Slordig denken over windenergie geeft onjuiste conclusies

Windenergie zou meer energie kosten dan het opbrengt. Die boodschap was recent op verschillende blogs te lezen en leidde tot Kamervragen. Maar het onderzoek waar die conclusie uit voortkwam, deugde van geen kant, zeggen Bart Ummels en Jan Paul van Soest.

De brandstofbesparing door windenergie is veel lager dan iedereen denkt, berichtten recent verschillende blogs. Tweede-Kamerlid René Leegte (VVD) bepleitte een nader onderzoek, en stelde vragen aan minister Verhagen van El&I. De berichten zijn gebaseerd op een notitie ‘Brandstofbesparing bij de Nederlandse elektriciteitsvoorziening’ van dr. Cees le Pair, die eerder al eens een vergelijkbare analyse maakte. Men kan van mening verschillen of windmolens mooi of lelijk zijn, maar de brandstofbesparing (en daarmee de CO2-reductie) door wind is geen mening: Die is gewoon uit te rekenen.

Dat is dan ook gebeurd. Meerdere malen. Onder meer door een van ondergetekenden in zijn proefschrift Wind Integration (2009). Afstudeerhoogleraar professor Wil Kling werkte destijds deels bij TenneT, het landelijk netbedrijf dat het hoogspanningsnet beheert en precies weet hoe het elektriciteitssysteem werkt. Andere rekensommen zijn in 2010 gemaakt door Kema, op verzoek van het ministerie van Economische Zaken. Het door René Leegte gevraagde onafhankelijke onderzoek is er dus al. Er zijn ook tal van internationale studies; net verscheen bijvoorbeeld een analyse van het Insitute for Public Policy Reseach in het Verenigd Koninkrijk. Al die studies komen tot geheel andere getallen dan die van Cees le Pair: de brandstofbesparing en de CO2-reductie komen in alle studies veel hoger uit.

Hoe kan dat? Als Le Pair gelijk zou hebben kloppen al die andere studies niet. Maar als dat het geval is, hebben ook de energiebedrijven die windturbines bouwen zitten slapen. Die doen dat immers om brandstoffen en daarmee kosten te besparen, en om CO2 te verminderen, waar ze ook een prijs voor moeten betalen. Verkeerde conclusies voelen ze direct in de portemonnee.

Gesimplificeerd beeld

Het antwoord laat zich niet alleen raden, maar ook narekenen. Cees le Pair’s benadering is gebaseerd op een gesimplificeerd beeld van hoe het elektriciteitssysteem werkt, en zijn aannamen sporen niet met de praktijk.

De elektriciteitsvoorziening is complex, maar wie eenmaal doorziet hoe het systeem werkt, kan schatten hoeveel en ook welke brandstof er wordt bespaard als er meer wind wordt bijgebouwd. De kern is dat de vraag naar stroom altijd varieert (dag/nacht, seizoen, pieken/dalen), waarop het geheel aan productie-eenheden moet kunnen inspelen. Welke centrale op welk moment wat levert is een kwestie van marktwerking. De centrales met de laagste brandstofkosten per kilowattuur (preciezer: de laagste marginale kosten) draaien zo goed als altijd, dat zijn kerncentrales (in ons land is er maar een) en kolencentrales. Zogeheten middenlastcentrales, hoogefficiënte gascentrales, draaien harder of zachter al naar gelang de vraag naar stroom. Ook moderne kolencentrales zijn zo ontworpen dat ze meer of minder hard kunnen draaien zonder veel rendementsverlies. Alleen als de vraag heel hoog is moeten soms weinig energie-efficiënte pieklastcentrales bijspringen, maar die gaan snel weer uit als de stroomvraag weer zakt, domweg omdat de kosten per kilowattuur van die centrales te hoog zijn om ze te laten doorsjouwen.

