De crisis en het wonen

Al decennia lang bouwen wij in ons land voor de gezinsverdunning. De gemiddelde woningbezetting daalt constant, sinds 1945. Het is een uitdrukking van onze veranderende wijze van samenleven, die wij individualisering noemen, maar ook van de toenemende welvaart. We hebben meer vierkante meters woning nodig voor alle spullen, die we inons leven verzamelen en we kunnen voor die spullen en die vierkante meters ook betalen.

Maar blijft dat zo? Hoe handelen mensen onder de druk van economische omstandigheden? Hoe vormt zich een huishouden? In de jaren vijftig werd door jonge stellen op zolderkamers bij familie gebivakkeerd, totdat de lange wachttijd voor een woning voorbij was. Alle zure grappen over schoonmoeders dateren uit die periode. Maar toen was  ook “geluk heel gewoon”.

In de jaren zeventig en tachtig kwam de individualisering: het grootste goed was zelfstandig wonen, waarin de volkshuisvesting inderdaad voorzag. Maar er was een neveneffect, dat lastig was: wat te doen met onze ouderen? We maakten grote bejaardenhuizen voor ze; maar dat bleek geen bestendige lijn, door hoge zorgkosten en afkeer van de ouderen zelf, die zelfstandig wensten te blijven, maar liever niet eenzaam. Het beleid werd: laat ouderen zelfstandig blijven wonen, zolang ze dat maar enigszins kunnen.

En dan komt de hypothekencrisis. In Amerika worden honderduizenden huishoudens uit hun woningen gezet, omdat zij hun financiers niet meer kunnen betalen. (2007 tot heden) In ons land lopen de problemen met de NHG op, de banken veilen huizen van insolvabele klanten, de woningmarkt zit vaster dan ooit en de Nederlandse Bank waarschuwt nog  weer eens voor de gevaren van de hypotheekrenteaftrek, het vermaledijde H-woord.

Wat zou er gebeuren, wanneer de crisis zich verdiept, b.v. door de val van de euro, het opbreken van de hele EU? Aan een zware recessie twijfelt dan niemand. Hoe zou dat doorwerken op de vorming van huishoudens?

Uit een kleine studie van PEW research blijkt dat in Amerika het aandeel van meergeneratie huishoudens groeit.  Je kunt uit de Amerikaanse gegevens niet direct afleiden dat het vormen van een meer-generatie huishouden verband houdt met de economie en de crisis, maar de trend in de USA is opmerkelijk.  Ook daar was de individualisering en de welvaart de motor van de wijze waarop huishoudens werden gevormd. De vraag is natuurlijk: waar zijn alle slachtoffers van honderduizenden huisuitzettingen sinds 2007 gebleven? Het lijkt een voor de hand liggende oplossing dat men bij familie of  ruim wonende ouders intrekt.

Het onderzoek is uitgevoerd in 2009 en gebruikt een combinatie van bestaande cijfers en telefonische interviews. Dat is een beetje vroeg voor een directe verbinding met de crisis, maar de onderzoekers maken de associatie wel.

Die gedachte is interessant: de economische omstandigheden en vooruitzichten zijn wellicht bepalender voor de vraag naar woonruimte, dan wij lang hebben gedacht.

Als we deze ontwikkeling proberen door te denken naar ons land: terwijl de regering denkt aan het bestrijden van het scheef wonen, hebben de mensen in de werkelijkheid inmiddels heel andere problemen. Zij kunnen hun hypotheek niet meer betalen, hebben hoge restschulden zonder compenserende waarde, verliezen hun baan en partner. Zij zoeken een weg om te bezuinigen op hun maandlast: de zolder van de oude vader of moeder. Zo drukken meerdere huishoudens hun woonlasten.

Maar alleenstaande ouderen in Amerika zijn er ook minder. In ons land was het adagium: zo lang mogelijk thuis wonen, in een vertrouwde omgeving; maar ook bij je kinderen? De keerzijde van zelfstandigheid was eenzaamheid, zo lijkt dit onderzoek te suggereren: ouderen in een huishouden van meer generaties lijken gelukkiger, minder eenzaam en gezonder.

Stel: Griekenland gaat failliet en de EU versplintert. Dat gaat gevolgen hebben voor werkgelegenheid, pensioenen en inkomens.  Mensen gaan hun problemen oplossen door hun maandlasten te drukken, door de gemiddelde woningbezetting te vergroten. Die gemiddelde woningbezetting was jarenlang de stabielste statistiek van de huisvesting: die daalde altijd. Inmiddels tot een bizarre waarde van minder dan 2 mensen per woning.

