‘Minister Kaag heeft verwachtingen maar ten dele waargemaakt’

INTERVIEW - Vice Versa sprak vorige week, aan de vooravond van een vergadering van de commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS), met Kaag-watchers Gerjan Agterhof (Woord en Daad) en Paul van den Berg (Cordaid).  Marc Broere vroeg hen hoe haar beleid beoordeeld zal worden.

Paul van den Berg verwachtte ‘een zeer kritische oppositie die buitengewoon ontevreden is over zowel het stroperige besluitvormingsproces met betrekking tot de kabinetsreactie op het AIV-advies over extra coronahulp aan Afrika, als de uiteindelijke uitkomst. Die uitkomst is beduidend magerder dan de 1 miljard extra waarvoor de AIV had gepleit. De toegepaste kasschuif haalt ook nog eens een paar honderd miljoen euro uit de toekomst naar voren, waarmee de toekomstige regering met een tekort op het budget voor ontwikkelingssamenwerking wordt opgezadeld. Dit is vergelijkbaar met de wijze waarop deze regering met de kasschuif van minister Ploumen naar aanleiding van de vluchtelingencrisis werd geconfronteerd.’

‘Tenslotte is de oppositie ontevreden over het feit dat ze feitelijk buitenspel zijn gezet. Ze hebben geen kans gekregen om mee te denken over de invulling van het Nederlandse COVID-19 pakket. Een voorstel om nog vóór het begin van het reces een debat te hebben over de kabinetsreactie, werd door de regeringspartijen getorpedeerd. Dat zette kwaad bloed. Nu is het debat in zekere zin mosterd na de maaltijd geworden, omdat de middelen (150 miljoen extra) al verdeeld zijn en de uitvoering van de nieuwe activiteiten is aangevangen. Desalniettemin zal de oppositie het debat willen aangrijpen om over de hierboven genoemde zaken stevig van leer te trekken. Twee van de vier regeringspartijen (CU en D66) zijn ook niet tevreden over de uitkomst, hoewel ze dat voor de bühne wel moeten zijn. De woordvoerders van de regeringspartijen zullen als marsorders hebben meegekregen om de waarde van het Nederlandse COVID-19 pakket te beschermen, en de minister bij te vallen.’

Gerjan Agterhof: ‘Ik vrees dat dit een voorspelbare situatie zal worden. De oppositie zal terecht kritisch zijn dat het zo lang duurde voordat er een reactie lag op het spoedadvies, dat de kasschuif alsnog een verkapte bezuiniging is en dat de AIV adviseerde om 1 miljard euro beschikbaar te maken voor de internationale aanpak, maar er slechts 150 miljoen euro wordt vrijgemaakt uit de algemene middelen. De coalitie daarentegen zal onderstrepen hoe belangrijk het is dat Nederland een bijdrage levert aan de internationale aanpak, maar zeker ChristenUnie en D66 zullen deze uitkomst eigenlijk erg mager vinden.’

De minister vroeg om een spoedadvies van het AIV, maar het duurde heel lang voordat er een kabinetsreactie kwam. Er was kritiek op Kaag dat ze te weinig leiderschap toonde als verantwoordelijke minister en te druk bezig zou zijn met zich te profileren als de nieuwe politiek leider van D66. Wat vinden jullie van die kritiek?

Gerjan Agterhof: ‘Die kritiek lijkt mij niet terecht. Wopke Hoekstra was grotendeels debet aan deze vertraging. Ministers van Financiën zijn nooit scheutig met geld, maar Hoekstra stond wel erg hard op de rem. Bovendien zit de VVD, bij monde van Arne Weverling, erg geharnast in deze discussie. Hij stelde dat zolang er een grote crisis in Nederland is, we ons geld vooral binnenlands moeten besteden. Dat Nederland er belang bij heeft dat corona wereldwijd wordt uitgeroeid omdat een pandemie geen boodschap heeft aan grenzen, lijkt hem volledig te ontgaan.’

‘Het is lastig aan te geven in hoeverre Kaag met haar vuist op tafel heeft geslagen in deze onderhandelingen, maar in eerdere debatten bleek wel dat ze zelf ook flink aanloopt tegen deze dynamiek in de coalitie.’

Paul van den Berg: ‘Volgens mij viel het met die profilering nog wel mee. Ze heeft een paar interviews gegeven, en een klein beetje campagne gevoerd. Het lijkt me overdreven om te stellen dat dit ten koste is gegaan van haar taken als minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.’

‘Veel belangrijker is dat het gedoe rondom het AIV-advies liet zien dat de vier regeringspartijen elkaar in het laatste jaar van het kabinet maar weinig gunnen. De VVD-woordvoerder gooide de deur in het slot door in een interview in de Telegraaf te zeggen dat er geen cent extra naar ontwikkelingssamenwerking zou moeten gaan als gevolg van de coronacrisis. Het CDA durfde het niet aan daar hard tegenin te gaan, ondanks het feit dat die partij -als aanvrager van het AIV-advies via Pieter Heerma, als afzender ervan via Jaap de Hoop Scheffer, en als bewaker van de schatkist via Wopke Hoekstra-  perfect gepositioneerd was om zijn sociale gezicht te laten zien na de bangige, populistische jaren onder Buma. Alleen D66 en CU streden vol voor een ruimhartige bijdrage vanuit Nederland, samen met de oppositiepartijen.’

