Wie vertrouwt de journalist nog? (5)

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Hieronder een stuk van Henk Blanken, adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden. Het verscheen eerder op zijn eigen blog. Lees ook deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4.

De journalist is een altijd dronken, opdringerige, slecht geklede held die zich zijn brutaliteit kan veroorloven zolang hij uiteindelijk the good guy is. Hij mag, althans in de Hollywoodfilms die zijn imago goeddeels bepaalden, volop liegen en bedriegen, stelen en omkopen en elke ethische code aan zijn laars lappen zolang hij dat niet doet voor zijn eigen ego maar om een nog grotere schurk te ontmaskeren.

De journalist, zegt Joe Saltzman ? journalist en docent aan Annenberg ? in een interview met blogger Henry Jenkins, is sinds het begin van de twintigste eeuw een gemankeerde held. Weinig geliefd, met argwaan bekeken, maar gedoogd omdat hij het publieke belang zegt te dienen. Dat Saltzman het vooral over de Amerikaanse journalist heeft, die met muckraking grootgebracht werd, spreekt voor zich.

Het imago klopt niet met de werkelijkheid, niet nu en niet hier. Het heeft zich in eerste instantie gevormd in de jaren van de penny press, de naar roddel jagende Amerikaanse boulevardpers. En het is bijgesteld toen de journalistiek onderzoek ging doen; Woodward en Bernstein (All the president?s men) introduceerden een nieuw type, dat ? helaas ? weer minder dominant werd toen entertainment en televisie het begonnen te winnen van gedrukte media.

Maar het morsige imago past ook minder bij de Nederlandse journalist. In de halve eeuw van verzuilde kranten was de archetypische verslaggever ? althans in de beeldvorming ? eerder volgzaam dan brutaal, zij het soms inderdaad in kennelijke staat. Sinds pakweg 1966, niet toevallig het jaar waarin de School voor de Journalistiek in Utrecht begon, is hij zelfbewuster geworden, professioneler, en na enige tijd ook afhankelijker. Beter, zou je zeggen.

We vertrouwen wat we kennen
Het groeiende wantrouwen jegens de pers van de afgelopen tien jaar blijft merkwaardig. De pers maakt niet meer fouten dan dertig jaar geleden, waarschijnlijk zelfs minder, maar wat ze misdoet wordt meer dan ooit uitvergroot ? omdat de assertieve burger en gemaltraiteerde politicus de weg weten te vinden naar de rechter en de Raad voor de Journalistiek, omdat media hun eigen fouten openlijker toegeven en onderzoeken, en omdat internet zijn eigen watchdogs voortbracht.

Het oude vertrouwen in de pers is met de jaren gegroeid. Hoe langer een relatie duurt, hoe groter de kans dat je iets of iemand vertrouwt, of in elk geval ? de rechercheur en zijn verklikker ? denkt te weten in welke mate je iemand kunt vertrouwen. Het oude vertrouwen in media moest wel een resultaat zijn van het schier levenslang lezen van een dagblad, of van het rituele Journaal-kijken.

Logisch dat steeds meer mensen de pers wantrouwen als steeds minder mensen die pers dagelijks volgen, of denken dat er geen andere journalisten zijn dan tv- en roddelbladenpaparazzi. Toegegeven, de redenering is verdacht simpel. Het wantrouwen in de media groeit niet omdat we gemiddeld vinden dat de pers slecht werkt, maar omdat we gemiddeld minder kranten lezen. Wat we niet kennen, vertrouwen we niet; sterker nog: wat we niet kennen ? vreemd eten, vreemde gewoontes -, beladen we met wantrouwen. We zetten ons af even tegen wat we niet kennen. Daar wordt het wij-gevoel en de sociale structuur sterker van.

Kranten die niet worden vertrouwd hebben dus wel een probleem, maar misschien een ander dan ze dachten. De mogelijkheden om hun oplage te verhogen zijn niet geweldig groot, maar ze kunnen via nieuwe media wel hun imago versterken. Dat is geen nieuwe gedachte ? internet als marketingkanaal is het oudste online verdienmodel ? maar misschien kunnen media er slimmer en bewuster mee omgaan.

