VVD rommelt met grondrechten
Met enige regelmaat biedt Sargasso ruimte voor gastredacteuren. Vandaag weer een stuk van publicist, jurist en oud-redacteur van het tijdschrift ‘Filosofie’ Ron Ritzen.
Vrijheid van meningsuiting. De VVD staat er pal voor. Behalve als je Ramadan, Eddaoui of Budak heet. De jurist Ron Ritzen meent dat de VVD rommelt met grondrechten.
De VVD neemt het niet erg nauw met de grondrechten als het om islamieten gaat. Nu Tariq Ramadan bij de Erasmus Universiteit Rotterdam is ontslagen, blijft het muisstil. Waar Rutte de ontkenning van de holocaust niet strafbaar wilde stellen tenzij deze aanzet tot geweld, is het ontslag van Ramadan vanwege een privé-activiteit, het presenteren op Press.TV, kennelijk geen reden om daar ook maar één woord aan vuil te maken. Er zijn toch echt goede redenen te geven dat de academische vrijheid hierdoor onder druk staat. Vreemd? Nee, als het om grondrechten gaat, rommelt de VVD wel vaker met die rechten.
Zo ijverde de VVD voor een verbod van de boerka, maar omdat dit juridisch niet haalbaar was, opteerde men daar voor een verbod van gezichtbedekkende kleding. Volgens VVD-kamerlid De Krom levert gezichtsbedekkende kleding een gevaar voor de openbare orde op. Het is een veiligheidskwestie. Maar uit het recente onderzoek van de commissie-Suyver blijkt echter dat diensten die zich in de praktijk bezighouden met terrorismebestrijding (politie, justitie, bestuur en veiligheidsdiensten) van mening zijn dat er voldoende nieuwe bevoegdheden zijn gecreëerd en dat veel anti-terrorisme wetten niet of nauwelijks worden gebruikt. Bovendien, zo merkt de commissie zelf op, is er waarschijnlijk nu al sprake van strijd met de mensenrechten.
Zo was de VVD tegen de aanstelling van de beoogde legeriman Eddaoudi, die zich in zijn column negatief had uitgelaten over de aanwezigheid van het Nederlandse leger in Afghanistan. Maar van een ‘dubbele moraal’ was volgens VVD-Kamerlid De Krom geen sprake: Eddaoudi mag schrijven wat hij wil, maar hier speelt louter en alleen de relatie werkgever-werknemer een rol. De vrijheid van meningsuiting speelt hierbij geen rol, want die is hier volgens De Krom niet in het geding.
De Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter op het gebied van het ambtenarenrecht, maakte begin mei 2009 korte metten met dit soort redeneringen (LJN: BI2440). Grondrechten spelen in dit soort zaken wel degelijk een rol. Het eenvoudig wegredeneren van de grondrechten door te poneren dat deze niet spelen, is niet aan de orde.
Toen Rutte (VVD) in zijn hoedanigheid als staatssecretaris door de Haarlemse rechtbank werd veroordeeld vanwege het aanzetten tot rassendiscriminatie, was zijn reactie laconiek: “Blijkbaar is dat nu wettelijk gezien niet mogelijk. Het is hoog tijd om de wet te veranderen”.
Rutte verwijst in zijn verdediging van de vrijheid van meningsuiting regelmatig naar de V.S. Nu kent dat land, zeker sinds het arrest Brandenburg v. Ohio (395 US 444, 1969), een zeer ruime bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Alleen wanneer er sprake is van ‘incitement to imminent lawless action’ kan de overheid ingrijpen. Hoe ruim die bescherming is, bewijst CP of Indiana v. Whitcomb (414 US 449, 1974): het grondrecht beschermt zelfs uitdrukkelijk de verkondiging van de leer dat de overheid omvergeworpen moet worden.