‘Wat verder duidelijk werd is dat Nederland vooral met zichzelf bezig is en was tijdens de coronacrisis. Er werd eindeloos in de Kamer gesproken over mondkapjes, IC-capaciteiten en de effecten van COVID-19 op de samenleving en de economie. Maar niet of nauwelijks over de wereld buiten Nederland en de rol die Nederland zou kunnen en moeten spelen om COVID-19 elders aan te pakken; iets wat evident ook in het belang is van ons eigen land. Kaag is er niet voldoende in geslaagd dit dossier naar zich toe te trekken en tractie te genereren onder haar collega-ministers voor het belang van internationale samenwerking. Ze was ook niet ontzettend zichtbaar, ondanks het feit dat ze wel wat radio- en tv-optredens verzorgde over COVID-19.’

‘Wie buiten schot is gebleven, is premier Rutte. Die ondertekende een vlammende brief in de Financial Times waarin hij met andere wereldleiders pleitte voor grote generositeit richting Afrika. Hij is bij mijn weten nog niet bevraagd over hoe hij nu kijkt naar de Nederlandse bijdrage, en ook tijdens de persconferenties en lijsttrekkersdebatten gaat het niet of nauwelijks over de wereld buiten Nederland. Dat is bevreemdend. Dit is bij uitstek een dossier waar binnenland en buitenland samen moeten komen. Dat is Chefsache.

Wat zijn de belangrijkste zaken die verder de komende maanden op de agenda staan als het om ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse handel gaat?

Paul van den Berg: ‘Er staat allereerst natuurlijk het debat van 3 september op de rol over de kabinetsreactie op het AIV-advies. Twee weken daarna is het alweer Prinsjesdag, gevolgd door de Algemene Politieke en Financiële Beschouwingen. De begrotingsbehandeling BHOS staat dit jaar vroeg gepland, voor eind oktober. Al deze debatten zullen gaan over de impact van COVID-19 op lage– en middeninkomenslanden, de lopende programma’s van Nederland, de al genoemde kasschuif en de gevolgen daarvan. Eind 2020 maken we ons dan alweer op voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2020, en zal de politiek steeds meer in een campagnemodus terecht komen. Echte dossierwinst zal er dan niet meer geboekt kunnen worden, omdat partijen dan bezig zijn om zichzelf zo gunstig mogelijk te presenteren richting de kiezer. Dat gaat onherroepelijk ten koste van de gunfactor.’

‘Naast deze grote politieke momenten op het gebied van BHOS, staan er onder andere nog debatten gepland over de Europese Raden (belangrijk vanwege het Meerjarig Financieel Kader van de Europese Commissie dat moet worden overeengekomen), de Wereldbank en het wapenexportbeleid. Maar de Kameragenda zal na het reces ongetwijfeld nog voller worden.’

Gerjan Agterhof: ‘Naast de coronacrisis zal Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) een belangrijk thema worden. Rond de begrotingsbehandelingen zal de minister met een beleid op hoofdlijnen komen. Dat een beleid met meer dwingende middelen voor bedrijven nodig is om internationale waardeketens écht te verduurzamen, is wat ons betreft duidelijk. Het is echter de vraag of Kaag het aandurft om brede due diligence wetgeving voor te stellen, of dat ze het bij de Wet Zorgplicht Kinderarbeid laat.’

‘Die brede due diligence wetgeving wil zeggen dat bedrijven verplicht zijn om de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen toe te passen in hun bedrijfsvoering. Dit betekent dat bedrijven goed beleid maken en de risico’s in hun keten in kaart brengen én aanpakken en ruimte bieden voor het rechtzetten van schendingen ten koste van mens en milieu. Hiervoor zal ze de coalitie moeten overtuigen én bereid moeten zijn om zo’n spannend dossier op te pakken, terwijl ze als lijsttrekker van D66 niet te veel politieke risico’s zal willen nemen. Verder zal de aanstaande kasschuif tijdens de begrotingsbehandelingen opnieuw stevig worden besproken, is mijn verwachting.’

Zal het feit dat Kaag nu ook lijsttrekker is van invloed zijn op de laatste maanden van haar ministerschap?

Gerjan Agterhof: ‘Ze zal er wellicht voor kiezen om geen controversiële besluiten te nemen, voor zover dat mogelijk is, en iets zichtbaarder willen zijn in de media met de thema’s die de (potentiële) D66-kiezer aanspreken. Dan denk ik aan het klimaat, de woningmarkt, ons zorgsysteem, de arbeidsmarkt en medisch-ethische kwesties.’