Zand en klei
Vertrouwen moet telkens worden bevestigd. Albert Heijn en Volvo moeten elke dag bewijzen dat ze het waard zijn. Maar de manier waarop de indruk van betrouwbaarheid, het imago, wordt vastgelegd en in stand wordt gehouden, veranderd in een digitale cultuur omdat informatie ? waarvan ?vertrouwen? is gemaakt ? nu eenmaal een andere structuur heeft ? zoals los zand zich anders gedraagt als een klomp kneedbare klei.

Het is al dikwijls gezegd: op internet is vertrouwen veel vaker het direct meetbare, controleerbare en bruikbare product van wat gebruikers ergens van vinden. Meer dan een late en voor de gebruiker nutteloze onderzoeksstatistiek (?40% van de Nederlanders verrouwt de media?) is online vertrouwen persoonlijk en onmiddellijk: we kunnen zien wie wat vindt van welk product, en handelen daar meteen naar. Kijk naar Marktplaats en eBay en Digg.

Daar horen twee kanttekeningen bij. Vertrouwen ontstaat al duizenden jaren in sociale netwerken, maar de netwerken van social media zijn wellicht minder vergelijkbaar met traditionele verbanden dan we denken. Online vrienden zijn niet allemaal ?echte? vrienden (en dus ontvrienden we af en toe). Online netwerken gaan vaak over één ding, één onderwerp, één passie. Dat maakt ze heel bruikbaar voor het creëren van vertrouwen op dat ene onderwerp, maar waarschijnlijk ongeschikt zodra het eigenlijk over iets anders gaat.

En twee: journalisten moeten nog steeds doen wat ze altijd moesten doen. Bronnen noemen, transparant zijn over hun bindingen (?van welke denktank is die commentator eigenlijk lid??) en methodes, verwijzen naar documenten, ruimhartig rectificeren als dat nodig is, en fair omgaan met degenen over wie en voor wie je schrijft. Dat doen we allemaal meestal heel behoorlijk, maar de perceptie van een deel van het publiek is anders en elke fout loopt de kans uitvergroot te worden.

Doe wat kan, het wordt verwacht
Het vertrouwen in de pers kan worden hersteld. De behoefte aan nieuws en opinies die vooral ook betrouwbaar zijn, zal weer toenemen. Zichtbaar zijn ? behalve in druk ook online en mobiel ? helpt. Zorgvuldig en fair werken, helpt ook. Maar er is natuurlijk meer. Op internet ontstaan nieuwe normen en gebruiken, domweg omdat ze technisch mogelijk zijn.

The Washington Post komt in een verhaal over generaal McChrystal niet meer weg met louter anonieme bronnen, zegt blogger Jeff Jarvis. Dat het in die gezaghebbende krant staat, is niet meer voldoende. De moderne lezer verwacht bronvermelding, omdat de cultuur en technologie van internet dat ? met de verwijzende hyperlink ? als norm hebben omarmd en mogelijk gemaakt.

  1. 1

    “Het vertrouwen in de pers kan worden hersteld. De behoefte aan nieuws en opinies die vooral ook betrouwbaar zijn, zal weer toenemen.”

    Sweet dreams, niet via de pers. Want op internet zijn er genoeg betrouwbare nieuws en opiniesites. Daarbij komt nog dat het gemakkelijker wordt zelf eerst ‘onbewerkte’ of ‘gekleurde’ bronnen te vinden.

  2. 2

    Vertrouwen is voor mij afhankelijk van de persoon, maar ook van de wijze van communiceren. Dat geldt voor het gedrukte medium net zo goed als voor het internet. Ik zie niet zo goed waarom hier een onderscheid naar medium gemaakt moet worden.

  3. 3

    @1:

    Want op internet zijn er genoeg betrouwbare nieuws en opiniesites. Daarbij komt nog dat het gemakkelijker wordt zelf eerst ‘onbewerkte’ of ‘gekleurde’ bronnen te vinden

    Dat nieuws is dus niet betrouwbaar, maar vertrouwd, omdat het met je eigen mening overeen stemt, ook al is het totaal niet waar. Het is ongeveer even betrouwbaar als het nieuws, dat je aan de borreltafel van je stamkroeg hoort. Soms waar, vaak ook niet, en bijna altijd overdreven. Bij de traditionele pers is er tenminste nog enige druk om ‘de “objectieve” waarheid’ te benaderen. Op internet is er de druk van je reaguurders, om op te schrijven, wat die willen horen.

