Wat de VVD niet wil liberaliseren aan de woningmarkt

Foto: cquarles (cc)
Dossier:

ANALYSE - Een radicaal idee voor liberalisering kan de woningmarkt op het goede spoor zetten. Al zit de VVD daar niet op te wachten. Niet omdat ze tegen liberaliseren is, maar omdat het ingaat tegen de belangen van haar kiezers. En de VVD is geen ideeënpartij, maar een belangenpartij. Dat wordt in de wooncrisis weer goed zichtbaar.

Over de wooncrisis schreef ik eerder twee stukken, met zowel de VVD als de markt in prominente rollen. Over hoe Stef Blok er door het inviteren van grote beleggers voor zorgde dat mensen hun vrijheid op de woningmarkt verloren. En over hoe de toestroom van geld het wonen voor velen onbetaalbaar maakt. Hier wil ik een vorm van liberaliseren bespreken, die liberalen zal aanspreken, maar VVD-ers niet. Maar eerst iets meer achtergrond over de woningmarkt.

De woningmarkt kent geen marktwerking

Er is een misverstand dat een goed gesprek over de woningmarkt vaak in de weg zit. Het misverstand dat de woningmarkt een gewone markt is. Aan de oppervlakte lijkt dat het geval. Er is vraag naar woningen. Er is aanbod. Er vinden transacties plaats. Maar er bestaat op de woningmarkt niet zoiets als marktwerking.

In een markt met marktwerking zijn prijzen signalen die sturend werken voor andere ondernemers. Bij te weinig aanbod stijgt de prijs. Dat brengt producenten ertoe de productie op te voeren, of lokt nieuwe aanbieders. Dat leidt tot een stijgend aanbod en een nieuw evenwicht tussen vraag en aanbod. Dat mechanisme – prijsveranderingen die als prikkels door het economisch zenuwstelsel bewegen en informatie overbrengen die marktpartijen aanzet tot handelen – dat is wat een markt laat werken. Dat mechanisme bestaat niet in het belangrijkste deel van de woningmarkt.

Om dat te zien moeten we een onderscheid maken tussen de twee markten waar de woningmarkt uit bestaat, de grondmarkt en de bouwmarkt. Die bouwmarkt is een vrije markt, met veel grote en kleine aannemers en producenten. Prijzen zijn daar op dit moment hoog, door veel vraag en dure bouwmaterialen. Maar door de prikkels die daarvan uit gaan zal de markt dat zelf corrigeren.

De grondmarkt is geen markt

Het gebrek aan marktwerking in de woningmarkt komt door de grondmarkt. Grond genoeg, maar voor woningbouw heb je grond nodig met een woonbestemming. Die is schaars en dat stuwt de prijs omhoog. Maar geen marktpartij kan die prikkel beantwoorden. Want het is niet aan marktpartijen om grond een bestemming te geven. Dat doet de politiek. Dus die prikkel loopt dood. Niets marktwerking.

De bestemming van grond wordt, meestal op gemeentelijk niveau, door de politiek bepaald. Hoeveel grond met een woonbestemming er beschikbaar komt is dus het resultaat van politieke besluitvorming in onze ca. 350 gemeenten. Dat bepaalt het aanbod en dus de huidige schaarste. En het is aan diezelfde politiek om die schaarste op te lossen.

De vele rollen van de politiek

Zoals andere markten functioneert ook de grondmarkt binnen een algemeen wettelijk kader. Maar anders dan bij andere wetten volgt uit de wet op de ruimtelijke ordening dat lokale overheden hele specifieke uitspraken moeten doen over de basisgrondstof voor de woningmarkt, namelijk de grond. Van elke vierkante meter grond leggen overheden in het bestemmingsplan de bestemming vast. Zo bepalen ze op detailniveau wat er op de grond- en woningmarkt gebeurt.

En ze spelen nog meer actieve rollen op de woningmarkt. Overheden hebben veel grond in eigendom, hebben dus belang bij de waarde van grond. En bij schaarste want dan stijgt die waarde. Ze hebben ook ideeën over wat er met die grond moet gebeuren. Niet alleen met de eigen grond, maar met alle grond. Ze initiëren ook ontwikkelingen. En anders dan andere grondeigenaren kunnen ze zelf bijvoorbeeld een weg, park, of vaart aanleggen.

