Felix Rottenberg

50 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

Heksentoer

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

Het moet gezegd worden: Mark Rutte was in topvorm bij de Algemene Beschouwingen over de Miljoenennota. Hij sprak voornamelijk uit zijn hoofd, was geestig en deed denken aan de dagen dat hij zich nog een betrekkelijke buitenstaander in de politiek waande.
Naast al het gelazer met Rita Verdonk, dat nog lang niet is afgelopen, krijgt Rutte nu een volgend examen voorgelegd, de kwestie Europees referendum.
Dat referendum komt er, ook wil het kabinet dat niet. Vroeg of laat zal, met steun van de PvdA-fractie, een meerderheid in de Tweede Kamer ontstaan die om uiteenlopende redenen voor een volksraadpleging is. En die kan een griezelig resultaat opleveren, namelijk opnieuw een nee.
Zo’n uitslag zal Nederland in Europa in een benarde positie brengen, die haaks staat op de pioniersrol die het land tientallen jaren heeft vervuld.
Ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken dat een negatieve uitslag Nederland in de rol brengt van de grote Europa-remmer.
Vorig jaar las ik de biografie van Sicco Mansholt die, eerst als minister van Landbouw en Voedselvoorziening en later als de eerste Nederlandse Europese Commissaris, een rol van betekenis vervulde in de opbouw van Europa. Dit voortreffelijke boek van Johan van Merriënboer, simpelweg getiteld Mansholt, een biografie, is verplichte lectuur voor iedereen die overvallen wordt door twijfel over Europa.
Ik heb het met één onderbreking voor een korte nachtrust achter elkaar uitgelezen. Want via de belevenissen van Mansholt reist de lezer door het naoorlogse Europa en beseft hoe cruciaal het Europa van Mansholt is geweest voor de wederopbouw en modernisering van Nederland en zijn Europese bondgenoten.

Natuurlijk, de formele Europese instituties belichamen nu doorgeschoten bureaucratische bemoeienis, die ook niet zo simpel tot stilstand gebracht kan worden. Het referendum van 2005 over de Europese ‘grondwet’ mobiliseerde vooral in Frankrijk en Nederland de weerzin daarover.
Het nieuwe Europese Verdrag probeert een antwoord te geven op de anti-Europese sentimenten. Meer dan in de eerste poging tot een grondwet zijn de posities en bevoegdheden van de nationale lidstaten nu beter – alhoewel nog niet voldoende – gegarandeerd.

Foto: Eric Heupel (cc)

Maskerade

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

De impressies van politiek tekenaar Opland worden node gemist. Als geen ander kon hij voorspellen dat gevaarlijk drama op komst was. Opland – een alias van Rob Wout – maakte shakespeareaanse taferelen van een politieke rel: vechtende ridders in Byzantijnse kostuums, veel bloed, zweet en tranen.
Het werd al weken gefluisterd: Mark Rutte slaat toe als Rita Verdonk in de fout gaat. En nu is er opnieuw Oplands theater. Het is onvermijdelijk, het hoort bij de politiek, het is wat de politiek fascinerend maakt. Maar het is ondraaglijk voor de hoofdrolspelers.
Mark Rutte kan het niet bolwerken; al bijna anderhalf jaar speelt hij dat hij gelukkig is, niemand gelooft het.
De maskerade begon in april vorig jaar, toen Rita Verdonk zich tamelijk onverwacht opwierp als tegenkandidaat in de verkiezing van de leider van de VVD. Rutte reageerde aangeslagen, zijn politieke intuïtie waarschuwde hem: een strijd met Verdonk betekende eindeloos gelazer.
Maar het was te laat om zich terug te trekken en hij kon het zich ook niet permitteren zijn afschuw over een strijd met Verdonk hardop uit te spreken.
Vanaf dat moment was Rutte zijn glans kwijt, omdat hij niet meer zei wat hij dacht. Vreselijk is dat, want Rutte is een originele en geestige man. Maar alles wat hij als partijleider ondernam, was geforceerd, zelfs de manier waarop hij nu Verdonk uit de fractie heeft gezet.
Rutte had nooit partijleider moeten willen worden. Hij is de ideale derde man, degene die het kuddegedrag van politici durft te hekelen en die slimme ideeën bedenkt als anderen zich vastbijten in harde standpunten. Maar het verschrikkelijke bestaan van een politiek leider ligt hem niet; het heeft hem tot een karikatuur van zichzelf gemaakt.

