Bloedgroepen binnen GroenLinks 1989-2010

Logo GroenLinks (Wikimedia Commons)

GroenLinks bestaat dit jaar twintig jaar. De partij is ooit opgericht uit vier partijen. De communistische CPN, de links-socialistische PSP, de groen-christelijke PPR en progressief-christelijke EVP. Daarnaast waren er onafhankelijken die tot de partij toe traden, waaronder mensen die zich niet bij de PvdA thuis voelden. Een van de opvallende dingen aan de geschiedenis van GroenLinks is dat de oprichtende partijen zich heel snel ophieven, en dat de bloedgroepen de discussies niet beheersten. En toch bleven er mensen actief binnen GroenLinks die uit deze groepen voortkwamen.

Er zijn vijf grote ‘bloedgroepen’, waarvan twee geen echte bloedgroepen zijn, maar wel daarmee te vergelijken zijn.

  • Communistische Partij Nederland (CPN: opgericht 1909): de communistische partij die in de jaren ’70 en ’80 steeds meer een partij werd die zich inzette voor de emancipatie van mensen uit achterstand en achterstelling: het was een partij die zich inzette voor werknemers en uitkeringstrekkers, maar ook voor vrouwen, migranten, homo’s en studenten.
  • Pacifistisch Socialistische Partij (PSP: opgericht 1957): de links-socialistische partij die zich verzette tegen atoomwapens. De PSP was vanwege haar ondogmatische benadering van linkse politiek een partij die open stond voor dissidenten van alle grote stromingen: progressieve christenen, vrijzinnige communisten en linkse sociaal-democraten.
  • Politieke Partij Radicalen (PPR: opgericht 1968): de progressief-christelijke partij die in jaren ’70 en ’80 steeds meer een partij was met een breed groen, post-materialistisch profiel: natuurbescherming, oppositie tegen kernenergie, ontspannen samenleving en democratisering.
  • Evangelische Volkspartij (EVP: opgericht 1981): de progressief-christelijke partij die zich met name in zette tegen kernwapens.
  • Partijlozen: al op de eerste GroenLinks lijst stonden onafhankelijken met allerlei orientaties zoals milieubeschermers als Vos en Duyvendak en vakbondsmensen als Rosenmöller en Voortman.
  • Partij van de Arbeid (PvdA, opgericht 1946): GroenLinks zag zichzelf als een partij links van de PvdA, als zodanig is zij bijzonder open voor mensen die de PvdA verlaten zoals Halsema en Buitenweg.

Bloedgroepen van GroenLinks

In de figuur hierboven zie je de vijf grote bloedgroepen die er binnen GroenLinks zijn en hun grootte binnen de partijtop: Eerste en Tweede Kamerleden, het Europees Parlement en de partijvoorzitter. De verdeling begint in de periode 1989-1998 gelijkmatig: CPN, PPR en PSP zijn ongeveer evengroot en er is een stijgend aandeel onafhankelijken. Vanaf dat punt is er duidelijk een splitsing zichtbaar in de grote stromingen PSP en onafhankelijk en de kleinere stromingen CPN, PPR en ex-PvdA. In 2010 is voor het eerste meer dan de helft van de partijtop niet afkomstig uit een van de oprichters.

  • De PSP is door de hele periode een grote stroming geweest. Tussen 1989 en 2009 groeide het aandeel PSP’ers van 30% naar bijna 40%. Met de laatste verkiezingen daalde dit naar 22% effectief betekent dat er vier oud-PSP’ers nog steeds landelijk actief zijn: Judith Sargentini, Ineke van Gent, Tof Thissen en Henk Nijhof. De PSP is de grootste stroming maar ook het minst een bloedgroep, vanwege haar verleden als dissidentenpartij. Nijhof en Vendrik steunden de koers van Halsema, Van Gent was ooit begonnen aan de linkerflank van de fractie maar schreef ook mee aan ‘Vrijheid Eerlijk Delen’, Lagendijk bekritiseerde Halsema dat ze niet genoeg had gedaan om in het kabinet te komen, en Leo Platvoet vormt de kern van Kritisch GroenLinks.
  • Er zijn mensen die zeggen dat GroenLinks programmatisch het meest op de PPR lijkt: groen, vrijzinnig, parlementair. In personele termen is daar niets van te zien. De landelijk laatste prominent oud-PPR’er was Wim de Boer, die tussen 1991 en 2003 de senaatsfractie leidde. In 1989 was de PPR op de lijst nog een dominante aanwezigheid: van de eerste 10 waren er 3 PPR, waaronder de lijsttrekker.
  • Communistisch is GroenLinks nooit geweest. Toch valt niet te ontkennen dat er altijd prominente CPN’ers zijn geweest. In 1995 vormen voormalige CPN’ers met 32% zelfs de grootste stroming binnen de partijtop. Ze leverden onder anderen prominent kamerleden als Singh Varma, de (enige) Europarlementarier (Nel van Dijk) en de partijvoorzitter (Ab Harrewijn). In de jaren daarna is duidelijk te zien dat de CPN meer was dan een arbeiderspartij: ze leveren prominente migranten gezichten als Pormes en Singh Varma, de homo-activist Meijer en betrokken kritische denkers als Laurier en Van der Lans.
  • Sinds 1998 groeit het aantal GroenLinksers met een achtergrond in de PvdA sterk. 1998 is geen raar jaar hiervoor: Rosenmöller boekte toen grote winst met zijn oppositie tegen de Paarse PvdA. Halsema en Buitenweg zijn de bekenste ex-sociaal-democraten en zij pakten 2003 en 2004 ook de leiding van hun fracties op zich.
  • De onafhankelijke maken een voortdurende groei door: van minder dan 10% in 1989 (alleen Paul Rosenmöller) naar een relatieve meerderheid in 2001, naar een absolute meerderheid (van 60%) in 2010. Sinds 2003 hebben de voormalige sociaal-democraten en partijlozen een absolute meerderheid.