Effect van duurzame bronnen op het elektriciteitssysteem (‘merit order’): stroom tegen de laagste marginale kosten opgewerkt, zoals zon en wind, concurreert duurdere aanbieders weg. Bron: yes2renewables.org.

Wat gebeurt er nu als er in dat systeem een hoeveelheid windvermogen staat opgesteld en het begint te waaien? Wind heeft geen brandstofkosten, en is als het waait dus een zeer aantrekkelijke aanbieder op de elektriciteitsmarkt. De kern- en kolencentrales draaien gewoon door, de middenlastcentrales op aardgas worden teruggeregeld, en natuurlijk als eerste de pieklastcentrale als deze draaide bij hoge vraag. Het is nooit een enkele centrale die dan uit gaat, maar de elektriciteitsmarkt zorgt er voor dat het hele systeem, alle centrales bij elkaar, zo worden teruggedraaid dat de productie van stroom steeds in evenwicht is met de vraag. En wel op zo’n manier dat de stroomprijs steeds zo laag mogelijk is voor die vraag. Dat geldt dan ook voor de brandstofkosten, waarop iedere producent maar wat graag bespaart. De brandstofbesparing door windenergie komt dan overeen met de hoeveelheid brandstof die de centrales die op een lager pitje gaan draaien niet hoeven te gebruiken als het waait. Het ontwerp van die centrales is zo dat ze maar weinig, maar wel iets, aan rendement inboeten als ze worden teruggeregeld. Windinpassing vindt op die manier plaats in een markt waar stroombedrijven continu optimaliseren qua kosten – inclusief CO2-rechten.

De vraag naar elektriciteit varieert dagelijks en jaarlijks veel meer dan het variërende (maar  goed te voorspellen) aanbod van zonne- en windenergie. Het technisch hoogstaande elektriciteitssysteem kan de vraagschommelingen gemakkelijk aan, vooral door de goed en zonder veel rendementsverliezen bij te sturen gascentrales. Gas zorgt voor een grote flexibiliteit in het stroomaanbod. En elektriciteitscentrales zijn flexibel genoeg voor de grote variaties in de vraag inclusief een groter aandeel wind. Tal van rekensommen laten zien dat het aandeel windenergie nog aanzienlijk kan worden opgevoerd terwijl het elektriciteitssysteem die extra variatie ten opzichte van de enorme schommelingen die er al waren door wisselende vraag probleemloos kan blijven opvangen.

CBS gegevens

Wie wil uitrekenen wat de brandstofbesparing door wind is, moet dus allereerst begrijpen hoe het systeem werkt, weten hoe sterk de variaties per uur, dag en seizoen zijn, hoe de inzet van centrales wordt geregeld, en vervolgens in welke mate windenergie de normale variaties groter maakt, en wat dat betekent voor de inzet van de centrales. Cees le Pair doet dat allemaal niet. Waar gaat het mis?

Ten eerste: Le Pair gebruikt CBS-gegevens als basis van zijn redenering en wekt daarmee de indruk dat hij, in tegenstelling tot andere modellen, juiste gegevens gebruikt. De gegevens van het CBS zijn gemiddelden over een jaar terwijl de markt van elektriciteit reageert op een vraag en aanbod van het moment. Le Pair gebruikt de gemiddelde cijfers van het CBS zonder een kwantitatieve analyse te maken van de werkelijke variaties van windenergie. De grofmazige CBS-statistieken op jaarbasis die Le Pair gebruikt zijn ongeschikt om uitspraken op te baseren over de stroomvoorziening die per minuut wisselt. Er zijn veel te veel variabelen op de tijdschaal van uren en dagen die de output van CBS bepalen. Dus Le Pair kan geen conclusies trekken over die tijdschalen. Le Pair heeft onvoldoende inzicht in hoeveel meer variaties windenergie toevoegt aan de continue wisselende vraag en kan ook geen conclusies trekken wat de invloed daarvan is. Le Pair baseert zich met deze aanpak op drijfzand.

