Democratie in Amerika

ACHTERGROND - Zijn de VS eigenlijk nog wel een democratie?

Een studie (pdf) van twee Amerikaanse politicologen deed onlangs veel stof opwaaien: de VS zouden de facto geen democratie meer zijn, was hun conclusie.

Dat, mede dankzij de almaar lossere regelgeving op het gebied van campagnefinanciering, de gemiddelde burger nog maar weinig in de melk te brokkelen heeft, viel uiteraard te verwachten.

Niettemin is het wel degelijk de moeite waard om de studie van Martin Gilens en Benjamin Page eens nader onder het licht te houden.

Modellen

Als antwoord op de vraag ‘Wie regeert?’ onderscheiden Gilens en Page vier (bestaande) modellen:

  1. Majoritarian Electoral Democracy: volgens dit model kan het beleid van Amerikaanse regeringen grotendeels worden toegeschreven aan de collectieve wil van de kiezer. Ofwel, in de woorden van Abraham Lincoln, government of the people, by the people, for the people.
  2. Economic Elite Domination : dit model stelt dat politieke beleidsvorming wordt gedomineerd door een economisch machtige individuen. Bijvoorbeeld eigenaren of topmanagers van grote bedrijven, maar ook ultrarijken zonder specifieke economische zeggenschap.
  3. Majoritarian Pluralism: volgens dit model komt politieke beleidsvorming vooral tot stand dankzij een breed scala aan belangengroepen, waarbij de wensen en verlangens van de gewone burger redelijk worden vertegenwoordigd.
  4. Biased Pluralism: ook in dit model komt politieke beleidsvorming vooral tot stand dankzij allerlei belangengroepen, waarbij moet worden aangetekend dat deze belangengroepen niet representatief zijn voor de wensen van de gemiddelde burger, maar eenzijdig in dienst staan van economische sectoren en grote bedrijven.

Wie regeert?

Op basis van gedetailleerde opiniepeilingen (inclusief informatie over de economische positie van de ondervraagden) zetten Gilens en Page de gemeten voorkeuren van de deelnemers af tegen de daadwerkelijke uitkomst van 1.779 specifieke beleidsvragen tussen 1981 en 2002.

Met behulp van statistische analyse, slaagden de onderzoekers erin de opvattingen van drie groepen te onderscheiden: 1) het tiende inkomenspercentiel (d.w.z. rijker dan tien procent van alle ondervraagden); 2) het vijftigste percentiel (de mediaan); en 3) het negentigste percentiel (rijker dan negentig procent van alle ondervraagden).

Uit een vergelijking tussen de voorkeuren van de verschillende inkomensgroepen en de beleidsuitkomsten, kwam allereerst deze conclusie naar voren:

The estimated impact of average citizens’ preferences drops precipitously, to a non-significant, near-zero level. Clearly the median citizen or “median voter” at the heart of theories of Majoritarian Electoral Democracy does not do well when put up against economic elites and organized interest groups. The chief predictions of pure theories of Majoritarian Electoral Democracy can be decisively rejected. Not only do ordinary citizens not have uniquely substantial power over policy decisions; they have little or no independent influence on policy at all.

Observaties

Zowel economisch machtige individuen als collectieve belangengroepen kunnen daarentegen wel degelijk invloed uitoefenen, concluderen Gilens en Page.

Niettemin moeten ook daarbij een drietal kanttekeningen worden geplaatst.

  1. Hoewel de gemiddelde businesslobby evenveel invloed heeft als de gemiddelde lobbygroep van gewone burgers, is het aantal lobbygroepen dat zich bezig houdt met pro-business activiteiten veel groter. En daarmee valt de invloed van burgerlobby’s grotendeels weg:

    Interest groups do have substantial independent impacts on policy, and a few groups (particularly labor unions) represent average citizens’ views reasonably well. But the interest group system as a whole does not.

  2. Ofschoon ‘gemiddelde burgers’ in feite geen enkele politieke invloed hebben, wil dit niet zeggen dat zij hun zin niet krijgen:

    Since the preferences of ordinary citizens tend to be positively correlated with the preferences of economic elites, ordinary citizens often win the policies they want, even if they are more or less coincidental beneficiaries rather than causes of the victory.

    Met andere woorden, het verwerven van politieke steun van ‘de gewone burger’ is weliswaar niet zinvol om de uitkomst van politieke beleidsvorming te beïnvloeden, maar wel om de legitimiteit daarvan te vergroten. Immers, hoe meer mensen het gevoel hebben dat hun voorkeuren worden vertaald in politieke besluitvorming, hoe minder zij vraagtekens zullen zetten bij de manier waarop deze besluitvorming tot stand is gekomen.

    Immateriële wensen en voorkeuren (ofwel ‘ideologie’) kunnen zodoende dienen om de concrete onmacht van de gewone burger te verdoezelen.

  3. Tenslotte bestaat er, in ieder geval in de VS, een sterke status quo bias. Wanneer zowel rijke individuen als belangengroepen een specifieke beleidsverandering voorstaan, wordt deze slechts in 56% van de gevallen ook daadwerkelijk doorgevoerd.

