Egypte, Obama en Carter

In Amerika heeft men een nieuw argument om Obama af te breken: hij is net Carter bij het grijpen van kansen. Carter miste de kans om de Shah te steunen en dat leidde tot het Khomeiny-bewind en de weinig vrolijke opvolgers van hem in Iran. Obama is beleefd over Egypte en dat zou wel eens kunnen leiden tot een Islamitisch regime, in plaats van Mubarak, zo luidt de kritiek.
In Nederland reageert men al even behoedzaam: tenslotte is het Egyptische volk zelf aan zet als het gaat om een regeringsvorm. Wel wordt inmiddels wat genuanceerder gekeken naar de verdiensten van Mubarak, die een vredesakkoord met Israel heeft en de Moslimbroederschap als een illegale oppositie uit de buurt van de macht heeft gehouden. Voor het evenwicht in de regio is dat niet zonder betekenis.
Het is wel grappig: de vergelijking met Carter, one-term president, is verwoestend bedoeld, maar is daar reden voor? Carter heeft de ontwikkeling in Iran op zijn beloop gelaten en veel last gehad van de gijzeling van de Amerikaanse ambassade. Toen hij daar zijn eerste en enige militaire avontuurtje tegen begon, vlogen de helicopters tegen elkaar op in de woestijn en flopte de missie. Overigens was Iran al van plan de gijzelaars vrij te laten, maar die afloop werd wat vertraagd om de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beinvloeden, hetgeen ook gebeurde. Niet Amerika zorgde voor een politieke verandering in Iran, maar Iran zorgde voor een machtswisseling in Amerika!
Hoe lang het begrip Vogelaarwijk nog blijft bestaan, is een kwestie van afwachten. Maar enige research in de geschiedenis van de Bijlmermeer, prikkelde opnieuw mijn aandacht voor de ambivalente verhouding van bestuurders en politici met bepaalde wijken.
Niet iedereen heeft het jaar 1989 nog paraat. De Polen hadden tien jaar vakbondsstrijd nodig om van het communisme verlost te raken, in Hongarije duurde het tien maanden, in de DDR tien weken, in Tsjecho Slowakije slechts tien dagen. De voorman van de ‘fluwelen revolutie’ was de wat verstrooid ogende, kettingrokende Vaclav Havel, de toneelschrijver, die via massale demonstraties met rinkelende sleutelbossen tot president werd gekozen.

Bij haar afscheid noemde Femke Halsema de filosoof Popper. Hij had ooit “optimisme een plicht” genoemd. Halsema maakte geen opgewekte indruk, zodat het citaat een beetje leek op een uitwijkactie om haar teleurstelling mee te verbloemen. Maar de formulering bleef bij mij hangen.