Jona Lendering

636 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | E.T.

COLUMN - De Zwitserse auteur Erich von Däniken baarde ooit opzien door te beweren dat de goden kosmonauten waren geweest. De pseudowetenschapper had zijn succes niet te danken aan het feit dat de lezers te weinig van wetenschap wisten – over het algemeen wisten ze dat het larie was – maar aan het feit dat hij een reëel psychologisch mechanisme op het spoor was: als we ooit contact maken met E.T., maken we ook contact met iets dat niet past in onze gebruikelijke denkkaders en dat daarom zou kunnen worden uitgelegd in religieuze termen.

Dat zou niet voor het eerst zijn. De Indiërs, die de IJzertijd nog maar net achter zich hadden gelaten, beschouwden Alexander de Grote als een avatar van Vishnu. De genocide in de Punjab oversteeg wat de Indiërs beschouwden als de menselijke maat. De Azteken deden hetzelfde: toen ze voor het eerst paarden en kanonnen zagen, meenden ze dat Hernán Cortéz een godheid was.

De Amerikaanse astronoom David Weintraub heeft een boek gewijd aan deze mogelijke reactie op het eerste contact met buitenaardse beschavingen, Religions and Extraterrestrial Life. How Will We Deal With It? Hij beargumenteert dat sommige religies de ontdekking minder goed kunnen inpassen dan andere, omdat een deel van hun rituelen uitsluitend op aarde kan worden uitgevoerd – denk aan een pelgrimage naar Mekka – of omdat ze een speciale band hebben met bepaalde plekken: de mormonen houden van de heuvel Cumorah, hindoes willen geen andere culten op de geboorteplaats van Rama en christenen ruziën om de Basiliek van het Heilig Graf.

Foto: copyright ok. Gecheckt 01-03-2022

Leidens Ontzet

ACHTERGROND - P.C. Hooft is geen schrijver die nog veel lezers trekt. We kennen hem zoals we Vondel kennen: er is een straat of een park naar zo iemand genoemd, en dat is het dan. Zo gaan die dingen nou eenmaal en dat is niet erg.

Dat laat onverlet dat die auteurs wel wisten hoe ze een verhaal moesten vertellen en mooi Nederlands schreven. Hieronder volgt een stukje uit Hoofts Nederlandse Historiën (1642) dat ik tijdens een slapeloze nacht heb overgetypt. Gegeven de datum – dit gaat online op 3 oktober – kunt u het onderwerp wel raden: het ontzet van Leiden.

De situatie: de dijken zijn doorgestoken, de vloot van Lodewijk van Boisot nadert de belegerde stad en hoeft alleen de Lammenschans nog in te nemen, maar de postduif waarmee dit de Leidenaren wordt aangekondigd, valt in Spaanse handen. De belegeraars besluiten echter geen soldaten nodeloos op te offeren en trekken zich geordend terug. Het geschut, dat ze niet kunnen meenemen door het geïnundeerde gebied, wordt onklaar gemaakt door de stukken in het water te werpen.

Let op de mooie manier waarop Hooft het verhaal opbouwt en naar een climax werkt. Eerst vertelt hij dat de stad van niets weet, dat een jongen ontdekt dat de Spanjaarden zijn vertrokken maar dat de Leidse commandant sceptisch is. Daarna begint het crescendo: Hooft laat de vloot de stad binnenvaren, waarbij de vreugde almaar verder aanzwelt tot uiteindelijk de admiraal de overwinning kan opdragen aan God, waarop de Leidse bestuurderen het besluit nemen dat Leidens Ontzet gevierd zal blijven worden.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Framing

COLUMN - Amsterdam, een nachtcafé in een van de “negen straatjes”, en ik kan mijn geluk niet op. Ik zit tegenover de aantrekkelijkste vrouw van de stad en wat meer is, ze luistert geboeid naar wat ik vertel over het boek dat ik net ben begonnen te schrijven. Dat gaat over een simpele vraag: als Jezus en Paulus joden waren, waarom is het christendom dan geen joodse stroming meer? Het antwoord is niet simpel en ons gesprek duurt tot na sluitingstijd.