De VVD is met het vertrek van Verdonk niet verlost van de politiek-ideologische tegenstelling die altijd weer gesodemieter oplevert: kosmopolitisch liberalisme versus nationaal conservatisme. En dat loopt ook nog eens door elkaar heen, zoals in de PvdA vrijzinnig
liberalisme vermengd wordt met de dogmatiek van de oude sociaaldemocratische leer, wat even grote tegenstellingen oproept. Als Jan Pronk tot voorzitter wordt gekozen, zal dat ook weer een verkapte maar slopende strijd om het leiderschap opleveren.

Foto: Eric Heupel (cc)

Zoef de Haas

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

Dat was een heerlijk interview, vorige week in PS van de Week, met Geert Dales, de Zoef de Haas van het openbaar bestuur. Langer dan drieënhalf jaar houdt hij het in een functie niet uit, maar in zo’n korte periode maakt hij toch indruk.
Ik ben een fan van Dales, hij is werkelijk een goede politicus. Hij kent zijn zaken, hij durft posities in te nemen en impopulaire standpunten te verdedigen. Zijn drift bevalt me, die maakt hem onberekenbaar. Hij kan zich af en toe geweldig opwinden, Dales is de Nederlandse Nicolas Sarkozy.
Ivo van Hove, de leider van Toneelgroep Amsterdam, kan het interview van Bas Soetenhorst met een paar ingrepen zó laten opvoeren in de grote zaal van de Stadsschouwburg, onder de titel Dales spreekt. Acteur Hein van der Heijden kan een mooie Dales neerzetten. Maar misschien is het een nog beter idee de rol te laten spelen door een steractrice zoals Jacqueline Blom, bekend van haar rol als Puck in Oud Geld. Zij kan die ingehouden Dalesdrift onverwacht tot uitbarsting laten komen.
En dan één keer, aan het einde van zo’n serie, moet Van Hove Dales vragen zichzelf te spelen. Dat dacht ik toen ik het Parool-interview las: Dales speelt permanent een rol. Hij zweept zichzelf op, pakt de interviewer in, maar dat lukt maar half en dus probeert hij met geraffineerde tussenzinnetjes toch zijn gelijk te halen.

Prachtig theater is het moment waarop Soetenhorst als een Engelsman, kalm en vasthoudend, Dales ondervraagt en hem nog eens laat uitleggen hoe hij zich heeft in gedekt voor de giga-overschrijdingen bij de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Dat is een cursus hogeschoolpolitiek in het voorkomen van persoonlijk aansprakelijkheid als het ooit uit de klauwen zou kunnen lopen.
In een opvoering van Van Hove zou die scène, als ging het om een een voetbalfragment, eerst achterstevoren teruggespeeld moeten worden en dan in slowmotion opnieuw. Dan herken je in Dales geniale regenten zoals Han Lammers, Jan Schaefer of Enneüs Heerma. Die dekten zich ook in en ze beheersten de retoriek soms virtuoos, maar in minder complexe tijden.

Foto: Eric Heupel (cc)

Achterbaks

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

Ach, Jan Pronk. Ik hoorde van de kaasboer ‘dat hij het ging doen’. Ik wist niet wat hij bedoelde. “Gaat hij terug naar Darfoer, nu voor een particuliere hulporganisatie? Moedig,” prevelde ik nog. Thuis stond een rits berichten in de mail: ‘U bent niet bereikbaar, wat is uw commentaar op Pronk?’ In Het Parool las ik dat Pronk zijn ambities om PvdA-voorzitter te worden, had bevestigd. Dat vond ik een daad die van weinig wijsheid getuigde, van een man die ik soms als een staatsman beschouw.
Zondag zag ik op televisie een andere staatsman schitteren als Zomergast: Alexander Rinnooy Kan. Wat een allemachtig mooie uitzending was dat. De allemansvriend Rinnooy Kan liet verrassend onbekende kanten van zichzelf zien: zijn nieuwsgierigheid naar de raadselachtigheid van de mens, zijn fascinatie voor tovenaars, wiskundigen en zoekende denkers. Hoogtepunt was ook de sympathieke manier waarop hij de kortzichtige en drammerige onderhandelingskunde van Ed van Thijn en Joop den Uyl fileerde, toen ze het in 1977 finaal aflegden tegen de slimme capriolen van Dries van Agt.
Politieke partijen die bestuursverantwoordelijkheid dragen en vuile handen maken, schieten altijd tekort. Ze moeten meer doen dan de tijdgeest begrijpen, namelijk moedig gedrag vertonen en tegen de mode in lastige, onpopulaire maatregelen treffen. Als de opiniecijfers lange tijd grote winst voorspellen, ondervinden de leiders weinig problemen. Als het dan bij verkiezingen tegenvalt, begint de langzame sloop van de leider. Al honderden jaren wachten bekwame intriganten op het juiste moment om, nooit rechtstreeks, toe te slaan.

