Who nudges the nudgers?

Het schap op ooghoogte (Foto: Flickr/AndyCunningham)

Een tijdje geleden schreef ik over het fenomeen vrijzinnig paternalisme. Dit is een manier om mensen te laten doen wat ze eigenlijk zouden willen. De bedenkers de Amerikaanse onderzoekers Thaler en Sunstein stellen dat veel mensen hun beslissingen maken op basis van irrationele gronden. In een supermarkt worden producten die op ooghoogte staan vaker gekocht dan producten waar je voor moet bukken. Je kan dan die producten op ooghoogte zetten die gezond of goed voor het milieu zijn. Dan zullen mensen vaker het ‘juiste’ kiezen zonder dat ze gedwongen worden en waarbij mensen de vrijheid hebben om een andere keuze te hebben. De argumentatie is helder: mensen maken vaak verkeerde keuzes. En waarom zou de overheid mensen dan niet helpen om het juiste te doen, zeker als mensen gezonder willen leven en meer voor het milieu moeten doen?

Er zijn een aantal problemen, laat ik er twee bekijken: de selectie van politici en de manier waarop politici zelf gemanipuleerd kunnen worden. Het boek bevat veel voorbeelden van hoe mensen de verkeerde keuzes maken bij het het winkelen in de supermarkt, bij het bepalen hoe ze hun geld moeten investeren, bij het maken van keuzes over medicijnen en orgaandonatie. Maar het boek bevat ook een aantal voorbeelden van hoe burgers een irrationele keuze maken bij het selecteren van hun politici, bijvoorbeeld: op basis van de vraag ‘wie ziet er het meest betrouwbaar uit’ maken volslagen niet-geinformeerde burgers uit een ander land, dezelfde keuze als veel kiezers in het stemhokje. Uiterlijk en niet standpunten geven de doorslag. En kandidaten die het eerst op het stembiljet staan, worden vaker verkozen dan mensen die op #2 staan. De recente verkiezing van Alvin Green in een voorverkiezing in South Carolina is hier een mooi voorbeeld van: van de twee relatief onbekende kandidaten stond hij eerder op het stembiljet. Kiezers kiezen niet op basis van een rationele afweging van plannen en competenties, maar op basis van uiterlijk of de manier waarop de keuze wordt aangeboden. Als onze selectie van politici niet rationeel is, dan kunnen we er niet zeker van zijn dat onze politici ons de goede kant op helpen.

Want ook politici maken vaak niet de rationele keuze. Daarbij spelen niet alleen onenigheden over wat de juiste keuze is of machtspolitieke keuzes een rol. De manier waarop de keuze aan politici wordt aangeboden kan de uitkomst van besluitvorming te bepalen. Wat Thaler en Sunstein beschrijven voor burgers geldt evenzeer voor politici. Een beroemd voorbeeld betreft een beslissing van de Romeinse Senaat over de vervolging van een landverrader: door de keuze op een bepaalde manier voor te stellen, wist een senator de beslissing in zijn voordeel te nudgen. Hij stelde voor om een stemming te houden waarbij er drie keuzes waren: ‘onschuldig’, ‘moet bestraft worden met de doodstraf’ en ‘moet bestraft worden met verbanning’ Een relatieve meerderheid (zeg 40%) van de senatoren koos voor onschuld, 30% voor de doodstraf en 30% voor verbanning. En hiermee was de landverrader op vrije voeten (meeste stemmen gelden), terwijl een meerderheid (60%) hem schuldig achtte. Er zijn veel voorbeelden te geven van ‘irrationele’ keuzes door groepen politici. Sterker nog, dat is een hele tak van de politicologie, die onderzoekt op welke manier we keuzes kunnen manipuleren en werd voor het eerst beschreven door de Amerikaanse politicoloog William Riker in zijn boek Liberalism against Populism).

De confronterende vraag is dan “who nudges the nudgers?” (Quis fodicabit ipsos fodicantes?): als burgers irrationeel zijn, kiezen zij dan ook niet op een irrationele manier hun volksvertegenwoordigers? En kunnen de keuzes van politici ook niet op dezelfde manier gemanipuleerd worden? Hebben Thaler en Sunstein wel door hoe vernietigend hun conclusies zijn voor de politiek? En als dat zo is: moeten we dan politici wel toe staan om onze beslissingen te manipuleren, zeker als dit soort veranderingen in de keuze structuur niet op een transparante manier plaats kan vinden?

