Klimaatverandering

32 Artikelen
Klimaatverandering is een blog waar Sargasso af en toe stukken van overneemt.
Schrijvers aldaar: Dr Bart Verheggen, Jos Hagelaars, Hans Custers en Bob Brand
Foto: European Union, Copernicus Sentinel-2 imagery

Nu overstromingen en later waterschaarste door smeltende gletsjers in de Himalaya

ACHTERGROND - Door: Arthur Oldeman
Een snel opwarmend klimaat en terugtrekkende gletsjers vergroten het risico op een gebeurtenis zoals die van afgelopen week in Nepal, ongeacht of we deze specifieke ramp uiteindelijk aan klimaatverandering kunnen toeschrijven. Door onze uitstoot warmt de aarde op en smelten de gletsjers in de Himalaya in een rap tempo, wat voor afbrekende gletsjers en instabiele smeltwatermeren zorgt. Na een aantal decennia van overstromingen door meer smeltwater, zal er juist waterschaarste volgen omdat het ijs verdwijnt. Naast het stoppen van de opwarming is er meer financiering nodig om landen als Nepal te steunen met klimaatadaptatie en risicomanagement.

Nepal

Afgelopen woensdag 26 augustus vond er een rampzalige stortvloed plaats in Nepal en het grensgebied met Tibet in het Himalaya gebergte. Het gevaar is op moment van schrijven nog niet volledig voorbij. Waarschijnlijk brak er een stuk gletsjer af in Tibet, wat een lawine veroorzaakte en benedenstrooms, in de rivier de Trishuli, een vernietigende stortvloed tot gevolg had. Een ongekend trieste ramp waarvan de volledige omvang pas later duidelijk zal zijn.

Dit soort rampen gebeurt niet in isolatie. Klimaatverandering teistert de hele wereld, en ook dus de Himalaya. Het smelten van gletsjers en permafrost is een van de duidelijkste gevolgen van de opwarming van de aarde. Een individuele ramp is nooit volledig door klimaatverandering veroorzaakt (de attributie studie van deze situatie volgt mogelijk nog), maar dat de kans op deze situaties toeneemt, is duidelijk. En daarmee past deze ramp “zeker in het plaatje”, zo stelt ook berghydroloog Walter Immerzeel op Nu.nl.

Foto: bertknot (cc)

Sterke toename van brandgevaar in Zuid-Europa door veranderde weersomstandigheden

Zijn de natuurbranden die we deze zomer in Europa en elders in de wereld zien het gevolg van klimaatverandering? Op sociale media lopen de meningen hierover uiteen van “Ja, helemaal” tot “Nee, helemaal niet”. Het zal de lezers van dit blog niet verbazen dat de realiteit wat genuanceerder in elkaar zit. Zoals dat nu eenmaal altijd het geval is, wanneer je de wetenschap erbij haalt.

Statistiek

Eerst maar eens wat data, afkomstig van de Europese databank EFFIS. Met meteen maar een kanttekening, want de hier beschikbare data beslaan maar een vrij korte periode van twintig jaar. Vrij kort om al te stellige conclusies aan te verbinden over trends voor de lange termijn. Kijken we naar het totaal verbrande oppervlak in de EU tot nu toe, dan ligt dat ver boven het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Maar het ligt iets onder het record, dat vorig jaar werd gevestigd.

Verbrand oppervlak in de EU in 2026 tot en met 26 augustus (in rood) vergeleken met het gemiddelde (in blauw) en het minimum en maximum voor de periode 2006 – 2025. Bron: EFFIS

Ook in Nederland zitten we ver boven het gemiddelde maar onder het record. Dat record stamt uit 2020 toen er in de laatste week van april tegelijkertijd twee grote natuurbranden waren in de Deurnese Peel en de Meinweg, ten oosten van Roermond. Het was de beginperiode van de corona-epidemie, mogelijk zitten die branden daardoor wat minder prominent in ons collectieve geheugen.

Foto: Foto vanaf het strand in Lacaneau, Frankrijk, onder de rook van een bosbrand. Bron: Stefan Rahmstorf via BlueSky"

Is het belangrijkste risico van kantelpunten over het hoofd gezien?