Grondbezitter zijn monopolisten

Ook de private kant van de grondmarkt is ongewoon. Dat heeft te maken met een andere eigenschap van grond. De grondmarkt is één van de weinige markten waar elke eigenaar een soort monopolist is. Want geen twee stukken grond zijn hetzelfde, elk stuk is uniek. Je koopt tenslotte een locatie (en geen grond).

Grondspeculanten en projectontwikkelaars weten dat monopolie te gelde te maken. Ze kopen op strategische plekken goedkope, vaak agrarische grond op. Die verkopen of ontwikkelen ze op het moment dat de bestemming naar wonen verandert. Zo’n bestemmingswijziging betekent een verveelvoudiging van de prijs.

Denk bij strategische gelegen aan grond waar een stad logischerwijs een volgende nieuwbouwwijk zou bouwen. Dan kan een gemeente niet om ze heen. Zoals de polder Rijnenburg bij Utrecht en de Gnephoek bij Alphen aan de Rijn. Beide reeds door grondspeculanten opgekocht. Grote kans dat daar straks duizenden mensen dikke hypotheken moeten afsluiten, om de grond onder hun nieuwe woning te kunnen betalen.

Het bevoorrechten van mensen met bezit

Er wordt beweerd dat de woningmarkt de laatste decennia geliberaliseerd is. Ogenschijnlijk klopt dat. Stef Blok vergrootte de vrijheid van buitenlandse beleggers om woningen op te kopen, die ze nu voor veel geld verhuren. Banken verdienen goed aan de in de afgelopen decennia toegenomen vrijheid om hoge hypotheken af te sluiten. Er is meer vrijheid om met tweede woningen te verdienen aan andermans eerste levensbehoefte. Kortom, de vrijheid om te verdienen aan woningen waar andere mensen in wonen is vergroot.

Maar is het vrijheid als je vermogen moet hebben om er gebruik van te kunnen maken? Of heet dat privilege, of voorrecht? Het grondwettelijk woonrecht lijkt naar de achtergrond te zijn verdwenen door het voorrecht van vermogenden om te profiteren van de woningschaarste. Met liberalisme heeft dat weinig te maken.

Maar er is een vorm van liberalisering denkbaar die de niet vermogende groepen meer vrijheid geeft.

De liberalisering van de grondbestemming

Voor elke vierkante meter grond met een woonbestemming heeft Nederland ongeveer tien vierkante meter grond met een agrarische bestemming. Wordt die grond met een zelfde dichtheid bebouwd als de grond waar nu 7,9 miljoen woningen staan, dat kunnen we daar 79 miljoen woningen kwijt. Dat zou het woningtekort wel oplossen. Dat kan nu niet, omdat politiek is afgesproken dat waar nu een koe graast geen woning mag worden gebouwd.

Maar stel we liberaliseren het bestemmen van grond. We laten het onderscheid tussen grond met een woonbestemming en grond met een agrarische bestemming los. Dan kan in ieder weiland een huis gebouwd worden. Wat gebeurt er dan?

Het effect zou desastreus zijn. De huizenprijzen zouden instorten. Dat zit zo. De prijs van de woning is de optelsom van de prijs van de grond en de prijs van het gebouw. De immense prijsstijgingen sinds de jaren tachtig, komen voornamelijk door de waardestijging van schaarse woningbouwgrond. Die is tientallen keren zo duur als de agrarische grond. Als dan opeens elk weiland ook voor woningbouw mag worden gebruikt, dan verdwijnt in één klap die schaarste. De grondwaarde keldert en daarmee de woningwaarde.

Zo’n volledige liberalisering van het bestemmen van grond is dus niet zo’n goed idee, althans voor de woningbezitter. Maar dat ligt anders voor mensen zonder bezit – huurders en woningzoekenden die noodgedwongen bij hun ouders wonen. Want een lagere grondprijs brengt een koopwoning weer binnen bereik, of grond om er zelf één te bouwen. En zakt de woningwaarde dan zakt ook de huurpijs.

De politieke bepaling van de grondprijs

De systematiek van bestemmingsplannen creëert dus schaarste. Laat de overheid dat los, dan verdwijnt de schaarste en zakt de prijs in elkaar. Dat heet geen marktwerking, maar politieke besluitvorming. Grond heeft geen marktprijs, maar een politieke prijs.