Ten tweede: de complexiteit van het elektriciteitssysteem wordt op een ondeugdelijke manier versimpeld, waarop dan in wezen ‘achterkant van een enveloppe’-berekeningen worden losgelaten. Die staan echter geheel los van de wijze waarop de elektriciteitsvoorziening werkt, zoals net beschreven. Er is een schat aan informatie beschikbaar over de elektriciteitsvoorziening, bijvoorbeeld de rendementscurves van centrales, waarin staat hoe het rendement van een centrale varieert met de productie die overigens beperkt is, daar zorgen de energieproducenten wel voor. Die inzichten en kennis laat Le Pair links liggen.

Ten derde: in de berekeningen zitten tal van onjuiste aannames. Het zijn er teveel om allemaal te bespreken, maar laten we er een noemen, de aanname dat bijstoken van biomassa geen invloed heeft op het rendement van conventionele centrales. Iedere elektriciteitsproducent weet dat dit wel zo is (denk aan natte GFT, dat kost zo een paar procent rendement). Dit rendementsverlies is significant en kan niet worden weggelaten.

Ten vierde: de studie maakt voor windenergie een andere som dan voor andere centrales. Le Pair trekt de energie die het kost om windmolens te bouwen af van de door hem (zoals gezegd: op onjuiste wijze) berekende brandstofbesparing. Dat doet hij echter niet voor andere centrales, zoals kolencentrales. Gelijke monniken, gelijke kappen: of zo’n som moet voor alle productiemiddelen worden gedaan, of voor geen. Wie een energiebron, in dit geval wind, anders behandelt dan de andere maakt geen faire vergelijking.

Elektriciteitsbesparing

Idealiter wordt de brandstofbesparing uitgerekend met een model dat de samenhang van het elektriciteitssysteem beschrijft, zoals gedaan door TU Delft, TenneT, Kema en anderen. Het kán ook wel op de achterkant van een enveloppe, maar alleen als het ‘model’ dat in het hoofd van de rekenaar zit, spoort met de werkelijkheid. Anders komen er rare uitkomsten. Als bijvoorbeeld het ‘model’  van Le Pair op elektriciteitsbesparing worden losgelaten, zou dat tot de wonderlijke en inderdaad onjuiste conclusie leiden dat elektriciteitsbesparing amper tot brandstofbesparing leidt. Een snelle daling van de stroomvraag heeft vergelijkbare effecten op het elektriciteitssysteem als een snelle verhoging van het aanbod van wind. Iedereen voelt op zijn klompen aan dat stoppen met stroom gebruiken brandstof bespaart. Met wind is het niet anders.

Zo kan het dus dat Le Pair op basis van zijn model schat dat het vergroten van het aandeel windvermogen tot 20% van alle productievermogen (dat is nu een dikke 20.000 MW) leidt tot negatieve besparingen qua fossiele brandstof en CO2- uitstoot. Wind zou dan in die sommen meer brandstof vergen in plaats van minder. Het eerder genoemde onderzoek van KEMA toont aan dat 12.000 MW windvermogen zonder noemenswaardige rendementsverlies kan worden ingepast in het huidige elektriciteitssysteem. Slechts 0,3% van de totale productie zal verloren gaan door het terugregelen van windproductie. Ook laat het KEMA-rapport zien dat de CO2-uitstoot met 17% daalt bij verdubbeling van het aandeel windvermogen.

De conclusie is helder: het verzoek aan de minister voor een onafhankelijk onderzoek over windenergie komt voort uit een verkeerd beeld van het elektriciteitssysteem, doorgerekend met hiervoor niet geschikte sommen en onjuiste aannamen. Het onafhankelijke onderzoek is al gedaan, in Nederland en in het buitenland – dat bespaart de minister dus weer tijd en geld.

