dossier

Democratie

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Een voorbarige brief of hoe de Eerste Kamer haar boekje te buiten gaat

COLUMN - van Prof.Dr. Bert van den Braak

Artikel 85 van de Grondwet bepaalt dat een voorstel van wet zoals het door de Tweede Kamer is aangenomen ter overweging aan de Eerste Kamer wordt gezonden. De Eerste Kamer komt bij wetgeving dus pas in beeld nadat zij een wetsvoorstel heeft toegezonden gekregen.

De brief waarin oppositionele fracties minister Kuipers waarschuwen rekening te houden met een wens van de Eerste Kamer is in die zin inconstitutioneel. De Eerste Kamer verlangt dat de (nog in te dienen) coronawet bepalingen bevat waardoor de Eerste Kamer de mogelijkheid krijgt om mee te praten over uitvoeringsmaatregelen.

Nu kun je de stelling innemen dat het wetsvoorstel in consultatie is en dat ook leden/fracties van de Eerste Kamer de mogelijkheid hebben om commentaar te leveren en zelfs wensen te formuleren. Het is aan de minister om daaraan wel of niet tegemoet te komen. De Eerste Kamer is echter zelf speler in het wetgevingsproces, met als krachtig middel het vetorecht. De Eerste Kamer kan zo de minister nagenoeg dwingen zijn wetsvoorstel op voorhand aan te passen, los van wat de Tweede Kamer daar van vindt.

Over de vraag of zeggenschap van de Eerste Kamer bij uitvoeringsmaatregelen noodzakelijk is, kan worden getwist. Ook daarbij geldt het primaat van de Tweede Kamer: die kan het kabinet op dat punt controleren. Overigens heeft de Eerste Kamer het recht van interpellatie en is ook zij bij machte het kabinet ter verantwoording te roepen.

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Burgerforum Kiesstelsel: Met één stem meer onduidelijkheid

ANALYSE - van mr. Leon Trapman

Het voorgestelde Burgerforum Kiesstelsel wil de band tussen kiezer en gekozene versterken. Het voorstel stamt al uit 2006, maar werd indertijd door het kabinet Balkenende-IV terzijde geschoven. Na het advies van de Staatscommissie-Remkes uit 2018, die in het stelsel wel degelijk een geschikt middel zag om de band tussen kiezer en gekozene te versterken, staat het voorstel echter weer in de belangstelling. Naar aanleiding van fundamentele kritiek van de Raad van State heeft de minister in juli 2022 aangegeven het oorspronkelijke voorstel, dat al wel in internetconsultatie is geweest maar nog niet is ingediend, aan te passen. Het mag niet baten: het is en blijft een slecht idee. Ik zal hieronder enkele belangrijke kritiekpunten op het oorspronkelijke en het herziene voorstel bespreken.

Het oorspronkelijke voorstel

Het Burgerforum Kiesstelsel behelst de introductie van het onderscheid tussen een lijststem en een kandidaatstem. Kiezers stemmen ofwel op een lijst als geheel, waarmee zij instemmen met de volgorde van de kandidaten op die lijst, ofwel op een individuele kandidaat. Het totale aantal stemmen bepaalt het aantal Kamerzetels dat aan een lijst wordt toegewezen. Volgens het oorspronkelijke voorstel zouden eerst de ‘lijstzetels’ verdeeld worden, waarna de ‘kandidaatzetels’ toekomen aan de kandidaten met de meeste stemmen, die niet al op grond van de lijststemmen een zetel hebben behaald. De nu geldende voorkeurdrempel – 25% van de kiesdeler – komt daarbij te vervallen. Daarmee moet het voor kandidaten makkelijker worden om in afwijking van de lijstvolgorde een zetel te behalen.

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Grondwets­discussie zonder lijn

COLUMN - van Prof.Dr. Joop van den Berg

Het gaat er bij herzieningen van de Grondwet in Nederland nogal onnavolgbaar aan toe. Zo heeft in de afgelopen week de Tweede Kamer een aantal wijzigingen aanvaard in tweede lezing die geen enkel verband met elkaar hebben en er ligt nog een onoverzichtelijk voorraadje dat ook in tweede lezing moet worden besproken. Dit, nog afgezien van de voorraad voorstellen die ergens in een van beide Kamers rondzwerft, zonder dat iemand weet wanneer die worden afgewerkt.

