Coronaclusters in Amerikaanse gevangenissen

Uitbraken van het coronavirus in overbevolkte Amerikaanse gevangenissen leiden tot het vrijlaten van gedetineerden, maar zelfs onder de huidige alarmerende omstandigheden lijkt er geen bereidheid om iets substantieels te doen aan ‘mass incarceration’.

Cook County Jail in Chicago is volgens de New York Times op dit moment de grootste bron van coronabesmettingen in de VS. Op zaterdag telde de gevangenis 304 besmettingen onder gedetineerden en 213 onder gevangenismedewerkers; zondag stierf de derde gedetineerde aan corona. Ook in de gevangenis op Rikers Island in New York City neemt het aantal besmettingen in zorgwekkend tempo toe. In gevangenissen in California groeide het aantal besmettingen in een week met een factor zeven onder gedetineerden en een factor drie onder personeel. De meest dodelijke uitbraak in een gevangenis tot nu toe vindt plaats in de federale gevangenis in Oakdale, Louisiana, waar zes gedetineerden zijn overleden aan corona.

In verschillende staten worden gedetineerden vrijgelaten, waarbij het meestal gaat om kwetsbare groepen, maar activisten, advocaten en wetenschappers waarschuwen dat bestuurders niet snel genoeg handelen en dat de aantallen te klein zijn om de veelal overbevolkte gevangenissen te kunnen ontlasten. In de VS is een schrikbarend hoog aantal mensen gedetineerd: gemiddeld bijna 700 per 100.000 inwoners en in sommige staten gaat het aantal richting 1 op de 1000 – ter vergelijking: in Nederland zijn het er zo’n 60 per 100.000.

Mobsters, killers, rapists

Er is voor de gevangenissen geen federaal beleid, in de VS zijn de staten verantwoordelijk voor hun strafrechtelijk beleid en dus voor zo’n 90 procent van de gevangenen. Wat vrijlating van grotere aantallen mensen onder meer belemmert is dat gouverneurs, die door burgers worden verkozen, criteria formuleren die grote groepen veroordeelden bij voorbaat uitsluiten van vrijlating. Nieuwskoppen zoals ‘Mobsters, killers, rapists seeking prison release because of coronavirus’ (New York Post) illustreren dat het politiek riskant is om bepaalde dadergroepen vrij te laten. Pleitbezorgers van een ruimhartiger vrijlatingsbeleid wijzen op de gezondheidscrisis, terwijl politici ook of vooral een veiligheidscrisis zien.

De criteria voor vrijlating spelen een voortdurende rol in het politiek-maatschappelijke debat over hoe gevangenissen moeten reageren op de coronacrisis. In New York bekritiseerden de officieren van Justitie van de vijf stadsdelen de plannen van gouverneur Andrew Cuomo om gedetineerde vrij te laten vanwege de ‘publieke veiligheid’ omdat er ook mensen tussen zouden zitten die veroordeeld zijn voor seksueel geweld en huiselijk geweld.

Crystal clear

Ander voorbeeld: gouverneur Tom Wolf van Pennsylvania kondigde aan om 1500 tot 1800 van de meer dan 44 duizend gevangenen in de staat vrij te laten, waaronder mensen die vanwege hun gezondheid kwetsbaar zijn voor besmetting en minder dan negen maanden straf te gaan hebben. Maar iedereen die een straf uitzit voor een geweldsdelict of drugshandel zijn bij voorbaat uitgesloten. Zo ook iedereen die een levenslange straf uitzit zonder de mogelijkheid tot vervroegde vrijlating (parole), waaronder meer dan 700 mensen die 65 jaar of ouder zijn, die extra kwetsbaar zijn alleen al vanwege hun leeftijd. Je kunt je afvragen hoe gewelddadig mensen nog zijn nadat ze decennia vast hebben gezeten, maar de gouverneur verklaarde: ‘I have no interest – and I want to make this crystal clear – in releasing violent criminals from our system’.

Attorney General William Barr hanteert vergelijkbare criteria voor vrijlating uit de federale gevangenissen, waar zo’n 10 procent van het totaal aantal Amerikaanse gedetineerden vastzit. Barr kondigde vorige week maandag aan dat op basis van negen criteria 4.013 gedetineerden waren geïdentificeerd die zouden kunnen worden vrijgelaten. Dat klinkt veelbelovend, maar in de praktijk betekende dat dat in de al genoemde gevangenis in Oakdale uiteindelijk slechts zes mensen aan de criteria voldeden. Het laten vallen van één van de criteria, namelijk dat mensen minstens de helft van hun straf hebben uitgezeten, leverde landelijk slechts 90 ‘plus later nog enkele tientallen’ nieuwe zaken op voor heroverweging.

Speciale categorie

De criteria die de autoriteiten hanteren voor vrijlating leggen enkele fundamenteel problemen bloot van het Amerikaanse gevangenissysteem: rechters leggen ontzettend lange gevangenisstraffen op en elke poging om de straffen te verlagen of de gevangenispopulatie te doen slinken sluit bij voorbaat de categorie ‘gewelddadige daders’ uit.

Maar om te komen tot een significant aantal vrijlatingen, moeten autoriteiten bereid zijn ook mensen vrij te laten met een gewelddadig verleden, zeggen de pleitbezorgers van een ruimhartiger beleid. Mensen die zijn veroordeeld voor geweld – voor bijvoorbeeld moord, verkrachting, mishandeling en beroving maar ook ‘kleinere’ vormen van geweld – vormen een meerderheid in alle gevangenissen die door de staten worden gerund, schrijven enkele Amerikaanse strafrechtswetenschappers. Omdat de straffen voor geweldsdelicten bovendien langer zijn, zijn deze gedetineerden gemiddeld ook ouder en dus kwetsbaarder: twee op de drie zijn 55 jaar of ouder. (In Amerikaanse gevangenissen geldt niet 70 jaar maar 55 jaar als ‘oud’.) Volgens deze wetenschappers is het vrijlaten van deze mensen veel minder gevaarlijk dan vaak wordt gedacht; slechts 1 op 20 pleegde binnen drie jaar weer een geweldsdelict (en recidive is lager voor geweldplegers dan voor andere delicten).

De terughoudendheid om mensen met een gewelddadig verleden vrij te laten laat zien dat deze mensen in een ‘speciale categorie zitten die minder compassie en een hardere behandeling verdient’, schrijft strafrechtswetenschapper John Pfaff. Maar, waarschuwt Pfaff, als we mensen confronteren met ‘gewelddadige daders’ dan hangt ons oordeel minder af van wat ze gedaan hebben en meer van wie de dader is, waarbij ras en armoede een grote rol spelen. Het categorisch uitsluiten van ‘violent offenders’ is dus niet zo objectief als het misschien lijkt.

Mythe

De discussie over welke gedetineerden in aanmerking moeten komen voor vrijlating reflecteren een al veel langer lopende discussie over hoe ‘mass incarceration’ zou moeten worden beëindigd. De veiligste ‘progressieve’ positie is om de pleiten voor vrijlating van de vele ‘non-violent’ veroordeelden, maar het is een mythe dat het vrijlaten van deze categorie een significante bijdrage zou leveren aan decarceration.

Om de gevangenispopulaties tot veilige aantallen terug te brengen – wat ten tijde van de coronacrisis op zijn minst betekent dat ‘social distancing’ mogelijk is – zullen toch echt ook mensen met een gewelddadig verleden moeten worden vrijgelaten. Maar als Amerikaanse bestuurders dat acceptabel hadden gevonden, dan waren de gevangenissen nu geen coronaclusters geweest.

Reacties zijn uitgeschakeld