De nieuwe kleren van de SP | Deel 1

OPINIE - Achter de rug van de vriendelijke SP doemt het utopische spook op, waarschuwt Denker des Vaderlands Hans Achterhuis. SP’er Ronald van Raak dient hem van repliek.

Je wordt slimmer als je mensen ontmoet die het niet met je eens zijn. Daarom gaat Denker des Vaderlands Hans Achterhuis in een reeks gesprekken in debat met Tegendenkers. Het debat waarvan de lezingen hier staan afgedrukt, vond plaats in Utrecht en ging over utopieën.

Vandaag het essay van Hans Achterhuis. Morgen op dezelfde tijd het antwoord van SP’er Ronald van Raak.

HANS ACHTERHUIS

Linkse filosofiestudenten maakten mij uit voor fascist, en een progressieve predikant noemde mij een doodzieke cynicus, toen ik in de jaren negentig mijn kritiek op utopisch denken en handelen begon te ontwikkelen.

Dit soort kwalificaties raakte mij wel emotioneel – het is nooit leuk om in het openbaar uitgescholden te worden – , maar niet intellectueel. Het liet mij juist zien dat ik intellectueel op het goede spoor zat.

Wanneer een bepaald slag linkse ijveraars zonder enige argumentatie zo giftig reageerde op mijn kritiek op de utopie, liet dat scherp uitkomen hoe centraal, ja, zelfs onmisbaar, dit laatste begrip kennelijk voor hen was. Dat strookte met de intuïtie op grond waarvan ik mijn onderzoek naar het utopisch bewustzijn ondernomen had.

Intellectueel werd ik een paar jaar later wel geraakt door ‘Waarom socialisten geloven in spoken’, een essay van filosoof en SP-Tweede Kamerlid Ronald van Raak in zijn bundel ‘Oud licht op nieuwe zaken’. De spoken waar Van Raak in zijn titel op doelt, stammen uit de beginregel van Het Communistisch Manifest van Marx en Engels: “Een spook waart door Europa – het spook van het communisme”.

Ik had dit spook gelijkgesteld aan een utopie, een blauwdruk van een toekomstige maatschappij, waarvan beloofd wordt dat alle spanningen en strijd tussen mensen er zullen zijn opgeheven. Marx verwoordt deze utopie duidelijk. Wanneer het communisme bereikt zou zijn, zou ieder mens naar zijn bekwaamheden aan de gezamenlijke maatschappelijke rijkdom bijdragen en er ook vrijelijk naar zijn behoeften uit kunnen nemen.

Deze utopie vond ik gevaarlijk, juist omdat de meest idealistische mensen er zo gemakkelijk in geloven. Ik citeerde Milan Kundera uit ‘Het boek van de lach en de vergetelheid’, waarin hij de communistische machtsovername in Tsjechoslowakije beschrijft. De communisten hadden volgens Kundera ‘een grootscheeps program, een plan voor een totaal nieuwe wereld’. Aanvankelijk was het volgens hem ‘de actievere, slimmere en betere helft van het volk’ die dit plan toejuichte. Hun tegenstanders, met wie ik mij vereenzelvigde, konden hier weinig tegenover stellen. Als antwoord op de grote droom beschikten zij slechts over “een paar morele principes, versleten en saai, waarmee zij de gescheurde broek van de toenmalige maatschappij wilden verstellen”.

Die verstelde broek plaatste ik tegenover de utopische belofte van een ‘schitterend nieuw gewaad’. Van Raak denkt dat ik met deze metafoor niet zozeer een pleidooi houd voor een politiek zonder een utopie maar voor een politiek zonder idealen.

Hier ligt de kern van ons meningsverschil. Mijn wat saaie principes kunnen wel degelijk tot maatschappelijke idealen worden uitgebouwd, maar nooit tot een utopie. Idealen bestaan altijd in het meervoud, ze hebben een pluralistisch karakter. Dat betekent dat ze voortdurend tegen elkaar moeten worden afgewogen, omdat ze zelden voor honderd procent gerealiseerd kunnen worden. Dat geldt al voor de mens als individu – vrijheid, liefde, trouw, solidariteit, authenticiteit en ga maar door, botsen vaak met elkaar – , maar helemaal voor de maatschappij. Daar ontmoeten we altijd mensen en groepen die vanuit een ander perspectief een ander ideaal bovenaan hun verlanglijst zetten. Politiek is daarom een zaak van blijvende confrontaties en compromissen. Je moet je oude kleren nooit uittrekken in de verwachting dat er een totaal nieuw gewaad voor je klaar ligt.