Vanwaar die chaotische situatie? De treurigste reden stellen wij maar meteen voorop: in het algemeen vinden leden van Tweede en Eerste Kamer de Grondwet niet zo interessant. Veel neiging om er energie in te steken is er niet en als de agenda dus een beetje volloopt met actualiteiten, schuift de behandeling van grondwetsvoorstellen al snel maanden zo niet jaren op. Over grondwetsvoorstellen worden soms wel, meestal geen afspraken gemaakt in het regeerakkoord en als het wel gebeurt dan blijft dat zonder politieke verplichting. Voordeel voor Kamerleden is dat zij betrekkelijk vrij kunnen oordelen over wijzigingsvoorstellen; nadeel is dat de uitkomst onvoorspelbaar wordt. Als er al echte belangstelling is, komt die eerder uit de Eerste Kamer dan uit de Tweede.

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Kwetsbare democratie, weerbare democratie

COLUMN - door Prof.Dr. Bert van den Braak

Partijen die de fundamentele zedelijke beginselen aantasten die in het Nederlandse volk leven, zijn vijanden en moeten met alle machtsmiddelen worden bestreden. Dat betoogde George van den Bergh in 1936 in zijn oratie bij het aanvaarden van het hoogleraarschap aan de Universiteit van Amsterdam. 1)
Hij doelde uiteraard vooral op antidemocratische, fascistische, nationaal-socialistische en revolutionair-socialistische groepen die in het Interbellum waren opgekomen.

Van den Bergh wees erop dat de tolerantie, die een vrije, democratische samenleving eigen is, tevens het gevaar inhield dat ruimte werd geboden aan groeperingen die diezelfde democratische samenleving ten gronde willen richten. Gewaakt moest worden voor naïviteit ten aanzien van hen die de democratie willen ondermijnen. En dat gevaar ligt ook nu weer op de loer. Buitenlandse beïnvloeding mag evenmin worden onderschat.

De Staatscommissie parlementair stelsel heeft zich volop beziggehouden met mogelijk onwenselijke activiteiten van politieke partijen 2). Zij stelde voor in een Wet op de politieke partijen (Wpp) heldere regels op te nemen over democratische inbedding, financiering en giften en (digitale) campagnevoering van partijen. Ook een eventueel partijverbod moet daarin worden geregeld. Minister Kajsa Ollongren ging daarmee wel aan de slag, maar liet in juni 2020 weten dat er eerst nieuwe regels over de partijfinanciering zouden komen. De behandeling van het betreffende wetsvoorstel daarover is nog gaande.

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Vier uur bij het Capitool

DOCUMENTAIRE - Vandaag is het een jaar geleden: de bestorming van het Capitool, het gebouw waar de Amerikaanse volksvertegenwoordigers hun werk doen. Op 6 januari zou daar de verkiezingsuitslag bevestigd worden. Dat er jarenlang ophitsende speeches, verdachtmakingen van pers, wetenschap en de verkiezingen aan vooraf gingen, is ons wel bekend. Hoe het zover heeft kunnen komen is wat dat betreft wel duidelijk. Op die 6e ging Donald Trump, de verliezer van de verkiezingen, nog eens flink te keer en riep zijn volgelingen op om te vechten voor de democratie.

Vanavond zendt NPO2 de documentaire “Four hours at the Capitol” uit, met nog niet eerder vertoonde beelden van demonstranten, agenten en Senaatsleden. Je kunt het al bekijken op internet, het is een indrukwekkend relaas. Behalve beelden, is er ruimte voor de verhalen van Senaatsleden en ordetroepen, maar ook voor die van demonstranten. Eén ding is duidelijk, met zoveel geweld had het makkelijk allemaal heel anders kunnen aflopen.

Beeld uit de documentaire

Complotdenkers

Er zijn nog steeds heel veel Amerikanen die geloven dat de verkiezingen zijn “gestolen”. De jarenlange verdachtmakingen hebben effect gehad. In Nederland zie je hetzelfde gebeuren. Bij verkiezingen in 2018 en 2020 riep Forum voor Democratie op om stembureaus te “controleren” en een “civiel leger” te vormen om “het land terug te pakken”.

