Weg met de burgemeester!

OPINIE - De burgemeester is een reliek. Het is tijd deze functie te vervangen door een gekozen, politiek leider.

In Nederlandse gemeenten is er een opvallende paradox. Bijna niemand kent de leden van de gemeenteraad of de samenstelling van het college. Maar veel burgers weten wel wie hun burgemeester is. Dat is op het eerste gezicht niet zo raar: immers de burgemeester heeft een belangrijke representatieve functie. Hij of zij is het gezicht van de gemeente in de stad of de dorpen: het is de burgemeester die de jaarlijkse buitenspeeldag opent. En hij is het gezicht naar buiten. Gaat het over de gemeente op de televisie dan is de burgemeester in beeld.

En toch is het raar. Want niemand heeft op de burgemeester kunnen stemmen. Die is benoemd door de Kroon op voordracht van de gemeenteraad. Dat gaat in tegen het principe van representatieve democratie. De persoon die de gemeente vertegenwoordigt, is niet door de gemeente verkozen.

De door de Kroon benoemde externe voorzitter

De burgemeester is een overblijfsel van het idee dat Nederland een eenheidsstaat is: de Rijksoverheid is de belangrijkste politieke laag. Hier wordt het beleid bepaald. Gemeentes zijn een soort uitvoeringsorganisaties. Zij hebben wel taken om uit te voeren maar wat ze moeten doen wordt bepaald in Den Haag. Daarbij past het idee dat het Rijk een vertegenwoordiger benoemt in het gemeentebestuur, een soort hoogste ambtenaar. Immers de directeuren van andere overheidsorganisaties worden ook centraal benoemd. Hij zit ook de gemeenteraad voor, net als de regering de onafhankelijke voorzitter van andere raden (zoals de SER) benoemt.

Maar dit past al lang al niet meer bij de manier waarop het lokaal bestuur functioneert, nu het met allerlei decentralisaties, steeds meer politieke keuzes moet maken. Hierbij past een veel democratischer bestuur, zonder een van buiten benoemde voorzitter.

Zekere carrièrekeuze voor politici

Bovendien, de benoemde burgemeester is de duidelijkste indicatie van een ‘karteldemocratie’ in Nederland. Deze goed betaalde posities worden door de gevestigde bestuurspartijen uitgedeeld: de drie grote bestuurspartijen zorgen ervoor dat hun mensen ongeveer in gelijke mate burgemeestersposten krijgen. Partijloze burgemeesters zijn er niet, terwijl er geen overeenkomst hoeft te bestaan tussen de politieke kleur van de gemeente en die van de burgemeester. Immers, de burgemeester zou boven de partijen moeten staan.

Maar ondertussen is het mooie carrièrestap voor politici, die klaar zijn als Kamerlid of wethouder en dan voor lange tijd in het openbaar bestuur kunnen blijven. Het CDA heeft nu de meeste burgemeesters. Terwijl deze partij electoraal terugvalt, blijft het CDA besturen. D66 is in de laatste 20 jaar als een jojo heen en weer gegaan in de kiezersgunst: het percentage D66 burgemeesters bleef constant rond de 5%. Ook GroenLinks pikt een graantje mee: 2% van de burgemeesters, met name in kleine steden. De SP en de PVV, protestpartijen die steun winnen bij de kiezer, nemen niet deel aan het benoemingencircus.

Alternatieven voor de benoemde burgemeester

Als alternatief voor de benoemde burgemeester zijn er nu twee opties: de door de raad gekozen burgemeester en de direct gekozen burgemeester. Het eerste model is de formalisering van wat er eigenlijk nu al gebeurt: de raad kiest de burgemeester. Nu draagt de raad de burgemeester voor aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en die benoemt. Daarmee blijft de burgemeester een buitenstaander, nu een genodigde gast, maar geen vertegenwoordiger van de stad.

De direct gekozen burgemeester creëert een spanning tussen de raad en de burgemeester die allebei een eigen mandaat hebben. Als de raad in meerderheid ontevreden is over de burgemeester kan hij dan naar huis worden gestuurd? En als de burgemeester ontevreden is over de raad kan hij die dan ontbinden?

Een lokale premier

Maar de vraag is waarom we niet zouden kiezen voor een veel bekender model. De politiek leider van Nederland, de premier heeft een mandaat bij de kiezers behaald door deel te nemen aan de Tweede Kamerverkiezingen: de grootste partij krijgt het voortouw bij de formatie. Als de lijsttrekker van de grootste partij een meerderheid in het parlement vindt, kan hij premier worden. In de Europese Unie wordt dit model, voor het eerst, ook gebruikt bij de benoeming van de commissievoorzitter. Europese partijen schuiven leiders naar voren: Junker, Schulz, Verhofstadt, Keller/Bové. De grootste partij mag de commissievoorzitter leveren. De democratische strijdt gaat nu tussen Junker (centrum-rechts) en Schulz (centrum-links).

Als je dit in de gemeente doet dan vervalt de functie van burgemeester en komen de belangrijkste functies en zeker de functie van vertegenwoordiger van de stad bij een soort eerste wethouder. Een primus inter pares. Van mij mag je die functie burgemeester noemen, maar het is een veel politiekere rol met een veel democratischer mandaat: een lokale premier.

Natuurlijk vereist dit wel wat wijziging van wetgeving maar veel hoeft er niet te gebeuren. Het is onhandig als de lokale premier ook functioneert als onafhankelijk voorzitter van de gemeenteraad, want die moet hem juist controleren. De termijn voor lokale premiers zou gelijk moeten lopen met de gemeenteraad. Het zou mooi zijn als de gemeenteraad de ‘burgemeester’ benoemt, maar de kroonbenoeming is toch eigenlijk al een formaliteit.

