Vice Versa

91 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Jose Javier Martin Espartosa (cc)

Myanmar: investeringsverdrag met EU bedreigt democratiseringsproces

OPINIE - Deze week zal in Yangon, Myanmar de eerste ronde plaatsvinden van de onderhandelingen tussen de EU en Myanmar over een bilaterale investeringsverdrag. Pietje Vervest en Saskia Kunst zijn weliswaar voorstander van meer investeringen in Myanmar, maar vragen zich ook af om onder welke condities deze investeringen plaats gaan vinden. En daar staan ze niet alleen in.

Ruim 223 maatschappelijke organisaties uit Myanmar hebben reeds hun grote zorgen uitgesproken over dit voorgenomen akkoord en aangegeven dat ze tegen vergaande investeringsbescherming zonder plichten voor investeerders zijn.

Er bestaan grote zorgen rond de vergaande bescherming die investeerders genieten door middel van het Investor-State Dispute Settlement (ISDS)-geschillenbeslechtingsmechanisme dat standaard in een investeringsakkoord wordt opgenomen. Dit mechanisme staat buitenlandse investeerders toe om staten voor een internationaal tribunaal te dagen indien de staat regelgeving invoert die de winst negatief beïnvloedt. Bij het tribunaal doen commerciële arbiters een uitspraak waar de staat geen beroep tegen kan aantekenen. Claims lopen regelmatig in de miljarden en moeten worden betaald uit de staatskas. Geld dat ook ten gunste had kunnen komen aan onderwijs of gezondheidszorg.

Overheden, lokale gemeenschappen en burgers hebben geen toegang tot hetzelfde middel als hun mensenrechten of leefomgeving worden aangetast door de handelwijze van buitenlandse investeerders. Het aantal ISDS zaken neemt de laatste jaren hand over hand toe. Overheidsbeleid op het gebied van milieubescherming, volksgezondheid, arbeidsrechten, belastingheffing en de exploitatie van grondstoffen is wereldwijd al veelvuldig onderwerp geweest van investeringsgeschillen. Bij uitstek terreinen waarop ook Myanmar de komende jaren stappen zal willen zetten. Dit mechanisme vormt dus een ernstige bedreiging voor het politieke en economische hervormingsproces in Myanmar.

Foto: © De Correspondent BV boekomslag Gratis geld voor iedereen 2014 copyright ok. Gecheckt 03-03-2022

Recensie | Gratis geld voor iedereen

RECENSIE - In zijn nieuwste boek ‘Gratis geld voor iedereen’ houdt historicus Rutger Bregman een pleidooi voor een wereldwijd basisinkomen voor iedereen. Hans Beerends las het werk met grote belangstelling.

De discussie over basisinkomen in Nederland is niet nieuw; in de jaren tachtig pleitte de vakbonden en de toenmalige PPR (een van de voorlopers van GroenLinks) al voor dit systeem. Toenmalig PPR-voorzitter Bram van Ojik, thans fractievoorzitter van GroenLinks, was een fervent voorstander. Ondanks het enthousiasme van Van Ojik cum suis is het idee nooit echt van de grond gekomen.

Toch is het plan, althans voor Nederland, de eenvoud zelve: schaf alle uitkeringen af alsmede het omvangrijke controleapparaat en het geld wat je bespaart is voldoende of bijna voldoende om iedereen een basisinkomen van rond de 1.200 euro te verschaffen. Verschil met de bijstand is dat het je vrij staat om boven dat basisinkomen meer te verdienen. De man of vrouw die zuinig wil leven en haar tijd wil besteden aan wandelen, yoga of wat dan ook kan dat doen en degene die van luxe houdt zoekt zijn of haar heil in een goed verdienende loopbaan. Niemand berispt elkaar, niemand wordt gecontroleerd en iedereen is vrij te doen wat hem of haar het beste lijkt.

