Wees gegroet

COLUMN - Gezond zijn we hooguit tijdelijk; sommigen zijn het zelfs nooit geweest.

Ooit heb ik geprobeerd uit te rekenen welk percentage van de bevolking met een chronische ziekte of handicap leeft. Al kun je het aantal mensen met diabetes, astma, reuma, aids of vaat- en hartziektes niet simpelweg optellen bij de aantallen mensen die blind, doof, verlamd, spastisch, autistisch, dementerend of manisch-depressief zijn (nogal wat mensen hebben meerdere kwalen): je komt tot schrikbarende cijfers. Zowat de helft van de bevolking heeft serieuze fysieke problemen. En wie nu niks heeft, komt later geheid aan de beurt.

De montere kant van die morbide cijfers is dat we er kennelijk vrij goed in slagen om, mét al onze lichamelijke makke, een redelijk leven op te bouwen, Met soms wat extra moeite slagen de meesten erin gewoon te werken, lief te hebben, te reizen, sporten, reizen en uit te gaan. Aan veel mensen zie je van buitenaf niet eens dat ze iets hebben.

In de publieke sfeer valt ziekte daardoor buiten het zicht. We hebben een blinde vlek voor lek & gebrek. Dat – plus de enorme aandacht die er is voor behandeling, herstel en gezond leven in het algemeen – maakt het soms verrotte lastig om uit te zoeken hoe je dat nu eigenlijk doet: fatsoenlijk verder leven met een serieuze, blijvende ziekte of beperking.

Om die reden ben ik een groot fan van de geschiedenissen die mensen vertellen over hun makke. Ze bieden een persoonlijke inkijk in een parallelle wereld, de wereld waar mensen worstelen met hun lichaam. Zulke ziekteverhalen geven vlees en botten aan medische kennis en aan zakelijke informatie over behandelingen; ze maken van ziektegevallen weer echte levens, met alles erop en eraan (en eraf). Ze leren ons dat gezondheid prettig is, maar niet zaligmakend. Ze leren ons hoe arrogant het gezondheidsideaal eigenlijk is, en hoe onbedoeld onhandig of bot gezonde mensen kunnen zijn.

Inmiddels is er een heel cohort van mensen die nog een stap verder gaan: ze doen verslag van hun naderende dood. Aanvankelijk waren het vooral vrouwen die over hun ziekte en aanstaande dood schreven, ooit prachtig aangevoerd door Renate Rubinstein en Annemarie Grewel. Maar sinds Martin Bril durven steeds meer mannen publiek verslag te doen over hun aanstaande einde.

Ook Het Parool heeft sinds kort een columnist die zijn dood van nabij in de ogen moet kijken en daarover schrijft. De stukken van Albert de Lange zijn wondermooi, geestig, spits, soms onverwacht sereen. Er is werkelijk iets dat in een mens verandert zodra hij weet dat het bijna met hem gedaan is: de ophanden zijnde dood geeft je woorden gewicht, je beslissingen kracht, je hoofd helderheid. Zo is het en het gaat niet meer anders worden: dat slaat je een boel onzin en getut uit handen, het beent je leven uit tot de essentie.

De dood blijkt ons de mooiste levenslessen te kunnen baren. Maar het blijft hartverscheurend.

Deze column van Karin Spaink verscheen eerder in Het Parool.

  1. 1

    Er is werkelijk iets dat in een mens verandert zodra hij weet…

    Het is simpel. Onlangs las ik een zin – ik dacht hier op Sargasso – dat een stervende niets hemels of aards meer interesseert, hij maakt zich alleen nog druk om de vouw in het laken van het bed waar hij op ligt.

    Die beperkte wereld – je visie wordt dus kleiner – maakt dat je veel woorden, geleerd in je bijna voorbije leven, hebt om de eenvoud van het leven dat je rest te beschrijven of om de ikkigheid van je verleden wereldkundig te maken. Met [te]veel woorden die je allemaal wilt gebruiken rest je een wellicht poëtisch levenseinde.

    De mens verandert dus niet echt in een poëet of filosoof, hij wordt egoïstisch en de wereld beperkt zich steeds meer tot zijn directe [lichaams]omgeving. Het beent je leven uit tot de essentie. Maar wel in de ik-vorm.

    Zelfs in de dood blijft het egoïstische bepalend.

  2. 2

    Mensen zijn de enige wezens, die weten dat ze zullen gaan sterven. Er zijn al veel manieren bedacht om daar mee te leren omgaan: hemel en hel, reïncarnatie enz.
    Sinds de jaren 60 weten we dat ook de mensheid zal uitsterven. Daar moeten we ook mee leren omgaan. Kunnen we naar andere planeten of melkwegstelsels? Kun je iemands brein downloaden en voor het nageslacht bewaren *eeuwig verder leven)?

    Ik heb geaccepteerd, dat ik hier maar even ben. Niet te veel over morgen en overmorgen denken. Gewoon in het moment blijven zoals een kind (of zoals een dier) werkt prima voor mij.