Dat bepleit de utopist juist wel. Marx en de communisten droegen dit geloof met verve en enthousiasme uit.

Socialisten die de oude broek wilden verstellen, die concrete maatschappelijke verbeteringen nastreefden, werden uitgemaakt voor reformisten. Door hervormingen in het verfoeide kapitalisme te realiseren, zouden zij het juist langer in stand houden in plaats van het snel ineen te laten storten.

Alleen een totale revolutie zou de nieuwe maatschappij tot stand kunnen brengen, alle mensen een nieuw gewaad verschaffen. Toen de revolutie in Rusland plaatsvond, bleek een aantal mensen dit nieuwe gewaad niet te waarderen. Zij wilden met de machthebbers in discussie gaan, ze gaven vaak de voorkeur aan hun oude kleren. Die discussie werd hun niet toegestaan, iedereen moest het communistische maatpak dragen.

Ik besef dat ik met deze metafoor en met de verwijzing naar Marx geen recht doe aan de praktische positie die Van Raak inneemt. Ik ben het in de praktijk goeddeels eens met de keuze voor een linkse politiek die hij maakt in een recent essay in de bundel ‘Vrijheid. Maar voor wie?’ onder redactie van Tiers Bakker en Robin Brouwer.

Toch is het geen filosofische scherpslijperij wanneer ik hamer op het belang van ook een duidelijke theoretische stellingname die de utopie afwijst. Wie dat niet overtuigend doet, zal ontdekken dat achter zijn rug de utopie voortdurend blijft opduiken. Zelf heb ik dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw ervaren. In mijn onderwijs betoogde ik toen dat de waardevolle inzichten van Marx, ook los van het utopisch kader, gerealiseerd zouden kunnen worden. Dat was een gevaarlijke vergissing. Achter mijn rug ontwikkelde zich onder meer het maoïsme als een nieuwe utopie die ook de SP van Van Raak inspireerde. Dit soort spoken kan, ook voor de toekomst, alleen maar bezworen worden wanneer de utopie ook theoretisch bij het groot vuil wordt gezet.

Natuurlijk weet ik ook dat, zoals de Amerikaanse Nobelprijswinnaar in de economie Joseph Stiglitz onlangs zei, we moeten beseffen dat de utopie tegenwoordig van rechts komt in de vorm van het neoliberalisme. Dat heb ik dan ook niet voor niets kritisch onderzocht. Maar we komen van de regen in de drup wanneer we hier een linkse utopie tegenover stellen. Dat gebeurt helaas wel in veel bijdragen in de eerder genoemde bundel over vrijheid. Een serie bijeenkomsten daarover in De Nieuwe Liefde in Amsterdam trekt volle zalen.

Mijn eigen positie wordt in deze bundel onder een negatief voorteken vergeleken met de opstelling van de sociaaldemocraten uit de vorige eeuw. Mijn appèl voor emancipatie en hervorming zou alleen maar leiden “tot een versteviging en aanscherping van het kapitalistische maatschappijsysteem”. In plaats van naar concrete verbeteringen in de bestaande maatschappij te streven, “wordt het hoog tijd het revolutionaire hakmes weer te slijpen”.

Voor mijn gevoel wordt hiermee de klok minstens vijftig jaren teruggedraaid. Net zo als men in de jaren zestig van de vorige eeuw met Marcuse als filosofische profeet vond dat het kapitalisme elke kritiek onschadelijk maakte door haar in te kapselen, doet men nu een beroep op een denker als de Sloveen Slavoj Žižek om opnieuw de communistische revolutie te prediken.

In plaats van de metafoor van de oude broek wordt hier het gezonken Italiaanse cruiseschip Costa Concordia opgevoerd. Dit zou staan voor ons maatschappijsysteem dat ten ondergang gedoemd heet te zijn. De boodschap is duidelijk: “Verlaat het schip, verlaat het kapitalisme”. De suggestie wordt gewekt dat wanneer we allemaal overboord springen het nieuwe vaartuig Utopia al klaar ligt. Want wanneer we het kapitalisme hebben verlaten, zo wordt gesteld, “kunnen we weer nadenken over een economie voor iedereen”. Deze vage boodschap lijkt me levensgevaarlijk. Veel mensen zullen volgens mij onherroepelijk verdrinken, veel anderen zullen als dit nieuwe schip ooit van stapel loopt, zich er niet op thuis voelen.

Ik ontken niet dat het schip van onze samenleving averij heeft opgelopen. Maar laten we het proberen te repareren terwijl het vaart.