Dat was kort na mijn dertigste verjaardag. Dat ik er kort voor mijn vijftigste aan terugdenk, is omdat ik het boek dit weekend heb afgerond. Nu moet het zijn publiek gaan vinden, moeten er persberichten worden geschreven en moet een presentatie worden georganiseerd. De vraag is dus: hoe presenteren we het boek zó dat het de aandacht trekt en dat het onderwerp, om zo te zeggen, opnieuw kroegconversatie wordt?

Het probleem is dat de media – of het nu gaat om boekrecensies, interviews of wat dan ook – ingewikkelde onderwerpen vaak presenteren in vertrouwde interpretatiekaders. Zulke frames zijn nuttig, omdat een journalist zich dan kan concentreren op het allerbelangrijkste en onuitgelegd kan laten waarom dit onderwerp nieuws is. Zo past de informatie in duizend woorden of drie minuten zendtijd.

Foto: copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Berlijn

COLUMN - De foto hierboven was vergeeld en al beschadigd toen ik haar inscande. Het geeft niet dat het geen goede foto is, want het moment zelf staat me scherp voor de geest. Het was januari 1989, een kwart eeuw geleden. Een groep jonge mensen, vrijwel alleen en eigenlijk wat doelloos, in Berlijn, bij de Muur. En het is koud.

Er bestond tijdens de Koude Oorlog een bepaald ‘Berlijngevoel’. Het is moeilijk te definiëren, maar ik kan het aanwijzen. Het was het cynisme van The Spy Who Came in from the Cold, waarin alle menselijke waarden ondergeschikt waren gemaakt aan het politieke spel. Het was M. Het was de LP Berlin van Lou Reed, over al het verschrikkelijke wat mensen elkaar kunnen aandoen.

Het was de Luchtbrug, de Muur en Kennedy. Het was de B-kant van David Bowies’ Heroes, met Sense of Doubt, Moss Garden en Neuköln. Het was Wir Kindern vom Bahnhof Zoo. Het was kou, eenzaamheid, regen en doorgaan met wat je doet in de hoop dat het beter wordt. Kortom, het was een belegerde stad.

Maar het was niet alleen een deprimerend soort melancholie. Het was ook Bowie’s ‘Heroes‘: het lied over de geliefden die bij de Muur even de cynische kilte kunnen overwinnen, just for one day. Wim Wenders verfilmde hetzelfde thema in Der Himmel über Berlin. Of Nina Hagen, die bezong hoe het was om vanuit de DDR te zien wat er in West-Berlijn op TV was en aan wie het wel was toevertrouwd daar iets vrolijks en stapelgeks van te maken.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Onmogelijke humor

Komt een moslim bij een christen. Vraagt ’ie: ‘Hoe komt het toch dat jullie zo rijk zijn?’

Antwoordt die christen: ‘Ach, God heeft een cheque uitgeschreven aan Maria, die heeft hem doorgegeven aan Jezus en die betaalt hem uit aan ons.’

Vervolgt die christen: ‘Hoe komt het eigenlijk dat jullie zo arm zijn?’

Zegt die moslim: ‘Wij kregen ook een cheque, maar God gaf die eerst aan Mohammed, die gaf hem aan Ali, die gaf hem aan Hasan, die gaf hem aan Huseyn, die gaf hem aan Ali, die gaf hem aan Mohammed, die gaf hem aan Jafar, die gaf hem aan Musa, die gaf hem aan Reza, die gaf hem aan Mohammed, die gaf hem aan Ali, die gaf hem aan Hasan en die gaf hem weer aan iemand die ermee is verdwenen.’

Vult een andere moslim aan: ‘Ze zeggen dat die laatste nog eens terugkomt, maar je zult zien dat het op vrijdag is en dan zijn de banken gesloten.’

