Bloedgroepen ChristenUnie 2001-2010

Wat je voor GroenLinks kan doen kan je ook voor de ChristenUnie doen: hoe sterk zijn de bloedgroepen nu? En het interessante aan een christelijke partij in Nederland is dat de vertegenwoordigers een veelvoud aan protestantse religieuze achtergronden hebben.

De ChristenUnie is een fusie van twee partijen: de RPF en de GPV.

  • GPV (Gereformeerd Politiek Verbond, 1948) was een protestants-christelijke partij. Haar maatschappelijke basis bestond geheel uit vrijgemaakt-gereformeerden. De partij was gevormd na een kerk scheuring in de aan de ARP gelieerde Gereformeerde Kerk. De partij combineerde conservatieve standpunten op morele vraagstukken, met pragmatische posities op economische kwesties en rechtse standpunten over het openbaar bestuur, het buitenlandse beleid (euroskeptisch en anti-communistisch) en koloniale relaties. In de jaren ’80 gold de GPV als de linksere van de drie protestants-christelijke partijen.
  • RPF (Reformatorisch Politieke Federatie, 1975) was een protestants-christelijke partij. De partij was gevormd als een fusie van gereformeerden die uit de ARP waren gebroken gedurende de jaren ’60 en ’70 toen de ARP naar links schoof. Ook deze partij had conservatieve standpunten op morele vraagstukken, pragmatische posities op economische zaken en rechtse standpunten over het openbaar bestuur, het buitenlands beleid (euroskeptisch en anti-communistisch). In de jaren ’90 gold de sociaal-christelijke RPF als de linksere van de drie protestants-christelijke partijen. De partij bood ruimte aan veel verschillende protestants-christelijke stromingen: leden van de strengere bonden binnen de Protestantse Kerk Nederland (de grote tent-protestantse kerk) de Christelijk Gereformeerde Kerk, Nederlands Gereformeerde Kerk (afgesplitst van de vrijgemaakten) en allerlei evangelische stromingen.

Aandeel RPF en GPV in de ChristenUnie

In het bovenstaande figuur is de ontwikkeling van de partijtop van de ChristenUnie zichtbaar. Dit zijn de Eerste en Tweede Kamerleden, Europarlementariers, de bewindslieden en partijvoorzitter. Tussen 2001 en 2005 was de meerderheid van de ChristenUnie politici oud-RPF lid. Tussen 2006 en 2010 viel dit naar ongeveer 40-50%. Onder tussen was gedurende de hele periode zo’n 40% van de politici GPV-lid. Sinds 2006 heeft 12-16% van de politici geen achtergrond in een van de twee oprichters. Dit patroon lijkt er op te duiden dat in de selectie van vertegenwoordigers de partijpolitieke achtergrond nog steeds een belangrijk criterium is. De reden dat dit zo is hangt misschien samen met het feit dat partijpolitieke onderscheiden binnen de ChristenUnie samenhangen met religieuze onderscheiden.

De verschillende bloedgroepen in de ChristenUnie

In de bovenstaand figuur is de ontwikkeling van religieuze groepen binnen de ChristenUnie weergegeven. De langzaam dalende lijn boven die van net boven de 40% naar net boven de 30% gaat zijn de aan de GPV-gelieerde vrijgemaakt gereformeerden. De opgaande lijn zijn de PKN’ers, een brede kerk. Deze groep verdubbelt bijna van 25 naar bijna 40%. De ontwikkeling van het aantal evangelischen volgt opvallend genoeg de ontwikkeling van het aantal onafhankelijken. Het aantal Christelijk en Nederlands Gereformeerden daalt in deze periode: van meer dan 15 naar minder dan 10%. De ontwikkeling is opvallend: tussen 2001 en 2010 daalt het aantal leden van de streng gereformeerde kerken van bijna 70% naar net meer dan 40%. In plaats daarvan staat de partij nu meer open voor leden van de mainstream protestantse kerk en Evangelische Christenen. Deze verschuiving heeft zich met name na 2006 voltrokken toen de CU een groter electoraat had. De ontwikkeling in religie is in elk geval veel dynamischer dan de ontwikkeling in partijpolitiek opzicht.

  1. 1

    De Protestantse Kerk in Nederland is nog jonger dan de ChristenUnie, zeker bij je karakterisering van de RPF had je beter kunnen spreken van de ‘bonden’ binnen de Nederlands-Hervormde Kerk (en dan zou ik zelf eerder van stromingen dan van bonden hebben gesproken, maar da’s niet zo belangrijk).

    Dat roept bij mij meteen de vraag op wat de cijfers in de tweede grafiek betekenen, waarvoor staat PKN hier?