Suriname kiest paars
Hieronder volgt een gastbijdrage van Ivo Evers, verslaggever bij het Surinaamse dagblad De Ware Tijd.
Er staan maar liefst 24 partijen op het Surinaamse stembiljet, voor de landelijke verkiezingen van komende dinsdag. Het parlement, De Nationale Assemblée, telt 51 zetels. De NDP van Desi Bouterse staat in de peilingen op winst. Opvallend: de verkiezingsstrijd gáát ergens over.
Al maanden is het land van nauwelijks een half miljoen inwoners in de ban van D-Day, 25 mei. De opkomst is hoog: niet stemmen is een grote uitzondering. Burgers hebben eenmaal in de vijf jaar een stem. That’s it. Geen gemeenteraden, provinciale staten, waterschappen of tussentijdse referenda, er is alleen 25 mei. Eenmaal in de vijf jaar komen politici van hun pluche om de kiezer te overtuigen van hun gelijk en rennen ze, het lijkt wel de omgekeerde wereld, achter de burger aan. Eenmaal in de vijf jaar krijgen de binnenlandbewoners een stem, mogen zij meepraten en krijgen ze cadeautjes.
Cadeautjes in de vorm van eten en drinken. Er komen plotseling generatoren voor het dorp, gefinancierd uit de staatskas, maar met een partijsticker van één van de regerende partijen erop. Of je krijgt zomaar een nieuw dak boven het hoofd. In dorpen als Kwamalasamutu trekken de mensen voor de carnavaleske partijbijeenkomsten op maandag een paars shirt (NDP) aan, op dinsdag zetten ze een groene pet (NPS) op en op woensdag zwaaien ze met wit-rode vlaggen (PL). Bij veel woningen wapperen meerdere partijvlaggen. Doel: optimaal profiteren van de partijen die komen uitdelen.
Elektrische motoren en batterijen zijn aanzienlijk verbeterd op honderd jaar tijd, maar de elektrische auto’s van vandaag hebben een actieradius die – in het beste geval – gelijk is aan die van hun voorgangers aan het begin van de twintigste eeuw.






Vlak voor de verkiezingen lijkt de gevestigde orde de sociale status quo van de laatste vijftig jaar in Nederland te herstellen. Dat is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk, aangezien Nederland zich in onrustig vaarwater bevond de laatste tien jaar. De moorden op Theo van Gogh en Pim Fortuyn zette de politieke verhoudingen op zijn kop. Wilders profiteerde van grote etnische spanningen tussen de blanke autochtone middenklasse en ontevreden jongeren van Marokkaanse afkomst uit de onderklasse, die weliswaar geboren en getogen zijn in Nederland maar niet doorstromen naar die middenklasse. Bovendien zitten we nog midden in de grootste economische crisis van na de oorlog, waarin banken van nationale trots, vlaggenschepen van de Nederlandse economie, ten onder gingen en de overheid met ongekende sommen publiek geld de economie moest behoeden voor de totale ondergang. De politieke discussie vlak voor de verkiezingen gaat vooral over persoonlijkheden en de economie. Hamvraag is: hoeveel gaat wie waar bezuinigen? Zelfs socialisten twijfelen niet aan de economische noodzaak van bezuinigingen: het Salonfähige PvdA, de groene tak van GroenLinks, noch de nationaal populisten van de SP. Dat zou elk gewoon mens moeten verbazen, temeer omdat zij wel allemaal de juiste analyses van de financiële crisis maakten.