Enthousiasme voor het ambacht is antwoord op digitalisering

OPINIE - Ambachtelijkheid, authenticiteit en handmade producten zijn in de mode. Hieruit spreekt een nostalgisch verlangen, maar tegelijkertijd is dit ambachtsenthousiasme ook een eigentijdse en vernieuwende beweging. Je kan het zelfs opvatten als een manier om de digitalisering bij te houden.

Net als andere General Purpose Technology, zoals stoom of elektriciteit, wordt digitalisering in alle domeinen van de samenleving ingezet en toegepast. Op werkgebied leidt dat ertoe dat de relaties veranderen, de hiërarchie en de arbeidsverdeling; dat de inhoud van werk verandert, en daarmee ook de eisen die aan de vermogens van werkenden worden gesteld. Verhoudingen die ten tijde van de industrialisatie zijn ontstaan, worden door de digitalisering en automatisering drastisch op hun kop gezet. Concepten en ideeën die dateren uit de industriële klassensamenleving blijken niet langer bruikbaar te zijn om de hedendaagse arbeidsrelaties – en meer in het algemeen de maatschappelijke verhoudingen – te begrijpen.

Nieuw en ander werk door digitalisering

Een spectaculair en hoogst bedreigend effect van digitalisering, verlies van banen, krijgt nog steeds de meeste aandacht. Maar ook nieuw werk en een andere inhoud van bestaande beroepen zijn gevolgen van digitalisering. De vaste industriële relaties zijn door de grootschalige verbreiding van pc’s losser geworden. Formeel werk raakt losgezongen van plaats en tijd, waardoor grenzen tussen werken en niet-werken vervagen. Ook andere kenmerken die typisch zijn voor het industriële arbeidsbestel lijken te veranderen: de hiërarchische organisatie van arbeid lijkt niet meer te voldoen, net als de verregaande arbeidsverdeling, waarbij handelingen werden opgesplitst, en hand- en hoofdarbeid uit elkaar werden getrokken.

Het doemscenario van banenverlies gaat vooralsnog vooral over de beroepen in het midden. Die zouden zich steeds gemakkelijker laten computeriseren en daarom worden weggevaagd. Alleen in de bovenste en de onderste regionen zou dan nog werk over blijven. Maar, er zijn ook mensen nodig die ervoor zorgen dat de machinerie blijft draaien, die moeten helpen bij het gebruik van nieuwe technologie, met alle complexiteit van dien; die de gebruikers moeten instrueren en die als bemiddelaars kunnen optreden. Denk aan een soort van koppelberoepen, zoals dat van coördinator schoonmaak en voeding op de ziekenafdelingen van een modern academisch ziekenhuis dat in een internationale kwalificatieprocedure is gewikkeld. Die moet op de hoogte zijn van de nieuwste professionele kennis over schoonmaken en voeding in een geavanceerde wetenschappelijke omgeving; die vormt de spil in de communicatie tussen de academische staf en de schoonmakers; die treedt als tussenpersoon op tussen patiënten, verpleging, schoonmakers en voedingsmedewerkers.

Van werkers in het midden wordt een veelzijdige ontwikkeling gevraagd

Mensen die dergelijk veelzijdig werk doen hebben een mbo-opleiding achter de rug. Ze kunnen heel verschillende beroepen uitoefenen, maar hebben een brede expertise met elkaar gemeen. Terwijl academisch onderwijs wordt bekeken als een voorbereiding voor werken met je hoofd, wordt hun mbo-opleiding gezien als een voorbereiding op werken met je handen, met de lage waardering die daarbij hoort. Deze karakterisering is echter onjuist. Als je hun werkzaamheden en de relaties waarin die plaatsvinden analyseert, dan blijkt dat ze in hun werk een beroep moeten doen op een veel breder scala aan vermogens – qua handelingen, motoriek, sociale omgang, cognities, emoties. Van deze werkenden wordt een veelzijdige ontwikkeling gevraagd. Ze moeten in bijna alle beroepen met computers werken en van iedereen wordt een zeker niveau van Engels verwacht.