  1. 1

    Het is gewoon belachelijk dat gestuntel .. In groot brittanie leggen ze gewoon wat holle pijpen in de zee die gebruik maken van golfslag en daar energie mee opwekken . In Duitsland wordt er steeds meer energie opgewekt uit zonnecellen en hier ?

  2. 4

    Bijzonder bedankt voor deze zeer informatieve uitleg! Er zal toch vast wel een ambtenaar op het ministerie zijn die er na literatuuronderzoek dat geen nieuw onderzoek nodig is (?).

  3. 5

    Over gebruik maken van golfslag jaren geleden ook een en ander gelezen, het schijnt dat de Nederlandse kust/noordzee daar niet geschikt voor is (integenstelling tot portugal).

  4. 7

    De ene ‘expert’ spreekt de andere ‘expert’ tegen. De waarheid ligt zoals gebruikelijk in het midden.
    Windturbines zijn in de eerste plaats het ultieme symbool van ‘kijk eens hoe groen wij zijn’. Dat is de voornaamste drijfveer van de energiebedrijven en overige eigenaren/exploitanten van windturbines.
    Vervolgens wordt het verschil in kostprijs tussen conventioneel en ‘groen’ door de overheid bijgelegd en het resultaat is een potje borstklopperij.

    Oh, oh, oh wat zijn wij toch goed bezig!

  5. 10

    Haha, wat een slecht stuk is dit zeg! Hilarisch gewoon….Typisch van Soest om eerst het ene punt te noemen, om vervolgens een andere (die niet ter zake doet) te weerleggen. Hij is ook zo’n sofist hè. Tsjongejongejongejonge.
    Bijvoorbeeld de ellenlange, zinloze inleiding. Le Pair zou onterecht beweren dat windmolens geen energie besparen. Dat beweert le Pair alleen helemaal niet. Windmolens besparen volgens le Pair alleen veel minder energie dan eerder verondersteld. Dat is echt een compleet andere mening dan de auteurs van dit stuk voorstellen.
    Of het eerste punt dan, le Pair mag geen conclusie trekken over tijdschalen van minuten en uren, want daar zit veel meer variatie in dan le Pair kan weten. Dus?!? We kijken toch op jaarbasis wat er bespaard is, dus wat is hier het punt? Zonder windenergie had er nog meer elektriciteit geproduceerd moeten worden?! Die veronderstelling van de auteurs klopt ook al niet bij punt vier. Want wat is het verschil tussen een windmolen en een kolencentrale? Windenergie heeft altijd backup nodig, bijvoorbeeld van kolencentrale. Daarom moet je ook de additionele fabricage van de windmolen meerekenen. Want er is al primaire (conventionele) energievoorziening die kan voorzien in de vraag ( de backup)
    Punt 2 is ‘name calling’ zonder uit te leggen waar precies welke fout zit. Punt 3 geeft le Pair toch juist gelijk(?).
    De conclusie van de auteurs heeft geen betrekking op het artikel van le Pair. Die schrijft namelijk dat er vanaf een bepaalde grens geen energie meer bespaard wordt. Dat is wel even iets anders!

  6. 11

    Heerlijk, de laatste zin van zijn biografie:

    Na zijn pensioen zeilde hij met Luba en vrienden uit verschillende windstreken een kwart van de aardomtrek. Zijn schip, Ananda, bracht hem tot Angra dos Reis (ca. 60 km W van Rio de Janeiro) Brazilië. Van daar keerde hij terug naar Nederland, waar zo veel dreigde mis te gaan, dat hij weer hard aan het werk is geslagen om te proberen te redden wat nog te redden is…
    Intussen hielp hij zeilend in Vanuatu enkele klinieken op te zetten: Project Marc

  7. 13

    Die Van Soest heeft al meer geld verbrand dan er aan windenergie opgewekt kan worden, nu is dat laatste al heel snel te realiseren, maar toch. Ummels is in dienst bij Siemens, dus die zal zijn werkgever niet gauw tegenspreken.
    Aardig is trouwens wat anders dan kundig, nu geloof ik wel dat Ummels kundig is, maar Van Soest schijnt toch helemaal niet zo aardig te zijn en zeker niet kundig: Google eens op het internet naar BIOSHAPE en Jan Paul van Soest.