    Tegelijkertijd illustreert dit gegeven de (beperkte) macht die burgers nog wel hebben:

    Thus when popular majorities favor the status quo, opposing a given policy change, they are likely to get their way; but when a majority – even a very large majority – of the public favors change, it is not likely to get what it wants.

    Meer dan een potentieel struikelblok voor de verlangens van de economische elite en professionele belangengroepen zijn gewone burgers dus niet. En wanneer eenmaal een verandering is doorgevoerd, is het voor gewone burgers vrijwel onmogelijk deze terug te doen draaien.

Democratie?

Welke invloed als burger c.q. kiezer heb je eigenlijk nog wel?

Lichtpuntje in de duisternis: als kiezer kun je altijd nog een bepaalde partij aan de macht helpen. En hoewel deze partij in ieder geval niet naar jou zal luisteren, valt tot op zekere hoogte wel degelijk te voorspellen naar welke belangengroepen een politieke partij de oren laat hangen – alhoewel dit lang niet altijd goed gaat.

Wil je echter echt wat bereiken, dan ben je aangewezen op goedgeorganiseerde, collectieve initiatieven. Met andere woorden: organisatiegraad (zowel kwalitatief als kwantitatief) is van wezenlijk belang.

Misschien is een gebrek aan politieke invloed ook wel een van de de keerzijden van een geïndividualiseerde samenleving.

  1. 2

    @0: “Wil je echter echt wat bereiken, dan ben je aangewezen op goedgeorganiseerde, collectieve initiatieven”. Alsof:
    – je altijd in zo’n collectief veel invloed hebt of kunt hebben!
    – het aantal georganiseerden de macht van het collectief bepaalt.
    Wat is de grond voor dergelijke aannames?
    Blijkbaar is de openbaarheid ofwel de rol van de media minimaal!

  2. 5

    @0

    – Hoe konden ze onderscheid maken tussen een publiek dat invloed heeft en zo iets gedaan krijgt of dat iets gedaan wordt omdat een lobbygroep toevallig hetzelfde wil als het publiek?

    – Is er een vergelijking met andere tijden en andere landen (oftewel komen “Majoritarian Electoral Democracy” en “Majoritarian Pluralism” uberhaupt wel voor in de echte wereld)?

    “Dat, mede dankzij de almaar lossere regelgeving op het gebied van campagnefinanciering, de gemiddelde burger nog maar weinig in de melk te brokkelen heeft, viel uiteraard te verwachten.”

    Of het Amerikaanse stelsel is gewoon heel gevoelig voor grote donateurs (o.a. vanwege het tweepartijenstelsel, het districtenstelsel, de mogelijkheid tot “gerrymandering” en het relatieve gebrek aan publieke subsidies voor partijen). Ik zeg dit omdat donatielimieten in heel veel andere landen ook niet bestaan en die landen toch wat minder oligarchisch lijken (maar dan komt mijn tweede vraag weer in beeld: misschien lijkt het maar schijn in die andere landen).

  3. 6

    “Yes we can!” Ik hoor ze het nog roepen, de mensen die het hartelijk met de conclusie van dit onderzoek eens zijn.

  4. 7

    Hoe konden ze onderscheid maken tussen een publiek dat invloed heeft en zo iets gedaan krijgt of dat iets gedaan wordt omdat een lobbygroep toevallig hetzelfde wil als het publiek?

    Regressie-analyse. Ga anders het onderzoek zelf lezen als je zo “kritisch” cq bijdehand bent.

  5. 8

    De VS hebben een districtenstelsel.
    Daardoor hebben kleine partijen zo goed als geen kans bij verkiezingen.
    Dus maken nieuwe partijen zelden een kans bij verkiezingen.

    Daardoor hebben de kiezers in de VS nauwelijks de mogelijkheid om een partij te kiezen die naar de burgers luistert.

  6. 9

    Co @8, het zou mij niet verbazen dat Nederland, met het meest toegankelijke politieke systeem dat mogelijk is, wel eens heel erg Amerikaans zou kunnen scoren op de punten van wie nou de eigenlijke macht heeft. Ik kan helaas niet zelf een dergelijk onderzoek uitvoeren, maar heb weinig illusie dat hier de belangen van de kiezers nou wezenlijk beter vertegenwoordigd worden door onze politiek.

  7. 10

    @8: Inderdaad, Reagan werd verkozen met wat indertijd een ‘landslide’ heette maar wat in feite neerkwam op iets van 28% van het totale electoraat.

  8. 11

    @8: Beide partijen in de VS zijn catch-all partijen. Vanuit verschillende districten worden dus ook verschillende politieke geluiden hoorbaar.

  9. 12

    @10: De landslide van Reagan had betrekking op wat later de Reagan Democrats genoemd werd, blanke arbeiders uit het noorden van het land die voor het eerst republikeins stemden.