Het zou kunnen dat deze trend door de crisis wordt gekeerd. Het Amerikaanse onderzoek lijkt dat te bevestigen en de economische nood die hier achter schuilt, pakt niet zo gek uit. Gaan wij terug  naar de tijd “toen geluk heel gewoon was”?

Het bureau onderzoekt ook hoe mensen daar tegen aan kijken. Ooit voegde een beroemd architect mij toe: je kunt het grote bejaardenhuis wel onmenselijk vinden, maar neem jij je ouders in huis? Ik zweeg beschaamd, want dat was ik niet van plan. Maar hieronder is te zien dat de oudere generatie gemakkelijker een volwassen kind in huis neemt dan andersom.

We beweren dat de huizenmarkt gaat krimpen; misschien zal dat een waarheid als een koe worden, wanneer de crisis echt toeslaat. Woonruimte kost tenslotte geld.

Intussen spreken wij over “verdienmodellen” van woningcorporaties, het bestrijden van het scheefwonen en het bijdragen aan de huurtoeslag. Misschien zouden we toch wat beter moeten nadenken over de vraag hoe wij de mensen die binnenkort grote problemen hebben, zouden kunnen helpen. Degenen die niet zelfredzaam zijn hebben niets aan woningcorporaties met lege kassen. Misschien moeten woningcorporaties en banken eens kijken of ze elkaar kunnen bijstaan: door het bezit van de insolvabele huizenbezitters niet op de veiling te brengen, maar  onderhands te laten verwerven door sociale huisvesters. Misschien kan de insolvabele eigenaar dan zelfs in zijn woning blijven, maar nu als huurder.

Sinds jaar en dag werd de gemiddelde woningbezetting kleiner: onze groei  van de woonruimte productie moest daarvoor op tempo blijven, want ondanks de stagnatie bleef de woningmarkt gespannen. Wij waren en zijn verslaafd aan groei. Maar zoals de Club van Rome ooit de geheiligde groei  in discussie bracht, zo doet een globale economische crisis dat nu opnieuw. Maar de groei moet van iedereen zo snel mogelijk terug. Waarom eigenlijk? Omdat alleen dan de beslissingen over ons lichtzinnig consumentisme te nemen zijn?

  1. 1

    Moeilijke vraag hoor. Er zijn natuurlijk lichtzinnige consumenten, er zijn ook consumenten die voor het maximum gaan, er zijn er die voor het optimum gaan en er zijn er voor een minimum gaan. Iedereen wil toch vooruit? Een grotere TV, een comfortabeler bed, een lagere energierekening, een auto met meer PK’s en gadgets voor een lagere prijs, minder werkuren, grotere tuin, etc, etc.
    Ja, hoe bereik je dat?

  2. 2

    Een leuk idee, dat van die overgang van woningen van insolvabelen van eigendom naar huur.
    En hoe zou het gaan als je een woning uit de rij haalt en die verbouwt tot centrale keuken/huiskamer, en op die manier straten en flatgalerijen ombouwt tot grotere eenheden? Of blijkt uiteindelijk dat het gezin en de familie toch de sterkste groep te vormen?

  3. 3

    @ Ernest + Tom
    Inderdaad, een nobel idee. Alleen verdienen de banken dan minder. In Spanje heb je nu al de situatie die Tom beschrijft, dagelijks huisuitzettingen, terwijl men (weer) bij pa en ma gaat wonen als oudere jongere. Ben het alleen niet eens dat banken en cooperaties moeten gaan ‘kijken’ wat er mogelijk is, dit moet de politiek opleggen. Anders gebeurt het niet.

  4. 4

    De werkelijkheid van die gedwongen verkopen is ook niet alles. Een veiling kost veel geld, de opkopers en de betrokken notarissen hebben veel aandacht van justitie. Er zijn al notarissen gearresteerd.
    Kortom: je zou de woningcorporaties als stabilisatoren van de crisis kunnen zien. Maar dan moet de financiële kracht niet worden geplunderd voor de huurtoeslag of andere vormen van verjubeling.
    Wat het lichtzinnige consumeren betreft: probeer eens te doordenken wat de groei van enige procenten, die wij als normaal en wenselijk beschouwen, betekent voor de belasting van de aarde. Ik geef het toe: er zijn ook positieve vormen van groei, zoals de wet van Moore. Malthus heeft geen gelijk gekregen en de Club van Rome vooralsnog evenmin. Maar het probleem blijft.