Het niet liberaliseren van de grondbestemming is een politieke keuze die begrijpelijk is voor zover ze de huizenbezitter tegen verlies beschermt. Maar het vasthouden aan schaarste waardoor prijzen stijgen is ook een politieke keuze. En welke minister legt eens uit waarom Den Haag de huizenbezitter blijft bevoordelen, door de woningprijzen zo uit de hand te laten lopen?

Het is in ieder geval duidelijk wie er belang bij hebben. Woningbezitters, banken, beleggers, projectontwikkelaars, grondspeculanten. Gelijkenis met de achterban van de VVD berust niet op toeval.

Los schaarste woningbouwgrond op

Het volledig vrijgeven van de bestemmingen van grond is geen goed idee. Maar dat betekent niet dat de schaarste van woningbouwgrond in stand moeten blijven.

Jesse Frederik betoogde in een stuk over de woningmarkt dat we zoveel moeten bouwen dat het aanbod de vraag overtreft en de prijs wel moet zakken. Dat is een goede strategie, maar voor het verkeerde onderdeel van de woning. De bouwcapaciteit kan helemaal niet zo snel worden opgevoerd. Dus met alleen bouwen blijf je achter de feiten aanlopen en duurt de schaarste van woningbouwgrond voort. Het is dus die schaarste aan grond die je moet aanpakken – de lucht in de woningprijzen zit in de grond.

Een minister van VRO kan die schaarste oplossen door te zorgen voor veel meer grond met een woonbestemming. Als hij, bijvoorbeeld, bovenop de plancapaciteit van 1,2 miljoen woningen 0,5% van het agrarische land een woonbestemming geeft, dan biedt dat ruimte aan zo’n 400.000 woningen extra. Dat kan hij samen met provincies en gemeenten doen. Hij kan het indien nodig ook opleggen. Want met een inpassingsplan kan het ministerie een gemeentelijk bestemmingsplan aan de kant zetten. Dus gaat hij voortvarend te werk, dan zorgt hij voor een grote toename van woningbouwgrond en dan verdwijnt die schaarste als sneeuw voor de zon.

Gemeenten en grondspeculanten

Daarbij is het goed om oog te hebben voor die verschillende rollen van gemeenten. Ze verdienen aan de waardestijging van grond in hun bezit. Valt de schaarste weg en dalen de grondprijzen, dan betekent dat iets voor gemeentelijke begrotingen. Maar zolang ze dat op één of andere manier kunnen compenseren, zullen ze graag willen bijdragen aan een gezondere woningmarkt. Ze zien dat maatschappelijk belang.

Verder moet voorkomen worden dat extra woningbouwgrond in handen komt van speculanten, die dan hun monopoliepositie tegenover gemeenten kunnen uitspelen. Een strategie gebaseerd op het toevoegen van veel, maar wel kleinschalige stukken woningbouwgrond ligt dan voor de hand. Wellicht gekoppeld aan verplichtingen voor zelfbewoning.

VVD belangen zitten in de weg

Kortom, een minister die de regie wil nemen om de wooncrisis op te lossen kan gelijk aan de slag.

Prijzen gaan door het dak, omdat de overheid schaarste veroorzaakt. Dus maak prijsstabilisatie hoofddoel van het beleid. Zorg vervolgens voor een snelle toename van woningbouwgrond, zodat er binnen korte tijd een klein overschot ontstaat. Dat dempt de prijzen. Zo neem je het door de politiek veroorzaakte probleem serieus. En een markt waarin prijzen niet altijd maar stijgen verandert het hele speelveld, ten gunste van bewoners en ten koste van beleggers en speculanten.

De vraag is wel hoe je dit buiten het zicht van de VVD doet. Want de VVD vereenzelvigt zich zozeer met de belangen van huizenbezitters, particuliere en institutionele beleggers dat ze ondertussen onderdeel van het probleem is. De VVD is een partij geworden die je moet uitleggen dat liberaliseren niet hetzelfde is als je eigen achterban de vrijheid geven om zoveel mogelijk te profiteren.

Dus kijkt de VVD even de andere kant op, dan is dat het moment om de grondmarkt zodanig te liberaliseren dat de schaarste verdwijnt. Dat dient de belangen van al die mensen die nu buiten de boot vallen. Dat betekent uiteindelijk een woningmarkt met meer keuze en dus meer vrijheid. Vrijheid voor iedereen.