  4. 4

    @3.

    Niet betrouwbaar maar vertrouwelijk? Het lijkt me dat een beetje geschoold iemand de informatie natrekt en controleert bij de bron of vergelijkt met andere bronnen. Dat is bij een krant precies eender als op internet. Sterk overtrokken reactie van je.

    Het leuke is juist van de betere nieuwsvoorzieningen op internet dat ze later bewerkt/gekleurd in de krant staan. Denk aan berichten van ministeries, CBS, BinBest, buitenlandse media, enz. Dat is zelfs betrouwbaarder dan wat er in de krant staat. Tuurlijk, moet je dat niet allemaal klakkeloos overnemen, maar het is zeker anders dan kroegpraat en vrijwel geen reaguurders.

  5. 5

    @4: Dus je bewering is, dat internetnieuwssites, die de methodes van de andere media overnemen, wel betrouwbaarder zijn. Dat klopt, maar geldt lang niet overal op het internet. Toegegeven, ook niet bij alle traditionele media, maar daar wordt iig meestal meer gecontroleerd (redactie, eindredactie, e.d.). Dat kranten meer gekleurd zouden zijn dan internetsites, wat je lijkt te suggereren, lijkt mij onbewijsbaar en is iig niet logisch.

  6. 6

    @5.

    Gelukkig maak je nu de nuancering dat niet alles gelijk is qua kwaliteit op internet, evenals dat in de geschreven pers zo is. Als je originele bronen lees voordat die door een journalist zijn bewerkt, lijken me die logischerwijs betrouwbaarder dan de bewerkte versie. Dat is wat ik bedoelde, niet de algemene nieuwssites.

  7. 7

    @6 maar naar mijn mening zijn de traditionele media over het algemeen betrouwbaarder dan de internetsites, en zijn de betrouwbaarste internetsites opgezet door de traditionele media.

    Wanneer de originele bronnen van stukken op internet beschikbaar zijn, kun je die raadplegen en is dat altijd beter dan de interpretatie van een journalist, natuurlijk, maar dan hebben we het niet meer over nieuwe of oude media. Vroeger kon je trouwens ook altijd al de stukken, waar journalisten zich op baseren, opvragen. Dat kostte alleen wat meer moeite, maar dat gold ook voor de journalisten, die nu ook de originele stukken op internet kunnen vinden. het internet is echter vergeven van de sites, waar één enkele persoon zijn mening opschrijft, alsof het nieuws is, zonder originele stukken te raadplegen, zonder na te gaan of wat hij (meestal, soms ook zij) opschrijft wel klopt met de feiten, zonder hoor en wederhoor toe te passen, enz. M.a.w. bij de oude media, mag een bepaalde kwaliteit verwacht worden. Bij de nieuwe media kun je daar op zijn best op hopen, maar meestal zijn die nieuwe media veel gekleurder dan de oude media.

  8. 8

    Als ik breed geïnformeerd wil blijven en niet al m’n vrije tijd wil besteden aan het doorwerken van ‘originele bronnen’, blijf ik toch behoefte houden aan een plek waar ik het nieuws in gecomprimeerde vorm tot mij kan nemen. Ik kan bepaalde items helemaal gaan uitpluizen, maar zal me verder toch moeten verlaten op een redaktie waar ik een bepaald vertrouwen in moet stellen. Wie dat vertrouwen waard is, blijkt niet voor iedereen even makkelijk in te schatten, maar juist de traditionele media lijken in de breedte wel aardig betrouwbaar, wat van internetsites zeker niet gezegd kan worden (daarin helemaal eens met #7).

    Wel is het fijn -zoals dhr Blanken al opmerkt- als ik gewezen wordt op de bronnen, liefst waar mogelijk ook met verwijzingen naar waar ik ze kan vinden (op internet bij voorkeur) voor als ik er zelf verder in wil duiken.

  9. 9

    @7.

