Een paar dagen verscheen er een bericht in De Pers die het rechtse stokpaardje “niet iedere moslim is een terrorist, maar iedere terrorist is wel moslim” flink onderuit schopte. Want als je kijkt naar de aanslagen die gepleegd zijn, dan blijken vooral separatistische bewegingen actief op terroristisch gebied. 99% van de aanslagen heeft geen moslim-achtergrond.
Maar, merkt De Pers in deze politiek correcte tijden op in het kader van beide kanten aan het woord laten, het aantal doden bij de moslim-aanslagen was vele malen groter. Hiermee ontkracht de krant meteen weer het eerste deel van het artikel. Moslimterrorisme is tóch erger dan ander terrorisme. Vergeten wordt dat het hier gaat om ‘maar’ twee aanslagen. Verschrikkelijke aanslagen, maar wel maar twee, te weinig om statistisch betrouwbare uitspraken over te doen. Sinds die tijd zijn moslimextremisten er bijvoorbeeld niet meer in geslaagd een grote aanslag te plegen.
Als we naar de cijfers van vorig jaar kijken, waren er 7 doden bij separatistische aanslagen en 1 gewonde bij één islamitische aanslag.
Terrorismedeskundige Edwin Bakker van Clingendael zegt vervolgens: “‘Het gaat niet om de doden, maar om de impact.” Dat met deze redenatie het grotere gevaar van moslimterrorisme een selffulfilling prophecy wordt ontgaat hem blijkbaar.
Want onze overheden en islamcritici wijzen ons voortdurend op het gevaar van en waarschuwen ons voor islamitische aanslagen, waardoor de gevoelsmatige impact vanzelf groter wordt. Later kunnen we dan vaststellen, dat de impact van een islamitische aanslag groter is. Het klimaat van angst, dat gecreëerd wordt door onze overheden en die critici, zorgt er voor dat de impact groter lijkt dan hij daadwerkelijk is.