in andere landen denken we daarom dus ook vaak na hoe we dingen internationaal kunnen oplossen. Ook denken we dus graag na hoe we door internationale afspraken te maken, effectiever handel kunnen bedrijven.

We zien echter grote problemen in hoe de Europese politiek nu werkt. Er ligt te veel macht bij te weinig mensen. Er wordt niet transparant geopereerd en er is een gebrek aan democratische controle. Hierdoor is de EU een lobbyparadijs geworden. Grote multinationals schrijven met hulp van een leger aan lobbyisten wetsvoorstellen die vaak letterlijk worden overgenomen door de Europese Commissie. NGO’s en ‘gewone burgers’ hebben vaak geen tijd en geen geld om op een zelfde manier de politiek naar hun hand te zetten.

Zeker nu de EU na een mislukt referendum met het verdrag van Lissabon via de achterdeur alsnog een politieke unie is geworden en landen een groot deel van hun wetgeving uit Europa krijgen opgelegd, is dit een steeds groter wordend probleem. Belangen van grote multinationals komen boven de belangen van de kiezers te staan, die politici in de EU zouden moeten representeren.

Foto: William Murphy (cc)

Meer aandacht dan stemmen

ACHTERGROND - Donderdag zijn er weer Europese verkiezingen. Net als bij de vorige Europese verkiezingen krijgt ‘Brussel’ er in de media flink van langs en staan eurosceptici centraal in de campagne. Dit is opmerkelijk, want uit peilingen rijst een heel ander beeld. Net als bij de vorige Europese verkiezingen gaan de meeste stemmen weer naar partijen die absoluut niet eurosceptisch zijn. De media mogen het eurosceptisch geluid wel wat meer in perspectief plaatsen.

Jesse Klaver is ‘uit de kast’. Het GroenLinks-Tweede Kamerlid sprak afgelopen week openlijk over zijn liefde voor Europa. Klaver riep bekende Nederlanders op om ook uit te komen voor hun ware gevoelens voor de EU. Hij koos zijn woorden zorgvuldig, alsof hij de eerste openlijke homoseksueel onder profvoetballers was. Mocht je bij jezelf het gevoel ontdekken dat de EU ons ooit wel eens iets goeds heeft gebracht dan verberg je dat. Je heimelijke fantasieën over een democratischer en sterker Europa houd je angstvallig voor je. Overdreven natuurlijk, maar er zit een kern van waarheid in. Of je Klavers standpunten nu deelt of niet, het verkondigen ervan is in deze campagne roeien tegen de stroom in.

Vijftien jaar geleden waaide de mediawind nog uit tegengestelde richting. Bij de Europese verkiezingscampagne van 1999 kreeg geen enkele EU-kritische partij veel aandacht. Die campagne ging sowieso vrijwel ongemerkt voorbij. Deels omdat er weinig te kiezen viel: alle grote partijen waren pro-EU. De vijf grootste partijen indertijd, samen goed voor 137 Tweede Kamerzetels, waren het grotendeels eens over de EU. Ook bij de vier Europese verkiezingen vóór 1999 viel haast geen kwaad woord over ‘Brussel’. Destijds waren het de eurosceptici die tegen de stroom in roeiden. Het pro-EU-kamp ontving telkens minstens 83% van de stemmen. De mediaberichtgeving strookte dus met het stemgedrag.

Foto: MPD01605 (cc)

Europese ‘lijsttrekkers’

ACHTERGROND - Er is nogal wat boeiend gespeculeer ontstaan over de vraag naar de politieke betekenis van het Europese lijsttrekkerschap, dat dit jaar voor het eerst bij de Europese Parlementsverkiezingen wordt beproefd.

De grote partijen in het parlement hebben ieder een Europese ‘lijsttrekker’ aangewezen. Iets preciezer gezegd, ieder van de partijen heeft een kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie ingezet. De afspraak in het Europees Parlement is dat de kandidaat van de partij die bij de verkiezingen als de grootste eindigt voorzitter van de Europese Commissie en dus opvolger van José Manuel Barroso moet worden.

Deze opzet is op zijn minst gewaagd. Doordat de kandidaten (ook de Groenen hebben zo’n Europese lijsttrekker, tevens de enige vrouw) alleen in eigen land meestal bovenaan de lijst staan, is er geen mogelijkheid om in heel de Europese Unie daadwerkelijk één lijsttrekker te laten ‘winnen’. Dat beperkt de legitimiteit van de voordracht als Commissievoorzitter. De kiezers oefenen er immers alleen indirect invloed op uit door hun partijkeuze.

Het Europese Parlement, of liever: de daarin vertegenwoordigde grote fracties, hebben het zichzelf niet gemakkelijker gemaakt door alleen politici uit het noorden van Europa als kandidaten naar voren te schuiven. Het moge zo zijn dat, na de Portugees Barroso, een Noord-Europese Commissievoorzitter in de rede ligt, maar dat is toch een iets te zwak argument. Dat geldt temeer, nu de eurocrisis de rivaliteit tussen zuid en noord eerder groter dan kleiner heeft gemaakt. Voorts zijn de kandidaten allen overtuigde federalisten.