Ik denk dat het antwoord te vinden valt bij de Britse filosoof Karl Popper: hij stelt dat beleid niet gericht moet worden op het vergroten van geluk, maar op het voorkomen van ongeluk. Laten we mensen niet dwingen of nudgen om de goede keuze te maken, maar in elk geval voorkomen dat er grote fouten gemaakt worden. En dat geldt evenzeer voor de manier waarop het bestuur is georganiseerd: laten we die niet zo inrichten dat we er van uitgaan dat onze best & brightest leider worden, maar ervanuit gaan dat onze politici ook mensen zijn die fouten kunnen maken en politiek zo inrichten dat we proberen te voorkomen dat incompetente (nog niet eens kwaad willende) politici zo min mogelijk schade kunnen doen.
[cmon]

  1. 1

    Ik vind het jammer dat hier een zwaar conservatieve en behoudende oplossing geboden word. Waarbij geimpliceerd wordt dat alles idiot-proof moet zijn, zodat evt. kwaadwillenden ( of intellectueel minder bedeelden ) geen groot kwaad aan kunnen richten.

    Het boek heeft zeker implicaties voor de politiek, maar alles en iedereen is irrationeel. Er is geen perfect rationele persoon te vinden. Politiek is en blijft altijd vertrouwen hebben in dat mensen jouw eigen gedachtegoed blijven steunen (in zekere mate uiteraard).

    We leven niet in een rationele wereld, maar er worden wel oplossingen geboden om deze wereld wat rationeler te maken. Een gezien veel uitspraken van onze politici ( en buitenlandse politici ) kan dat helemaal niet zoveel kwaad..

  2. 2

    “maar alles en iedereen is irrationeel”

    Dat is niet waar. Staten gedragen zich bijv. zeer/geheel rationeel. Personen en dergelijke heel wat minder. En er blijft uiteraard altijd het probleem van volledige informatie/kennis

  3. 4

    “Staten gedragen zich bijv. zeer/geheel rationeel.”

    Heb je wel eens om je heen gekeken? Afrika, maar ook de VS zijn staten die politiek lang niet altijd rationeel handelen.

  4. 5

    @3: Dat kan. Maar het kan maar zo heel rationeel zijn om een bevolkingsgroep uit te moorden ( of bijv. ouderen, of gehandicapten )

    Of dat ethisch nog te verantwoorden is, is een tweede. Het is een heikel punt. Daar zijn verschillende standpunten over, als voorbeeld:

    Een vrouw ligt in comateuze toestand en is praktisch een kasplantje. Zonder beademing/voeding zal ze sterven. Er is een minieme kans dat ze ooit nog bijkomt. Dit is echter uiterst onwaarschijnlijk.

    Rationeel gezien zou men kunnen zeggen: De vrouw heeft geen leven meer, zal in principe nooit meer bijkomen en kost de maatschappij alleen maar geld.

    Toch kan je het ook bekijken als een vorm van leven, hoe beperkt dan ook. Ze leeft nog, en er is nog altijd een minieme kans dat ze bijkomt. Daarnaast heeft ze voor haar familie nog altijd een emotionele waarde. Ethische vragen steken dan ook de kop op; Is het moord als je zo’n vrouw laat inslapen? Of verlos je haar van het lijden? ( En nog een stapje erger: Hoeveel mag zo’n vrouw d’r leven kosten? Hoeveel geld is een mensenleven waard? )

  5. 6

    @4 Onder Nixon was dit irrationele gedrag zelfs een officiële doctrine:

    “I call it the Madman Theory, Bob. I want the North Vietnamese to believe I’ve reached the point where I might do anything to stop the war. We’ll just slip the word to them that, ‘for God’s sake, you know Nixon is obsessed about Communism. We can’t restrain him when he’s angry — and he has his hand on the nuclear button’ — and Ho Chi Minh himself will be in Paris in two days begging for peace.”

    http://en.wikipedia.org/wiki/Madman_theory

    Fascinerend, of niet!