COLUMN - ‘Ik neem mijn verantwoordelijkheid,’ zei de man die dat niet deed. Hij hield zijn kompaan die alweer betrapt was op kraakhelder antisemitisme en verheerlijking van de nazi’s, elegant de hand boven het hoofd, en speelde daarna dat hij dan liever zelf een stapje terug deed.

‘Ik gruwel van fascisme,’ zei de man die vaker dan elke andere Nederlandse politicus extreemrechtse bijeenkomsten en dito denkers bezoekt. Voorts beriep hij zich op zijn familiegeschiedenis om te bewijzen dat hijzelf zuiver op de graat moest zijn. Dat volgens dezelfde redenering zijn nummer twee op de lijst tot dubbele NSB’er moet worden verklaard, ontging hem.

‘Ik moet niets hebben van trial by media,’ sprak de man die in het organiseren daarvan excelleert. Zo riep hij eerder zijn volgelingen op om ‘linkse leraren’ bij een door zijn partij opgericht meldpunt aan te geven, waarna op sommige mensen een ware heksenjacht ontstond.

‘Je moet zulke dingen eerst grondig onderzoeken,’ sprak de man die met zwier valse verhalen verspreidt via zijn eigen journaal en Twitter-feed, en die recent leden die de klok hadden geluid over geflirt met nazi’s binnen de jongerenafdeling van zijn partij liet beoordelen door precies de mensen over wie zij de klok hadden geluid. Vervolgens werden de klokkenluiders geroyeerd.

‘Ik treed terug,’ zei de man die dat niet deed. Hij blijft aan als Kamerlid en als partijvoorzitter, en stelde zich per ommegaande bovendien beschikbaar als lijstduwer, wetend dat hij dan gewoon met voorkeursstemmen in de Kamer wordt herkozen. In dezelfde Kamer waar hij overigens zelden debatten bijwoont, soms zelfs niet eens wanneer hij ze zelf heeft aangevraagd. Hij gebruikt de Kamer liever als toneel voor zijn oraties dan – o ironie – als een forum voor democratisch debat.

‘Dit is de schuld van de media,’ zei de man die al jarenlang in de media op extreemrechtse hondenfluitjes blaast, en die elke vraag over de herkomst van zijn ideeën, of die van zijn aanhang, beantwoordt met een deuntje over Minerva, uilen, de Renaissance of de verlichte geesten der boreale cultuur.

Ondertussen is hij er met zijn statement maar mooi in geslaagd het debat naar zijn hand te zetten – niemand had het nog over het fascisme, de homofobie, het racisme of ander extreemrechtse gedachtengoed van grote delen van zijn partij. Alle schijnwerpers waren weer op Baudet gericht, precies zoals hij het graag zag. De NOS laste zelfs een extra journaal in om de natie kond te doen van zijn ‘vertrek’.

Zou hij gaan, zou hij blijven? Had hij een snood plan? Was dit wellicht een coup in dandy-vermomming? Was er eigenlijk wel iemand voorhanden in de partij die hem kon opvolgen? Verbleekte niet iedereen in vergelijking tot hem?

Wat Baudet zei, is dit: de partij, dat ben ik. Zelfs als ik de lijst niet trek maar ’m duw, versla ik iedereen. Jullie zijn van mij. Jullie eten uit mijn hand. Jullie hangen aan mijn lippen. Allemaal.


Deze column van Karin Spank verscheen eerder in Het Parool
.

Reacties (1)

#1 McLovin

Het blijft een Alan Bstard…..