Ik beken dat ik dit niet het hoogtepunt van humor vind. Dat ligt niet aan de pointe: de islamitische cheque wordt doorgegeven in de rij van de twaalf imams, de sjiieten verwachten de terugkeer van de verdwenen laatste imam en het is een grappig contrast de verheven imams te presenteren als mensen die een cheque zoekmaken. Het feitelijke probleem is dat ik dit contrast wel herken maar geen dijenkletser vind. Humor is cultureel bepaald. De Irakees die me de geciteerde mop vertelde, begrijpt weer niet wat zo grappig is aan een Wiedergutmachungsschnitzel.

Foto: copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Arnhem 1944 (3): de mislukte Doorbraak

ACHTERGROND - Ik weet het, “wat als?”-vragen zijn moeilijk te beantwoorden. Het zijn echter de belangrijkste vragen die er zijn, omdat de antwoorden aangeven wie wij eveneens hadden kunnen worden. Als ik me wat krom mag uitdrukken: “wat als?”-vragen gaan over ‘het waarom’ van wie we zijn.

Wat als de Geallieerden in september 1944 bij Arnhem de Rijn zouden zijn overgestoken? Lou de Jong had een duidelijk oordeel: het zou voor Nederland een ramp zijn geweest. De Duitsers zouden, goed verschanst in de Randstad, verschrikkelijk hebben gevochten om de havens tegen de Geallieerden te verdedigen. De Hongerwinter zou nog erger zijn geweest. Alleen een snelle opmars naar Berlijn en een algemeen einde van de oorlog zou de bevolking van Zuid- en Noord-Holland hebben gered. Ik heb geen reden het daarmee oneens te zijn.

Er is een andere kwestie. De gedetineerden in Sint-Michielsgestel hadden ontdekt dat confessionelen en niet-confessionelen, socialisten en liberalen, katholieken en protestanten, meer met elkaar gemeen hadden dan ze dachten. Dit vormde het begin van een zekere politieke dooi. Het verlangen naar het einde van de oude tegenstellingen, aangeduid als “De Doorbraak”, was vrij sterk. Aanvankelijk dacht men aan één politieke partij, later aan twee, die dan Partij van de Arbeid zouden heten en Partij van de Vrijheid (de huidige VVD).

Foto: copyright ok. Gecheckt 29-09-2022

Nijmegen 1944

ACHTERGROND - Operatie Market Garden was groter dan alleen de Slag om Arnhem. Mevrouw Corry Tolhuizen vertelt over de strijd om Nijmegen.

Zondag 17 september 1944

Mijn vader is jarig. Als we uit de kerk terug komen, zien we de lucht ineens vol parachutisten. Er wordt geschoten.

Na het bombardement [op Nijmegen op 22 februari 1944] is een discussie ontstaan, of je in een kelder wel zo veilig bent voor bommen. Je kunt levend begraven worden. Er wordt besloten, dat we gaan schuilen in de inpandige ruimtes in huis. Er wordt een tekenplank op het toilet gelegd. Daar zit moeder met mijn zusje op schoot. Ik kan er net dwars bij zitten. Halverwege de middag moet ik ruilen met mijn andere zus. Vader staat dan met mij gearmd in de ruimte boven aan de keldertrap.

Na enkele uren gaan we weer naar de huiskamer. Op straat lopen vluchtelingen voorbij, richting westen. Ze vertellen dat de Hitlerjugend hun huizen in brand stak.

Ik heb de euvele moed te vragen wanneer we de taartjes gaan eten. Daarvoor heb ik eerder margarine, suiker en bloem naar de bakker gebracht. Moeder reageert verontwaardigd: “Op straat lopen vluchtelingen!”

We gaan niet naar bed. Mijn zusje en ik mogen op de divan liggen. Niet comfortabel met kleren en schoenen aan. De ouderen zitten in fauteuils. Ik slaap nauwelijks, hoor buiten schieten en in de kamer het gefluister van de anderen.

