Democratie in Azerbajdzjan – deel III

Dit is deel III van een drieluik over democratie in Azerbajdzjan – een verhaal opgetekend aan de hand van krantenartikelen. De quotes zijn afkomstig van Coen van Zwol, correspondent van het NRC Handelsblad in Moskou – naar wie vriendelijke dank uitgaat.

We schrijven bijna een jaar later. Ik vlieg terug naar Baku voor een aantal conferenties over ‘energy-security’, en wil een paar oude vrienden opzoeken, en kijken hoe een dergelijke ‘democratie’ zich ontwikkeld.

Baku is veranderd. Plots staan er potsierlijke hotels, en men heeft een nieuwe muntsoort ingevoerd die verdacht veel op de euro lijkt. Hoogbouw lijkt het nieuwe adagium, en de infrastructuur is enorm verbeterd. Wat mijn vrienden en kennissen betreft hoef ik me weinig illusies te maken. Murad is terug in London. Rashid zit ergens in de bergen, Emin woont in Moskou, een andere Rashid zit in New York.

Tijdens een conferentie in datzelfde Hyatt hotel krijg ik een aanvaring met Tahir Taghi-Zadeh, de directeur van het ‘Pers en Informatie departement’ op het ministerie van Buitenlandse Zaken. In de pauze leggen we ons conflict iets bij, en hij nodigt me uit voor koffie.

Tahir is een goedlachse man die het naar eigen zeggen altijd op prijs stelt om ‘open and frank’ met buitenlanders over de situatie in zijn land te praten. Hij legt uit dat de renovatie in het gebouw de vernieuwing van BuZa goed illustreert. Vroeger was het zijn werk uit te pluizen wat de media schreven over Azerbajdzjan, en dat eventueel bij te sturen. Nu brengt hij het grootste deel van zijn tijd door op seminars en conferenties, en geeft hij journalisten ‘betrouwbare’ informatie over de status-quo in Azerbajdzjan. Hijzelf en grote delen van zijn departement komen voort uit het voormalige amassadepersoneel in Washington. Ze praten naar hartelust en drinken koffie uit grote mokken.

Het grootste probleem in zijn land is volgens hem de oude sovjetmentaliteit. “Azerbajdzjan worstelt zich uit een vreselijke situatie waarin allerlei onafhankelijke bureaucraten het land regeren. Deze ‘mid-level-bureaucrats’ zijn de voornaamste tegenslagen in de voortgaande democratisering van het land”.

Een goed voorbeeld volgens hem zijn de posters van Heydar Alijev en zijn zoon, de huidige president, die overal in het land te zien zijn. “Wist je dat Alijev al lang heeft aangegeven dat daar een einde aan moet komen? Maar het zijn de bureaucraten die dat nog altijd doorvoeren, zij denken: ‘hoe meer posters, hoe meer geld mijn gemeente krijgt!’”

Ook het gewelddadig optreden van de politie tijdens de demonstraties wuift hij weg. “Dat zijn dan lokale politiecommandanten die denken op die manier opslag te krijgen, een vreselijk achterhaalde manier van denken. Nee, dat kan nooit in opdracht zijn van de autoriteiten, we zijn immers lid van de Raad van Europa!”

De inkomsten die voortvloeien uit de olie-industrie zullen worden gebruikt om het hele land te vernieuwen. Dat gaat altijd samen met verdere democratisering. “Kom over vijf jaar maar eens terug!”, zegt Tahir. “Dan zul je zien hoe ontzettend hier de situatie verbeterd is”.

Een paar dagen eerder had ik een afspraak met een redacteur van ‘Turaninfo’, een van de weinige onafhankelijke persagentschappen. Het is een wat oudere man die wantrouwend spreekt, en me op het hart drukt zijn naam niet te noemen in de Westerse media, omdat hij zomaar weer als ‘collaborateur’ afgeschilderd kan worden. Hij vertelt me dat sommige van de demonstranten van de laatste demonstratie in 2005 nog altijd last hebben van de verwondingen die ze toen opliepen. Een aantal kan volgens hem nog altijd niet aan het werk.

“De zaken zijn het afgelopen jaar erg veranderd”, zegt hij. “Onze samenleving gelooft al niet meer in verandering. Als de levensstandaard ook maar iets vooruit gaat zijn mensen al snel tevreden, en vergeet men snel alles wat met ‘democratie’ te maken heeft”. Ik vraag hem hoe Azerbajdzjan er over vijf jaar uitziet, en of dat misschien strookt met het beeld van Tahir. “Ik denk dat je het Azerbajdzjan van dan het beste kunt vergelijken met het sultanaat van Brunei, het heeft niets met democratie te maken, maar de mensen zijn er relatief gelukkig”.

drie-generaties.jpg

“Wie zijn hier het meest corrupt?” vraagt hij me, hij lijkt er plezier uit te halen dat ik een verkeerd antwoord geef op de vraag. “Fout! Natuurlijk ook de cirkels rondom de president. Maar erger nog zijn de huidige, en vaker de voormalige ambassadeurs uit Westerse landen”. “Die van jullie!”, lacht hij. “Zij geven meer om de ‘energy-security’ onzin waar ze tegenwoordig zoveel conferenties over organiseren”. Hij legt me uit dat de democratie in Azerbajdzjan inmiddels niet meer afhankelijk is van de mensen zelf. “Met zulke grote machten in het spel maken 1000, zelfs 10.000 demonstraten slechts een klein deel uit van een veel groter schaakspel. We hadden echt gehoopt dat het Westen ons zou steunen, die hoop is ijdel gebleken”.

