Welkom in De Fundatie

Erich Heckel, Windmüle bei Dangast (1909)

Erich Heckel, Windmüle bei Dangast (1909)

ACHTERGROND - Sargasso duikt deze zomer in musea in Nederland en nabije omstreken. Per aflevering van de zomerserie vertelt een lezer of redacteur over een museum. Deze keer Marcel Hulspas over De Fundatie in Zwolle.

Wie in Zwolle met de trein aankomt, ziet vanaf het stationsplein een aantal blauw-gouden ‘slierten’ over de stoep lopen. Die moeten de dagtoeristen de weg naar het centrum wijzen. Wat kunst langs deze route maakt daarbij duidelijk wat die bezoeker te wachten staat. Eenmaal aangekomen bij de singel van de stad (door de bewoners abusievelijk aangeduid als de ‘gracht’), ziet men aan de overkant eerst de peperbus en even later de enorme ui van Museum De Fundatie.

Het in streng klassieke stijl gebouwde voormalige gerechtsgebouw werd een paar jaar geleden namelijk voorzien van een enorme platgeslagen bol, bedekt met keramische plaatjes, die het hemellicht glinsterend weerkaatsen. Die fraaie puist heeft de stad geen windeieren gelegd. Zwolle, hoofdstad van het ‘doe maar gewoon’ en van de ChristenUnie, staat sindsdien ‘op de kaart’ bij de vergrijsde, cultureel onderlegde dagtoerist. En die is in De Fundatie dan ook te vinden.

De puist belooft van buiten meer dan De Fundatie binnen kan waarmaken. De entree en de hal daarachter zijn een rommeltje waar bezoekers steevast enige tijd radeloos om zich heen kijken. De onderste twee verdiepingen (het oude gerechtsgebouw zogezegd) bestaan uit een aantal redelijk grote zalen, maar deze worden omringd door kleine kamertjes waarin de bezoekers zich in ongemakkelijke bochten moeten wringen om elkaar en de kunst te ontwijken. Het door de trotse ui beloofde Grote Gebaar blijft binnen dus volledig achterwege.

De eerste verdieping is momenteel gevuld met de tentoonstelling ‘Wilden‘, over de Duitse expressionistische schilderkunst (tot en met 18 september). Echt ‘wild’ is deze stroming niet te noemen – maar we zijn ook al een eeuw verder. De wilden (de schildersgroepen ‘Die Brücke’ en ‘Der blaue Reiter’) zouden volgens de tentoonstelling gekenmerkt worden door een verlangen om hun innerlijke emotie te uiten, en daarbij een ‘compromisloze visie’ hebben (waarop is niet duidelijk). Ze kozen hun kleuren ‘op het gevoel’, maar hun onderwerpen zijn daarbij heerlijk tam en traditioneel. Enkelen werden geïnspireerd door Van Gogh. Reden voor het museum om haar ene Van Gogh ook te laten zien – een schitterend werk, zeker, maar helaas niet in de ‘late’ stijl die de expressionisten nu juist zo boeide. Qua onderwerp scheren de meeste getoonde werken, met name van schilders als Pechstein en Schmidt-Rottluff, gevaarlijk dicht langs de burgerlijke voorkeur van die dagen: scheepjes, landschapjes, et cetera. Geschikt voor een progressief maar niet al te wild publiek. Het is toch het handjevol werken van erkende meesters als Kirchner en Nolde die de meeste indruk maken. (En waarom hangt er zo veel van Jawlensky?) Met name het kleurrijk overdonderende ‘binnenmeer’ van Emil Nolde hield me minutenlang vast. Echt rustig kijken is lastig, these days, want tentoonstellingen worden niet meer in gewijde stilte geconsumeerd. Het grijze publiek vindt het vooral gezellig. Men praat honderduit, over alles en nog wat, en heeft daarbij niet alleen oog voor de kunst maar ook voor de afwerking van het gebouw (‘O, dat is zonwering…’)

De puist van De Fundatie (de ‘wolk’ moet ik eigenlijk zeggen) is gevuld met de collectie van bijna duizend borduurwerkjes van kunstenaar Rob Scholte. Volgens de folder die ik meekreeg speelt de kunstenaar hier met copyright. Het is zeker grappig om al die grote meesterwerken uit de wereld van de kunst en kitsch uitgevoerd te zien met naald en draad. En dat in meervoud. Vijf huilende zigeunerjongetjes, zes keer ‘De liefdesbrief’ en daar wat Laatste Avondmaal. Het ene werkje valt wat meer uit elkaar dan het andere. Een expositie als een kringloopwinkel, waarbij het publiek dat eerst zo genoot van de Wilden, gedwongen wordt om heel serieus langs wanden vol met aftakelend borduurwerk te lopen. Ik was er snel mee klaar.