Foto: copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Arnhem 1944 (2)

ACHTERGROND - Vandaag is het zeventig jaar geleden dat de Slag om Arnhem (Operatie Market Garden) begon. Daarom komen vandaag drie ooggetuigen aan het woord. Mevrouw Mattheij is de tweede.

Toen wij op die bewuste zondag 17 september in de kerk zaten ging het luchtalarm af. De slag om Arnhem begon. Wij mochten niet meteen de kerk uit en moesten wachten tot het luchtalarm weer af ging als teken dat de situatie veilig was.

Wij woonden in het centrum van de stad naast het bedrijf waarvan mijn vader na de oorlog directeur werd. Het was een groothandel in stoffen en een confectieatelier. Onder dat pand bevonden zich grote kelders. Hij had uit voorzorg al allerlei voorzieningen getroffen voor als de nood aan de man kwam. De “plaktafels” waar de nieuwe collecties op geplakt werden, waren op elkaar gestapeld voorzien van lagen schouderwatten zodat ze als bedden konden dienen. In eikenhouten vaten zat water en op een petroleumstel kon gekookt worden. Er waren accu’s waarop de lampen konden branden. Als mondvoorraad hadden we vooral erwten en bruine en witte bonen – waar ik een vreselijke hekel aan had, maar dat was gezond want het was eiwitrijk voedsel.

Toen wij om een uur of elf uit de kerk kwamen moesten wij meteen de kelders in. Wij kinderen vonden dat toch wel spannend want “de zaak” was normaliter verboden terrein voor ons. We zaten daar met familie buren en kennissen – een stuk of zeventien dacht ik. Om de kinderen af te leiden werd er veel gezongen. Vooral rare liedjes dat vonden wij leuk. Ook werd vooral door mijn moeder, die denk ik erg bang was, veel gebeden en dat deed ze dan op zo’n loeiende smachtelijke manier. Ondertussen bezetten de Engelsen precies de wijk waarin wij zaten, in een poging de brug over de Rijn te veroveren.

Foto: copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Arnhem 1944 (1)

ACHTERGROND - Vandaag is het zeventig jaar geleden dat de Slag om Arnhem (Operatie Market Garden) begon. Daarom komen vandaag drie ooggetuigen aan het woord. Meneer Van Schaik is de eerste.

Ik herinner me dat het die zondag schitterend weer was, geen wolkje aan de lucht; het was heerlijk warm. Ik denk dat mijn ouders dat daags te voren al wisten want we gingen met zijn allen al heel vroeg naar de kerk. Zondags waren er al Heilige Missen om zeven en acht uur. Ik denk dat we naar de mis van acht uur waren geweest zodat we de hele dag van het mooie weer konden genieten. Om een uur of één zaten we aan tafel en op een gegeven moment was de schaal met aardappelen leeg.

Mijn broer liep naar de keuken om die weer bij te vullen. Omdat het zo mooi weer was, liep hij door de tuin naar de keuken en toen hij terug kwam riep hij: “Kom eens kijken, er hangen allemaal parachutes in de lucht!”

Wij renden van tafel en ja hoor, honderden parachutes in allerlei kleuren zagen we naar beneden dalen. Wij woonden in een benedenhuis en onze bovenbuurman riep ons dat we boven moesten komen. Vanaf het platte dak konden we het veel beter zien.

Foto: 24oranges.nl (cc)

Diefstal

COLUMN - Mijn nichtje op Curaçao leest graag de Seven Days, een soort krant voor pubers. Als u die niet kent, zou ik zeggen dat u die eens bij de Ako te pakken moet zien te krijgen, want het is een leuk blad dat u zal verrassen met zijn hoge niveau. Mijn nichtje weet wel wat ze leest.

Helaas is het tijdschrift in Willemstad, voor zover ik weet, niet leverbaar, dus ik koop zo af en toe een los nummer en stuur het naar Curaçao. Vorige maand stuurde ik twee nummers tegelijk. Zorgvuldig gewogen op de postweegschaal, voldoende gefrankeerd (een flink bedrag), en hup met de post mee, naar De West.