  8. 15

    Harry,
    Je zwetst. Er wordt grof geld verdient met windmolens, en dan krijgen ze er ook nog subsidie bij.
    Afhankelijk van de financieringskosten is een windmolens in ca 10 jaar terug verdiend. Daarna levert hij dik geld op.
    En als je de stroom zelf kunt gebruiken, heb je stroom tegen heel lage kosten, ca 2 tot 5 cent per kWh.

    Waarom denk je dat alle politici dit verzwijgen als ze over “duurzaam” praten?
    Ze hebben de commerciële wind lobby beloofd dat zij dat voordeel mogen binnenhalen.
    http://www.duurzamebrabanders.nl/blog/2012/09/waarom-liegen-politici-allemaal-over-duurzaam/

  9. 16

    Het gehuil van de duurzaamheids adepten op deze ontnuchterende CBS cijfers was te verwachten. Het goede nieuws is dat ik geen enkel argument heb kunnen lezen waarin het CBS-analyse deel van Le Pair’s analyse wordt ontkracht.

    Dat Le Pair waarchijnlijk een stevig punt heeft wordt bevestigd onder ‘Gesimplificeerd beeld’ waarin zonder enige onderbouwing wordt geponeerd dat moderne gascentrales zodanig zijn ontworpen dat zij zonder veel rendementsverlies in deellast kunnen draaien. De kern van het argument van Le Pair is dat de snelle belastingswisselingen een (sterk) negatief effect op het rendement hebben. Dat is heel wat anders dan een rendement in deellast. Over simpleficeren gesproken.

    Een mortorium op subsidies op windenergie en deugdelijk onderzoek naar de werkelijke effecten is wel het minste na deze onthullingen.

  10. 17

    Ik zwetsen???? Dit verhaal neem ik over van windenergie.nl, waar windenergie sterk gepropageerd wordt!!!!!
    Ze zeggen er alleen eerlijkheidshalve bij dat het niks oplevert!

    Overigens Bard bijna failliet, Vestas failliet. Wat dat betreft zullen er curatoren zijn de hopelijk nog een beetje verdienen.

  11. 18

    Harry, ik lees dat zo vaak over van Soest, dat we zus en zo moeten Googlen. Eigenlijk elke keer als hij een artikel schrijft. Het heeft niets te maken met wat en hoe hij schrijft, dus waarom is dat zo belangrijk? Probeer eerst maar te weerleggen wat van Soest en Ummels hier zeggen en niet op de blinde wijze van Anton in 15.

  12. 20

    Jawel hoor. Maar soms komt een reactie in het spamfilter door gebruik van bepaalde woorden. En dan moet je even wachten tot de redactie hem er uit vist. En als het te lang duurt, stuur je gewoon een mailtje naar info at sargasso punt nl.

  13. 21

    David MacKay begint zijn boek met de verzuchting dat velen getallen gebruiken niet om te informeren, maar om indruk te wekken http://www.withouthotair.com Ook in dit verhaal treffende voorbeelden zoals:

    “Tal van rekensommen laten zien dat het aandeel windenergie nog aanzienlijk kan worden opgevoerd terwijl het elektriciteitssysteem die extra variatie ten opzichte van de enorme schommelingen die er al waren door wisselende vraag probleemloos kan blijven opvangen ”

    Hoe probleemloos is dat nu? “Wie Greenpeace Energy heute bekannt gab, gingen nach neuesten Zahlen der Bundesnetzagentur im vergangenen Jahr rund 127 Gigawattstunden Strom verloren”. Niet zo vreemd immers bij een groot windenergie aanbod en een geringe stroomvraag zoals in de nacht zijn er weinig gemakkelijk terug te regelen stroomcentrales beschikbaar en voldoende opslag noodzakelijk.
    “opslag” ontbreekt in het hele stuk, het probleem wordt gewoon ontkend. De ervaring bij onze buren overtuigt meer dan die vage “tal van rekensommen”.