Morgen om deze tijd is het antwoord van Ronald van Raak te lezen op Sargasso. Beide essays verschenen eerder in Trouw.

  1. 1

    wat een intellectueel masturbatiegedrag. Er is een verslavende vorm van intellectualisme die doet denken aan alcoholisme.

    De Verlichting komt uit de koker van een boze geest die Zozo heet; dezelfde geest die in Voltaire en Led Zeppelin zat.

  2. 4

    “Dat bepleit de utopist juist wel. Marx en de communisten droegen dit geloof met verve en enthousiasme uit.”

    Daar hoorde de schrijver zelf ook bij. In zijn boeken begin jaren 80 krijg je tientallen pagina’s uitleg over hoe het marxisme de juiste denk- en handelswijze is op het gebied van welzijn en markt.

    En dat is in weerwil van een interview jaren geleden toen hij vertelde dat hij al heel snel doorhad dat bij een christelijke organisatie waar hij werkte (raad van kerken?) het over vervolging ging in de Sovjet-Unie, midden jaren 70. En dat is dus praktisch, maar theoretisch is hij nog lange tijd aan het afkicken geweest.

  3. 5

    @4 Maar Ronald van Raak bespreekt op de site van de SP nog regelmatig diverse publicaties over communisme en marxisme. Dat betekent op zijn minst dat er bij de SP nog veel interesse voor dat thema is.

    Dat het nu geen bon ton meer is in partijpublicaties voor de massa betekent niet dat het voor veel SP’ers geen leidraad meer is.

  4. 6

    Ach, ieder z’n boekje. Het probleem voor de SP, zoniet de harde kern ervan, is dat de parlementaire weg uiterst ongeschikt is voor revolutionaire verandering. Dus utopistisch of niet, de gematigde kader krijgt altijd zijn zin in de praktijk.

  5. 7

    Ik kan het hier voor een deel mee eens zijn maar:

    Echte veranderingen treden altijd op naar aanleiding van revolutie, conflict of crisis. Zonder die stimulans zijn democratische systemen niet in staat om uit de torpor van de status quo te breken. (Zie: James C. Scott, Two Cheers for Anarchism)

    Alleen krijg je na die veranderingen natuurlijk nooit een utopie.’het getuigt van een absurde naïviteit om dat te denken. Het beste wat je kunt krijgen is een nieuwe balans en een tijdelijk staakt het vuren tussen de verschillende partijen. Zo’n ‘détente’ is de enige utopie waar realisten op kunnen hopen.

  6. 9

    Slavoj Zizek is een Marxist-Leninist van de oude stempel die een revolutie wil waarin mensen zoals ik een nekschot krijgen. Deze man schrijft voor de Guardian en is een graag geziene gast.

    Dat dit soort mensen bij links nog steeds welkom zijn toont aan dat het spook van het communisme nooit verdwenen is. UKIP wordt in de Guardian meer verafschuwt dan een man die openlijk voor genocide pleit.

  7. 10

    Het intellect speelt en is gevaarlijk. Het verzint paradijzen waartegen de werkelijkheid altijd bar afsteekt. Het leert niet. Het juichte Khomeini in Parijs toe, liet zich niet door de misdaden van Stalin afschrikken, blijft het miserabele Cuba van Castro bewonderen.

    Dat er na de eclips van de USSR voor Marxistische hersenspinsels nog een markt zou zijn, had ik niet gedacht. Nou ja, Pyongyang dan.

    Maar nu weer die intellectuele Marxist Zizek, wat is hij waard? Misschien leert Marcuse dat, die in zijn nieuwe, lonend vaderland behoorlijk tekeer ging. Tegen kapitalisme en consumptie. De ondankbare! Verder had-ie het druk met zijn academische carrière incl. zijn mooie assistente Angela Davis, in San Diego.

    Wat een luxe leventje! Misschien ook maar Marxist worden. Dat liegen dan bij mijn vak gaat horen, moet ik maar voor lief nemen.

  8. 12

    @7 Maar is politiek niet een permanent conflict :-)
    Ik denk dat conflicten en revoluties zaken kunnen versnellen. Maar wezenlijke veranderingen vinden wel degelijk plaats, al kosten ze vaak wat meer tijd.
    En verder past een eerder door mij gerecenseerd boek goed in de lijn die Hans Achterhuis neerzet:
    https://sargasso.nl/boekrecensie-the-idea-of-justice/
    Streven naar een utopie staat een proces van constate verbetering in de weg.