Ik kan het niet meer serieus nemen als de interne partijstrijd weer de kop steekt, gedragen door steeds dezelfde querulanten, die zelf kilo’s boter op hun hoofd hebben. Allemaal professionals die óf twaalf jaar – ja, ja, twaalf jaar – gedeputeerde waren in Friesland óf – let op de krankzinnige titulatuur – campagnestrateeg ten tijde van Ad Melkert, toen de PvdA de vernederendste nederlaag ooit leed. Hebben ze toen de moed gehad om op te staan of achteraf werkelijk inzicht gegeven in hun eigen falen?
Net als de VVD wordt de PvdA gehinderd door haar oude cultuur. Die zit zo diep in de partij verankerd, dat de dreiging reëel lijkt dat de PvdA volledig verstrikt raakt in rituelen, dogma’s en oude klassieke conflicten. Dat is erg jammer, omdat grote, zeer ingewikkelde vraagstukken van nu bemoeienis van progressieve en libertaire politici vragen.
Jan Pronk reken ik daar zeker toe. Hij is nu vrij van lasten en plichten, beschikt over een schat aan ervaring en inzichten. Maar waarom verbindt hij zich, als aanstormende wijze, oude heer, niet aan het wetenschappelijk bureau van de PvdA? Hij weet toch als ervaren rot dat een PvdA-voorzitter, niet meer dan een bedrijfsleider is, dienend aan de PvdA-leider, Wouter Bos.
Het is nooit anders geweest.
Het hoort bij politiek en zeker bij sociaaldemocraten, de fascinatie voor het opstoken van interne twisten. Het is wel verschrikkelijk achterbaks. Eerst op een partijcongres Wouter Bos toejuichen als hij met de nodige vernederingen zijn partij een door het CDA gedomineerd kabinet in loodst. Tja, en dan wordt het natuurlijk moeilijk, zakken die nietszeggende opiniecijfers nog verder omlaag en gaan de oude pseudo-dominees en akela’s van de PvdA zoeken naar, zoals dat heet, links, rood profiel.
Dus dan schuif je Jan Pronk naar voren, die dan van binnenuit eindeloos, oeverloos, de ‘linkse druk’ op Bos gaat opvoeren. Dat is een werkwijze uit een vorige eeuw.

Foto: Eric Heupel (cc)

De kwestie-Ritzen

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

Minister Ronald Plasterk heeft zijn eerste extra bonus verdiend. Drie maal hulde voor zijn heldere veroordeling van de ladelichter Jo Ritzen. Ongelofelijk dat zo’n verstrooide professor na een avontuurtje bij de Wereldbank de aanvaarding van een topbaan – bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht – heeft laten afhangen van een eenmalige premie, een startgeld van bijna drie ton.

Inderdaad, er zijn ernstiger zaken die opwinding rechtvaardigen, maar dit mag niet zonder gevolgen blijven. Wie een vaste functie in loondienst ambieert bij een publieke instelling die voor een groot deel met belastinggeld wordt gefinancierd, kan zich niet permitteren te doen alsof hij met een marktorganisatie onderhandelt.

De kwestie-Ritzen is ronduit belachelijk. De voorzitter van het toezichtorgaan van de universiteit vond de bindingspremie voor Ritzen nuttig en noodzakelijk. Het is te zot voor woorden; docenten, secretaresses en de gewone hoogleraren kennen dit voorrecht niet. Als een raad van toezicht niet optreedt tegen deze manier van onderhandelen, moet hij door de minister van zijn taak worden ontheven. De dames en heren toezichthouders hadden meneer Ritzen in 2003 meteen duidelijk moeten maken dat dit soort idiote verlangens ook niet door het bedrijfsleven worden gehonoreerd.