Lees verder:
Hoe Stef Blok de woningmarkt tegen het individu uitspeelde
De twee oorzaken van de wooncrisis en over opsluiting in de vrije huurmarkt

+12

Reacties (15)

#1 Jos van Dijk

Het belang van de natuur, en indirect dus van de mens, kan dat niet geschaad worden door de liberalisering die je voorstelt?

  • Volgende discussie
#1.1 beugwant - Reactie op #1

Net als bij zorg en onderwijs zijn waardes die je niet in geld kunt uitdrukken weerloos tegen hen die alleen in geld kunnen denken.

  • Volgende reactie op #1
#1.2 basszje - Reactie op #1

Wat je krijgt is verrommeling, lintbebouwing en dergelijke. Je kan bij onze buren goed zien wat het effect zou zijn van een lossere houding wat dat betreft.

Je zou een wet kunnen maken dat bij bestemmingsplanwijzigingen het verplicht is om de grond tegen de huidige agrarische prijs ( plus kleine marge wellicht ) te verkopen aan de gemeente. Dan heeft speculatie ook niet veel zin meer.

  • Volgende reactie op #1
  • Vorige reactie op #1
#1.3 Ad van der Stok - Reactie op #1.2

Overheden bepalen nog steeds waar de extra woningbouwgrond komt.

Maar los daarvan, lintbebouwing hoeft niet onooglijk te zijn. En je hoeft het natuurlijk niet zo ver door te voeren als onze zuiderburen. Daarbij komt dat er genoeg dorpen en steden zijn waar hele wijken als een grote puist aan de oude bebouwing hangen, terwijl dat dan wel door een stedenbouwkundige is ontworpen. Ook niet fraai dus.

#1.4 Ad van der Stok - Reactie op #1

Begrijpelijke zorg, maar ik denk dat die zorg niet nodig is. Allereerst omdat veel grond met een agrarische bestemming ook niet al te best is voor de natuur – overbemesting, verdelgingsmiddelen, focus op monoculturen. Dus daar verlies je niet zoveel aan als je dat omzet naar een woonbestemming.

Verder stel ik dus niet voor het volledig los te laten, maar een extra hoeveelheid grond te herbestemmen. Dat herbestemmen ligt echter nog steeds in handen van overheden. Dus het blijft aan hen om te overwegen welke grond wel en welke niet voor wonen bestemd moet worden.

Tot slot, uiteindelijk is het natuurlijk de aanhoudende groei van de bevolking in ons dicht bevolkte land die de natuur onder druk zet. Daar verander je niet zoveel aan. Behalve dat gemeenten er zelf voor moeten zorgen dat er zoveel mogelijk binnen de huidige steden wordt gebouwd, maar daar zit een grens aan.

  • Vorige reactie op #1
#1.5 cerridwen - Reactie op #1.4

Je onderschat het risico op verrommeling denk ik. Het is veel goedkoper om nieuwe woningen ergens in een weiland te bouwen, dan om niet gebruikte hoekjes in steden te bebouwen of bedrijventerreinen te herbestemmen. Urban sprawl ligt op de loer (die is al niet gering in Nederland, kijk topotijdreis er maar op na). Door de lagere grondprijs zijn de moeilijkere plekken immers niet meer rendabel.

  • Volgende reactie op #1.4
#1.6 beugwant - Reactie op #1.4

Tot slot, uiteindelijk is het natuurlijk de aanhoudende groei van de bevolking in ons dicht bevolkte land die de natuur onder druk zet. Daar verander je niet zoveel aan.

Men hoeft heus niet naar gruwelijke middelen als een oorlog te grijpen, maar een beetje sturing zoals geen kinderbijslag vanaf het derde kind, en zorg en onderwijsbanen beter belonen zodat menigeen zijn bullshitjob ervoor inruilt en je daar geen buitenlandse krachten voor hoeft in te vliegen, kan al aardig helpen.
Het zal er dan wel toe leiden dat er een hele generatie -mijn generatie- het op zijn oude dag met nog minder zorg toe moet, maar we waren toch al generatie X…

  • Vorige reactie op #1.4
#2 beugwant

Wellicht gekoppeld aan verplichtingen voor zelfbewoning.