Op diezelfde conferentie is ook de Britse ambassadeur aanwezig, en ik probeer hem hierover aan te spreken. Hij wil geen antwoord geven tot we buiten bij zijn auto staan. Hij draait zich plots om en zegt: “Luister: natuurlijk heb je gelijk – maar ik weet niet wie ik moet steunen in een situatie die zo ongelooflijk veranderlijk is. Vertel mij eens hoe de situatie zich ontwikkelt met betrekking tot Armenie in vijf jaar, of in Georgie, of in Iran, of in Rusland. En over 10 jaar! Jongen, je zou eens in mijn schoenen moeten staan!” En daar heeft Her Majesty’s Embassador een goed punt.

De oudere redacteur redacteur lacht als ik hem vraag of die revolutie er ooit nog gaat komen. “Jazeker, maar wel eentje van het type waar jij heel erg bang voor bent!”

Toch waarschuwen waarnemers voor de opkomst van de radicale islam in deze olierijke, straatarme en corrupte republiek aan de Kaspische Zee. Wahabieten en salafisten zouden aan invloed winnen onder de dertig procent sunnieten in het noorden, Iraanse zendelingen ijveren onder de zeventig procent shiieten voor een theocratie. ,,Allerlei gevaarlijke religieuze elementen infiltreren ons land”, klaagde de regering onlangs.

Daarvoor waarschuwt ook de oppositie. Want terwijl de staat de boeman van de radicale islam gebruikt om de oppositie zwart te maken, doet de oppositie dat om het Westen bang te maken. ,,Help ons, Europa, anders keert ons volk uw democratie de rug toe”, dreigde een spreker vorige week tijdens een protestbijeenkomst in Baku tegen fraude bij de recente parlementsverkiezingen. Het democratische oranje maakt dan plaats voor islamitisch groen; terreur tegen westerlingen en hun miljardeninvesteringen in de oliesector dreigt.

NRC, 18 November 2005

“Mensen hebben hoop nodig, je moet je ergens aan vast kunnen houden”. “Na alle ‘helden’ van de Sovjet-Unie kwam Alijev, en nu de mensen daar alle hoop in verloren zijn, waar kun je dan nog op steunen?”. Meer radicale versies van de Islam rukken overal op, zelfs hier in dit seculiere Baku zitter er overal imams in kleine appartementjes. Ook Murad had me eens verteld over kleine dorpjes waar flyers gevonden waren die mensen opriepen niet te gaan stemmen omdat het niet in overeenstemming zou zijn met islamitische wetgeving.

Dreigt de staat in Azerbajdzjan moslims in de handen van extremisten te drijven? Ibrahimoglu wuift het weg. ,,Het Westen denkt: in het zuiden Iran en Irak, in het noorden Tsjetsjenië, dus moet het in Azerbajdzjan ook gebeuren. Maar hier gebeurt niets. Voor radicale islam moet je moslims hebben, maar slechts vijf procent van de Azeri bezoekt de moskee. Dit land kent geen serieuze islamitische renaissance.

NRC, 18 November 2005

Democratisch of niet, Baku is booming. De bouwput waar de eerste demonstraties waren gehouden is nu een woonwijk. Ik vroeg een taxichauffeur me naar het einde van de stad te rijden. “Wat wil je daar in godsnaam doen?” “Jeans kopen”, zei ik. “Volgens mij hebben ze daar alleen maar fruit”. Na tien minuten rijden bleken er op diezelfde plaats nu ruim 10 mannen jeans te verkopen. Ik kocht een paar, bijna in mijn eigen maat. De verkoper had een soort stoffige pantalon aan, hij was ergens midden dertig. “Waarom draag je zelf geen jeans?” vroeg ik de verkoper. “Wat heb je aan jeans zonder vrijheid?”, vroeg hij mij. Goed punt. Voorlopig geen jeans in Azerbajdzjan – dat is zeker.

baku_boulevard.jpg

  1. 1

    Super! Dank je wel. Erg informatief. Het lijkt me een bijzonder fascinerend land. Toch dacht ik dat er een hele sterke soefi-traditie is in Azerbeidzjan. Ik ben dan ook niet zo bang voor fundamentalisme daar. Die fundi’s – en zeker de wahabieten- hebben helemaal niets met soefisme, maar vinden al dat spirituele maar bijgeloof (shirk).

  2. 3

    ANP – 17 januari 2007 22:14 printversie

    Azerbeidzjan ‘verijdelt staatsgreep’
    BAKU (ANP) – De geheime dienst van het olierijke Azerbeidzjan heeft dertien mensen opgepakt op verdenking de regering van president Ilham Alijev omver te willen werpen. Dat maakte een zegsman van het ministerie van Nationale Veiligheid woensdag bekend.

    De verdachten worden beschuldigd van hoogverraad, het voorbereiden van een staatsgreep, illegaal wapenbezit en drugshandel. Vier verdachten zijn aangeklaagd, de overigen zijn onder huisarrest geplaatst. De woordvoerder gaf geen nadere details.

    In de hoofdstad Baku van de voormalige Sovjet-republiek is het rustig. De autoritaire Alijev is op dit moment in het buitenland. De oppositie beschuldigt de regering ervan coupplannen te verzinnen als excuus om politieke tegenstanders op te pakken.