Foto: Eric Heupel (cc)

Dierbare tegenstander

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt normaal iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.
Door omstandigheden presenteren we hier nu pas de column van afgelopen zaterdag, 23 juni.

Eigenlijk was Bart Tromp, zo bedacht ik me vannacht, een SDAP-er. Hij was het best tot zijn recht gekomen tijdens het leiderschap van Pieter Jelles Toelstra. Als nagekomen kleinzoon, als de dertiende apostel, verwant aan de Twaalf Apostelen, de groep mannen rond Troelstra die in 1894 de SDAP oprichtte.
Tromp deed denken aan P.J. Tak, een van de beroemdste criticasters van Troelstra, hoofdredacteur van dagblad Het Volk, literator en, net zoals Tromp, een virtuoze polemist in woord en geschrift.
Ik denk dat Tromp zelf ook een soort heimwee had naar de congressen van de SDAP, waar Troelstra’s geschipper vaak ter discussie stond. Tromp zou dan in een lange rede, met citaten van Marx en Lenin en vooral Karl Kautsky, de leider afgestraft hebben met vileine grappen, waar hij zelf ook gemeen om kon lachen.
De afgelopen tien jaar greep ik op donderdagavond éérst naar Het Parool, naar de column van Bart Tromp. Voor het raam, met het uitzicht op de oude stad, las ik zijn analyses. De laatste jaren waren zijn columns over de Nederlandse politiek een beetje flodderig, soms waren ze wat zuur. Maar altijd leerzaam.
Hij kon in een kwartier een column schrijven. Stilistisch perfect. Meesterlijk waren zijn verkenningen van nieuwe ontwikkelingen in de internationale politiek, want Tromp hield alle vakliteratuur bij. Hij las de artikelen in het Engels, Duits en Frans. Hij deed niet aan name dropping, hij was gewoon een niet modieuze vakman.
Bart Tromp was een kenner van opera, kon goed zeilen, maar had niet zoveel verstand van eten. Ik heb hem een keer uitgenodigd voor een Weense schotel naar het recept van mijn favoriete opa. Natuurlijk reageerde Tromp met een grapje waar hij zelf meteen om moest lachen. “Dat zal wel taaie kost zijn, erwten met doorgekookt vlees of zoiets?” “Nee Bart,” zei ik. “In wodka geflambeerde bloedworst met zachte rijst en gesmoorde paprika.”

Bart Tromp was mijn grootste criticaster toen ik in de jaren negentig voorzitter van de PvdA werd. Dat was geen lolletje. Als bedrijfsleider van de Hollandse Sociaal Democraten wist ik nog niet zo goed hoe ik op zijn ironie en cynisme moest reageren. In de loop der jaren leer je dat: neem hem honderd procent serieus, ontrafel de argumentatie, aanvaard wat juist is en discussieer over het meningsverschil dat overblijft.
Toen ik voorzitter af was, had ik er spijt van dat ik hem niet gevraagd heb Eerste Kamerlid te worden. Hij was een uitstekende fractieleider geweest van het elitegezelschap dat zich in de senaat de waan van de dag aan zich voorbij kan laten gaan.
Dat BartTromp nooit voor een politieke functie is gevraagd, verklaart mogelijk iets van zijn zurigheid.
Later, toen ik ook was toegetreden tot de stal van columnisten van Het Parool, begroetten wij elkaar bij de columnistendiners met een buiging. Tromp nam dan zijn hoed af. Ik zei: “Professor, blij u te zien.” Tromp repliceerde met: “Voorzitter, uw columns worden steeds beter.”