In Nature stond onlangs een wat verontrustend commentaar (een pdf van het volledige stuk is hier te vinden) van Anders Levermann. Levermann is een ervaren klimaatonderzoeker, die verbonden is aan het gerenommeerde Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung (PIK). Hij meent dat klimaatwetenschappers een mogelijk belangrijk aspect van het veranderende klimaat grotendeels over het hoofd zien: de mogelijkheid dat het klimaatsysteem in een periode van (snelle) veranderingen bepaald gedrag vertoont dat het in meer stabiele perioden niet heeft. Dat zou vooral (maar ik denk niet alleen) het geval kunnen zijn wanneer we in de buurt van kantelpunten komen, zoals die van de ijskappen van Groenland of West-Antarctica of het Amazonewoud.

Laat ik proberen om het wat duidelijker uit te leggen. We zitten in een periode van snelle klimaatverandering, die zo’n beetje bij de industriële revolutie begon, en die door zal gaan totdat onze netto-uitstoot van broeikasgassen zal stoppen. Of eigenlijk: tot een tijd daarna, want het duurt nog wel wat eeuwen tot alles weer redelijk in evenwicht is. Impliciet nemen we vrijwel altijd aan dat het klimaat in die periode van verandering eigenschappen heeft die ergens tussen die van het begin- en het eindpunt in liggen. Maar in het complexe, niet-lineaire klimaatsysteem hoeft dat niet het geval te zijn. Er kunnen eigenschappen zijn die karakteristiek zijn voor een veranderend klimaat. Zoals gezegd, vooral wanneer er delen van het systeem gaan kantelen.

Foto: Immo Wegmann on Unsplash

De wereldwijde toename van hittestress door klimaatverandering

Grote delen van Europa hebben vroeg in deze zomer hittestress ervaren. Wat dat is en hoe het aanvoelt, zal ik dus niet hoeven uit te leggen. In veel landen, waaronder Nederland, werden temperatuurrecords voor juni gebroken, en in sommige landen werden zelfs temperaturen bereikt die daar nooit eerder waren gemeten. Onderstaand lijstje is afkomstig van de BBC.

Temperatuurrecords tijdens de hittegolf in Europa van juni 2026. Bron: BBC klik voor groter beeld

Hitte is een belangrijke oorzaak van weergerelateerd overlijden. Vooral ouderen en jonge kinderen zijn kwetsbaar, maar ook mensen die fysiek werk doen in de buitenlucht lopen een verhoogd risico op gezondheidsschade of zelfs overlijden. Er is bij hittegolven altijd een aanzienlijke oversterfte, maar toch wordt hitte zelden genoemd als doodsoorzaak in overlijdensrapportages. Mensen overlijden vaak door andere aandoeningen die door hitte worden verergerd, zoals hartfalen of astma. Precieze cijfers over het effect van hitte op mortaliteit zijn mede daardoor moeilijk vast te stellen.

De fysiologie van hitte

De biochemie in het menselijk lichaam is helemaal ingericht op een temperatuur van 37, 38 graden. Bij enkele graden meer of minder gaan er processen haperen, en daardoor kan er schade ontstaan. Duurt dat niet heel lang, dan kan het lichaam de schade vaak nog wel herstellen. Maar ergens houdt dat op. De meest kwetsbaren kunnen dat punt vrij snel bereiken. Dat is zeker zo wanneer het ’s nachts warm blijft. Hoge nachttemperaturen blijken het herstel te bemoeilijken, onder meer omdat we slechter slapen als het te warm is.

Foto: "Greenwash Guerillas _G106048" by fotdmike is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Greenwashing, een rekentruc en nepwetenschap van Big Agro

LONGREAD - door Hans Custers – Ik hoef onze lezers niet te vertellen dat het verbranden van fossiele brandstoffen weliswaar de belangrijkste oorzaak is van antropogene klimaatverandering, maar niet de enige. De landbouw levert ook een aanzienlijke bijdrage, onder meer door ontbossing en de uitstoot van broeikasgassen als methaan en lachgas. De problematiek zit voor een groot deel aan het begin van de productieketen, bij individuele boerenbedrijven. Voor veel van die bedrijven is het ondoenlijk om op eigen kracht een omslag te maken, onder meer omdat ze onder druk staan om zoveel mogelijk te produceren tegen zo laag mogelijke kosten. De marges zijn vaak klein, en dus kunnen boeren zich ook niet veel risico’s permitteren, zoals experimenteren met andere technieken. Laat staan dat ze stevig kunnen investeren in onderzoek en ontwikkeling.

Boerende koe

Een boerende koe. Tekening: Marije Mooren.