Foto: openDemocracy (cc)

Recensie | Aan de goede kant. Biografie van de Nederlandse anti-apartheidsbeweging 1960 – 1990

RECENSIE - Roeland Muskens schrijft in ‘Aan de goede kant’ over de geschiedenis van de Nederlandse anti–apartheidsstrijd van 1960 tot 1990. Naast de geschiedenis van de vele, elkaar soms beconcurrerende, actiegroepen is zijn boek ook het verhaal van de ontwikkeling van het politieke denken over Zuid-Afrika, welke liep van juichende bewondering tot diepe afkeer, zo las Hans Beerends.

In 1902 charterde koningin Wilhelmina een oorlogsschip om Paul Kruger, de president van de Zuid-Afrikaansche Republiek, op te halen. De Afrikaanse Boeren, onze stamverwanten, hadden de oorlog tegen Engeland verloren en Wilhelmina ontfermde zich over de president. In heel Nederland werd Paul Kruger als een held binnengehaald en veel straten en pleinen met namen als Krugerplein, Transvaalkade en Oranjevrijstaatkade herinneren nog aan deze uiting van onverholen bewondering.

Gedurende de eerste helft van de vorige eeuw bleef het respect voor Kruger en co. bestaan. Er verschenen spannende jongensboeken over Boeren die streden tegen de verfoeide Engelsen, Bosjesmannen of Hottentotten. Ook werden op scholen Zuid-Afrikaanse liedjes gezongen als: ‘O breng mij t’rug naar die ou transvaal daar waar mij Sari woon’. Kortom, de verbondenheid met onze heldhaftige stamverwanten was groot. Voor protestants en met name gereformeerd Nederland kwam daar nog bij dat de Afrikaners standvastig de ware calvinistische leer omhelsde.

De eerste barstjes ontstonden tijdens de Tweede Wereldoorlog vanwege de pro-Duitse houding van veel Afrikaners en omdat het blanke ‘baasskap’ in Zuid-Afrika achteraf gezien steeds meer nazistische trekken kreeg. In 1948 werd die barst groter toen in Zuid-Afrika de Herenigde Nasionale Partij van Daniël François Malan aan de macht kwam. Deze in de oorlogsjaren met de Duitsers sympathiserende politicus was een groot voorstander van verscherping van de bestaande apartheidspolitiek.

Foto: Universitat Pompeu Fabra (cc)

Piketty in Paradiso: dat rocksterimago valt wel mee

REPORTAGE - Geen geur van verschaald bier of het geluid van gillende meisjes en scheurende gitaren, maar het moddervette Franse accent van ’s werelds meest bejubelde wetenschapper, de econoom Thomas Piketty, vulde eergisteravond de Amsterdamse poptempel Paradiso. In gesprek met Joris Luyendijk toonde Piketty zich allesbehalve de ‘rockstereconoom’ waarvoor hij zo vaak wordt uitgemaakt, aldus Lennaert Rooijakkers.

Het is waar, biecht Thomas Piketty tegen het einde van de avond op. De titel van zijn gisteren in Nederlandse vertaling verschenen magnum opus Kapitaal in de 21e eeuw is slecht gekozen. In het vuistdikke boek (bijna zevenhonderd pagina’s) bespreekt de Fransman immers vooral de economische ontwikkelingen van de negentiende en twintigste eeuw. ‘Maar ja, het bekt nu eenmaal lekker: Kapitaal in de 21e eeuw. Anders koopt niemand dat ding,’ merkt hij droogjes op.

Dan serieus: ‘De titel doet misschien vermoeden dat ik probeer de toekomst te voorspellen, maar dat is niet waar. Wat ik heb geprobeerd te doen is om alle vormen van bezit, kapitaal en rijkdom in de afgelopen twee eeuwen te analyseren. Of dit nu om land, aandelen of slaven gaat, alles moest aan bod komen om zo goed mogelijk te begrijpen wat bezit is en welke mate van rijkdom dat heeft gebracht. Ik heb dit in historisch perspectief geplaatst met als doel te omschrijven wat deze ontwikkelingen betekenen voor de situatie waarin wij nu, in de 21e eeuw, zijn terechtgekomen en tot welke welvaartsongelijkheid dit heeft geleid. Daarom heb ik voor deze titel gekozen en daarom is het werk ook zo dik.’