Foto: Eric Heupel (cc)

PvdA-blues

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

Gisteren vroeg opgestaan. Buiten blies de wind een blues, die gek genoeg wel iets weg had van De Internationale. Beneden in de brievenbus lagen, onder embargo, de bevindingen van de commissie-Vreeman, het zoveelste rapport over de toestand van de PvdA.
Ik had me eigenlijk voorgenomen de Paroollezer niet te vermoeien met nóg een commentaar over de Nederlandse sociaaldemocraten. Bart Tromp heeft donderdag PvdA-fractieleider Jacques Tichelaar al behendig in de houdgreep genomen. Er is meer dan de PvdA, de SP is bijna even groot en virtueel sterker.
In de lift naar boven dacht ik aan het pamflet van Joost Zwagerman, een stekelige, als altijd goed geschreven monoloog, maar met een vreselijk simpele conclusie: een pleidooi voor een fusie van PvdA, SP en Groen Links. Hou toch op met dat gerommel aan structuren en met al die nieuwe partijformules! Het zal niet helpen. Analyseer dieper: partijen zoals de PvdA zijn overlevingsmachines geworden en daar verandert een fusie niets aan. De wetten van de decadentie slepen de partijen mee in de wedloop van de macht; wij burgers zijn er allemaal medeverantwoordelijk voor.
In een uurtje had ik het rapport van Ruud Vreeman uit.
Wat miste ik?
Ik miste An Thomassen-Lind, de grand old lady van de PvdA, een bijzondere vrouw en een invloedrijke moraliste.
In de jaren dertig ontmoette zij, in de natuurjongerenbeweging. Wim Thomassen. Hun generatie vernieuwde de SDAP, met Sicco Mansholt, Marinus van der Goes van Naters, Koos Vorrink en Wiardi Beckman. Beckman was voorbestemd na de oorlog de leider van de nieuwe sociaaldemocratie te worden. Maar hij stierf pal voor de bevrijding in het concentratiekamp, omringd door communisten en andere linksen, die hem tot het eind toe hadden beschermd, want hij móest het redden. Zijn in Dachau vervaardigde dodenmasker is indrukwekkend.

An Thomassen en haar vrienden dirigeerden minstens veertig jaar de mentale koers van de PvdA. Ze belegden lunches thuis, organiseerden wandelingen, lezingen en ze schreven duizenden briefkaarten. Van die dubbele kaarten waren het, met links een tekst van An in een prachtige hanenpoot, altijd met veel uitroeptekens en een verzuchting dat Wim Kok te weinig interesse toonde voor de grote vraagstukken zoals de honger in Afrika. En op het rechterdeel schreef de oud-onderwijzer en oud-burgemeester Wim Thomassen dan in een bloklettertje voor de honderdste keer hetzelfde als Joost Zwagerman: ‘Waar blijft de progressieve volkspartij?’

Foto: Eric Heupel (cc)

Een tent bij het Catshuis

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

De show van het kabinet maandagavond bij Knevel & Van den Brink deed af en toe denken aan het debuut van de leerlingenraad. Een beetje truttig, vooral omdat mensen tegen wie je eigenlijk wilt opkijken, excellenties, staatsmannen en staatsvrouwen, pr aan het bedrijven waren. Het is ernstig dat de spindoctors en beeldvormingsexperts de macht hebben.
Jack de Vries, de verkiezingstrateeg van het CDA, heeft het allemaal uitgedacht en dit trucje van hem wordt ook nog bejubeld door de voormalige Niet Nix-campaigners, de vrienden van Wouter Bos.
Balkenende en Bos kunnen veel beter. Zij hebben ongetwijfeld de memoires van Bill Clinton gelezen en moeten zich dus dat indrukwekkende initiatief van Clinton herinneren, in december 1992. Clinton was op dat moment ‘elected president’, maar nog niet geinaugureerd. Eigenlijk de mooiste weken in het bestaan van een staatsman. Iedereen is vol verwachting, je slaapt tussen de verhuisdozen met de spullen uit je oude huis, moet wennen aan lijfwachten en het nederige gedrag van zelfs je beste vrienden. Alles is mogelijk.