Claims van agrireuzen

Verderop in de productieketen zitten grote bedrijven die veel meer mogelijkheden hebben. Ze zouden de boeren, waar ze immers van afhankelijk zijn, kunnen ondersteunen bij de verduurzaming, die zo hard nodig is. Veel grote vlees- en zuivelbedrijven wekken ook graag de indruk dat ze dat doen. Daarbij overdrijven ze regelmatig flink, blijkt uit een recent gepubliceerd onderzoek. De onderzoekers keken naar de duurzaamheidsclaims die de 35 grootste bedrijven ter wereld in die sector deden in de periode 2021-2024. Een bedrijf viel af omdat het helemaal geen claims deed en een ander omdat het alleen publicaties in de Chinese taal had uitgebracht.

Foto: Asian Development Bank (cc)

Technocentrisme bij het IPCC

ANALYSE - door Hans Custers – Vanuit de wetenschappelijke wereld komt er de laatste tijd regelmatig kritiek op IPCC-rapporten. Die kritiek heeft geen betrekking op de bevindingen van werkgroep I, die de natuurwetenschappelijke stand van zaken beschrijft. Het gaat over de andere twee werkgroepen die, zou je kunnen zeggen, die natuurwetenschap vertalen naar maatschappelijke kwesties en mogelijke keuzes die de politiek kan maken. Vaak wordt daarbij aangetekend dat het probleem niet zozeer bij het IPCC zelf ligt, maar meer in de onderliggende wetenschap waarover het IPCC rapporteert. Die wordt gedomineerd door onderzoek uit de rijke, geïndustrialiseerde wereld, waardoor andere perspectieven onderbelicht blijven. Dat leidt bijvoorbeeld tot eenzijdige, voor het mondiale zuiden oneerlijke sociaaleconomische scenario’s.

De Franse wetenschapshistoricus Jean-Baptiste Fressoz ging onlangs, in een uitgebreid artikel, in op een ander aspect van die scenario’s. Die verwachten teveel van technologische oplossingen voor het verminderen van de CO₂-uitstoot, het onderwerp waar Werkgroep III van het IPCC zich mee bezighoudt. Volgens Fressoz gaat dat techno-optimisme terug tot de tijd voor de oprichting van het IPCC. In mijn eigen speurtocht in de geschiedenis viel het me op dat in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog technologie bijna als vanzelfsprekende oplossing voor allerlei problemen werd gezien. Het was zelfs een van de redenen voor de Amerikaanse overheid (en ook die van de Sovjet-Unie) om klimaatonderzoek te financieren. Ze hoopten technologie te kunnen ontwikkelen om weer en klimaat doelgericht te kunnen manipuleren, bijvoorbeeld ten behoeve van de landbouw of als oorlogswapen.

Foto: Christopher Michel (cc)

Is anderhalve graad opwarming al niet teveel voor de ijskappen?

ACHTERGROND - Laat ik beginnen met een waarschuwing. Wie een absoluut zeker ‘ja’ of ‘nee’ verwacht als antwoord op de vraag hierboven, moet ik teleurstellen. Absolute zekerheid kan de wetenschap hierover niet geven. Los van het feit dat er geen harde, volledig objectieve criteria bestaan voor wat we onder ‘teveel’ moeten verstaan. Maar vooral leven we inmiddels in een klimaat dat onbekend terrein is voor ons. Wat er in dat onbekende terrein met ijskappen gebeurt hangt af van een ingewikkeld samenspel van onder meer smelt aan het oppervlak, veranderingen in patronen van sneeuwval en regen, stroomsnelheid van gletsjers, inwerking van warmer zeewater aan de basis, enzovoort. Het inzicht in al die processen is het afgelopen decennium wel toegenomen. Inmiddels beseffen ijsonderzoekers dat de gevolgen van een vrij beperkte opwarming, zeg een of twee graden, voor de ijskappen veel groter zijn dan lang werd gedacht. Met natuurlijk nog wel het een en ander aan onzekerheden. Waarbij de mogelijke tegenvallers veel groter en ingrijpender zijn dan de mogelijke meevallers.

Om een idee te krijgen van wat er zou kunnen gebeuren moeten wetenschappers afgaan op reconstructies van veranderingen in ijskappen in het verre verleden, op modellen en op waarnemingen van wat er nu gebeurt. Het is onredelijk om te verwachten dat die wetenschappers heel nauwkeurig, op een tijdschaal van een of twee decennia, kunnen voorspellen wat de gevolgen zullen zijn van enkele tienden van een graad meer of minder. In de ijskappen van Groenland van Antarctica zit genoeg ijs opgeslagen om de zeespiegel met 65 meter te laten stijgen. Een procentje meer of minder dat daarvan smelt, heeft al ingrijpende gevolgen voor kustgebieden overal ter wereld.