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Demissionaire Prinsjesdag

ANALYSE - van Jan Schinkelshoek

Over een demissionair kabinet, een demissionaire Troonrede en een demissionaire Miljoenennota

Hoe demissionair is demissionair?
Op Prinsjesdag, dient het zittende, demissionaire kabinet onder leiding van premier Mark Rutte de begroting voor volgend jaar in bij de Tweede Kamer. Kijk er niet vreemd van op als die begroting minder demissionair is dan je wellicht zou verwachten.

Wat mag een demissionair kabinet? Dat is een van de zwarte gaten van het Nederlandse staatsrecht. Er ligt eigenlijk niets vast. Er zijn er die met droge ogen beweren dat zo’n kabinet alles mag wat niet door God verboden is. En zelfs daarover schijnt te twisten te zijn.

Een demissionair kabinet, een kabinet dat z’n ontslag heeft aangeboden, beperkt zich tot wat het ‘lands belang’ vergt – tot er een nieuw, missionair kabinet is aangetreden. Dat is zo onbenoemd, zo breed dat een premier of minister er alles mee kan rechtvaardigen. Het is feitelijk beperkt tot wat het parlement, de Tweede Kamer, goedvindt of gedoogt. En dat is iets waar moeilijk een peil op te trekken valt.

De algemene regel is er een van terughoudendheid. Kabinetten die op punt staan te vertrekken, houden zich meestal wel in. Men zal opvolgers zo min mogelijk voor de voeten lopen. Zeker controversiële zaken worden, als hete hangijzers, doorgeschoven. Moet er een nieuwe begroting worden ingediend [de Grondwet is onverbiddelijk], zal die ‘beleidsarm’ zijn. Onthoudt die term: beleidsarm…

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Demissionair (maar niet heus)

COLUMN - Het gedrag van het kabinet wijst op maar één ding: de regering acht zichzelf niet langer demissionair en meent over zijn eigen val, en over de verkiezingen, heen te kunnen regeren. Er worden nieuwe bewindslieden aangesteld, zonder dat iemand zich afvraagt hoe je als bewindsman in een demissionaire positie kunt worden benoemd.

De verkiezingen waren vandaag op de kop af vijf maanden geleden, maar de kabinetsformatie achten de onderhandelaars kennelijk zo irrelevant dat ze gerust een maandlang vakantie dachten te kunnen nemen. Laat het land maar dobberen. Rutte regeert wel stilletjes door.

Intussen doet de regering er alles aan om de positie van de Kamer te ondergraven. Mark Rutte is demissionair premier en tevens fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer; Sigrid Kaag is vicepremier en Kamerlid voor D66, Carola Schouten is minister en Kamerlid voor de ChristenUnie; de net benoemde staatssecretarissen Steven van Weyenberg en Dennis Wiersma blijven aan als Kamerlid voor D66 respectievelijk de VVD. Hoe durf je: tot de regering toetreden, en tegelijkertijd je functie als controleur van datzelfde kabinet aanhouden.

Zelfs Kameruitspraken doen er kennelijk niet meer toe. Begin juni nam de Kamer een motie aan die het kabinet opdroeg Afghaanse tolken die voor het Nederlandse leger hadden gewerkt, versneld naar Nederland te halen. Die motie werd tweeëneenhalve maand lang genegeerd en getraineerd (‘We weten zelf niet wie voor ons heeft gewerkt’), totdat het dit weekend te laat bleek te zijn. Een kabinet dat een motie negeert die de Kamer met een grote meerderheid heeft aangenomen, is gewoonlijk een halszaak – maar nu een demissionair kabinet dat doet, komt er een Kamerdebatje na, als mosterd na de maaltijd.

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Schimmige formatie

COLUMN - De Tweede Kamer onderbreekt haar zomerreces om morgen met het kabinet te debatteren over de recente ontwikkelingen in Afghanistan en over de ontwikkelingen rondom het coronavirus.

Er ontbreekt nog een belangrijk onderwerp op de agenda: de kabinetsformatie. In een brief van 11 augustus heeft PVV fractievoorzitter Wilders daar wel om gevraagd, maar een meerderheid van de Tweede Kamer wil zo’n debat pas voeren als het eindverslag van informateur Hamer op tafel ligt.