Dat sowieso.
Een fiscale tegemoetkoming voor een eerste en zelfbewoonde woning zou ook al helpen. Dat er idioten zijn die hun vrouw, hun dochter en hun auto verpachten voor een hypotheek, doet mijn woz-waarde en daarmee mijn fiscale lasten enorm stijgen terwijl ik mijn huis en mijn plotje grond niet heb om inkomen uit te trekken, maar als woon- en leefgereedschap gebruik. En ik heb er ook niets aan als ik het duur zou kunnen verkopen, want de volgende woning is net zo onbetaalbaar.

Waar gemeenten zich ook erg bewust van zijn, is de eindigheid van hun grond. Die houdt op bij de gemeentegrenzen, meer hebben ze niet en zullen ze ook nooit krijgen. En zeker nu op andere gebieden allerlei rijkstaken zonder extra zak geld bij de gemeenten over de schutting zijn gekieperd, zullen de gemeentes extra zuinig op hun grond moeten zijn, ze hebben geen keus dan het absolute maximum eruit te trekken.
Een mogelijkheid zou wel zijn om speculatiegrond en -panden botweg te kunnen vorderen. Probleem is dan weer wel dat die speculanten makkelijker een planschade-advocaat kunnen nemen dan een boertje wiens achtertuin voor een nieuwe weg wordt ‘afgepakt’.

En al er ergens gebouwd wordt, is dat dan ook voor de groep waar de nood het hoogst is? Projectontwikkelaars vissen graag in het segment dat zo even een miljoen op tafel legt, maar die groep heeft altijd al een riante keuze gehad. (En wie een rijtjeshuis met een villa in een parkachtige tuin vergelijkt, zal ontdekken dat men in dat laatste geval doorgaans veel meer woongenot per euro heeft, ook al zoiets kroms.)

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#2.1 Ad van der Stok - Reactie op #2

zeker nu op andere gebieden allerlei rijkstaken zonder extra zak geld bij de gemeenten over de schutting zijn gekieperd, zullen de gemeentes extra zuinig op hun grond moeten zijn, ze hebben geen keus dan het absolute maximum eruit te trekken

Eens, vandaar mijn suggestie ze op één of andere manier te compenseren. Waarom zouden gemeentebegrotingen gedicht moeten worden met de hypotheken van enkele nieuwe inwoners? Biedt gemeenten meer mogelijkheden om generieke belasting te heffen of keer ze meer Haags geld uit, zodat ze die grondinkomsten kunnen missen.

#3 Cerridwen

Grond is schaars in Nederland; er zijn ook andere zaken die van waarde zijn dan huizen, zoals natuur en landschap. zijn de woonproblemen zodanig ernstig dat we daar de totale verrommeling van onze ruimtelijke ordening voor over hebben? Lijkt me niet.

In het hele debat over wonen wordt één optie ondergewaardeerd: gewoon doorrommelen. Dus gecontroleerd huizen bijbouwen (maar nooit genoeg om de prijs substantieel te laten dalen), en maatregelen om speculatie en prijsopdrijving tegen te gaan (helpt heus wel iets), zorgen voor voldoende huizen met lage huur. Het nadeel is dat er voor verschillende groepen problemen met wonen blijven bestaan, het voordeel is dat er ook nog ruimte overblijft voor andere problemen en we al te grote schokken aan het systeem die veel grotere groepen mensen raken voorkomen. Dit zorgt er ook voor dat als de omstandigheden drastisch veranderen (sterke stijging van de rente bijvoorbeeld, niet ondenkbaar) dat je dan niet ineens met veel te veel huizen zit die je allemaal weer zou moeten afbreken.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#3.1 beugwant - Reactie op #3

Waarom zou je het niet met een schok in de (voor de kleine particuliere eerstehuiskoper) goede richting kunnen bewegen? Toen die IceSavers begonnen te jammeren omdat ze geen bankgarantie hadden, stond er ook ineens een pot centen klaar. Die moet er wel zijn, maar dan koopt vadertje staat maar een Rembrandt minder.

Beleggen doe je met geld dat je over hebt, dus beleggers moeten wel een stootje kunnen hebben. Subiet de Verhuurdersheffing en HRA afschaffen* zou al een begin zijn, zeker nu nu de rente even niets voorstelt. De HRA maakt huizen duurder dan wat er aan rente afgetrokken kan worden, zo is mijn indruk. Pak dan meteen even die zwik aan expatgepamper aan.

