De open deuren van Arnold Heertje

Sargasso plaatst de serie Tien over Groen van Duurzaamnieuws.nl door op haar site.
Econoom Arnold Heertje omschrijft zichzelf als iemand die in zijn werk vooral open deuren heeft ingetrapt. En ook nog iedere keer dezelfde open deuren, namelijk die van een breed welvaartsbegrip en het belang van duurzaamheid. Voor Duurzaamnieuws.nl geeft Heertje nogmaals uitleg en richting.

1. Wat betekent duurzaamheid volgens u?
Duurzaamheid heeft uiteindelijk te maken met welvaart van mensen die nu leven, van mensen die straks leven, en waar ook ter wereld. Als econoom vind ik dat welvaart gaat over behoeftebevrediging van mensen. Er zijn allerlei elementen in die behoeftebevrediging. Als mensen bijvoorbeeld horen dat er een klimaatdreiging is, dan wordt het verminderen van die dreiging een element van behoeftebevrediging. Veel economen hebben de neiging te denken dat het alleen gaat om datgene wat je kunt calculeren, wat je in geld kunt uitdrukken. Daar ga ik dus tegenin.

2. Welke onderwerpen moeten we volgens u dan allemaal onder duurzaamheid scharen?
Met het brede welvaartsbegrip kun je een concretere opsomming geven. Dan kun je de klimaatdreiging noemen en de noodzaak van het verduurzamen van energie. Een ander onderdeel is bijvoorbeeld wereldwijd watermanagement. Iets als Cradle to Cradle, het idee dat je geen afval nalaat, hoort er ook bij. En je kunt het ook wat gaan uitbreiden en zeggen: bij duurzaamheid hoort ook leefbaarheid in het algemeen. Dus kwaliteit van het bestaan, een gezond leefmilieu. Je kunt het dan bijvoorbeeld hebben over iets als geluidshinder en stilte. Dat betekent dan dat je stilte als het ware mag ‘produceren’.

3. Waarom is duurzaamheid nu zo belangrijk?
Als ik zeg dat duurzaamheid noodzakelijk is, dan bedoel ik dat als analyse, in de betekenis dat de mensheid en de burgers als geheel, op een bepaald moment zullen ontdekken of zullen vaststellen dat voor hun existentie, voor hun bestaan, voor hun overleven, het verduurzamen van energie een absolute noodzaak is. Dit probleem ligt op ieders tafel.

4. Wat is volgens u de beste manier om tot duurzame oplossingen te komen?
In de eerste plaats moet je negatieve effecten van de huidige economische activiteiten zichtbaar maken. Daarna zijn er allerlei mogelijkheden. Er is dat principe van de vervuiler betaalt. Je kunt ook – omgekeerd – subsidies geven als men dergelijke negatieve effecten weet te voorkomen. Het gaat om het optimaal organiseren van prikkels. Hoe zorg je dat die effecten die je niet wilt, minder gaan optreden?

Als we willen dat mensen, zonder aanzien des persoons – aardige mensen, niet aardige mensen, alle mensen met al hun karakteristieken – zich aan regels houden – bij voorbeeld een snelheid van 30 km/uur, wat doen we dan? We leggen een drempel in de weg. Die drempel moet natuurlijk verstandig gekozen worden. Hij moet niet zo hoog zijn dat je auto stuk gaat. En hij moet niet zo laag zijn dat het niet helpt. Hij moet uit het oogpunt van je probleem het probleem oplossen. Dat die drempel inderdaad noopt 30 kilometer te gaan rijden.

In het maatschappelijk verkeer heb je bij wijze van spreken ook drempels nodig. Je hebt prikkels nodig die het gedrag van mensen zonder aanziens des persoons kanaliseren.

5. Moet de overheid deze slimme oplossingen ontwerpen?
Dat kan, maar dat hoeft niet! Het gaat om coördinatie van gedrag. Stel je een bijeenkomst voor waar een buffet wordt aangeboden. Als je dat buffet opent en je doet verder niets, gaat iedereen zich afvragen of hij nu of straks zal gaan. Iedereen weet wat er dan gebeurt. Er komen rijen, er komt irritatie, er komt ellebogenwerk, sommige mensen dringen voor. In vijf minuten heb je van dat gezelschap een beestenbende gemaakt. Die mensen zijn eerst allemaal aardige en vriendelijke mensen, maar dan komen er ineens, door de omstandigheden, elementen van mensen naar voren die wat minder aardig zijn. Hoe lossen we dat op? Toch niet door de mobiele eenheid te laten komen? Toch niet door te zeggen dat de koningin of de nieuwe premier, meneer Rutte, nu moet komen om als overheid te zeggen wat er moet gebeuren?