Kreeg ik dus een briefje dat het onvoldoende gefrankeerd was. Het kon niet kloppen, maar ik moest op reis naar Bulgarije en ik was te gehaast om opheldering te vragen. Wat krachttermen onderdrukkend heb ik de strafport betaald en ben ik op reis gegaan.

Nu heb ik een erg aardig nichtje dat me zeker even een mailtje zou hebben gestuurd om me te bedanken, maar het kwam niet. Toen ik mijn zus vandaag sprak, informeerde ik of ze de post hadden ontvangen. Dat bleek niet het geval.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Johannes de Doper

COLUMN - Sozopol ligt in het oosten van Bulgarije, aan de Zwarte Zee, in een zó toeristische streek dat de vraag zich onontkoombaar opdringt wat Gerd Leers in vredesnaam heeft bewogen om uitgerekend hier een villa te kopen. Er zijn enkele mooie stadjes, maar verder bestaat de kuststrook uit een eindeloze reeks hotels. ‘In de communistische tijd stonden er hier vijftig,’ hoorde ik ergens vertellen, ‘en daarna kapten ze het groen en toen was er ruimte voor honderdvijftig.’

Het voordeel van het massatoerisme is dat er geld is om monumenten prachtig op te knappen, enkele mooie musea te bouwen en archeologisch onderzoek te doen. Zo ook op het eilandje ten noorden van de stad, waar in 2011 opgravingen plaatsvonden in het klooster van Sveti Ivan, ofwel Sint-Jan, ofwel Johannes de Doper. Daarbij werden mensenbotten gevonden waarvan men onmiddellijk beweerde dat die waren van de boetgezant.

Ik word daar altijd wat iebel van, maar niet omdat ’s mans gebeente óók ligt in de Umayyadenmoskee in Damascus en de Sint-Jan van Lateranen in Rome. Die santenkraam kan ik wel lijden en ontroert me zelfs, zoals ik ook ontroerd ben als ik in het Florentijnse Museum van Wetenschapsgeschiedenis een reliekhouder zie met de vinger van Galilei. Ieder zijn meug. Wat me dwars zit is dat de wetenschap daar de oren naar laat hangen.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Communistische kerk

COLUMN - In de Middeleeuwen was Veliko Tarnovo de hoofdstad van een Bulgaars koninkrijk dat zich in zijn gloriedagen, het begin van de dertiende eeuw, uitstrekte van de Zwarte naar de Adriatische en de Egeïsche Zee. Aan het einde van de veertiende eeuw liepen de Ottomaanse Turken het onder de voet. Toen ze de Bulgaarse hoofdstad hadden veroverd, maakten ze de burcht met de grond gelijk.

Vier, vijf eeuwen later herwonnen de Bulgaren hun onafhankelijkheid en in de communistische tijd werd besloten de oude burcht te herbouwen. Het resultaat mag er wezen. Een brug, poorten, kasteelmuren, torens, een paleis en op de heuveltop een kerk: als je niet beter zou weten, zou je denken dat het echt oud was. Je zou het kunnen opvatten als ’s werelds grootste folly.

Met de herbouw van het kasteel hadden de Bulgaarse communisten niet zoveel moeite. Dat daarin een kerk was opgenomen, was echter lastiger. Godsdienst was immers de opium van het volk. Het aanbrengen van een middeleeuws-ogende decoratie, met fresco’s die de christelijke boodschap uitdroegen, was helemaal een stap te ver.

v_trnovo

Niets te verliezen dan hun ketenen

En dus kwamen er in de Kathedraal van de Hemelvaart moderne fresco’s, die geen bezoeker onberoerd laten. Je haat ze of je sluit ze in je hart. Een tussenweg is er niet. De schilder, Teofan Sokerov, beeldde in een volkomen moderne stijl allerlei belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van de Bulgaarse middeleeuwen af, zodat de kerk kon worden beschouwd als een tribuut aan het ten onder gegane koninkrijk.

Vorige Volgende