CU: ‘Ombudsman is onzorgvuldig’

CU: ‘Ombudsman is onzorgvuldig’

2009103 Congres_RouvoetOp grond van twee tendentieuze voorbeelden zet de Nationale Ombudsman de hele jeugdzorg weg als gedragsgestoord. Volledig ten onrechte, meent André Rouvoet zaterdag in de Volkskrant. Oppervlakkig in de analyse en onzorgvuldig in de conclusies. Dat was mijn reactie op het artikel van de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer, waarin hij de jeugdzorg ‘gedragsgestoord’ noemt (Forum, 21 november).

Een dergelijke diskwalificatie van een hele sector mag niet onweersproken blijven. Ik ben het met de heer Brenninkmeijer eens dat er in de jeugdzorg nog veel beter kan en moet. In mijn VU-lezing in september over de toekomst van de zorg voor jeugd ben ik daar glashelder over geweest. We moeten zorgen dat kinderen en gezinnen met multiproblemen beter en sneller worden geholpen. Ouders met een gewone opvoedvraag moeten laagdrempelig en met gebruik van hun eigen kracht geholpen worden. En niet in een zwaar hulptraject terecht komen als het niet noodzakelijk is.

Ook uit de begin november verschenen evaluatie van de Wet op de jeugdzorg blijkt dat er weliswaar veel verbeterd is, maar dat de zorg toegankelijker en effectiever moet worden. Binnenkort kom ik met een omvattende kabinetsvisie en met concrete voorstellen hoe we dat gaan realiseren.

Er is dus nog een wereld te winnen, daarover zijn we het eens. Ik heb waardering voor de betrokkenheid van de Nationale Ombudsman en zijn inzet voor kinderrechten.

Overigens verbaas ik mij over zijn stelling dat ‘de waarborging van de kinderrechten in ons land in handen van de jeugdzorg is gelegd’. Kinderrechten zijn aanzienlijk breder dan jeugdzorg en gaan ook over onderwijs, armoedebestrijding, veiligheid, meedoen en meepraten, de gezinssituatie.

Wat mij echter steekt, is dat de Ombudsman een gehele sector wegzet als ‘gedragsgestoord’ op basis van tendentieuze voorbeelden die bij lange na niet representatief zijn voor de hele jeugdzorg. Dat doet geen recht aan de tienduizenden kinderen die elk jaar wel goed geholpen worden en aan de duizenden professionals die zich iedere dag opnieuw met hart en ziel inzetten om kinderen in vaak moeilijke omstandigheden te helpen.

Ruben en Clara
De Ombudsman gebruikt de voorbeelden van Ruben en Clara, twee kinderen in de zwaarste (en kleinste) vorm van jeugdzorg: de gesloten jeugdzorg. Er zijn inderdaad Rubens en Clara’s die niet langer bij hun ouders kunnen blijven en gesloten opgevangenmoeten worden. Zij hebben topzorg nodig voor zeer ernstige psychische of gedragsproblemen en bescherming tegen zichzelf en of hun omgeving. Let wel: in zo’n geval is er altijd een uitspraak van de kinderrechter nodig.

Gesloten jeugdzorg is in opbouw, sinds 1 januari 2008. Terecht is indertijd door Kamer en kabinet vastgesteld dat jongeren met zeer ernstige problematiek niet samen met strafrechtelijke jongeren in justitiële jeugdinrichtingen behoren te zitten. De opbouwvan capaciteit en een verantwoord zorgaanbod vragen tijd en zorgvuldigheid. Op 1 januari 2010 is dit afgerond.

De instellingen zijn onderworpen aan streng toezicht van de Inspectie Jeugdzorg. De ontwikkeling van deze vorm van jeugdzorg is niet ingegeven door de angst voor incidenten, maar is voortgekomen uit het besef dat hier topzorg voor heel complexe kinderen nodig is. Beperkende maatregelen zijn inderdaad soms nodig. Denk aan een meisje dat ondanks alle ellende die daarbij hoort, terug wil naar haar loverboy. En bij een kind met een drugsprobleem, is onderzoek op het lichaam (niet visitatie, zoals de Ombudsman ten onrechte stelt, waarbij ook onderzoek in het lichaam plaatsvindt) helaas meestal nodig. Bij elk kind afzonderlijk wordt vastgesteld welke beperkende maatregelen nodig zijn.