Op de website van de Tweede Kamer is de brief van Wilders niet te vinden. Wel een brief van de Kamervoorzitter aan mevrouw Hamer. De voorzitter verzoekt mevrouw Hamer “de Kamer te berichten over de stand van zaken van de kabinetsformatie en daarbij aandacht te besteden aan de planning en zo mogelijk uw verwachting van het verdere verloop van het proces.”

Waar kunnen we de stemmingsuitslag vinden waaruit blijkt dat een meerderheid pas een debat wil als het eindverslag er is? Welke meerderheid is dat?

Er is geen stemming geweest zoals we dat gewend zijn, want de Tweede Kamer is immers op reces. Dus moet dat ‘meerderheidsbesluit’ op een andere manier tot stand zijn gekomen. Mogelijk heeft de voorzitter alle fractievoorzitters gebeld (of gemaild)en de stemming gepeild.

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Boeksamenvatting | Pandemocratie (Schinkel, 2021)

In april 2021 kwam het boek Pandemocratie van Willem Schinkel uit. In het boek legt Schinkel uit hoe onze economie ziektes als corona veroorzaakt en legt hij uit dat je voor de enige goede corona-aanpak de economie moet veranderen. Omdat ik het belangrijk vind dat deze boodschap door iedereen kan worden gelezen en begrepen, leg ik in dit artikel zijn argumenten uit.

Kapitalisme en neoliberalisme

Om Schinkels kritiek te begrijpen, moeten we eerst helder hebben wat de situatie is. In onze kapitalistische economie worden goederen en diensten over mensen verdeeld door de vrije markt. Iedereen moet producten of diensten kunnen maken en verkopen als er vraag naar is van andere mensen. Iemand die een stoel kan maken, kan zijn stoel verkopen aan mensen die een stoel nodig hebben, maar die niet zelf kunnen maken. Het idee van vraag en aanbod mag niet te veel regels hebben volgens het kapitalisme. Iedereen moet bijvoorbeeld een bedrijf kunnen starten en zijn stoel kunnen verkopen voor de prijs die zij willen. Op deze manier verdienen mensen hun geld dat zij dan weer kunnen gebruiken om spullen van andere mensen te kopen. Zo blijft de economie groeien, en zouden uiteindelijk zoveel mogelijk mensen een goed leven leiden. Het neoliberalisme is een vorm van kapitalisme waarin vooral de vrijheid van ieder mens als individu centraal staat. Het komt erop neer dat ieder mens verantwoordelijkheid heeft om het beste uit zijn leven te halen. Dit kwam ook vaak terug in het coronabeleid: Mark Rutte en Hugo de Jonge benadrukten vaak dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen om het coronavirus niet te laten verspreiden.

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Zet de democratie haar tanden in de opleving van rechts-extremisme?

De afgelopen jaren won rechts-extremisme in een hoog tempo aan zichtbaarheid. Niet alleen in termen van geweld, maar ook in ideeën die steeds meer beklijven binnen de samenleving en politiek. Hoe verklaren we dat? Wie zijn de aanhangers en waar geloven ze in?

Utøya, Halle en Christchurch. Het zijn plekken waar de afgelopen tien jaar rechts-extremistische geweldplegers een bloedbad aanrichtten. Ze zijn onderdeel van een trend zich steeds duidelijker aftekent: een wereldwijde opleving van rechts-extremistisch geweld en bijbehorend gedachtegoed, dat steeds meer mainstream lijkt te worden.

Om deze gewelddadige dreiging te begrijpen, is het belangrijk de achtergrond ervan te onderzoeken: want waar hebben we het eigenlijk over wanneer we praten over rechts-extremisme? Wie zijn haar aanhangers en waar geloven ze in? Wanneer en waarom noemen we rechts-extremisme een probleem – en wat kunnen we ertegen doen? Tijdens ‘De terugkeer van rechts-extremisme’ zochten politicoloog prof. dr. Sarah de Lange (UvA), historicus prof. dr. Beatrice de Graaf (UU) en rechts-extremisme expert dr. Nikki Sterkenburg naar antwoorden.

Wat is rechts-extremisme?

