Wanneer een man wordt gevraagd waarom hij feminist is, volgt vaak een omweg. Er verschijnt een dochter in het verhaal. Soms een partner. Af en toe een moeder. De motivatie ligt dan ergens buiten hemzelf. Feminisme krijgt voor hem zo de vorm van een vorm van liefdadigheid. Iets wat je doet voor vrouwen, uit sympathie of zorg.
Dat antwoord vraagt weinig zelfonderzoek. Het patriarchaat blijft daarmee een systeem dat vooral vrouwen raakt, terwijl mannen er hoogstens als bondgenoot naast staan. En dat laatste moet ook gebeuren, maar voor mij werkt het toch anders. Ik ben feminist omdat ook mijn eigen leven in een patriarchale samenleving wringt.
De rol die nooit past
Het patriarchaat verkoopt een vrij smal model van mannelijkheid. De alfa. De leider. De rationele beslisser. De kostwinner die alles onder controle houdt. Emoties blijven onder de motorkap. Twijfel geldt als zwakte. Zorg en afhankelijkheid krijgen een bijrol.
In de praktijk blijkt dit een model waar bijna geen man werkelijk in past. Slechts een klein deel van de mannen kan leven als die imaginaire alfa. De rest vormt de grote stille meerderheid die voortdurend langs een meetlat wordt gelegd waar ze per definitie niet aan voldoen.
Die druk blijft vaak onzichtbaar omdat mannen geleerd krijgen die spanning naar binnen te trekken. Wie moeite heeft met die rol, concludeert al snel dat er iets mis is met hemzelf.
De fictie van de winnaar
De manosphere heeft dit mechanisme recent tot ideologie verheven. Influencers schetsen een wereld waarin mannen verdeeld zijn in winnaars en verliezers. Een kleine elite aan de top. Daaronder een massa mannen die alleen respect verdient wanneer zij harder, dominanter en competitiever wordt.
Het merkwaardige aan die visie is dat vrijwel iedereen daarin tot verliezer wordt verklaard. Zelfs succesvolle mannen blijven gevangen in een permanente competitie. Altijd een ranglijst, altijd iemand die rijker, sterker of invloedrijker is.
Deze ideologie belooft dus macht aan mannen, die ze van nature zou toebehoren, terwijl in werkelijkheid een piramide wordt gebouwd waar de meeste mannen onderin staan.
Feminisme als uitweg
Feminisme biedt een andere analyse. Het stelt dat genderrollen geen natuurwet vormen, maar sociale constructies die mensen in vaste posities duwen. Die kritiek opent ruimte.
Voor vrouwen betekent dat ruimte om zich los te maken van rollen die afhankelijkheid of kwetsbaarheid afdwingen.
Voor mannen betekent het iets vergelijkbaars. De mogelijkheid om mens te zijn zonder voortdurend een karikatuur van kracht en dominantie te moeten spelen.
Dat maakt feminisme voor mij geen altruïstisch project. Het gaat ook over mijn eigen vrijheid. Over het loslaten van een model van mannelijkheid dat voor de meeste mannen even verstikkend werkt als voor vrouwen.
Het ongemak van herkenning
Misschien verklaart dat waarom zoveel mannen hun feminisme formuleren via hun dochters, zussen en moeders. Zodra het gesprek over henzelf gaat, verschijnt een ongemakkelijk inzicht. Het patriarchaat dat hen zogenaamd bevoordeelt, blijkt een systeem dat hun leven evenzeer in een mal probeert te persen.
Feminisme begint dus met een simpele constatering: het patriarchaat maakt verliezers van bijna iedereen. Alleen een kleine minderheid mag zich – voor even – winnaar wanen.
De rest van ons heeft er alle reden toe om het systeem ter discussie te stellen.