De lucky few die Piketty in levende lijve mochten aanschouwen, zien de Fransman met journalist Joris Luyendijk in gesprek gaan en vervolgens vragen van het publiek beantwoorden. Volgens Luyendijk had Paradiso moeiteloos vijf keer uitverkocht kunnen worden, zo groot is de vraag naar kaarten geweest. De presentator zelf kreeg afgelopen week nog allerlei mailtjes van mensen die hij al in jaren niet had gesproken: of hij nog een plaats op de gastenlijst kon regelen. Het zegt genoeg over de status van Piketty. Al wil Luyendijk niet over een hype spreken. ‘Een hype is iets vluchtigs, als een parfum die je opspuit en die morgen weer verdwenen is. Dit werk van Piketty is veel meer dan dat.’

Foto: alvise forcellini (cc)

Het loopt uit de hand

COLUMN - Leidt vooruitgang tot meer vrede leidt of niet? Jan Pronk is er niet gerust op.

Drie vragen dringen zich op, nu we dagelijks beelden zien van oorlog en geweld. Leidt vooruitgang tot meer vrede, of juist niet? Zijn de internationale verhoudingen anders dan in 1914, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog? Herleeft de Koude Oorlog?

Er zijn geruststellingen te over. Staten voeren steeds minder oorlog met elkaar en het aantal slachtoffers is geringer dan in de eerste helft van de twintigste eeuw. Anders dan tijdens beide wereldoorlogen werken Frankrijk, Duitsland en Engeland binnen Europa vreedzaam samen. De Koude Oorlog tussen Oost en West is afgelopen, want de ideologische tegenstellingen zijn achterhaald.

Ik ben er niet gerust op. Inderdaad, de grote oorlogen die het Europese continent eeuwenlang teisterden zijn achter de rug. De koloniale veroveringsoorlogen, die het Westen toen voerde in Afrika, Noord- en Zuid-Amerika, Azië en het Midden-Oosten, zijn verleden tijd. De onafhankelijkheidsstrijd tegen de koloniale mogendheden is eveneens voorbij en de meeste nieuw ontstane staten stellen zich vredelievend op.

Maar binnen oude en nieuwe natiestaten zijn conflicten opgelaaid die miljoenen slachtoffers hebben gemaakt. Deels vloeiden die conflicten voort uit de dekolonisatie zelf: grenzen moesten worden getrokken, staten gemaakt, naties gevormd, nieuwe machtsverhoudingen gevestigd. Deels waren het louter gevechten om de politieke macht. Deels betrof het ideologische, religieuze, etnische, tribale en culturele tegenstellingen. Vaak ging het om toegang tot grond, water en welvaart. Meestal liep alles door elkaar.

Recensie | De economie van goed en kwaad

RECENSIE - In ‘De economie van goed en kwaad’ houdt de Tsjechische econoom Tomás Sedlácek een gedreven en goed onderbouwd pleidooi om de ethische kant van de economie weer in ere te herstellen, schrijft Hans Beerends.

Economen gaan uit van data en statistieken, verwerken deze in een computermodel en de uitkomsten worden gepresenteerd als objectieve waardevrije adviezen. Morele overwegingen of ideologische vooronderstellingen spelen volgens hen geen enkele rol. Uitkomsten van het wiskundige onderzoek zijn onweerlegbare feiten waar de goegemeente het mee moet doen, of men dat nu leuk vindt of niet.

Volgens de Tsjechische econoom Tomás Sedlácek, schrijver van het boek De economie van goed en kwaad, is hier sprake van een verloedering van de economische wetenschap. Economen gaan zijns inziens wel degelijk uit van ideologische vooronderstellingen, alleen worden die niet benoemd. Ondertussen gaan zij, als ware het een vanzelfsprekendheid, uit van de vooronderstelling van de noodzaak van economische groei en van de vooronderstelling dat groei beperkt kan worden tot het meten van materiële zaken.