Er zijn natuurlijk nieuwe bloedgroepen te herkennen. Naast de vrijzinnige en de kritische stroming zijn er ook de maatschappelijke bewegingen waarmee GroenLinks verbonden is:

  • Als linkse partij is GroenLinks altijd verbonden geweest met de vakbond. De ontwikkeling van deze stroming is opvallend. De stroming valt van meer dan 15% in 1989 naar 5% in 2006. Sinds 2006 neemt het aantal gestaag toe om in 2010 uit te komen boven de 20%. In een tijd dat GroenLinks door bijvoorbeeld ‘Vrijheid Eerlijk Delen’ zich verder verwijdert van de vakbond neemt het aantal mensen met een vakbondsachtergrond toe.
  • Als groene partij is GroenLinks altijd verbonden geweest met de milieubeweging. Het percentage GroenLinksers met een officiele functie binnen de milieubeweging. neemt sterk toe in de periode 1989-1994. Daarna neemt het percentage gestaag af. Tussen 1998 en 2002 als GroenLinks electoraal op haar hoogtepunt is minder dan 5% van de GroenLinksers afkomstig uit de milieubeweging. Sindsdien is het percentage ongeveer 10%.
  • GroenLinks is altijd een partij geweest van emancipatie van migranten. Sinds 1994 neemt het percentage GroenLinksers met een niet-Nederlandse achtergrond gestaag toe: van minder dan 10% in 1994 naar meer dan 25% in 2010, er zit een dip precies in 2002. Tussen 25% van de actieve GroenLinksers zaten drie Marokkanen (en een halve Marokkanen), een Turkse, een Iranier, een Duitse, een Surinamer, een Molukker, een halve Palestijn en een halve Japanse.
  • Ook is GroenLinks een partij geweest die zich inzette voor homo’s. Het percentage homo’s in de landelijke partijtop is altijd vrij beperkt geweest: tussen 1989 en 1994 was het 10%, daarna waren er geen homo’s, tussen 1999 en 2006 was het ongeveer 5%, met een kleine uitzondering in 2009 was er sindsdien geen homo.

Maatschappelijke stromingen in GroenLinks

  1. 1

    Stelling: hoe meer GroenLinks het verleden loslaat, hoe groter het potentiële succes. Hoe minder dogmatiek rond kernwapens enz. hoe aantrekkelijker voor nieuwe kiezers. Geldt sinds het debacle rond het gekozen burgemeesterschap ook voor D66. Beide partijen zijn al aardig op die weg.

  2. 2

    Mooi overzicht Simon.
    Ik snap echter niet de schaal van de verticale as van beide grafieken.

    In mijn herinnering zat de nadruk bij de PSP meer op het pacifisme dan op het socialisme. De PPR was meer de geitenwollensokkenpartij. De EVP, ook een afsplitsing van de christelijke partijen, speelde nauwelijks een rol. De CPN was de partij van de rauwdouwers, erg dogmatisch.
    Dat die partijen uiteindelijk één partij zijn geworden is een klein wondertje.

  3. 3

    @2 De verticale as is niet meer dan het percentage van de partijtop (EK, TK, EP, Partijvoorzitter) dat van een bepaalde stroming “is”: dus in 1989 is 30% van de partijtop oud-PSP’er en in 2010 is net meer dan 20% oud PSP’er.

  4. 4

    @1: “Hoe minder dogmatiek rond kernwapens enz. hoe aantrekkelijker voor nieuwe kiezers.”

    Hoeveel kiezers zijn er dan nog die vinden dat er kernwapens in Nederland moeten blijven liggen? Ik zou eerder het omgekeerde zeggen: GL blijft alleen aantrekkelijk voor keizers als ze hun standpunt omtrent de kernwapens in Volkel (die moeten daar weg) vasthoudt.

    @topic: Wel een beetje erg een open deur dat je de aandelen van leden van 20 jaar geleden opgeheven partijen ziet dalen na verloop van tijd. Je zou voor de grap over 30 jaar nog eens moeten kijken, dan zie je helemaal niemand meer van de CPN, EVP, PPR, of PSP meer in de GL vertegenwoordigd!

  5. 5

    Merkwaardig om de ex-PvdA’ers op te nemen als ‘bloedgroep’. Ik zou zeggen dat er toch een verschil is tussen constituerende partijen en overlopende individuen. In het eerste schema mis ik de EVP, dat was nou wel een ‘bloedgroep’. Heeft die partij geen kader geleverd? En bij de namen van de ex-CPN’ers mag Ina Brouwer nog wel even genoemd worden.