Om de opleving van rechts-extremisme te begrijpen, is de politiek een goed beginpunt. Daar zie je namelijk dat radicaal-rechtse en extreemrechtse standpunten, door heel Europa, steeds dominanter zijn geworden binnen politieke partijen. De Lange brengt een onderscheid aan tussen radicaal- en extreemrechts. Wat ze verbindt is het geloof dat bestaande ongelijkheid, bijvoorbeeld tussen mannen en vrouwen, wit en zwart, een natuurlijk gegeven is, dat de voorwaarde vormt voor het goed functioneren van een samenleving. Een antigelijkheidsdenken dus, waar een exclusieve definitie van de natie uit voortkomt. Pas je je niet goed aan of hang je praktijken aan die buiten de ‘normen en waarden’ van de natie vallen? Dan ben je een bedreiging.

Een belangrijk verschil tussen radicaal-rechts en extreemrechts, is dat de eerste anti-liberaal democratisch is, en dus de principes van de democratie aanhangt, terwijl de laatste antidemocratische ideeën onderschrijft. Volgens De Lange treedt er de laatste tien jaar een belangrijke verandering op: rechts-extremistische ideeën, in de vorm van samenzweringstheorieën, geweldsoproepen of antisemitische uitingen, druppelen langzaam maar zeker de radicaalrechtse partijen binnen. Een belangrijke prikkel hiervoor is dat veel gevestigde rechtse én linkse centrumpartijen radicaal-rechts gedachtegoed, oftewel wat “milder” gedachtegoed, normaliseren en zelfs overnemen. Radicaal-rechtse partijen ruiken concurrentie, en verhuizen naar het extremere. Een kettingreactie dus, waardoor de weg naar extreemrechts steeds beter geplaveid wordt. En die weg stopt niet bij de politiek, maar loopt door naar hun aanhangers in de samenleving.

Een controversiële vraag

Precies die groep is de focus van het onderzoek van Sterkenburg. Voor haar promotieonderzoek interviewde ze tientallen radicaal- en extreemrechtse activisten. Wie ze zijn? De antwoorden zijn uiteenlopend. “De nieuwe generatie radicaal- en extreemrechts”, de ondertitel van haar nieuwe boek, is namelijk niet gemakkelijk te herleiden tot één beweging: hun motivaties zijn zo verschillend als hun achtergrond. Ze variëren van rechtsvaardigheidszoekers die voelen dat de overheid hun onrecht heeft aangedaan, tot de alt-right intellectuele stroming die binnen rechts-extremistische bewegingen een plek vindt voor haar ideologie. De één maakt via spandoeken een statement, de ander infiltreert politieke partijen via vrijwilligerswerk om rechts-extremistisch gedachtegoed te normaliseren. Maar als dit alles gebeurt binnen de grenzen van een democratie, dan is het toch geen probleem?

“Een controversiële vraag”, noemt historicus prof. dr. Beatrice de Graaf (UU) dat. Ze onderzoekt politiek geweld en terrorisme, waarin een duidelijke wetsgrens aanwezig is: geweld is strafbaar. Actief zijn in rechts-extremistische bewegingen is dat niet. Toch ziet De Graaf wel een problematische verbinding tussen de normalisering van radicaal- en extreemrechts gedachtegoed, zoals gebeurt in de politiek, en het creëren van een permissieve, of een “meegaande” context, voor radicale extremisten die overgaan tot geweld. “Het gedachtegoed steunt elkaar, ze voelen zich gedragen”, legt De Graaf uit. Onder politicologen is dit ook een actuele discussie, voegt De Lange daaraan toe. Werkt het normaliseren van radicaal-rechts gedachtegoed in de politiek rechts-extremistisch geweld niet in de hand, of functioneert het als een soort ventiel?

Een democratie met tanden?

Is rechts-extremisme dus pas problematisch als er geweld bij komt kijken? Niet volgens Sterkenburg, die tijdens haar onderzoek ook veel in aanraking kwam met de polariserende effecten van radicaal- of extreemrechtse ideeën. “Het is ontzettend maatschappelijk ontwrichtend als een vocale groep dag in dag uit roept dat bepaalde etnische en religieuze minderheden er niet horen te zijn in Nederland”, vertelt ze. En daar waar geweld illegaal is, is dat een stuk minder evident als het gaat om woorden: het is behoorlijk lastig te verkopen aan rechts-extremisten waarom ze iets niet zouden mogen zeggen, terwijl politici ondertussen zonder blad voor de mond erop los twitteren. Hoe pak je dat aan?