Volgens Sedlácek is economie echter bij uitstek een sociale wetenschap die zich van oudsher, in samenspraak met andere disciplines, bezighield met morele vragen. De huidige economische wetenschap heeft zich echter opgesloten in een ivoren toren en laat discussies over goed en kwaad over aan anderen.

Foto: European Commission DG ECHO (cc)

Hulp schiet nog steeds tekort in strijd tegen ebola

NIEUWS - De ebola-uitbraak in West-Afrika heeft inmiddels 2269 doden in vier verschillende landen veroorzaakt. De situatie lijkt nog lang niet onder controle. Een grote groep ngo’s doet vanuit Liberia een noodoproep. ‘Dit is de ergste uitbraak ooit en we kunnen dit niet alleen aan. We hebben dringend meer hulp nodig om verdere verspreiding te voorkomen.’ Waarom is er zo weinig capaciteit? En waarom kwam de hulp zo laat op gang?

Vooral in Liberia is de situatie nijpend. Dat was gisteren de reden voor een groep ngo’s uit Liberia om een noodoproep aan de internationale gemeenschap te doen. Oscar Bloh is coördinator van de Liberiaanse maatschappelijke organisaties, CSO Taskforce on Ebola, die zich inzetten tegen het virus: ‘De internationale reactie op de ebola-uitbraak is hopeloos inadequaat. Er is urgent meer hulp nodig om deze ziekte een halt toe te roepen.’

Niet alleen lokale organisaties maken zich zorgen. Ook Artsen zonder Grenzen (AzG) ziet het somber in. Katrien Koppens, adjunct directeur: ‘Wij zijn vrijwel de enige organisatie met behandelcentra, andere ngo’s doen alleen aan preventie. Het Rode Kruis helpt wel met het op een juiste manier begraven van mensen, om besmetting te voorkomen, ook dat is erg belangrijk.’

AzG werkt in alle vier de landen waar ebola heerst: Sierra Leone, Liberia, Guinee en Nigeria. Koppens: ‘In de eerste drie landen hebben we behandelcentra en in Nigeria werken internationale stafleden die het ministerie van gezondheidszorg steunen en trainingen geven.’

Voedsel of vrijheid?

COLUMN - Wat is belangrijker: voedsel of vrijheid? vraagt Jan Pronk zich af. Maar is deze vraag wel zo simpel als ze lijkt?

Wat is belangrijker: voedsel of vrijheid? Voedsel natuurlijk; dat spreekt vanzelf. Wat heb je aan vrijheid, als je omkomt van honger? Vrijheid voor stervenden is leeg. Je moet eerst overleven, bestaan en echt leven, voordat je vrijheid op waarde kunt schatten.

‘Op waarde schatten’, die term laat zien dat de keuze tussen voedsel en vrijheid te maken heeft met waarden. Maar wanneer het om waarden gaat, spreekt niets vanzelf. Bij het wegen van waarden kunnen meningen verschillen. Weegt vrijheid zwaarder dan gelijkheid, of vrijheid van meningsuiting zwaarder dan non-discriminatie?

Bij de keuze tussen voedsel en vrijheid is voedsel een metafoor. Het gaat om welvaart in het algemeen. Welvaart omvat alle mogelijke basisvoorwaarden om te bestaan: water, gezondheid, een dak boven het hoofd en een omgeving waarin men kan overleven en in het eigen levensonderhoud voorzien. Toegang tot voorzieningen die deze basisvoorwaarden garanderen hoort tot de Economische en Sociale Rechten van de Mens. Die zijn na lange onderhandelingen binnen de VN vastgelegd, nadat eerder de Burgerlijke en Politieke Rechten – zoals het recht op vrijheid – waren overeengekomen.

Foto: European Commission DG ECHO (cc)

Ebola: medische oorlog met desastreuze, langdurige gevolgen

ACHTERGROND - Terwijl het ebolavirus zich verder verspreid, lijdt Liberia onder de gevolgen van de crisis. Die zijn niet alleen desastreus voor de slachtoffers, maar ook voor het land als geheel.