Het werk dat zij doen is niet als een professie te karakteriseren, maar welk begrip is dan wel van toepassing? Mensen blijken daarvoor tegenwoordig het begrip ‘ambacht’ te gebruiken. In die nieuwe beroepen is net als bij de oude ambachten sprake van een min of meer afgebakend beroepsprofiel, een zekere mate van zelfstandigheid, met de inzet van een breed spectrum aan vermogens. Tegelijkertijd zijn er verschillen met vroeger: veel moderne ambachten zijn bijvoorbeeld internationaal georiënteerd en er zijn kruispunten tussen verschillende disciplines.

De omarming van de ambachten duidt – naast veel meer – op een besef dat de aanduiding ‘kenniseconomie’ tekort schiet om 21e-eeuwse westerse economieën te typeren. Het begrip ‘ambachtseconomie’ kan daarop een aanvulling zijn. Ook de SER, een prozaïsch instituut en gespeend van romantiek, toont zich pleitbezorger. Deze nieuwe visie betekent meer erkenning voor de beroepen in het midden en heeft bovendien consequenties voor het onderwijs. Een van de punten die de SER bijvoorbeeld graag anders zou zien is de nadruk die in het onderwijs op intellectuele analytische kwaliteiten ligt, op de scheiding tussen theorie en praktijk, en tussen hoofd en hand.

Groeitempo technologie bijhouden met nieuwe ‘ambachtslieden’

In mijn onderzoek naar de beroepen in het midden – zie ‘Gewoon werk’ en bijvoorbeeld mijn beroepsportret ‘Het nieuwe fietsen’ – trof ik een aantal kenmerken aan die overeenkomen met de strategieën die Erik Brynjolfsson & Andrew McAfee (2012) als condities zien om het tempo van de exponentiële groei van de technologie bij te houden.1 Zij pleiten voor organisatorische vernieuwingen, onderwijs dat optimaal gebruikmaakt van de talenten van mensen én voor minder hiërarchische verhoudingen. Op de werkvloer moet gezocht worden naar manieren om de sociale afstand tussen bedrijfsafdelingen kleiner te maken, om contacten tussen medewerkers, technici, ontwerpers, producenten, administratieve staf gewoner te maken en soepeler te laten verlopen. En de kwalificaties van medewerkers moeten omhoog en moeten breder worden. Werkenden worden geacht meer te kunnen en op meer verschillende terreinen – ook op sociaal en emotioneel gebied. Stereotypen over hoofd- en handarbeid zijn niet langer van toepassing.

In de beroepen die tegenwoordig ‘ambachten’ worden genoemd wordt zichtbaar dat hoofd en hand, motoriek en emoties, theorie en praktijk niet los van elkaar zijn te maken. Beroepen als ‘ambachtelijk’ beschouwen en ze zo behandelen kan bijdragen aan een nieuwe kijk op de razendsnelle veranderingen in werk, en kan ertoe leiden dat deze beroepen meer erkenning krijgen.

Auteur: Rineke van Daalen is socioloog. Zij schrijft over de erkenning van het midden, over het vmbo en over werken na het mbo. Dit artikel is een bewerking van haar lezing op 13 mei 2015 voor Bureau Europa in Maastricht, bij de tentoonstelling ‘Werkplaats voor de nieuwe wereld’.

Noot
1. Erik Brynjolfsson, A. McAfee (2012), Research Brief. Race Against The Machine: How The Digital Revolution Is Accelerating Innovation, Driving Productivity, and Irreversibly Transforming Employment and The Economy. The MIT Center for Digital Business.

Dit artikel verscheen eerder op Sociale Vraagstukken.

  1. 1

    Een antwoord op digitalisering?!