Foto: Schermafbeelding - Minister Barry Madlener bij Kamercommissie I en W

Een spagaat op waterstaat (over het klimaat)

Minister Hermans (van Klimaat en Groene Groei) kreeg afgelopen week schriftelijke vragen uit de Kamer, vanwege uitspraken die haar collega Madlener (van Infrastructuur en Waterstaat) eerder had gedaan in een vergadering met de Kamercommissie voor I&W. Madlener kreeg daar de vraag of hij bereid is ‘desinformatie over water, overstromingen, klimaatadaptatie en waterbeheer’ actief te ontkrachten, als dat nodig is. Die vraag beantwoorden leek een lastige evenwichtsoefening voor Madlener. Hij wekte de indruk dat hij zich aan de ene kant wilde laten zien als verantwoordelijke minister, die niks moet hebben van misinformatie, en die de wetenschap serieus neemt. Terwijl hij aan de andere kant zijn eigen partij en coalitiegenoot BBB niet teveel voor het hoofd wilde stoten. (Kamerlid Vermeer van de BBB had kort daarvoor in een talkshow nog verwezen naar misinformatie over verwijderde dammen, die zogenaamd bijgedragen zouden hebben aan de ernst van de overstromingen in Valencia.) Geen eenvoudige opgave, zelfs voor iemand die retorisch best handig is.

Het verband tussen extreme neerslag en klimaatverandering

De vragen gaan vooral over het verband tussen overstromingen door extreme neerslag en klimaatverandering. Madlener draaide in zijn antwoorden om de hete brei heen. In hoeverre hij erkent dat dat verband er is, bleef dus onduidelijk. De vragenstellers erkennen dat verband natuurlijk wel, maar formuleren het ongelukkig: ‘Onderschrijft u dat de overstromingen in Valencia dus wel één-op-één te koppelen zijn aan klimaatverandering?’ Ik denk niet dat klimaatwetenschappers het zo zouden zeggen. Want die overstromingen zijn ook weer niet volledig toe te schrijven aan klimaatverandering. Wel zijn er op meerdere manieren verbanden te leggen:

Foto: Robert de Bock (cc)

Het effect van droogte op binnenlandse migratie

ONDERZOEK - Bij migratie denken we vooral aan mensen die naar een ander land verhuizen, of zelfs een ander continent. Mensen die hun vertrouwde omgeving verlaten, om elders een nieuw bestaan op te bouwen. Die associatie hebben we niet zo snel bij iemand die binnen ons kleine landje verhuist. Al was dat in het verleden wel anders. Toen Philips begin vorige eeuw arbeiders vanuit onder meer Drenthe naar Eindhoven haalde, begonnen die wel degelijk aan een nieuw, totaal ander leven. En ook in de dorpen waar nieuwe wijken voor die arbeiders werden gebouwd – inmiddels zijn die allemaal opgeslokt door de stad Eindhoven – vond men de komst van zoveel nieuwelingen ingrijpend. Ook al omdat ze protestant waren, of zelfs onkerkelijk. Een bijdrage van Hans Custers.

Ook binnenlandse migratie kan dus meer om het lijf hebben dan een keer met een verhuisbusje naar de andere kant van het land rijden, en wat verder moeten reizen voor familiebezoeken. Zeker in grotere landen, met een minder goede infrastructuur en voor mensen met minder middelen om te reizen. Maar de stap om binnen eigen land een nieuw bestaan te zoeken blijft natuurlijk minder groot dan emigratie naar het buitenland. Wereldwijd is er dan ook veel meer binnenlandse dan internationale migratie. Wel zijn er aanwijzingen dat migranten naar andere landen en continenten vaak al eerder in hun eigen land zijn gemigreerd.

Foto: Feed My Starving Children (FMSC) (cc)

Klimaatverandering hoofdoorzaak van droogte in Hoorn van Afrika

Temperatuurverloop in Mogadishu, Somalië. Bron: Ed Hawkins showyourstripes.info.