Hoewel het ebola virus al sinds maart 2014 in Liberia is, lijkt het erop dat de internationale samenleving nu eindelijk wakker is geworden. Met de besmetting van internationale hulpverleners en verspreiding naar Nigeria is het virus ‘hot nieuws’ geworden. De Amerikaanse Nieuwszender CNN vraagt zich af of ebola naar de Verenigde Staten kon komen. Ook de Nederlandse krant NRC Handelsblad publiceerde een artikel over de mogelijkheid dat iemand het virus naar het eigen land zou meenemen. Het ebolavirus is niet langer een ver-van-mijn-bed-show, een ziekte voor arme West-Afrikanen, maar een internationale zorg.

En dat werd tijd: 964 mensen in Liberia zijn inmiddels met het dodelijke ebolavirus besmet geraakt en daarvan zijn 164 op het moment in quarantaine geplaatst. Het dodental staat op 565. De ebola-uitbraak is West Afrika is de meest grootschalige in de wereldgeschiedenis en verspreid zich snel. Het virus brak naar verluid uit in februari 2014 in Guinea en heeft zich vanaf daar naar Liberia, Sierra Leone, Nigeria en naar verluid Saoedi-Arabië verspreid.

Hoewel internationale media veel aandacht aan de ebola-uitbraak in West-Afrika schenken, wordt vooral over nieuwswaardige situaties op lokaal niveau bericht en over potentiële gevolgen voor het Westen geschreven. Wat ebola echt betekent voor de langdurige ontwikkeling van Liberia wordt minder belicht. Door langdurige burgeroorlog is Liberia’s economie onderontwikkeld: 63.8 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens en het land is totaal afhankelijk van buitenlandse ontwikkelingshulp. 70.2% van het BNI in Liberia komt van internationale hulporganisaties als de UN en andere ngo’s.

Foto: Steve Cohen (cc)

De oprechtheid van een verontschuldiging

COLUMN - Hoe ga je als goede collega’s met elkaar om? Naarmate we inniger relaties met mensen hebben, horen daar cultuureigen opvattingen bij over hoe we dat doen. Gevoelsmatig kan dat wel eens heel verrassend zijn, legt Yvonne van der Pol uit.

Aan het eind van een lange week hard werken, hadden de leden van ons internationale consultancyteam elkaar goed leren kennen. Voordat iedereen weer terug zou vliegen naar huis, zouden we nog een keer met elkaar gaan dineren in de stad. Allen gingen zich even opfrissen in het hotel, om elkaar over een uurtje weer te treffen op het centrale plein. En wat schetst onze verbazing: de helft komt niet opdagen! Sms’jes blijven onbeantwoord en we gaan dus met een kleine groep eten en blikken terug op de afgelopen week. Maar het is een beetje onbevredigend. Waar zijn ze en waarom komen ze niet? Er is toch niets gebeurd?

Uitleggen of zwijgen?

En het gekste komt nog: de volgende dag op het vliegveld loop ik een van die collega’s tegen het lijf. “Hallo, hoe is het? Hoe laat is jouw vlucht?” Blabla, koetjes en kalfjes en geen woord over gisterenavond! Hier is iets aan de hand. Ik verwacht duidelijk iets anders dan hij.

Een prachtig artikel van Roger Baumgarte over cultuurverschillen en vriendschap geeft opheldering. Naarmate we inniger relaties met mensen hebben, horen daar cultuureigen opvattingen bij over hoe we met goede vrienden en nabije collega’s omgaan. Een van de vriendschapsdimensies waarin we verschillen gaat over hoe we omgaan met overtredingen of nalatigheid. Geef je een gedetailleerde uitleg met een oprechte verontschuldiging? Of verwacht je dat de goede vriend of collega het wel begrijpt, juist omdat je elkaar zo goed kent? In dat geval zouden excuses zelfs misplaatst zijn en wantrouwen creëren!

Foto: Szymon Kochański (cc)

Geld geven aan allerarmsten leidt niet tot meer alcohol- en tabaksgebruik

ACHTERGROND - Onder veel westerlingen heerst de gedachte dat het zomaar geven van geld aan mensen in de armste landen leidt tot een toename van alcohol- en tabaksconsumptie.