    Nou ervaar ik die hang naar ambachtelijkheid ook, maar dat heeft werkelijk geen drol met digitalisering te maken. Het is veel eenvoudiger, de verklaring zit hem zelfs in de definitie van “ambacht”: een ambacht is handwerk dat door 1 persoon uitgevoerd kan worden. Met name dat laatste is de essentie: het zelf kunnen doen, onafhankelijk van grote industrie. Dat is waar mijn hang naar ambachtelijkheid vandaan komt: de behoefte om voor mezelf te bevestigen dat ik in ieder geval niet voor _alles_ afhankelijk ben van grootschalige industrie, van globalisering, van fossiele producten, genetisch gemanipuleerde zaden en wat dies meer zij.

    Tegelijkertijd wordt dat juist gevoed door de digitalisering; dankzij die digitalisering zijn eenvoudige ambachtslieden als DiResta, Matthias Wandel of Keith Fenner vandaag de dag wereldsterren van formaat in hun werkplaatsje. De hang naar ambachtelijkheid is daarmee helemaal geen antwoord op de digitalisering – het is een logisch gevolg van de digitalisering en juist een antwoord op grootschaligheid, globalisering en massaproductie, die slechts ten dele weer valt toe te schrijven aan digitalisering.

    Een spectaculair en hoogst bedreigend effect van digitalisering, verlies van banen, krijgt nog steeds de meeste aandacht.

    Digitalisering en een verlies van banen?! Laat me niet lachen. Digitalisering heeft juist banen gecreëerd. Het is vooralsnog nog altijd voornamelijk het mechanische deel van de automatisering dat banen op de toch zet (voor zover daar überhaupt sprake van is) maar ook dat is kattenpis vergeleken bij de gevolgen van globalisering en de rol die lage lonen landen en landen met slappe milieuwetgeving daarin spelen. Daadwerkelijk banenverlies als gevolg van digitalisering gaan we pas aanschouwen zodra computer vision en AI en daaraan gerelateerde zaken serieuze vormen beginnen aan te nemen en er ook geen mensen meer nodig zijn om machines als vrachtauto’s en lopende banden in de gaten te houden. En daar zijn we nog steeds niet (maar wel bijna en dan wordt het spannend).

  2. 3

    Het nieuwe werken zou je ook kunnen typeren als werken met hand, hoofd en hart. Ambachtelijk werk wordt vaak gezien als louter werken met de hand. Dat is het niet. Louter werken met de hand komt alleen voor in saai en herhalend productiewerk in welke branche dan ook. Productiewerk dat enerzijds wordt veroorzaakt door een beperkte visie op de menselijke behoefte aan zinvolle arbeid en anderzijds door het streven naar financiële efficiëntie en winst. De hart- hand- en hersenloze producten die daaruit voortkomen domineren het product/dienstenaanbod waarmee wij als consument het moeten doen. Geen wonder dat meer bevlogen jongens en meisjes de handschoen oppakken en hun eigen eigenwijze bedrijfjes gaan stichten

    In onze hokjes samenleving verzucht een minister van onderwijs waarom toch iedereen zo nodig hogerop wil. Het antwoord moet zijn dat uitvoerend werk ( mbo) een lage status heeft, slecht betaald wordt en bovendien wegbezuinigd wordt door de efficiëntieslag van bedrijfsleven EN overheid. Als minister zou je dit toch moeten weten.

  3. 4

    Mijn vrees voor de langere termijn (als tamelijk succesvol ambachtsman) is dat “het ambachtelijke” en de ambachtswerkers slechts een tijdelijk voortbestaan zijn gegund (“in het kielzog van de techniek”), totdat ook zij als “inefficientie” worden weggeregeld (zie de thuiswevers).

    Koppelberoepen zijn alleen (nog) nodig/mogelijk waar er (nog) gaten zitten in het systeem.

    En die worden langzaamaan allemaal gedicht.

  4. 5

    Oneens met de stelling: het antwoord op digitalisering is (betere) dienstverlening. Denk Coolblue versus Mediamarkt. Menselijkse interactie is namelijk een van de dingen die (nog) niet te digitaliseren is.