  14. 22

    Windenergie blijft vooralsnog veel duurder. Vooral de kosten van de veel grotere vereiste redundante infrastructuur worden stelselmatig niet meegerekend. Meer betalen is een keuze die ieder voor zich mag maken maar de economie als geheel opzadelen met die kostenstijging zal ervoor zorgen dat de resterende aanwezige productie waarin energie een prijsfactor is zal verdwijnen naar landen die goedkoper produceren. Wat wij overhouden vertoont dan verrassende gelijkenis met de inhoud van Golgafrincham Ark Fleet, Ship B.

  15. 24

    “Het goede nieuws is dat ik geen enkel argument heb kunnen lezen waarin het CBS-analyse deel van Le Pair’s analyse wordt ontkracht.”

    Heb je dit artikel überhaupt gelezen?

  16. 26

    De heren Ummels en Van Soest schrijven dat ik eerder al een vergelijkbare analyse maakte. Dat is onjuist. Dit was voor het eerst dat ik gebruik maakte van de CBS-gegevens van het brandstofverbruik bij de Nederlandse elektriciteitsproductie en de stroomproductie zelf. Men kan een kasboek bijhouden van inkomsten en uitgaven. Dan blijkt soms aan het eind van de maand dat er minder in de portemonnaie zit dan het kasboeksaldo aangeeft. Ik heb gekeken naar wat er aan het begin en aan het eind van het jaar in de knip zat. En het bleek dat de boekhouding niet klopte. Het was geen gesimplificeerd model, het was eenvoudig zien wat het oplevert. De heren halen een KEMA ‘kasboek’ studie aan die mijn resultaat zou ontkrachten. Die zou de studie waarom de heer Leegte de Minister heeft gevraagd overbodig maken. Het tegendeel is het geval. In de eerste plaats zijn er nauwelijks metingen gedaan aan het op- en afregelen van conventionele centrales. Slechts bij draaien op constant vermogen zijn de rendementen bekend. In het door hen genoemde KEMA rapport staat bijvoorbeeld: “…Zorgvuldige modellering hiervan vergt meer inzicht in de warmtekracht situatie dan binnen het kader van deze studie aanwezig was en kon worden verkregen…” En over de vraag of we voldoende weten lees ik: “…Nader onderzoek naar de mogelijke gevolgen voor de marktpartijen van de introductie van zeer veel windvermogen en onderzoek naar een optimale samenstelling van het productiepark met veel wind wordt daarom aanbevolen…”.
    Ik denk niet dat de energiebedrijven die windturbines inzetten hebben zitten slapen. Die weten heel goed uit welke hoek de wind waait en in het bijzonder hoe ze dankzij de subsidies, gegarandeerde afname en prijzen en vooral door een groot deel van de bijkomende kosten door anderen te laten betalen aan de wind kunnen verdienen. Maar dat is iets anders dan brandstof sparen en CO2 uitstoot verminderen. Dat doen de huidige Nederlandse molens slechts met 1,6% van het opgesteld vermogen.
    De productiecijfers van de generatoren die de windvariatie moeten opvangen zijn zo ongunstig dat het onzinnig is te spreken van “zonder noemenswaardig rendementsverlies”. Ze liggen 10 – 20% onder de ontwerpkarakteristieken!
    Er staat nog heel wat meer in het bovenstaand stuk en in de aangehaalde publicaties waarover harde noten zijn te kraken, maar dat lijkt mij meer passen in een wetenchappelijke publicatie dan in een blog. Laat mij volstaan met een verwijzing naar een recente Australische studie van Hamish Cumming, zie: http://www.theaustralian.com.au/national-affairs/hopes-of-slashing-greenhouse-emissions-just-blowing-in-the-wind/story-fn59niix-1226462745494
    (The Australian 1 sep. 2012): Hopes of slashing greenhouse emissions just blowing in the wind by: GRAHAM LLOYD, ENVIRONMENT EDITOR. Ook die is gebaseerd op echte cijfers van productie en brandstofverbruik. De ‘krant’ heeft de studie resultaten bij de producenten gecontroleerd. “electricity generator IPR-GDF SUEZ Australia confirmed his findings” is een van de reeks bevestigingen die binnenkwamen.
    Ummels en Van Soest betwijfelen mijn kennis van zaken. Ik denk zelf dat ik aardig op de hoogte ben. Ik had weliswaar geen leermeester die bij TenneT werkte, maar ik spreek zo nu en dan wel eens een technicus van de elektriciteitssector ☻. Bovendien weet ik dat zij beiden met wind en groen hun brood verdienen, niet met het stabiliseren en betaalbaar houden van onze stroomvoorziening.