Het geven van goederen en het leveren van diensten zou een veel betere oplossing zijn, zo luidt de communis opinio. Maar volgens de onderzoekers van de Wereldbank bestaat hier geen bewijs voor. Dat stellen zij in het recent verschenen onderzoeksrapport Cash Transfers and Temptation Goods: A Review Of Global Evidence.

Bestedingspatroon

Zoals in Nederland vaak gesteld wordt dat uitkeringstrekkers beter een mand vol boodschappen dan een toelage kunnen ontvangen, bestaat er eenzelfde scepsis over het bestedingspatroon van geldontvangers in ontwikkelingslanden. Hoewel uit verscheidene onderzoeken blijkt dat in het westen de alcoholconsumptie toeneemt zodra inkomsten stijgen, doet deze trend zich niet direct in derdewereldlanden voor.

Tot deze conclusie kwamen wetenschappers van de Wereldbank die besloten de stelling over het uitgavepatroon van de armste geldontvangers te toetsen. In werkelijkheid blijkt de situatie veel rooskleuriger dan door velen wordt gedacht. Onderzoekers David K. Evans en Anna Popova bestudeerden in totaal l19 papers, gepubliceerd tussen 1997 en 2014, met daarin 44 ramingen van de effecten die het ‘gewoon’ geven van geld in diverse ontwikkelingslanden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika op de consumptie van alcohol en tabak heeft. Uit 42 van deze ramingen blijkt dat het verstrekken van geld niet leidt tot een bewezen toename van de consumptie van alcohol en tabak. In slechts twee van de onderzoeken was er significant bewijs dat het gegeven geld wel aan drank en sigaretten is uitgegeven, al waren dit allebei grensgevallen.

Foto: Santiago La Rotta (cc)

‘Nederlandse energiebedrijven moeten stoppen met het kopen van bloedkolen’

Gisteren overhandigde vredesorganisatie Pax het onderzoeksrapport ‘The Dark Side of Coal’ aan minister Ploumen. Hierin roept Pax de energiebedrijven Essent, Nuon, E.ON, Delta en Electrabel op te stoppen met het inkopen van Colombiaanse ‘bloedkolen’ bij de mijnbouwbedrijven Drummond en Prodeco. Maar ook de Nederlandse overhead moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Jan Gruiters, directeur van Pax, licht in zijn toespraak toe waarom dat belangrijk is.

Het onderzoeksrapport The Dark Side of Coal geeft een schokkend en sinister beeld van de steenkolenwinning in Colombia. Daders en getuigen verklaren dat twee internationale mijnbouwbedrijven intiem hebben samengewerkt met paramilitairen die verantwoordelijk waren voor een golf van geweld en de meest ernstige mensenrechtenschendingen. In de periode 1996-2006 zijn 55.000 boeren van hun land verdreven en meer dan 3.000 mensen vermoord. Daarmee vielen er in de mijnbouwregio Cesar evenveel slachtoffers als tijdens de dictatuur van Pinochet in heel Chili.

Cijfers zijn abstract. Maar de verhalen van slachtoffers raken ons hart. Zoals het verhaal van Marina Barbosa. Zij vertelt hoe vroeg in de ochtend paramilitairen de deur intrappen. ‘Jullie steunen de guerrilla’, roepen de gemaskerde mannen. Ze doorzoeken het huis. Ze beschuldigen Marina’s echtgenoot ervan lid te zijn van Sintraminergetica. Een vakbond die zich inzet voor betere arbeidsomstandigheden bij het mijnbouwbedrijf Drummond. Maar haar man is geen vakbondslid. Hij werkt enkel als vrachtwagenchauffeur voor Drummond. Uiteindelijk slepen de para’s de man van Marina naar buiten en schieten hem dood. Voor het huis, in het bijzijn van zijn kinderen. Hij wordt door negen kogels getroffen. Enkele dagen later liggen er pamfletten voor het huis. Zij bevatten ernstige bedreigingen. Marina moet met haar kinderen het huis en haar winkeltje verlaten.

Vorige Volgende