Viervoeters cruciaal in drugsoorlog Mexico

Eén van de 46 snuffelhonden van Mexico (Foto: Jan-Albert Hootsen)

Het zijn er slechts 46 in het hele land. Toch zijn de snuffelhonden van het Mexicaanse Federaal Onderzoeksbureau van onschatbare waarde in de strijd tegen de drugsbendes. Zij vinden de tonnen gesmokkelde drugs, wapens en massagraven met tientallen lijken.

De labrador Johnny heeft er duidelijk zin in. Als zijn instructeur ‘zoek!’ roept, rent hij op volle snelheid naar het witte bestelbusje en besnuffelt het van boven tot onder. Binnen een minuut heeft hij beet: een zakje buskruit. Zijn baas is tevreden. Als dit een auto vol gesmokkelde wapens in Ciudad Juárez of Tijuana was geweest, was dat Johnny niet ontgaan.

De oefening vindt plaats in het complex van de Mexicaanse Agencia Federal de Investigación (AFI), het Mexicaanse equivalent van de Nationale Recherche, in het noorden van Mexico-Stad. Het bureau is gespecialiseerd in misdaden op federaal niveau en werkt met 46 snuffelhonden.

Mexico voert sinds 2006 een bloedige strijd tegen de georganiseerde misdaad, waarbij meer dan 30.000 doden zijn gevallen. Enorme hoeveelheden drugs worden naar de Verenigde Staten gesmokkeld, terwijl duizenden wapens jaarlijks illegaal Mexico bereiken. In die context zijn snuffelhonden van onschatbare waarde. Volgens de trainers kan geen technologie ze vervangen. “Scanners zijn zwaar en moeilijk te vervoeren, honden zijn veel sneller en goedkoper,” zegt hondentrainer Gustavo Cruz, “Een van onze honden heeft een tijdje terug nog een massagraf met 47 lijken gevonden. Zonder snuffelhonden zouden we dat nooit hebben ontdekt.”

Cruz en zijn collega Pablo Serrano zeggen de dieren als volwaardige collega’s te zien. “Ze hebben voor ons gewoon de status van federaal agent. Als een hond komt te overlijden, wordt dat op dezelfde wijze onderzocht als bij een menselijke collega.” In de strijd tegen de drugkartels zijn de honden overigens soms zelf doelwit van de drugscriminelen. Een enkele keer zijn AFI-agenten samen met hun hond verdwenen.

Zesenveertig honden lijkt wat weinig voor een land dat meer dan vijftig keer zo groot is als Nederland, maar volgens Serrano zijn ze succesvoller dan de ruim honderd honden die het leger jaarlijks opleidt. “Onze honden hebben meer drugs gevonden dan wie ook dit jaar.”

Verreweg de meeste honden bij het AFI zijn Belgische herders, maar er worden ook Hollandse en Duitse herders en labradors getraind. Belgische herders zijn efficiënter, zegt Serrano. “Een rottweiler is na twee auto’s al moe, wat vooral in de warmere gebieden een probleem is. Belgische herders zijn de marathonlopers onder de snuffelhonden.”

Een uitzondering is het poedeltje Crispin. Ondanks zijn postuur blijkt het beestje een ware ster in het vinden van drugs. De instructeurs hebben voor de gelegenheid een stel koffers buiten neergelegd, waarvan één met wat pseudoheroïne. Crispin sprint razendsnel van de ene naar de andere koffer en heeft in een handomdraai de verdachte bagage gevonden. “Voor de honden is het eigenlijk allemaal een spel,” zegt Serrano. En inderdaad: voor Crispin is na het vinden van twee ton cocaïne vijf minuten spelen met zijn instructeur voldoende.

Dit artikel schreef ik op 30 december voor het ANP, gepubliceerd op o.a. de website van De Telegraaf.
[jan-albert]

Reacties zijn uitgeschakeld