Nee. Want het gaat om coördinatie. Hoe doen we dat? Doordat één iemand opstaat en zegt: laten we het nou zo doen. Eerst die tafel, dan die tafel, dan die tafel. Iedereen aanvaardt dat, en dat gezelschap blijft een vriendelijk gezelschap. Ook bij grotere problemen in de samenleving gaat het om dit soort coördinatie: het gezamenlijk problemen oplossen, ook buiten de formele overheid om.

6. Waar zou duurzaamheid de komende jaren het meest mee geholpen zijn?
Met coördinatie op het juiste niveau. Het gaat om intelligent ontwerp waarmee je perverse prikkels wegneemt. De uitvoering hiervan is overigens nog buitengewoon lastig. Maar als we zeggen: duurzaamheid is belangrijk, moeten we nadenken over de juiste structuren om problemen op te lossen. We moeten nu veel meer inzetten op een systematische aanpak. En we moeten het onderwerp ook wegtrekken uit de sfeer van overheid tegenover de markt. Haal het daar weg. Het gaat om optimale structuren en optimale constructies.

7. Welke ontwikkeling in dit kader vindt u inspirerend?
We zien nu dat mensen die een probleem delen, bij elkaar komen, op basis van vrijwilligheid, en zeggen: wat gaan we hieraan doen? Ik zie eigenlijk wat dat betreft, ook op kleine schaal, heel veel dingen gebeuren. Dat is ook mijn punt in het algemeen. De overheid, of mensen als Sarkozy of Obama, moeten wel meedoen. Maar het blijft een zaak van ons allemaal.

8. Heeft duurzaamheid een goed imago in Nederland?
Ik merk dat het imago van duurzaamheid verbetert. Men ziet het niet meer als incident, als één van de dingen, maar als een structureel probleem, zeker als je het op deze brede manier opvat. Men wekt wel de indruk dat het nieuwe kabinet maar weinig doet aan duurzaamheid. Ik denk dat dat nog wel meevalt. Ik denk dat het kabinet zich niet kan onttrekken aan de noodzaak om op dit gebied grote sprongen te maken. Wat er nou in het regeerakkoord staat of niet, dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. Ze moeten wel.

9. Welke groene ontwikkeling vindt u te prijzen op het moment?
Je ziet dat vooruitstrevende ondernemingen duurzaamheid steeds meer als onderdeel van hun beleid en corporate imago zien. Bijvoorbeeld een onderneming als AkzoNobel met Hans Wijers, die heeft systematisch hun punt van duurzaamheid op de agenda gezet.

10. Wat wordt uw volgende groene actie?
Ik houd veel lezingen, voor allerlei soorten gezelschappen. Daar breng ik het punt van de duurzaamheid voortdurend onder de aandacht. Ik laat ook zien wat voor mogelijkheden daar liggen om te investeren en innoveren en noem maar op. En dat het een zaak is van iedereen.

Het gaat om welvaart van mensen. Dat is een open deur. Ik zeg weleens dat ik iemand ben die alleen maar open deuren heeft opengetrapt. En ook nog dezelfde open deur, iedere keer dezelfde. Toch is dit zo relevant als maar kan.

Duurzaamheid: een modewoord of blijvende term? In deze nieuwe tweewekelijkse serie vraagt Duurzaamnieuws.nl aan bekende Nederlanders hoe zij over duurzaamheid denken. Hoe hebben zij thuis en op het werk met duurzaamheid te maken en hoe gaan zij hiermee om?

Door Jelmer Mommers

  1. 1

    Mooi, geroerd. Heertje was de eerste professor in Amsterdam, die ik aan hoorde. Ik vrees dat het in 1964 was.
    Levenslang is hij deuren blijven inschoppen, met soms behoorlijk veel lawaai.
    Maar er is met de boodschap weinig mis. Hij leerde ons toen al dat bedrijven die vervuilen kosten afwentelen op de gemeenschap.
    Nu voegt hij zich ook bij Stiglitz en Sen, die roepen dat het BNP een bedrieglijke maat is, omdat het veel dubbel telt.
    De vraag blijft: waarom moeten die deuren levenslang worden ingeschopt? Kunnen we nog iets van onze begenadigde docenten leren? Of is dat een illusie?