Israël en ‘geluk’
Het World Happiness Report presenteert zich elk jaar als een soort morele thermometer van de wereld. Landen worden gerangschikt op basis van hoe gelukkig hun inwoners zich voelen. Nederland scoort hoog, we staan op de zevende plek. Geen verrassing. Functionerende instituties, relatief weinig onzekerheid, een verzorgingsstaat die nog soort van overeind staat.
En dan Israël, op plek 8. Ook hoog. Ook structureel.
Daar wringt het. En niet een beetje ook. Want het rapport doet alsof het hier om een neutrale vergelijking gaat, terwijl het een politieke keuze maakt die het zelf nergens benoemt: Israël blijft gewoon meedoen. Alsof er geen context is. Alsof er geen structureel systeem van ongelijkheid bestaat. Alsof dat er simpelweg niet toe doet.
Het Israël dat in deze lijst figureert, is geen neutraal afgebakende samenleving. Het is een staat die controle uitoefent over miljoenen mensen zonder gelijke rechten. Een systeem waarin rechten, bewegingsvrijheid en toegang tot middelen systematisch langs etnische lijnen worden verdeeld. Human Rights Watch en Amnesty International noemen dat expliciet: apartheid. De Israëlische geograaf Oren Yiftachel noemt het een etnocratie: een staat waar een bepaalde groep mensen van de bevolking, langs etnische lijnen, systematisch meer rechten heeft dan de anderen. Het staat zelfs zwart op wit in de grondwet.