Een van de manieren om dat voor elkaar te krijgen, zit momenteel in de vorm van een wetsvoorstel in de pijplijn. Nederland is een bijzonder land in democratisch opzicht, legt De Lange de context uit. In onze grondwet staat namelijk nauwelijks iets neergepend over politieke partijen als bestuurlijke organisatie. Het nieuwe wetsvoorstel maakt het mogelijk om partijen te reguleren, en, als ze niet aan de eisen van de wet voldoen, te verbieden. Een “democratie met tanden” dus, die, naar het voorbeeld van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog, kan voorkomen dat partijen die antidemocratische geluiden laten horen aan de macht komen.

Maar wetten alleen zijn niet genoeg, zijn De Graaf en De Lange het eens. Ook de normalisering van rechts-extremistische ideeën moeten aangepakt. Hoe kun je anders duidelijk grenzen afbakenen wat is toegestaan binnen de democratie en niet? Maar bovenal is het een kwestie van grondig broeden op misschien wel de meest fundamentele vraag die aan het wetsvoorstel ten grondslag ligt: binnen welk democratisch ideaal willen we dan wel leven in Nederland?


Dit artikel verscheen eerder bij Studium Generale Utrecht
.

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Waarom fuseren VVD en D66 niet?

COLUMN - De Tweede Kamer is vandaag met zomerreces gegaan. Misschien dat de persconferentie van gisteravond aanleiding geeft de vakantie meteen weer uit te stellen. Want het zal toch niet zo zijn dat het demissionaire kabinet in de luwte van het reces ongecontroleerd kan door regeren?

De plenaire vergadering van gisteren was de laatste voor dit zomerreces en ook de laatste in de huidige plenaire zaal. “Tenminste, dat hopen we dan maar”, sprak de voorzitter bij aanvang. Het Binnenhof wordt eindelijk gerenoveerd (de gebouwen, niet de gangbare democratie…) en dat verdiende wel een woordje van aandacht:

Vanavond trekken wij de deur achter ons dicht en dan komt er een einde aan een hele lange periode vol met geschiedenis. We verhuizen dan naar de Bezuidenhoutseweg voor vijfenhalf jaar, zegt men. We zijn hier dus weer in 2027.

Traditioneel werd een overvolle agenda afgeraffeld. Het enthousiasme is er bij de volksvertegenwoordigers wel af, want de vergadering haalde de top vijf van langste vergaderingen bij lange na niet. Die van vorig jaar nestelde zich op de derde plaats.

Ook de hoeveelheid behandelde moties lag wat lager. Vorig jaar jaste men er 370 moties doorheen, nu vond men het met 316 moties wel genoeg, waarvan een nog kleiner deel in stemming werd gebracht (zie ons verslag van vorig jaar).

Foto: Frédéric BISSON (cc)

Rutte vestigt nieuw record

COLUMN - Het is Rutte gelukt! Hij kan een nieuw record op zijn naam schrijven. Daar heeft hij wel de nodige moeite voor moeten doen.

Toen hij met zijn eerste kabinet aan de bak kwam (2010) werd hij net niet de jongste premier ooit.  Als hij destijds de kabinetsformatie wat vlotter had afgehandeld, zou hij wel Ruud Lubbers verdrongen hebben van die ereplaats.

Geen nood, mocht Rutte in zijn welhaast maniakale ambitie slagen premier te worden van een vierde kabinet, kan hij altijd nog de langstzittende MP worden. Dat record staat tot nu toe ook op naam van Ruud Lubbers.

En nu mag hij een soort van regeerakkoord gaan schrijven. Vermoedelijk geheel tegen zijn zin samen met mevrouw Kaag, maar hij heeft nu weer wel meer invloed de boel nog langer op te houden. Want het is nog maar zeer de vraag of de uiteindelijk formatiehandelingen half augustus kunnen beginnen, zoals informateur Hamer gisteren stelde.

Maar laten we haar optimisme delen en nog positiever denken dat er dan in twee weken tijd een volgend kabinet geïnstalleerd kan worden, dan zitten we op 31 augustus met Rutte IV opgescheept. Eind 2022 knalt hij dan Lubbers voorbij en wordt de langstzittende premier.

Volgende