    Terug naar mijn eerste reactie. Ik denk dat er op internet qua opinie veel rotzooi rondzwerft. Zoals jij omschrijft: ‘één enkele persoon zijn mening opschrijft, alsof het nieuws is, zonder originele stukken te raadplegen.’ Of sterk selectief bronnen gebruikt, dat noem ik al gauw gekleurd. Maar dat neemt niet weg dat er betere sites zijn, waar de kwaliteit al goed is of in de toekomst zal gaan. En dan zal het verschil met de geschreven media nihil worden, waardoor dus mijn kritiek op de stelling dat de gedrukte pers zullen preferen omdat mensen betrouwbare media willen hebben wel houdt snijdt.

  10. 10

    @9: Voorlopig blijft voor die online-media wel de in een eerdere aflevering al genoemde vraag hoe die hun journalisten gaan betalen, vooral relevant waar het onderzoeksjournalistiek betreft.

  11. 11

    @10. Goede vraag. Als je stelt dat jezelf niet alle relevante documenten wil/kan doornemen, en dat je daarvoor een betrouwbare onderzoeksjournalist wil hebben. Dat spookte bij mij ook eventjes door mijn hoofd. Nee, denk ik, de journalist van een krant hoeft daarvoor niet de aangewezen persoon te zijn. Zeker op internet, wanneer de bron is gelinkt, kan je daar te rade gaan. Dat is juist het voordeel van internet boven de geschreven media, of het moet een digitale krant worden, zoals er steeds meer verschijnen, betaald en zonder een papiere versie. Dat is de toekomst in mijn ogen.

  12. 12

    @9:

    En dan zal het verschil met de geschreven media nihil worden

    Dat denk ik niet. Het zou wel mooi zijn, als dat gebeurt, maar ik denk, dat gekleurde sites, die niets met journalistieke regels hebben, de overhand zullen houden, zoals nu ook al het geval is. In de geschreven media zijn de sensatiezoekende media, die het met de waarheid niet zo nauw nemen, ook de best verkopende media. Bij de geschreven pers wordt de inhoud daarvan echter nog steeds door journalistieke regels gedicteerd.

    M.a.w. De Telegraaf schrijft wat de mensen willen horen, maar houdt daarbij over het algemeen nog steeds normale journalistieke regels in acht. Op het internet is een site, die er prat op gaat die regels naast zich neer te leggen, de populairste nieuwssite van NL.

  13. 13

    @11: Het is niet alleen een kwestie van zelf niet alles kunnen doornemen vanwege gebrek aan tijd, zin of expertise, belangrijker nog is het speurwerk, informantennetwerk (uit doorgaans welingelichte kringen, bronnen op het ministerie, je weet wel), misschien nog undercoverwerk, WOB-rechtszaken e.d. dat soms nodig is om erachter te komen dat er uberhaupt iets interessants aan de hand is.
    Dat hoeft inderdaad niet per se door krantenjournalisten te worden gedaan, maar tot nog toe is dat wel meestal het geval en af en toe door tv- of radio-kollega’s.
    Het op-het-spoor-komen van iets zie ik toch meestal niet op internet beginnen.

    Zoals ik in #8 al zei, ben ik er ook een groot voorstander van om linken naar de bronnen -waar mogelijk- tot standaard onderdeel van de berichtgeving te maken, daar zijn we het eens, maar ik ben benieuwd hoe je het onderzoek voorafgaand aan de berichtgeving wil bereiken met alleen online-media.

  14. 14

    De oude media zijn links. Ze vervormen de werkelijk naar hun linkse ideologie omdat ze vinden dat ze de mensen moeten opvoeden. Als ik hun producten al lees dan lees ik ook wat meer neutrale verslagen.
    Meestal echter heb ik geen tijd om aandacht te besteden aan agitprop.

  15. 15

    @14: Wel ’s gekeken waar de afkorting woordje agitprop op slaat? Ik dat GeenStijl en Wilders veel meer agitprop produceren dan de meeste ‘oude media’; voor de krant-die-Nederland-wakker-houdt-met-angstdromen wil ik dan nog wel een uitzondering maken, maar die zou ik dan ook zeker niet links noemen.

  16. 16

    @14: Ik denk dat het “verheffen van de massa” wat je zo makkelijk onder “links-in-het-algemeen” plaatst iets anders is dan opvoeden.

    Opvoeden, daar heb je populistisch rechts voor.

  17. 17

    @14: je laat je dus eenzijdig informeren, omdat je alleen informatie van rechtse media tot je neemt en alle informatie van de linkse media laat liggen. Neutrale media bestaan niet.