Ik zei het al, de Zwolse wolk maakt zijn visuele belofte niet waar. Beneden niet, en boven ook niet. De trappen naar boven zijn een doolhof (neem de lift!). Dwars door de wolk is een vloer opgehangen, waardoor het ruimtelijk effect volledig teniet wordt gedaan. Op de onderste vloer is een bar ingericht waar niemand wil zitten. Op beide vloeren zijn voor de borduurwerkjes van Rob logge muren geplaatst.

En het glazen ‘oog’ in de de wolk, dat een mooi panorama op Zwolle belooft, blijkt bij aankomst doorsneden te worden door de stalen constructie. Zoiets is uiteraard onvermijdelijk. Een bol is nu eenmaal volstrekt ongeschikt als tentoonstellingsruimte. Hier heeft de vorm het gewonnen van de functie. Maar Zwolle staat toch maar mooi op de kaart.

  1. 1

    Poepoeh, wat een zure recensie. De schrijver van dienst had waarschijnlijk niet veel zin in dit tripje buiten de randstad. Allereerst het gebouw: dat is al meer dan 2 jaar open in haar nieuwe toestand en werd bij oplevering door alle (architectuur-)critici zeer positief ontvangen. Het is een beetje mosterd na de maaltijd om nu nog met een recensie over de nieuwbouw te komen. Vervolgens de tentoonstelling Wilden: hoe gek het nu ook mag lijken, de expressionisten waren door hun stijl en/of onderwerpkeuze wel degelijk wilde buitenbeentjes vergeleken met de bestaande academiestijl of de inmiddels geaccepteerde impressionisten. 100 jaar later die vernieuwing alsnog bagatelliseren getuigt niet echt van feitenkennis. Als de schrijver echt verstand had van het expressionisme dan was hem wat anders opgevallen: de matige kwaliteit van de meeste werken, die vooral afkomstig zijn uit de kleinere regionale musea in Duitsland. Het biedt een prettig overzicht (zeldzaam voor NL), maar als liefhebber moet je toch naar de grotere musea voor het echte werk.
    Tot slot het publiek. De Fundatie slaagt erin om een groeiende schare fans op te bouwen met haar tentoonstellingen over 20ste eeuwse kunst. In combinatie met deze blockbusters ziet dit publiek echter ook actuele, en vaak spannendere kunst. Op die manier worden grenzen verlegd en wordt NL buiten de Randstad ook wat gecultiveerd ;-). Daartegen zal Hulspas toch geen bezwaar hebben?

  2. 2

    @1
    Inderdaad, als een soort ‘nieuwe kleren van de keizer’ werd deze spuuglelijke puist de hemel ingeprezen, het had dan ook wel wat gekost en men kon natuurlijk niet zeggen dat het een mislukt experiment was. Op de openingsexpositie hing werk van de zoon van de architect … ja, ja.
    De puist past totaal niet bij het oude gebouw en is ook niet op een goeie of spannende manier contrasterend. (ik vind de tegels wel mooi)
    De enige functie is, gezien de idiote bar, het verhuren van die expositie-technische extreem onhandige ruimte ten behoeve van interessante partijtjes voor de ‘kunstliefhebber’ of zakenpartners o.i.d.

    De Fundatie blinkt uit in het verkopen van opgeklopte lucht.

    Daarnaast is Zwolle gecultiveerd genoeg zonder die schare (bijna) bejaarde museumbezoekers die zich de laatste tijd in rotten van 3 van het station naar de Fundatie begeven.

  3. 3

    Jammer, deze recensie en het bezoek van de heer Hulspas.
    Is er in Nederland nu geen pareltje te vinden waar hij wel warm voor loopt en met passie over kan vertellen?
    Een gemiste kans; enthousiasme werkt nu juist zo aanstekelijk.