  10. 13

    Gerrymandering, oneigenlijk gebruik van procedures (bijv. de filibuster) en de hyperpolarisatie tussen de partijen hebben geleid tot een politiek systeem dat muurvast zit. Tel daarbij op regelgeving omtrent de financiering van verkiezingscampagnes en het politieke karakter van het Supreme Court. Met name de financiering van kandidaten opent alle ruimte voor lobbyisten en pressiegroepen.

    Een goed voorbeeld hoe lastig het is om wetgeving die in principe door een meerderheid van de kiezers wordt gesteund erdoor te krijgen is Obamacare. Hillary Clinton probeerde het al eens in de jaren 90 (dat zou dan Clintoncare geweest zijn). Daarna niets meer (op federaal nivo) tot Obama aantrad. In de 6 jaar die hij zit zijn er slechts 2 jaar geweest dat de democraten een meerderheid in senaat en huis hadden. Ondanks die meerderheden hebben de democraten zich nog in alle bochten moeten wringen om de Affordable Care Act niet slachtoffer te laten worden van een filibuster. Uiteindelijk bleef de ACA bij het Supreme Court overeind (5-4) omdat een van de republikeins leunende rechters het individual mandate als belasting zag (en dus mocht in die visie de federale overheid het individueel mandaat bij wet regelen). En de strijd is nog steeds niet gestaakt om de ACA terug te draaien.

  11. 14

    @13: Nog een ‘grappig’ bericht: Wall Street Goppers hopen voor 2016 op Jeb Bush (de getalenteerdste Bush), Paul Ryan of Chris Christie. Als dat niet lukt lijken ze een voorkeur te hebben voor Hillary Clinton. Liever ‘the bitch’ dan Ted Cruz of Rand Paul (of wie dan ook uit de rangen vd Tea Party).

  12. 15

    @8 Ja, het politieke systeem werkt anders in een districtenstelsel als in een parlementair stelsel met evenredige vertegenwoordiging, en dat heeft zeker effect op de partijen.

    Maar dat wil niet zeggen dat het daarom minder democratisch is. In Nederland kun je een nieuwe partij oprichten, maar in de VS is het voor een stroming in de politiek ook mogelijk om haar invloed op de politiek te vergroten: door mee te doen binnen een van de partijen, en binnen die partijen macht en invloed te veroveren. Dat is wat evangelisch rechts gedaan heeft. Door een coalitie te sluiten met een andere stroming – libertarisch rechts, zeg maar de Goldwater Republikeinen – hebben ze de macht in de partij veroverd.

    Iets dergelijs is bij de Democraten gebeurd: de centristen (neoliberaal links, Clinton en de DLC) hebben het nu voor het zeggen in die partij.

    Het is een getrapt systeem: wie is de baas in de partij, en welke partij is de baas. Omdat er maar twee partijen zijn (dat is nou eenmaal de dynamiek van een districtenstelsel) heb je geen andere keuze.

  13. 16

    The Onion wordt weer eens ingehaald door de werkelijkheid.

    WASHINGTON—Citing a desire to gain influence in Washington, the American people confirmed Friday that they have hired high-powered D.C. lobbyist Jack Weldon of the firm Patton Boggs to help advance their agenda in Congress.
    […]
    “The goal is to make it seem politically advantageous for legislators to keep the American people in mind when making laws,” Weldon said. “Lawmakers are going to ask me, ‘Why should I care about the American people? What’s in it for me?’ And it will be up to me and my team to find some reason why they should consider putting poverty and medical care for children on the legislative docket.”

    http://www.theonion.com/articles/american-people-hire-highpowered-lobbyist-to-push,18204/

  14. 17

    @1
    Ik heb het idee dat in Nederland verschillende meningen tenminste nog wel goed in het debat zijn vertegenwoordigd. Voor daadwerkelijke wetgeving hebben we ons echter te schikken naar wat er supranationaal besloten wordt (zo wordt tenminste beweerd), en daar is het wel bar en boos.

    Het grote probleem van Europa in mijn ogen.

    Uitstekend stuk van Ewald Engelen daarover: https://decorrespondent.nl/1105/is-europa-wel-opgewassen-tegen-het-grootkapitaal/93459795-4745d2f7

  15. 18

    @15: “dat wil niet zeggen dat een districtenstelsel minder democratisch is”
    Voor de kiezer zeker wel, partijinvloed is in elk stelsel belangrijk.

    EU verkiezing gaat ook volgens een districtenstelsel, daar lijkt weinig verzet tegen.

  16. 20

    @18: Je hebt districtenstelsels en districtenstelsels. Belangrijk is hoeveel zetels er per district te verdelen zijn. Dat zijn er in Europa altijd meer dan één (afhankelijk van het land loopt dat zelfs op tot bijna honderd). Dat zorgt ervoor dat er in de zetelverdeling uiteindelijk sprake is van vrijwel evenredige vertegenwoordiging.

    In de VS daarentegen is er per district altijd maar 1 zetel te winnen (en wel first past the post), waardoor een evenredige vertegenwoordiging vrijwel uitgesloten is.