Maar die ruime bescherming staat de VVD in elk geval niet voor ogen als het om de rechten van allochtonen gaat. Nog niet zo erg lang geleden pleitte de VVD voor vervolging van de imam El Moumni. Tekenend is de lezing die Gerrit Zalm eind 2004 hield: “De imam El Moumni sprak negatief over homoseksualiteit. Het zei dat het een besmettelijke ziekte is en nog veel meer. Nederland stond toen op zijn achterste benen. Ook de VVD. Juist wij, juist de liberalen. (…) De vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief om anderen te krenken, te beledigen of te beschimpen. Zelden heb ik op zoveel applaus van u mogen rekenen.”
De zaak-Budak leverde ook al zo’n beschamende vertoning op. De bestuursvoorzitter van INHolland, VVD-er Geert Dales, wilde niets met de uitspraken van deze imam te maken hebben: “dit gedachtegoed hoort bij Hogeschool INHolland niet thuis”.
Wat was dit gedachtegoed? Op de website van de Nederlandse Islamitische Omroep (NIO) had de imam een advies gegeven aan een Turks meisje dat verkracht was door haar neef. Als zij thuis zou vertellen wat er was gebeurd, zou ze verstoten worden. Zij vroeg hem wat het islamitisch oordeel hierover is. Hij adviseerde haar naar de rechter te gaan, met zijn familie te praten of met iemand voor wie die neef bang voor was of hem te vergeven.
Bovendien zei hij dat een vrouw volgens de Koran niet alleen met een man in een afgesloten ruimte aanwezig mag zijn. “We als mens worden gevraagd om ons zelf te beschermen tegen seksueel misbruik, verkrachting en ontucht. Voorzichtigheid geldt niet alleen tegen onbekenden maar ook tegen bekenden,” aldus Budak. “Je doet je zelf goed om niet in een gesloten ruimte te verblijven met een man waar een derde niet makkelijk binnen kan komen.” Dit is een citaat vanuit de traditie van de profeet, verduidelijkte Budak later, en daarmee wordt een vrouw tegen mannen beschermd die haar kunnen bedreigen. Maar Budak zei ook dat het verkrachte meisje geen schuld treft.
Budak is te ver gegaan, brulde Dales. De imam had aangegeven dat je ook enkel vergiffenis kunt geven, en dat zou in strijd zijn met de Nederlandse rechtsorde. Zo staat in de Nederlandse wet dat in het geval van een verkrachting de aangifte verplicht is. En aangezien hij bij zijn advies niet had aangegeven wat de Nederlandse rechtsorde gebiedt (verplichte aangifte), was zijn ontslag volgens Dales gerechtvaardigd.
Een docent moet de Koran uitleggen, maar moet daarbij ook aangeven wat de Nederlandse wetgeving daarover zegt, zei Dales. Hoewel het om een advies op de website van de radio-omroep NIO ging, konden studenten door die opvatting beïnvloed raken en deze later – als ze zelf docent in het onderwijs zijn – aan hun leerlingen vertellen.
Verder stoorde Dales zich aan de kwalificatie ‘treurige zaak’. Dat was helemaal fout, want volgens hem had Budak moeten zeggen ‘doodzonde’ of woorden van gelijke strekking.
De imagoschade die de imam aan INHolland had toegebracht, zou zijn ontslag rechtvaardigen. Maar als Budak zou toegeven dat zijn redenering verkeerd was, dan zou hij niet ontslagen worden.
Dales’ dreigement was helder: als Budak zou toegeven dat hij ongelijk had, zou hij zijn baan behouden. Maar als de imam voet bij stuk zou hebben, werd hij ontslagen. Voor wie het nog niet snapt: dit heeft dus niets met de vrijheid van meningsuiting te maken. Vindt Dales.
Budak zwichtte voor de chantage van Dales en mocht vervolgens blijven.
Het patroon is duidelijk: zodra islamieten in het spel zijn, spelen de grondrechten een ondergeschikte rol of worden ze eenvoudigweg niet van toepassing verklaard. Daarmee rommelt de VVD met de fundamenten van onze rechtsstaat.