Clinton belegde in Little Rock, waar hij als gouverneur van Arkansas woonde, een tweedaagse informele conferentie over de toekomst van de wereld. Ik heb ademloos naar CNN gekeken, de sessies werden urenlang rechtstreeks uitgezonden. Alle liefhebbers van politiek aten hun vingers er bij op, dit was een brainstorm van uitzonderlijke kwaliteit.
Clinton zat het voor, alert, bezeten en geduldig. Toen al bleek zijn grote kennis van zaken, maar ook dat hij echt kan luisteren. Dit was wat je van politici verwachtte: geen geforceerd ‘praten met de mensen in het land’, nee, de beste experts, de elite van denkers en strategen werden ondervraagd, geconfronteerd met de lastigste opgaven waar Clinton en zijn regering voor zouden komen te staan.
Clinton had als gouverneur enorm veel ervaring opgedaan als operator, het in gang zetten van veranderingen, bijvoorbeeld het uitvoeren van milieubeleid in zwaar vervuilde gebieden. Hij kon denken en organiseren. Hij was zijn eigen perswoordvoerder, middelmatige consultants keek hij letterlijk de kamer uit.
Wouter Bos en Jan Peter Balkenende hadden samen een tape van de Clintonsessies moeten bekijken. “Zoiets Jan Peter, zullen we dat gaan doen?”
Een beraad in de tuin van het Catshuis, in een grote tent. Over de AOW met Flip de Kam en Lans Bovenberg, over huren en kopen met Hugo Priemus en Elco Brinkman, over moraal met Huub Oosterhuis en Dorien Pessers, over bureaucratie en kleinschaligheid met de inventieve voorzitter van het VNO, Bernard Wientjes en de beste manager van Nederland, Truze Lodder, de directeur van de Nederlandse Opera.

Foto: Eric Heupel (cc)

De overmeesteraar

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

De regeringskamer in het Elysée, het paleis van de Franse president Nicolas Sarkozy, doet denken aan de Trêveszaal op het Binnenhof. Het plafond is veel hoger, er blinkt meer goud en de stilte is sereen.
De ministers staan op als de president binnenkomt. François Mitterrand schroomde niet de tred van de Lodewijk XIV te imiteren, Chirac kwam luid pratend met zijn in jacquet gestoken kamerheren binnenwaggelen, hij nam de poespas niet serieus.
Sarkozy daarentegen marcheert met dezelfde drift als Napoléon Bonaparte. De president leidt de vergadering, zijn premier zit rechts van hem, nederig als een assistentje, met daartegenover de belangrijkste ministers, Hervé Morin van Defensie en, zeer verrassend, op Buitenlandse Zaken de socialist Bernard Kouchner, lieveling van linkse kiezers.
Omringd door zijn vijftien ministers heeft Sarkozy gisteren tijdens zijn eerste vergadering met zijn regering ongetwijfeld gedacht aan de arrogante observaties van Mitterrand over de vrijdagochtendsessies met het kabinet.
Mitterrand vond dat een ‘crime’. Hij bleef nooit langer dan een uurtje. Hij omschreef zichzelf als een notaris die toezicht hield op veel te ijverige, kleine mannetjes. Als de internationale politiek was afgehandeld, wenkte Mitterrand de bode, gebaarde naar de ministers dat ze moesten blijven zitten en schreed naar een van zijn vijf studeersalons om een meloensalade te nuttigen en de memoires van André Gide door zijn handen te laten glijden.
Sarkozy holt nu door de gangen van het Elysée zijn zonen achterna, die zich verstoppen in één van de 307 kamers waar de staf van de president werkt (de privévertrekken bevinden zich in een aparte vleugel).
Dat Sarkozy gekozen is, verbaasde mij niet. Ik volg hem sinds 1993. Toen verraadde hij zijn leermeester Chirac en liep over naar de concurrent, de pompeuze technocraat Édouard Balladur.
Sarkozy bleek bewust vadermoord gepleegd te hebben, het past geheel bij zijn aard om het conflict te zoeken, verwarring te scheppen en zo de strijd om de macht te winnen.

Tijdens de verkiezingscampagne keek ik graag naar Arte, vooral naar de vele malen herhaalde documentaire over de opkomst van het politieke wonderkind Sarkozy, die net als Hans Wiegel en de Tory-politicus William Hague op jeugdige leeftijd partijcongressen naar zijn hand wist te zetten.
Sarkozy is een overmeesteraar, hij brengt politieke tegenstanders tot razernij. De socialisten heeft hij na hun verkiezingsnederlaag nog een keer vernederd door, heel slim, de libertaire internationalist Kouchner, prominent PS-lid, uit te nodigen tot zijn regering toe te treden op de prestigieuze post Buitenlandse Zaken. De hoogste partijbons belde Kouchner na de acceptatie van de voordracht om hem dood te wensen – en bevestigde dat nog eens per e-mail.
De elite van de socialisten stikt bijna in zijn eigen verwaandheid – ik zou in Frankrijk niet op de PS stemmen. Ze zijn even corrupt en cliëntelistisch als hun rechtse tegenstrevers en hebben geen humor. Dat vonden de kiezers ook.
Sarkozy is driftig en onberekenbaar, zijn start is veelbelovend, maar zoals iedere Franse president zal hij binnen twee jaar vastlopen in de netten van het Franse machtssysteem.
Wordt vervolgd!