  17. 27

    @C. le Pair: een centrale die maar 1 vermogen kan leveren heeft gewoon minder waarde. Ook zonder windenergie.

    Wat heb je aan een hoog rendement als hij constant CO2 loopt te produceren, ook als je in de daluren van de nacht zit als er weinig stroom nodig is?

    Met de 1-vermogen centrales heb je sowieso speciale piek-centrales nodig. Windenergie maakt dat probleem niet minder erg, maar zoals het hier gepresenteerd wordt vind ik gewoon negatief.

    Vroeger had je 1-vermogen HR-ketels en toen kwamen de modulerende ketels.

    We willen geen inefficiënte centrales die onnodig CO2 produceren als er genoeg wind is. Wat we willen is én efficiëntie én flexibiliteit in vermogen. De ingenieurs verzinnen er maar iets op!

  18. 28

    K….e ingenieurs, krijgen een duurbetaalde opleiding en kunnen er niets op verzinnen!
    We leven in een maakbare samenleving k….e ingenieurs!!!! Begrijp dat goed!

  19. 31

    Beide partijen komen niet echt met inhoudelijke argumenten. De een stelt dat grillig windaanbod geen enkel probleem is, de ander dat iedere toevoeging van windenergie meer brandstof kost.

    Windenergie kan ook opgeslagen worden om later te benutten. Dit geeft omzettingsverliezen en mogelijk opslag verliezen. Maar dan nog blijft er netto energie over en wordt dus brandstof bespaard. Deze opgeslagen energie kun je op de meest gewenste tijden inzetten en dus met een goed rendement. De stelling dat meer zonne- en windenergie tot meer fossiele energie kost komt mij onzinnig voor.

  20. 32

    Dan zou ik als ik jou was toch nog even het verhaal van Cees le Pair goed doorlezen. Die is er toch wel heel duidelijk in.
    De plannen om windenergie op te slaan zijn zo mogelijk nog ridiculer en momenteel absoluut niet rendabel.

    Overigens is het Duitse stadsproletariaat momenteel flink aan het morren over het feit dat zij de hele hoge “Einspeisetarife” voor groene energie wel mogen afdragen, maar niet kunnen profiteren van het bouwen van een windmolen of zonnepanelen (mogen of kunnen ze immers niet) om zodoende ook uit de subsidieruif mee te kunnen eten.
    Zelf heb ik twee windmolens waarmee ik dankzij subsidie flink door binnenloop.

    De zogenaamde “feel good factor” omdat je zogenaamd wat voor het “milieu” doet is bij het gros der mensen gewoon een misplaatst emotioneel gevoel, waartegen ze behandeld zouden moeten worden bij een psychiater.

