Kilroy
COLUMN - Aanvankelijk dacht ik: het was de broers Kouachi niet zuiver te doen om een wraakneming vanwege die cartoons. Het was waarschijnlijk niet eens een poging om Charlie Hebdo zelf om zeep te helpen, al zijn ze daarmee een aardig eind op streek gekomen. De aanslag leek me vooral een misselijkmakende vorm van propaganda: aantonen dat je overal kunt toeslaan, dat beveiliging niets uithaalt tegen koppige kamikazestrijders, onderstrepen dat wie niet mét jou is geen recht van bestaan heeft. Voor de broers was de moordpartij een strategie: een middel om de agenda te kunnen bepalen, een middel om iedereen te laten zien dat wie het ware geloof in pacht heeft, geen grenzen meer kent.
Hun aanslag leek me een vorm van graffiti. Wat ze in bloederige hanenpoten met een kogelregen neerkalkten op de muren van de rechtstaat, was dit: Kilroy is here.
Maar nu het stof een beetje is gaan liggen en de contouren van de huidige agenda zich aftekenen, denk ik: haat, angst en verdeeldheid zaaien, dát was hun doel. Zorgen dat niemand – satiricus, politicus, atheïst of moslim – zich voortaan nog echt veilig kan voelen. Bevorderen dat mensen elkaar op een hoop gooien en stevige hekken om zichzelf en anderen heen timmeren: ik hoor hier en jij hoort daar, rot op naar je eigen soort, je eigen wijk, je eigen cultuur. Bewerkstelligen dat iedereen zich het apezuur schrikt zodra ergens een luide knal klinkt of er een auto met sirene voorbij spoedt. Bevorderen dat niemand zich vrijelijk durft uit te spreken. De angst voor moslims groeit evenredig aan de verdachtmakingen jegens moslims.