Foto: Eric Heupel (cc)

Tony’s houdgreep

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

Gek genoeg bestaat er nog geen top tien van de beste progressieve regeringsleiders. Dat is echt aan de orde nu Tony Blair, de belangrijkste socialistische premier sinds de Tweede Wereldoorlog in Europa, zijn aftreden heeft aangekondigd.
Het zou toch aardig zijn als alle radicale, groene, libertaire, socialistische en sociaaldemocratische Europarlementariërs eenmaal per vijf jaar, op de dag voor de Europese Verkiezingen, zo’n top tien vaststellen.
Willem Drees zou in het voetspoor van de naoorlogse Labourpremier Clement Attlee – de man die in 1945 onverwacht Winston Churchill versloeg – nog redelijk ver komen. Drees dacht als een gematigde marxist en was een zeer kundige strateeg achter de invoering van het recht op bijstand, de invalideitswetgeving en de aow, die later als de kern van de verzorgingsstaat werden beschouwd. Zelf sprak Drees liever van waarborgstaat, en hij pleitte voor streng toezicht op gebruik van al die voorzieningen. Hij voorzag misbruik en vreesde bij slonzig regeringsoptreden een riskant stijging van overheidsuitgaven.
Willy Brandt is door zijn legendarische Kniefall von Warschau met stip de beste regeringsleider. Hij doorbrak de impasse met het Oostblok en legde zo de basis voor de ontspanning, de détente, negentien jaar voor de val van de Muur.
Toen zijn trouwste adviseur ontmaskerd werd als topspion van de Stasi, de Oost-Duitse inlichtingendienst, twijfelde Brandt geen seconde: hij trad meteen af. Maar ook zonder staatsfunctie bleef zijn morele invloed groot op het denken over milieu en ontwapening.
Mijn kandidaat voor de tweede plaats is Tony Blair. Als vertegenwoordiger van de generatie van de babyboomers heeft hij een meesterlijke prestatie geleverd, ook als zijn blunders inzake de oorlog in Irak worden meegewogen.
Sinds 1991 volg ik Blair op de voet. Met John Jansen van Galen zag ik hem debuteren tijdens een debat in de marge van een Labourcongres in hotel The Old Ship in Brighton. Na afloop sprintte hij naar zijn hotelkamer om een spijkerbroek aan te trekken en zijn haar te föhnen. Hij representeerde toen al een nieuwe generatie politici: mooie jongens, die de presentatie even belangrijk vinden als de inhoudelijke analyse.

Blair heeft een huzarenstukje geleverd. Hij prikte de belegen opvatting door dat je zonder bestuurlijke ervaring gedoemd bent te mislukken als staatsman. Toen hij in 1997 aantrad als premier, had hij nog nooit een ministerspost of staatssecretariaat vervuld. Dat bleek juist zijn kracht: hij is tot het einde toe een radicale bestuurder gebleven, die maling heeft aan de staatsbureaucraten.
Blair nam Labour in een permanente houdgreep, schakelde de partijbureaucraten uit en zette in zijn eerste regeringsperiode met grote vaart sociale hervormingen door die Engeland blijvend van karakter hebben veranderd. Wie dat ontkent, zoals Bart Tromp, wordt gehinderd door een selectief geheugen.
Dat Blair uiteindelijk de rekening zou moeten betalen voor zijn leninistische manier van regeren stond vast, daarover zijn Tromp en ik het eens. Wie de tegenspraak niet uitlokt, verdwaalt in de keuken van de macht. Dat gebeurde met Irak. Blairs enige tegenspreker was zijn vriend Bill Clinton, maar die snapte altijd al weinig van het Midden-Oosten en fluisterde hem in Bush beslist te steunen.
Maar hoevelen dachten er in 2003 niet precies zo over? Ik twijfelde ook. Maar Blair was geen afwachter, zoals Wim Kok, Gerhard Schröder en Jan Peter Balkenende: hij durfde tegen de stroom in te gaan.