Sinds het najaar van 2020 heeft de Hoorn van Afrika te kampen met ernstige droogte. Dat leidt tot onder meer misoogsten en veesterfte, ondervoeding, vluchtelingenstromen en oplopende conflicten. De regio is een van de armste ter wereld en bijzonder kwetsbaar voor extreem weer en klimaatverandering, onder meer omdat een aanzienlijk deel van de bevolking leeft als kleinschalige boer of als nomadische veehouder. Eind april publiceerde World Weather Attribution (WWA) een attributie-onderzoek naar de droogte. Negentien onderzoekers uit zeven landen werkten mee aan dit onderzoek. Vanuit Nederland waren er bijdragen van het KNMI, de universiteiten van Utrecht en Twente en het Rode Kruis Klimaatcentrum in Den Haag. WWA is in 2014 opgericht met als doel om relatief snel uitspraken te kunnen doen over een eventuele menselijke invloed op klimaatgerelateerde rampen. Er is een vaste procedure ontwikkeld om dit soort onderzoek uit te voeren.

Het resultaat van de studie is schokkend: de extreme droogte is grotendeels toe te schrijven aan de opwarming van het klimaat. De kans op een droogte van deze omvang is door de opwarming zeker honderd keer zo groot geworden. Met daarbij wel de kanttekening dat dit de conclusie is van het klimatologische deel van het verhaal. Want het rapport gaat ook uitgebreid in op de context waarin de droogte zich afspeelt. Die context heeft veel invloed op de kwetsbaarheid van de bevolking en de economie en dus op de uiteindelijke gevolgen.

Foto: Andreas Metz (cc)

Wat Shell wist: een kleine kanttekening

Er was de afgelopen tijd het nodige te doen over wat Shell lang geleden al wist over klimaatverandering, en welke informatie ze daarover hebben achtergehouden. Aanleiding was een uitgebreid onderzoek van Vatan Hüzeir van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waarover onder meer Follow The Money berichtte.

Het is niet mijn bedoeling om het straatje van Shell schoon te vegen, maar een beetje context en nuance is wel op zijn plaats. Vooral over de stand van de wetenschap in de jaren ’70 en vroege jaren ’80. Zo hier en daar lijkt de indruk te zijn ontstaan dat Shell in die tijd al bezig was met het dwarsbomen van klimaatmaatregelen. Dat ligt wat genuanceerder. Zo hier en daar bracht een politicus klimaatverandering wel eens ter sprake; in 1970 deed SGP’er Van Rossum dat bijvoorbeeld in de Tweede Kamer. Maar het stond nog nergens als serieus beleidsthema op de kaart. Onder meer omdat de meeste klimaatwetenschappers het te vroeg vonden om het probleem op het bordje van de politiek te leggen. Het broeikaseffect was weliswaar al een dikke eeuw onomstreden wetenschap, en dat meer CO2 voor een warmer klimaat zou zorgen stond ook niet ter discussie. Maar er was nog wel debat over hoeveel het op zou kunnen warmen, en hoe schadelijk dat zou zijn. Een meerderheid in de klimaatwetenschap zag klimaatverandering nog als een probleem dat op hun eigen bordje lag, en daar ook hoorde.

Foto: Ivan Radic (cc)

Bij De Telegraaf ligt de rode loper voor Clintel altijd klaar

De Telegraaf en Clintel zijn dikke maatjes. Clintel-duo Berkhout en Crok kreeg in twee weken tijd drie keer de ruimte om uit te pakken met klimaatfabeltjes, in twee opiniestukken en een redactioneel verhaal. Marcel Crok kwam aan het woord in het redactionele verhaal dat over het nieuwe IPCC-rapport gaat. De strekking van het verhaal is dat ‘rampscenario’s leidend’ zouden zijn in dat rapport.

Marcel Crok snijdt zichzelf daarin pijnlijk in de vingers met een typisch gevalletje de pot verwijt de ketel. Het IPCC schijft: “Human influence very likely contributed to the decrease in Northern Hemisphere spring snow cover since 1950”. Crok noemt dat een cherry-pick, want volgens ‘veelgebruikte data van de Amerikaanse Rutgers University’ zou er in de wintermaanden juist een kleine toename van de sneeuwbedekking zijn. En dat is de echte cherry-pick. Het IPCC kijkt namelijk niet alleen naar die ene dataset, maar naar alle gegevens die er zijn. En in dat totaal zijn de ‘veelgebruikte data’ van Rutgers de uitzondering. Het IPCC houdt wel rekening met die gegevens en schrijft dan ook (2.3.2.2 p. 2-62) dat er een aanzienlijke onzekerheid is over de trends vanaf 1978 voor de maanden oktober tot en met februari. Maar dat doet niet af aan de constatering dat er, op basis van alle informatie, een afname is als je het over het hele jaar bekijkt. In hoofdstuk 9 van het rapport is te lezen en te zien (zie figuur 9.23 hieronder) dat de trend voor alle maanden van het jaar negatief is.

Volgende