Wat doen ze eigenlijk?

INTERVIEW - Zoals iedereen weet, kiezen de Europese burgers tussen 22 en 25 mei een nieuw Europarlement. Maar bij deze verkiezingen viert de euroscepsis hoogtij.

Misschien is dat ook wel omdat het Europarlement amper een rol lijkt te spelen in ons leven van alledag. Waarom zou je de 22e eigenlijk gaan stemmen? Wat doet het Europees Parlement eigenlijk? Om meer inzicht te geven in wat het Europees Parlement doet en besluit, hebben Anne van Mourik, Daphné Dupont-Nivet en Sophia Twigt de serie WAT ZE DOEN gemaakt.

Het resultaat: een reeks illustraties van twaalf opzienbarende, gekke en belangrijke besluiten. Om de dag verschijnt een nieuwe illustratie, waarvan de laatste op 22 mei.

wat ze doen - bescherming internetporno

Wat is de aanleiding geweest voor deze serie?

We merkten dat er in onze omgeving best wel interesse is in Europa en Europese politiek, maar dat hier tegelijkertijd weinig kennis over is. Wanneer we met mensen praatten over Europa, dan kwam het onderwerp onvermijdelijk op het democratisch tekort van de samenwerking. Het Parlement mag dan wel spreken uit de naam van het volk omdat het gekozen is door dit volk, de echte macht ligt nog altijd bij de lidstaten. 22 mei gaan stemmen zou dan ook zinloos zijn, zo hoorden wij vaak.

Foto: Rock Cohen (cc)

Frames en fundamentele vragen

OPINIE - Toen ik onlangs wat positieve opmerkingen over Europa schreef, kreeg ik woedende reacties: men wilde niet uit de comfortabele anti-EU houding gehaald worden. Dat puzzelt.

Wie de verkiezingen volgt om inzicht te krijgen in fundamentele kwesties, blijft met gespitste oren in een kramp achter. Politici zijn niet helder: ze normeren werkloosheid, ze treden uit de EU, ze willen de integratie remmen, ze willen de gulden terug, ze willen meer geld voor ouderen en minder vluchtelingen. Voorspelbaar…

Maar welke EU men wil, welke verhouding van de Europese organen men wil tot de nationale staten, daarover horen we bijna niets. De grote vraag is: waarom niet? Zijn er verklaringen? Ik probeer er maar eens enkele.

Europa is onvoldoende gefundeerd op de wensen van de bevolkingen

Dat is eigenlijk niet zo verrassend. Na 1945 lag Europa in puin, iedereen die de oorlog had overleefd poogde een nieuw bestaan op te bouwen op de naoorlogse puinhopen. Het ‘dit-nooit-weer’ gevoel was er wel, maar de vertaling in internationale politiek werd alleen door enkele visionaire ambtenaren vorm gegeven in EGKS en EEG. De politieke integratie kon niet, dus de samenwerking werd economisch van aard. Charles de Gaulle stoorde het proces aanzienlijk. Daarom kon het oordeel van bevolkingen ook op afstand worden gehouden.

Foto: Jeroen Mirck (cc)

Samenstelling en keuzemogelijkheden Europees Parlement

DATA - De keuze voor een partij in Nederland betekent ook automatisch een keuze voor een bepaalde groep in het Europees Parlement. Hoe staat het met de keuzemogelijkheden in de diverse landen? Een kort overzicht.

De verschillende groepen in het Europees Parlement verschillen nogal qua grootte en dus invloed. Afgezien van de PVV (Non-Inscrits = Niet gebonden partijen) hebben alle Nederlandse politieke partijen die vertegenwoordigd zijn, zich aangesloten bij een fractie/groep:

Groepen in het Europees Parlement

Het is in ieder geval duidelijk dat je de Europese Volkspartij en de Sociaal Democraten lastig kunt passeren om iets door het Europees Parlement goedgekeurd te krijgen. Voor Nederland is er in elke groep wel een partij vertegenwoordigd. Dit is echter niet voor alle landen het geval:

Groepen Europees Parlement per land

Zoals is te zien, kan in een behoorlijk aantal landen je stem niet in een bepaalde groep worden vertegenwoordigd (stippellijn = geen partij die onderdeel uitmaakt van de betreffende groep). In Polen is er bijvoorbeeld geen partij die deelneemt in de liberale, groene of de socialistische groep of op een niet bij een groep aangesloten partij. In 19 andere landen is ook meer dan één groep niet vertegenwoordigd.

Dat lijkt toch op een tekortkoming in de democratische legitimiteit van het Europees Parlement. Kiezers hebben immers geen invloed op de keuze voor een  groep door een partij. Het kan natuurlijk zo zijn dat bepaalde politieke stromingen niet op nationaal zijn vertegenwoordigd of dat bepaalde partijen niet voldoende stemmen hebben gekregen. Het is echter onwaarschijnlijk dat dit laatste van toepassing is op meerdere partijen in meerdere landen (20). Is voor deze ondervertegenwoordiging wellicht een andere oorzaak aan te wijzen?

Volgende