Foto: Eric Heupel (cc)

De sloop

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

DE PRUILMONDJES van Jacques Tichelaar en Wouter Bos maskeerden hun ongemak. Maarten van Haaff maakte er voor NRC Handelsblad een prachtige prent van, die donderdag pontificaal op de voorpagina werd afgedrukt. Wat verbergt Bos? Hij kan niet hardop zeggen: Van Hulten was vanaf dag één niet wat ik verwachtte. Te jong, onervaren, wel een talent, maar niet als strateeg of crisismanager in de machinekamer van dit gekkenhuis. Hij liep me vaak voor de voeten, met idiote interviews. Hij verkwanselde ook snel zijn gezag en mobiliseerde daarmee alle intriganten die in een politieke partij rondlopen. Daarbij was zijn kennis van de hoofdpijndossiers te mager. Bij de AOW-discussie maakte hij Marcel van Dam nóg bozer, toen de Armeense kwestie ons ontregelde, compliceerde hij die nog meer. Hij kostte ons tijd in plaats van dat hij leverde. We moesten echt van hem af, zo simpel is dat. Maar dat kan Bos allemaal niet hardop zeggen. Vandaar de pruillip, daarmee zet je je mond op slot. Dertig jaar geleden, in de gloriedagen van Joop den Uyl, was Ien van den Heuvel PvdA-voorzitter. Ze was een aardige vrouw, die moedig vooraan liep bij de politieke strijd voor het recht op vrije abortus. Maar als partijvoorzitter was ze niet gemeen genoeg en miste ze snelheid.

Foto: Eric Heupel (cc)

Zeerovers

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

Er is een kans dat het samenvalt: op een zonnige vrijdag dit najaar sluit ABN Amro zijn hoofdkantoor op de Zuidas, terwijl een paar kilometer verderop, in de Vijzelstraat, het Gemeentearchief zijn deuren opent in het fantastische gebouw De Bazel, waar ABN Amro tot 1999 zijn hoofdzetel had.
Het gebouw is vernoemd naar architect Karel Petrus Cornelis de Bazel, die in 1916 de opdracht kreeg het te ontwerpen voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij, één van de rechtsvoorgangers van ABN Amro.
Ook toen al waren bankiers kien. De Bazel voerde namens de gemeente de stedenbouwkundige supervisie over de zogenoemde Vijzelstraattraverse, waarvoor hij de smalle Vijzelstraat met liefst 22 meter wist te laten verbreden!
De bankiers dachten: die man moeten wij voor ons laten werken, hij is niet alleen een veelgeprezen architect, in zijn dubbelrol kan hij allerlei gemeentelijke beperkingen omzeilen.
Rijkman Groenink, de geplaagde bestuursvoorzitter van ABN Amro, is een liefhebber van kunst en architectuur. Onlangs werd een nieuw landhuis voor hem en zijn vrouw opgeleverd, pal aan de Vecht, ontworpen door de architecten van MVRVD, de bouwmeesters van het Nederlandse paviljoen op de wereldtentoonstelling in Hamburg en de controversiële VPRO-villa in het Mediapark in Hilversum.

Voor zijn huis op het landgoed bij de Vecht kreeg Groenink bij zijn eigen bank een hypotheek van 4,8 miljoen euro. Dat is één van de aantrekkelijke kanten van werken bij een bank: je krijgt een forse korting op het rentepercentage en je betaalt geen afsluitprovisie.
Per jaar betaalt Groenink circa 200.000 euro rente aan de bank, maar door die prettige Nederlandse hypotheekrenteaftrek krijgt hij daarvan de helft van de fiscus terug. Met andere woorden: burgers in Nederland, de belasting-betalers, betalen 100.000 euro per jaar mee aan de hypotheekkosten van Groenink, die daardoor op een koopje leent.
Dit is een verlate suggestie voor Wouter Bos, die vorige week in alle eerlijkheid liet blijken dat er weinig instrumenten zijn om het grote graaien aan banden te leggen. Maar deze maatregel is simpel: breng een plafond aan in de aftrek van hypotheekrente, stel de grens bijvoorbeeld bij 400.000 euro. Maar de kans daarop heeft de PvdA voor een appel en een ei weggeven tijdens de kabinetsformatie, toen Jan Peter Balkenende families zoals de Groeninks niet in de problemen wilde brengen.

Volgende