Het verblijf in de gesloten jeugdzorg duurt zo lang als nodig en zo kort als mogelijk. Zorg staat voorop en alles moet erop gericht zijn dat de jeugdige terug kan of via de open jeugdzorg verder wordt geholpen. Dat is dus veel meer dan ‘een bed achter muren met tralies’, zoals de Ombudsman stelt.

Het is overigens maar een klein deel van de kinderen voor wie zorg in een gesloten omgeving beter is. Minder dan 5 procent van alle kinderen die vorig jaar jeugdzorg ontvingen, zijn gesloten opgevangen.

De Ombudsman gaat nog een paar keer kort door de bocht. Zo suggereert hij dat er alleen jonge en onervarenmensen in de jeugdzorg werken en dat het management bijna altijd tekort schiet. Er zijn inderdaad (en gelukkig) veel jonge en gemotiveerde medewerkers, maar ook veel ervaren gezinsvoogden. Het verloop is ongeveer gelijk aan dat in vergelijkbare beroepsgroepen.

En ja, er zijn managementproblemen geweest; dat kan ook niet anders in een sector die werkt onder het vergrootglas van de samenleving en hard werkt aan professionalisering. Maar de Ombudsman maakt er een karikatuur van en doet daarmee onrecht aan de enorme toewijding van de werkers in de jeugdzorg.

Kortom: ik deel enkele waarnemingen van de Ombudsman. En het signaal dat we bij Pietje Bell-gedrag kinderen wel erg snel in een strafrechtelijke hoek drukken, is me uit het hart gegrepen. Maar er is geen aanleiding om op basis van dergelijke observaties een hele sector als gedragsgestoord weg te zetten.

Van de Nationale Ombudsman mag meer zorgvuldigheid worden verwacht.

André Rouvoet is minister voor Jeugd en Gezin.

(De Volkskrant, 28 november 2009. Dit artikel een reactie op de Forum-bijdrage van Alex Brenninkmeijer in de Volkskrant van 21 november 2009)

  1. 1

    Mee eens met de Nationale Ombudsman. Nationale Ombudsman luistert naar allebei(ouders/grootouders, opvoeders, hulpverleners en jeugdzorgwerkers) en hij ziet veel meer misstanden om eigen onafhankelijke conclusies trekken. In Jeugdzorg en aanverwante instellingen werken leugenaars. Het drang tot het liegen en anderen dwingen om te liegen is uiteraad pathologische ziekelijke gedrag. Er is totaal niet mis met juiste conclussie van Nationale Ombudsman. Minister Rouvoet luistert alleen naar leugenaars in Jeugdzorg en hij krijgt verkeerde beeld over werkelijkheid op het werkveld. De kionderrechten zijn door Jeugdzorg met voet getreden, dat weet al iedereen in Nederland. Verslavingen, vervreemding en gevangenissen zijn dagelijks aan orde.
    Graag wil ik hier opmerken dat dhr. Rouvoet is minister van gezin en Jeugd en niet minister van Jeugdzorg. Dus lijkt me vanzelsprekend dat hij de moeite en tijd zou moeten opbrengen ook met de gedepudeerde ouders spreken en pas conclusie trekken. Zulke opmerkingen van minister Rouvoet
    ‘Ïk herkent jullie klachten niet” bewijzen over arrogantie en minachting voor burger en belastingbetaler. Ofschoon dhr. Brenninkmeijer alleen twee incidenten genoemd had, weet hij over veel meer misstanden die structuureel gebeuren en geworteld zijn. Dhr. Rouvoet lees klachten niet, heeft geen fatsoenlijke gedrag om tenminste antwoord geven. Integendeel, hij steunt alle leugens ten koste van de rechten van de kinderen en hun ouders.
    Omdat de dhr. Rouvoet kent geen waarheid over Jeugdzorg en wilt niet kennen, reageert hij eigen arrogantie op Nationale Ombudsman af. Terwijl hoort hier, naar mijn mening, bedanken aan Nationale Ombudsman voor gratis tips.
    Als minister van Gezin en Jeugd, dhr. Rouvoet kan niet tegen kritiek, is blind en oostindisch doof dan moet hij opstappen. Hij als minister is niet geschikt voor deze functie.