Paul van den Berg: ‘We hebben hier te maken met een zeer hardwerkende vakvrouw, die prima in staat is om zowel de verantwoordelijkheden van het ministerschap te behartigen als zich op te maken voor een intensieve verkiezingscampagne. Maar ik verwacht wel dat vanaf begin 2020 haar hoofd vooral bij de campagne zal zijn. Het betekent voor haar dat ze veel dossierkennis zal moeten opbouwen over zaken die nu eenmaal tijdens verkiezingen en televisiedebatten het belangrijkste worden gevonden: koopkrachtplaatjes, arbeidsmarktontwikkeling, woningmarkt, klimaatakkoord, et cetera. Zaken waar ze, voor zover ik het kan overzien, nog weinig kennis en ervaring op heeft. Dat wordt dus hard bijspijkeren en feiten stampen.’

‘Daarbij komt ook dat het voor Kaag in de ministerraad steeds lastiger zal worden om gevechtjes te voeren en te winnen met collega-ministers die het haar niet zullen gunnen om succesjes te vieren. Politiek is een hard vak.’

‘Een concreet gevolg van het feit dat Kaag lijsttrekker is geworden, en dat ik persoonlijk erg jammer vind, is het gegeven dat ze niet haar zogenaamde ‘Eminent Person’-schap van de Grand Bargain (het grote internationale voorstel om de humanitaire sector te innoveren, mb) kan gaan afmaken. Volgens mij heeft ze laten zien dat haar hart vooral ligt bij het verbeteren van de hulp aan mensen in nood, en het effectiever en efficiënter maken van de noodhulpketen. Die rol wordt zeer gewaardeerd, maar ze zal niet de conferentie van de Grand Bargain in Amsterdam in voorjaar 2021 in haar capaciteit als Eminent Person kunnen meemaken.’

Toen Kaag aantrad waren de verwachtingen hooggespannen. Heeft ze die verwachtingen ook waargemaakt?

Paul van den Berg. ‘Deels. Maar als ik een cijfer moet geven zou het eerder een 6,5 of een 7 zijn, dan een 8 of 9. Ze kwam als dark horse op het departement na decennia van afwezigheid in Den Haag en had veel ervaring opgedaan binnen VN-kringen, met name ook in de MENA-regio. Ze had stokpaardjes die ze eigenlijk haar hele ministerschap heeft volgehouden: humanitaire hulp, meerwaarde van het multilaterale kanaal, Mental Health & Psycho-Social Support, onderwijs, gendergelijkheid en vrouwenrechten.’

‘Maar ze had ook blinde vlekken. Zo heeft ze eigenlijk, vanwege haar voorliefde voor multilaterale organisaties, nooit de cruciale rol van maatschappelijke organisaties op waarde leren schatten. Ze is maatschappelijke organisaties, ik chargeer even, vooral als uitvoerder van programma’s blijven zien. Net als haar voorgangster Ploumen wilde ze niet in bestedingskanalen denken, maar puur in resultaten. Alleen had Ploumen een stevige achtergrond in het middenveld en dat vertaalde zich onder andere door in de wereldwijd unieke financieringsmodaliteit van de Strategische Partnerschappen. Kaag heeft gelukkig wel de wijsheid gehad die partnerschappen te continueren en te rationaliseren.’

‘Als je me vraagt wat de erfenis is van Kaag, dan denk ik toch hoofdzakelijk aan Mental Health & Psycho-Social Support. Maar de vraag is of dit onderwerp net zo blijft resoneren als de She Decides beweging die Ploumen in gang heeft gezet.’

‘Eerlijk gezegd ben ik wel verbaasd dat Kaag heeft besloten om nog een paar jaar in het Haagse te blijven, en nu een veel bredere rol te pakken dan haar comfortzone. Ik zag vaak in debatten in de Kamer dat de minister zich zichtbaar stoorde aan bepaalde incompetente of zeurderige Kamerleden. En ze beleefde weinig plezier aan de procedurele aspecten van het verkeer met de Kamer, zoals het behandelen van moties. In haar nieuwe verantwoordelijkheid zal dat Haagse nitty-gritty alleen nog maar meer in intensiteit toenemen, dus we zullen zien hoe Kaag zich daarin staande gaat houden.’

Gerjan Agterhof: ‘Tijdens haar eerste begrotingsbehandelingen in 2017 waren vriend en vijand onder de indruk van haar dossierkennis, eloquentie en diplomatieke kwaliteiten. Dit kon een minister worden met visie en durf! Het lijkt erop dat ze toch vooral diplomaat is gebleven. Inhoudelijk sterk, maar op grote koerswijzigingen of ambitieuze plannen was ze niet te betrappen.’

‘Vanuit het perspectief van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) en beleidscoherentie is dat een gemiste kans. Kaag gaf vaak aan de SDG’s erg belangrijk te vinden en dat is niet gek gezien haar VN-achtergrond. Binnen het departement Buitenlandse Zaken is dat enigszins duidelijk geworden, maar de SDG’s gaan juist ook over binnenlands beleid en de effecten daarvan op andere landen. Het is haar duidelijk niet gelukt, en het is ook niet haar ambitie geweest, om de SDG’s structureel onder de aandacht te brengen bij haar collega-ministers en op die manier bij te dragen aan duurzame ontwikkeling in Nederland én ontwikkelingslanden.’

[overgenomen van Vice Versa]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren