Aantrekkelijk wonen in krimpregio’s kan prima

In de discussie over krimpregio's ligt de nadruk vaak op leegloop en doemt al snel het beeld van spookdorpen op. Dat beeld is onvolledig. Er verhuizen namelijk ook nog steeds mensen náár krimpgebieden, vanwege de betaalbaarheid van de huizen en de kwaliteit van de leefomgeving. In zijn bijdrage aan de discussie over krimp zegt Nol Reverda dat krimpgebieden dynamiek en nieuwe energie nodig hebben. Waar hij betoogt dat Parkstad Limburg meer moet inzetten op stedelijke kwaliteiten, blijken het in noordelijke  krimpgebieden, naast betaalbare woningen, eerder plattelandskwaliteiten te zijn die nieuwe bewoners aantrekken. En, misschien verrassend, ook jonge verhuizers trekken naar deze gebieden. Het dominante beeld over verhuizen naar het platteland is dat van de welvarende stedeling op zoek naar een nieuw leven in een idyllische omgeving. In mijn onderzoek heb ik het klassieke beeld van verhuizen naar het platteland kritisch tegen het licht gehouden door de verhuisstroom naar plattelandsgebieden die minder in trek in zijn nader te onderzoeken. Ik heb me daarbij gericht op Noord-Nederland. Behalve wetenschappelijk relevant is dit ook vanuit beleidsoogpunt interessant. Grote delen van het Nederlandse platteland hebben of krijgen in de toekomst te maken met bevolkingskrimp. Omdat de instroom één van de factoren is die van invloed zijn op de bevolkingsontwikkeling, naast geboorte, sterfte en het aantal vertrekkers, is het belangrijk meer inzicht te hebben in de verschillende migratiestromen naar verschillende soorten plattelandsgebieden.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Thompson Rivers University (cc)

Steven Pinker over ‘ons betere ik’

Verschillende historische ontwikkelingen hebben er voor gezorgd dat je de kans dat je door agressie om het leven komt nog nooit zo klein is geweest als nu.

De mens heeft het goede en het kwade beide in zich verenigd, maar het goede heeft de overhand gekregen. Volgens Harvard psycholoog Steven Pinker is de wereld er een betere plek op geworden in de loop der tijd. De kans dat je door agressie om het leven komt, is nog nooit zo klein geweest. Dat ‘ons betere ik’ de boventoon is gaan voeren, heeft te maken met een aantal historische ontwikkelingen. Het ontstaan van staten, de drukpers, handel en de Verlichting zijn hier voorbeelden van. ‘The long term trend is that violence of all kinds is decreasing,’ aldus Pinker. Maar hoe zetten we deze trend voort?

Tijdens de jaarlijkse 4 mei-herdenkingslezing geeft Pinker direct toe: de afname van geweld is niet continu geweest, het is nog lang niet uitgebannen en het is absoluut niet gegarandeerd dat de afname standhoudt. Elke oorlog en elk slachtoffer van geweld is er één teveel. Toch is het goed de wereld zoals die vandaag de dag is eens in perspectief te plaatsen. Wat zien we dan?

Geweld in perspectief

Vijftien procent van menselijke prehistorische beenderen en skeletten dragen sporen van fysiek trauma. Vergelijk dit met de ‘bloedige twintigste eeuw’ met al haar oorlogsdoden, slachtoffers van hongersnoden en ziektes die voortkwamen uit oorlogen, en genocides. Je komt dan uit op drie procent. Maar is de twintigste eeuw dan niet de meest bloedige sinds het ontstaan van de beschaving en staten? Zelfs dat niet. Pinker maakt de vergelijking met de negentiende eeuw: de napoleontische oorlogen kostten aan 4 miljoen mensen het leven, de Taiping-opstand in China aan 20 miljoen mensen, de Amerikaanse Burgeroorlog aan 650.000 mensen, de veroveringen van Shaka Zulu aan 1 tot 2 miljoen en de Oorlog van de Drievoudige Alliantie betekende het einde voor 60 procent van de Paraguyaanse bevolking. Daarnaast is het aantal moorden per hoofd van de bevolking drastisch gedaald, evenals vervolging vanwege religieuze overtuiging, hekserij of overspel. En ook het type vervolging is minder gewelddadig geworden. Martelen komt sinds 1850 in Europese landen niet meer voor en de doodstraf is in elke westerse democratie afgeschaft behalve in de Verenigde Staten. Door de afschaffing van slavernij in Mauritanië in 1980 leven we voor het eerst in een tijd dat slavernij overal ter wereld illegaal is.

Foto: Fotocollectie Nationaal Archief/Anefo/Hans van Dijk [CC-BY-SA-3.0-nl (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/nl/deed.en)], via Wikimedia Commons

Boer Koekoek langstzittende partijleider ooit

ANALYSE, DATA - Hoe lang zijn partijleiders in Nederland aan de macht, en verandert dat over tijd? Op basis van zijn eigen dataset analyseert politicoloog Gijs Schumacher hoe het zit met Nederlandse partijleiders.

Partijleiders zijn belangrijke figuren. Het falen van een partij bij de verkiezing of bij een coalitieonderhandeling is vaak het falen van de leider. Een partijleider moet ‘leiderschap tonen’ en wanneer zij dit niet doet is de partij gedoemd haar invloed te verliezen. Hoewel media dolgraag allerlei ditjes en datjes over partijleiders opschrijven, weten we systematisch weinig van partijleiders: wanneer ze aftreden, wanneer ze het beleid van de partij veranderen en wanneer ze bijdragen aan het electorale succes of verlies van een partij.

Om dit (en andere dingen) te onderzoeken heb ik een paar maanden geleden een beurs gekregenvan de Deense Raad voor Onafhankelijk Onderzoek. Ik heb recentelijk data over partijleiders uit achttien democratieën (West-Europa, Canada, Australië en Nieuw Zeeland) verzameld en licht hier een heel klein tipje van de sluier op. De leidraad is: hoelang blijven partijleiders aan de macht? Zijn er verschillen tussen partijen, en belangrijker, is het waar dat de politiek competitiever en jachtiger is geworden, met andere woorden vervangen partijen hun leiders vaker dan vroeger? Ik zoom in op Nederland, maar vergelijk Nederland ook met de andere landen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Pepijn Schmitz (cc)

Risicogestuurd toezicht in het onderwijs

ACHTERGROND - Kan de Inspectie van het Onderwijs aan de hand van informatie die zij heeft over scholen risicogestuurd toezicht in het onderwijs mogelijk maken?

Het Onderwijsverslag verscheen vorige week al en ik was van plan er een mooie grafiek uit te selecteren. Maar zoals wel vaker dwaalt mijn aandacht af, als er een interessante voetnoot bijstaat. In de webversie van het Onderwijsverslag staat een verwijzing naar een proefschrift uit 2012, van A. Timmermans.

Dat proefschrift gaat over de “toegevoegde waarde” indicator. Omdat scores aan het einde van een onderwijsloopbaan weinig zeggen over de kwaliteit van een school, is een “toegevoegde waarde” indicator in theorie veel geschikter om de kwaliteit van scholen te bepalen. De Inspectie heeft in diverse documenten aangegeven bezig te zijn met studies naar de bruikbaarheid van deze indicator. Het proefschrift “Value added in educational accountability: Possible, fair and useful?” van Timmermans geeft een goed overzicht van de theorieën, de beschikbare modellen en de obstakels bij het invoeren van een dergelijke indicator. Het is bovendien goed leesbaar en gericht op een actueel vraagstuk van maatschappelijk belang.

Het interessantste hoofdstuk vind ik aan het einde. Het gaat over het risicogestuurde toezicht dat de Inspectie hanteert.
Een simpele uitleg daarvan zag ik donderdagavond op televisie. Medici kunnen sinds vandaag op basis van een bepaalde formule uitrekenen hoeveel procent kans een hart- en vaatpatiënt heeft om in de komende tien jaar opnieuw gezondheidsklachten te ontwikkelen. Een aantal variabelen wordt daarbij gemeten: bijvoorbeeld de aard van voorgaande klachten en bloedwaarden. Het voorspellende model staat op een half A4-tje en schijnt revolutionair te zijn.

Foto: Even Westvang (cc)

Flinke daling medicijnonderzoeken

ANALYSE - Het aantal klinische onderzoeken naar medicijnen dat in Europa plaatsvindt, daalt de afgelopen jaren behoorlijk. Maar in Oost-Europa, en vooral in Polen, vinden juist steeds meer klinische onderzoeken plaats.

Dit blijkt uit een data-analyse van het register klinische onderzoeken van het Europees Medicijn Agentschap. Farmaceuten zijn verplicht hun klinische onderzoeken te registreren en voorvallen te melden.

Uit de analyse blijkt dat het aantal klinische onderzoeken sinds 2008 in Europa flink daalt. In 2007 werden nog jaarlijks bijna 7000 onderzoeken geregistreerd, in 2012 waren dat er nog geen 2000.

Opvallend is ook dat de daling zich niet in iedere regio in dezelfde mate voor doet. In Noordwest Europa is de terugloop van het aantal onderzoeken het sterkst, daarna volgt Zuid-Europa, terwijl Oost-Europa en met name Polen steeds populairder worden voor farmaceuten.

In Polen werden in 2007 nog maar 82 onderzoeken uitgevoerd, in 2012 liefst 209. Dat komt vooral doordat in Polen de kosten van zo’n onderzoek, ook wel clinical trial genoemd, laag zijn en omdat er weinig medicijnen op de markt zijn, legt Huub Schellekens, hoogleraar medische biotechnologie, uit. ‘Het meest ideaal is een placebo-onderzoek, waarbij de helft van de patiënten een nepmiddel krijgt. Dat mag je echter niet doen als er een bestaand medicijn op de markt is. In veel landen is zo’n medicijn er vaak wel, maar in Polen niet.’

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Life Mental Health (cc)

Jongens zijn niet gebaat bij zelfontplooiing

ACHTERGROND - Als we de toename van ADHD bij jongens een halt willen toeroepen, dan moeten we het individualisme aanpakken – te beginnen bij de veel te lange schooltijd, stelt Angela Crott in haar proefschrift ‘Jongens zijn ’t. Van Pietje Bell tot probleemgeval’.

Het maatschappelijk onbehagen dat de laatste tien jaar het maatschappelijk debat beheerst, is volgens de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) een ‘veelkoppig monster’. Het ziet er voor iedereen anders uit, waardoor het moeilijk is de vinger te leggen op de precieze oorzaak en omvang ervan.

Dit maatschappelijk onbehagen wordt mede gevoed door het onbehagen van de jongen. Het werd voor het eerst aangewakkerd in 1967 toen het onbehagen bij de vrouw werd verwoord door feministe Joke Kool-Smit in haar beroemde artikel in De Gids. Volgens Kool-Smit moesten vrouwen in de maatschappij participeren. Alleen buiten het gezin kon de vrouw zich ontplooien, zelfstandig zijn en macht krijgen. Ze pleitte voor een herverdeling van de macht: de ‘diensten’ binnen en buiten huis moesten eerlijk verdeeld worden tussen man en vrouw. Dat pleidooi werd niet opgepikt door de man.

Om te zorgen dat de man in de toekomst zijn zorgend vermogen zou aanboren, werd de jongen erop aangesproken. Deze liep echter ook niet over van enthousiasme. In 1992 verscheen een brochure voor jongens over (zelf)zorg dan wel zorgzelfstandigheid: Jongens als superman. In de brochure wordt met de hulp van ‘Roeland de Redder’ getracht jongens van twaalf tot achttien jaar warm te maken voor ‘zorgen voor jezelf en anderen’. Jongens hadden echter grote moeite zich te vereenzelvigen met deze ‘held’, die geen zwaard maar een theedoek hanteerde.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Vorige Volgende