*Ja, dat zal mij ook wat gaan kosten, maar vergeleken met de huurders die ik ken, woon ik nog steeds voor een schijntje.

  • Volgende reactie op #3
#3.2 cerridwen - Reactie op #3.1

Verhuurdersheffing afschaffen en sleutelen aan de HRA valt wat mij betreft onder doorrommelen: scheelt wel, maar zal de problemen niet ineens doen verdwijnen.
Subiet afschaffen van de HRA lijkt me onverstandig; een meerderheid van de Nederlanders woont in een koophuis waarbij niet iedereen dat zomaar zal kunnen opvangen; zo’n schok wil je de economie niet aandoen. Op die manier ben je alleen maar problemen aan het verplaatsen in plaats van oplossen.

Iets wat onderbelicht is in de wooncrisis denk ik is de mate waarin de huidige prijsstijgingen gedreven worden door economische groei en toenemende welvaart. Het gaat mensen over het algemeen goed, de werkloosheid is laag, mensen maken carrière en verdienen meer. Mensen willen dat investeren in een beter huis, dat drijft de prijzen op. Sommige mensen vallen daarbij buiten de boot, maar voor een groot aantal mensen is het ook een luxe-probleem.

#3.3 Ad van der Stok - Reactie op #3

Op het moment dat je meer grond voor wonen bestemd dan je nodig hebt zakt de prijs van grond, zonder dat daar al huizen gebouwd zijn. Dus die huizen komen er alleen maar als de vraag groot genoeg is, maar dat grondoverschot drukt wel de grond- en dus de huizenprijs. In mijn voorstel zijn het nog steeds overheden die die wijzigingen doorvoeren, dus zal dat niet meer dan nu verrommelen.

Doorrommelen is aantrekkelijk voor mensen met een huis of met geld. Zeer onaantrekkelijk voor mensen die nu voor veel teveel geld huren, of noodgedwongen bij hun ouders wonen.

  • Vorige reactie op #3
#4 Hans Custers

Als ik het goed begrijp stel je eigenlijk een voor dat er een opvolging moet komen van Vinex.

Ik denk wel dat je nog steeds bestemmingsplannen nodig hebt als je een heleboel woningen gaat bouwen. Want dan heb je ook infrastructuur nodig: wegen, riolen, openbaar vervoer, enzovoort. En supermarkten, parkjes waar mensen hun hond uit kunnen laten, kinderspeelplaatsen, enzovoort. Zomaar in het wilde weg huizen plempen gaat niet werken.

Maar een groot plan op landelijk niveau, waar het Rijk het initiatief neemt kan wel natuurlijk. Dat is eerder gebeurd. Al kost het opstellen en uitvoeren van zo’n plan wel een hele hoop tijd. De vraag is ook hoeveel deskundigheid hierover er nog zit bij de Rijksoverheid. Veel minder dan in de tijd van Vinex, ben ik bang.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#5 Frank789

Het is een mooi verhaal maar het verklaart niet waarom wereldwijd de huizenprijzen sterk stijgen, ook in landen met voldoende ruimte, ook in landen met veel minder regeltjes of bestemmingsplannen, ook in landen waar de bevolking niet groeit, zoals ik al te berde bracht in https://sargasso.nl/sargasso-cafe/#comment-1075210

En nog steeds vraag ik me af wat de invloed is van
– meer thuiswerken
– groter willen wonen
– langer alleen wonen
– minder snel naar een verzorgingstehuis
– nauwelijks kleine woningen met grote woonkamer en tuin voor alleenstaanden en bejaarden
– meer echtscheidingen*
– de vergaande concentratie van het bedrijfsleven in de randstad
– de steeds populairder wordende stad om in te wonen

Overigens wilde Den Uyl in 1977 al dat de boeren/speculanten wiens weiland een woonbestemming kreeg, kregen uitbetaald als weiland en niet als bouwgrond. Daarop lieten de boeren (KVP, CHU, ARP) het kabinet vallen.
https://www.parlement.com/id/vh8lnhrouwxb/kabinetscrisis_1977_grondpolitiek

* Voor mensen die in scheiding liggen is het vrijwel onmogelijk een woning te huren. De meeste gemeenten zetten je onderaan de urgentielijst, een 26 jarige die nog een dak van zijn ouders boven zijn hoofd heeft krijgt voorrang boven een gescheidene.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie