De jeugd en de toekomst

Mijn geliefde was boos. De regering gaat de gezinsinkomens optellen en als basis nemen voor een bijstandsuitkering. Ze bedacht meteen een wrange variant: iemand is als werkloze in de bijstand beland en hokt zuinig op een zolderkamer bij zijn ouders, om voorzichtig een nieuw startkapitaal bijeen te brengen. Gaan ze die mogelijkheid afsnijden?

Ik moest bekennen dat zo’n voorbeeld heel waarschijnlijk was. Afschuwelijk, zei ze: terwijl afgezwaaide bewindslieden langer in het wachtgeld blijven, omdat de criteria voor passend werk strenger worden gemaakt. Hoe krom kan de wereld functioneren?

Ik kon haar niet veel troost bieden: als je voor een kwartje geboren bent, hoef je niet het gedrag van een dubbeltje te tonen. Brecht zou een mooiere formule hebben bedacht om de formule te hekelen: de regering Rutte “zet iedereen in zijn eigen kracht”, maar het is een uitdrukking zonder betekenis, als je minvermogende bent of niet veel kunt. Er zijn vast mensen die onterecht een uitkering hebben, zei ze, maar dit is kansen van mensen afpakken.

Het dreigt een groot onderwerp te worden. Vorige week schreef ik over de huishoudensvorming,  gestimuleerd door een onderzoek dat aantoont dat generaties weer meer dan vroeger bij elkaar in trekken, vaak uit financiële noodzaak. Voor de ouderen lijkt dat een verbetering, want het vergroot de vitaliteit en het levensgeluk en de eenzaamheid daalt. De individualisering is een beetje doorgeslagen, dus prachtig als de mensen de weg wat naar elkaar terug vinden, al is het door economische noodzaak. Maar dan moet je dat met sociale wetgeving niet gaan afremmen.

Maar is dat nu zo? Het SCP had geen recent onderzoek hierover, dus ik schoof maar weer even achter  de PC: een oceaan verderop is begin deze maand een  onderzoek uitgebracht: “the state of young America”.  Het onderzoek gaat over jong volwassenen tussen de 18 en 34 jaar en richt zich op hun omstandigheden, ambities en angsten. Het onderzoek toont ontmoediging over hun economische status, maar ook hoop en sterke opvattingen over de weg voorwaarts voor hun generatie. Ik laat een paar bevindingen zien (klik op plaatje voor grotere versie).

Dit beeld is tamelijk verontrustend. De neiging gebruik te maken van het stemrecht is niet erg hoog. Dat zegt misschien iets over de mate waarin men de politiek als een probleemoplosser ziet.

Ook de vraag naar de politieke voorkeuren levert een markant onderscheid: de democraten zijn een partij van zwarten. De beweging van onafhankelijken lijkt in opkomst. Dat kan waardevol zijn om de stagnatie tussen republikeinen en democraten te doorbreken.

De politieke uitslagen hebben te maken met de economische realiteit: 68% zegt dat het moeilijker is de financiele einden aan elkaar te knopen. Zelfs 78% van de Latino’s is daar van overtuigd.

Het onderzoek beziet ook de schuldenlast van jongeren, exclusief hypotheek: creditcard, afbetalingen en dergelijke. Ik laat die maar weg, omdat de vergelijkbaarheid beperkt is.

Bijna de helft van alle jongeren denkt slechter af te zullen zijn dan hun ouders, maar 22% verwacht een betere toekomst dan hun ouders hebben.

De meerderheid (81%) heeft werk of zoekt daar naar, maar 57% wil meer werk en maar 53% werkt in het gekozen vakgebied. Het lijkt geen vrolijk beeld.

Ook naar inkomens is gevraagd: meer dan de helft van de onderscheiden groepen geeft aan gelijk te zijn gebleven of te zijn achteruit gegaan, in de laatste vier jaar.

De economische situatie heeft ook invloed op de beslissingen voor scholing of voor de gang naar de universiteit. Ruwweg 35% heeft vertraging aanvaard in die beslissingen. De variaties tussen zwart, Latino, blank, man of vrouw zijn hier klein.

Kan men rond komen, vroegen de onderzoekers. Dat lijkt mee te vallen: 52% vindt de persoonlijke financiële situatie voldoende, maar bijna 70% geeft aan dat het de laatste vier jaar lastiger is geworden de eindjes aan elkaar te knopen.

Welke gevolgen heeft dat?

Iedereen mag deze percentages ernstig of iets anders vinden. Als ik blijf bij mijn thema huishoudensvorming stel ik vast dat bijna de helft van de jongere generatie de beslissing om zelfstandig te gaan wonen, heeft uitgesteld. Dat is misschien niet zo erg, zelfs goed voor de ouderen.

Maar het is wel even wennen. Het einde van de individualisering lijkt op handen. Als de regering Rutte het beleid van bijvoorbeeld de bijstand richt op het versterken van die trend, pleegt men verraad aan wat ooit een liberaal geloofsartikel leek te zijn. Als we echt in een depressie belanden, moeten mensen bezuinigen, door bij elkaar te kruipen, samen te werken. Het lijkt of de mogelijkheid daartoe op voorhand wordt gefnuikt.

Maar de grootste vraag is nog een andere. Als het altijd vanzelfsprekend was dat kinderen het beter zouden krijgen dan hun ouders en in grote delen van de samenleving is die vanzelfsprekendheid niet langer een feit, hoe gaat dat dan voelen? Gaan de jongeren die dat treft zich gedeklasseerd voelen, rancuneus wellicht? Wat gaat dat betekenen voor hun politieke gedrag?

De geschiedenis leert ons dat rancune een voedingsbodem is voor de onwaarschijnlijke slechtheid, die onder een bovenlaag van beschaving vermoedelijk bij ons allen te vinden is.  Het wordt tijd voor een Nederlandse versie van dit onderzoek.

Zie: Lake Research Partners: “the young are restless”

  1. 1

    Waarom zou de politiek of de staat sturend moeten optreden dat mensen meer of minder als families gaan samenwonen? Dat lijkt me een individuele keuze. Bovendien maakt het natuurlijk niet zoveel uit wat de staat doet. Mijn ouders bijvoorbeeld hebben een schitterende villa, bos vlakbij en de stad op een steenworp. Met een volle bijstand zou ik nooit iets vergelijkbaars kunnen vinden. Bovendien zouden ze het leuk vinden en mij regelmatig mee uit eten nemen. Had ik maar een bijstandsuitkering!

  2. 2

    Dat beweer ik helemaal niet. Maar als mensen zoeken naar oplossingen voor de gevolgen van de crisis, zou het handig zijn als er werd nagedacht over de ruimte die ze daarvoor wordt gelaten.
    Ik vrees dat je eerst een jaartje bijstand moet hebben, voordat dat helder is. Als je bijstand hebt, zul je merken dat het wel wat uitmaakt, wat de staat doet.