Het belangrijkste is dat politieke partijen, zeker in plaatsen waar ze kans maken om de grootste te worden, veel serieuzer na denken over wie de lijst trekt. De PvdA in Amsterdam doet dit eigenlijk al door Asscher en nu Hilhorst naar voren te schuiven als ‘de’ man die het moet gaan doen. Maar ook GroenLinks zou, zeker als het electorale tij er beter voor staat, kans kunnen maken om de grootste te worden in steden als Utrecht en Nijmegen. Dat betekent dat politieke zwaargewichten zich daar zouden moeten melden.

  1. 1

    Politici zijn geen bestuurders en het dus dus een onzalig idee om de laatste professionele bestuurders van NL te vervangen door politici. Dan gaan we helemaal naar de kloten. Juist de rust van het niet gekozen hoeven worden is van belang.

  2. 2

    @1: Professionele bestuurders? Sorry, maar hier moet ik toch werkelijk heel erg hard om lachen.

    Het burgemeesterschap is ofwel een pensioenvoorziening voor uitgerangeerde partijtijgers (Van der Knaap in Ede), of een opstapje naar grotere dingen voor aanstormende welpen (Gerritsen in de Bilt).

    Dus kom alsjeblieft niet met de term professioneel voor dit soort bestuurders.

  3. 3

    Ik vind het zo’n ontzettend non-onderwerp. Wat verandert er nou werkelijk? Welke concrete verbeteringen zou je verwachten van een gekozen burgemeester? Waarom wordt dit onderwerp steeds weer opgerakeld om er dezelfde volstrekt oninteressante stukjes over te schrijven terwijl er zoveel is waar veranderingen wel van invloed zijn?

  4. 4

    Ben het met beide meningen wel eens.

    1 een burger die zijn raad actief controleert kan zorgen voor een andere burgemeester.
    2 Een politicus/bestuurder uit het dagelijks bestuur die niet te veel in de electorale wind loopt kan ook voor meer continuïteit zorgen.

    Wellicht is het iets om het college (incl Burgemeester) los van de raad iedere 4/6 jaar te kiezen?

    Dus met 2 stemmen? Of krijg je dan geen goede kandidaten omdat die niet publiekelijk verkozen willen/kunnen worden??

  5. 5

    helder stuk, maar toch, wat eerdere reacties al vermelden: gaat er echt iets verbeteren als we het onderwerp burgemeester anders aanpakken? In De VS wordt van alles en ieder gekozen van president tot aan lokale sheriff, van rechter tot gouverneur (waarom wel deze discussie iedere keer over de burgemeester maar niet over de commissaris van de koningin?) maar of het daar nu perse democratischer is? Krijg steeds meer het idee hoe meer er gekozen gaat worden, des te meer campagnes/beeldvorming/media/imago een rol gaat spelen en dus uiteindelijk geld en kapitaal bepalen wie er aan de macht komt.

  6. 6

    Ik heb het artikel niet gelezen, maar kan wel stellen dat ik een – zelfs voor politici – onevenredig grote hekel heb gehad aan vrijwel al “mijn” burgemeesters sinds wijlen Ien Dales. Het gros van de burgemeesters die hier zetel hebben genomen zou er via democratische weg never nooit niet gekomen zijn.

  7. 7

    @5 Slaat de spijker op z’n kop. We hebben een niet gekozen koning op landelijk niveau. Op provincie niveau is dat de commissaris van de koning(in? ze zijn nog allemaal door Beatrix benoemd) en op gemeentelijk niveau de burgemeester.

    Daar kun je het mee eens zijn of niet, maar het is in ieder geval wel consequent. Waarom zou je dat op een niveau veranderen?

  8. 8

    Het is een veel beter idee om de economie eens te gaan democratiseren, anders wordt de dominantie van de economische leiders over de politieke leiders alleen maar groter. Zoals #5 al terecht vast stelt, wordt meer en meer bepaald wie onze politieke leiders zijn door de financiële steun, die zij van onze economische leiders krijgen.

  9. 9

    Het ligt niet aan ‘het kapitaal’ of erger nog aan ‘ het systeem’ maar aan de kiezer natuurlijk. Die wil zich niet verdiepen, gaat niet stemmen, is niet positief kritisch, is niet geïnteresseerd. Iedereen is altijd fout en men kijkt niet naar de minst foute….

    Die burgemeester is gewoon indirect gekozen dus als men goede raadsleden kiest krijgt men automatisch een goede burgemeester.

    Wat is eigenlijk een goede burgemeester? wanneer is die nou goed bezig? Is dat voorspelbaar en transparant bestuur? toekomstgericht? iedereen tevreden houden? Of gewoon een goede voorzitter van college en raad?

  10. 10

    ”Het ligt niet aan ‘het kapitaal’ of erger nog aan ‘ het systeem’ maar aan de kiezer natuurlijk.”

    Wanneer iemand (laten we zeggen) ‘makkelijk beïnvloedbaar’ is, geeft dat je nog geen vrijbrief om misbruik van hem te maken. Voor de kiezer geldt hetzelfde – a fortiori zelfs, want zijn beïnvloedbaarheid wordt gecultiveerd dóór (daar heb je hem weer) ‘het systeem’ dat er misbruik van maakt.

    Democratie is te definiëren (indeed, is wel eens gedefinieerd) als een systeem waarin iedereen de vrijheid heeft elkaar te overtuigen. Echter, als de middelen om mensen (op grote schaal) te overtuigen in handen van een klein en weinig divers groepje is, dan is die ‘vrijheid’ uiteindelijk maar een wassen neus.

    Geef mijn portie extra democratie dus inderdaad maar aan Fikkie.