  21. 33

    Een ongelofelijk zwamverhaal. Als ik de heren had kunnen zien bij hun presentatie zou ik zeer veel armen hebben zien zwaaien. En wat betreft de variaties in de elektriciteitsproductie: kijk maar eens op http://www.gridwatch.templar.co.uk/
    Dag-nacht- en seizoensvariaties in de vraag zijn duidelijk te zien en zijn erg regelmatig. De vraag is dus goed te voorspellen. Daarentegen is de bijdrage van windenergie compleet chaotisch; geen peil op te trekken.

  22. 34

    Als ik het goed heb is dus iedereen die mordicus tegen windenergie is dat alleen maar omdat de andere elektriciteitscentrales op het netwerk niet flexibel zijn. Toch?

    En ja, ik las ook dat over subsidies, maar dat zit er op alle andere energievormen ook, dus ik zie dat probleem niet zo.

    Toch raar dat die tegenstanders dan moeten reageren alsof het allemaal aan windenergie ligt. Of aan het label groen. Of aan subsidie. Ik las nog het meest zinnige antwoord in 27, van alt. johan.

  23. 35

    Kom es met argementen knulletje. Centrale punt van Le Pair is het effect op het rendement door belastingswisselingen en wordt onderbouwd met CBS getallen. Ik heb nog nergens iets gelezen wat dat punt ontkracht.

  24. 39

    Nee, ik draai het niet om. Je hebt wel gelijk (al kun je het niet laten om die subsidie weer te noemen, die op alles zit), maar vergeet even voor het gemak dat als windenergie elektriciteit kan opwekken het wel gratis is. Al die andere centrales maken op elk moment kosten.

  25. 40

    Dan lees je er overheen met je bias-focus brilletje. Er staat duidelijk dat de cijfers van het CBS te grof zijn en niet de werkelijke situatie weergeven van wat de centrales en wind leveren aan het netwerk.

  26. 42

    “Ik heb nog nergens iets gelezen wat dat punt ontkracht.” Dan heb je dus of het artikel niet gelezen, of je begrijpt niet wat daar in staat.

    Het punt van Van Soest en Ummels is dat Le Pair een verkeerd model gebruikt. Dan kun je wel op zich correcte CBS gegevens in je model stoppen, maar als het model niet klopt, kun je er geen zinnige conclusies uit trekken.

    Snap je het zo wel, Anton?

  27. 43

    De berekeningen van Le Pair zeggen niets over het effect van fluctuerend bedrijf (van bijvoorbeeld windmolens) op rendementen van STEG’s e.d.. Dat kan ook niet op basis van macro-cijfers van het CBS.

    Le Pair gebuikt de term ‘effectiviteit brandstofbesparend potentieel’. Die effectiviteit is volgens hem geen 100%. Le Pair leidt in zijn ‘model’ af dat dat verlies maar liefst bijna 30% zou zijn (effectiviteit slechts 70,6%), en zelfs nog hoger. En dat heeft natuurlijk enorme consequenties voor de opbrengst van windmolens. Helaas voor Le Pair heeft hij echter helemaal geen effectiviteitsverlies van windmolens berekend. Zijn ‘model’ (de appendix bij zijn artikel) berekent iets heel anders. Wat hij in dat ‘model’ doet, is eerst de fossiele brandstofbesparing van hernieuwbare energie berekenen op basis van het rendement van de totale bestaande elektriciteitsopwekking in Nederland (39,4%) en vervolgens dat vergelijken met het rendement van de toegenomen elektriciteitsopwekking (0,155/0,277 ofwel circa 55,8%). Díe vergelijking levert 70,6% (39,4/55,8), en is dus helemaal geen effectiviteitsverlies van windmolens (en andere hernieuwbare bronnen), maar is gewoon het verschil tussen de twee referentiekaders die Le Pair abusievelijk naast elkaar gebruikt. Ook met kernenergie of alleen bio-energie komt er 70,6% uit. Le Pair begrijpt dit ‘resultaat’ verkeerd en komt vervolgens van kwaad tot erger, met uiteindelijk bizarre conclusies als gevolg.