Varend ontgassen: de saga continues

ANALYSE - De afgelopen maanden zijn er veel vragen gesteld door lokale, provinciale en landelijke politici over varend ontgassen. De antwoorden hierop zijn inmiddels voor het merendeel binnen en de minister van Infrastructuur en Water heeft een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer gestuurd. Ook geeft de VVD Rotterdam nog steeds groots op van hun initiatief om in het gebied Groot Rotterdam een pilot met handhaving van een verbod op varend ontgassen uit te voeren. Tijd dus om me daar weer eens een Paasweekend lang doorheen te worstelen en mijn bevindingen te delen. De lezer die het dossier varend ontgassen van zeer zorgwekkende stoffen op Sargasso langer volgt zal zich niet verbazen dat ik na het lezen van alle stukken weer eindig met meer vragen dan antwoorden. Op 8 mei spreek ik tijdens de Maritime Industry beurs over varend ontgassen, wie weet krijg ik dan antwoorden.

Antwoord op lokale vragen

De meeste antwoorden op vragen die op lokaal niveau zijn gesteld geven aan dat de gemeente niet bevoegd is om op te treden tegen varend ontgassen door de binnenvaart. Daar had ik in 2014 in de gemeente Utrecht al een keer een doos wijn op gezet, dus een verrassing kan ik het niet noemen. Daarnaast hebben verschillende colleges brieven gestuurd aan het ministerie van Infrastructuur en Water om te pleiten voor een snel verbod op varend ontgassen.

Voortgangsbrief Ministerie Infrastructuur en Water

Op 17 april heeft Minister Van Nieuwehuizen, van Infrastructuur en Water, een Kamerbrief gestuurd over de stand van zaken invoering verbod varend ontgassen binnenvaart. In deze brief gaat de minister in op de verschillende ontwikkelingen in dit dossier. Met betrekking tot de voortgang van de invoer van een nationaal verbod op varend ontgassen schrijft de minister:

In de CDNI-vergadering van 2-3 april jl. is door Nederland aandacht gevraagd voor een snelle ratificatie door de verdragstaten. Desgevraagd gaven alle partijen aan goede voortgang te boeken en mogelijk eind van dit jaar het verdrag te kunnen ratificeren. Alleen Duitsland gaf aan voor de ratificatie tot medio 2020 nodig te hebben. Er wordt vastgehouden aan een gelijktijdige invoering in alle verdragsstaten van het verbod op varend ontgassen.

Gelijktijdige invoer van het verbod op varend ontgassen in alle verdragsstaten. Ergo: zo traag als het langzaamste jongetje van de klas. Dat wordt op z’n vroegst medio 2020 in plaats van de eerder door de minister genoemde invoerdatum van begin 2020, meer waarschijnlijk 2021 of later.

De minister gaat ook in op de voortgang van de Taskforce Varend Ontgassen. Ze schrijft dat  er gewerkt aan de inrichting van het
administratief toezicht en aan een standaard vervoersovereenkomst, nodig om te zorgen dat de kosten van het ontgassen ook daadwerkelijk bij de verlader belegd worden, zoals het CDNI beoogt.

Op Twitter kwam ik de bewering tegen dat de administratieve inrichting al gereed zou zijn. Voor mijn niet te verifiëren, maar ook niet geheel onwaarschijnlijk aangezien ik jaren geleden al ver gevorderde voorstellen voor administratief toezicht heb gezien van mensen die nu in de taskforce zitten.

De vraag die ik wel heb is waarom de minister en de taskforce niet aansluiten bij de bestaande registratie van IVS90:

Het Informatie- en Volgsysteem voor de Scheepvaart (IVS90) is bestemd voor alle schepen die gebruikmaken van de Nederlandse hoofdvaarwegen, maar richt zich met name op de binnenvaart. Door middel van het systeem registreert een schipper zijn scheeps- en ladingsgegevens eenmalig. Na aanmelding bij een IVS-post blijven de relevante gegevens langs de hele vaarroute beschikbaar.

Schippers geven ook in IVS90 door wanneer zij de ‘kegel’ hebben verwijderd. Jargon voor tanks, die geen ladingdampen meer bevatten. Sargasso heeft de database uit 2014. Ieder schip dat de kegel verwijderd heeft of varend ontgast of zijn tanks laten schoonmaken bij een ontgassingsinstallatie. Meer smaken zijn er niet. De aanvullende regels uit het ADN maken dat varend ontgassen met de luiken open vanaf 1 juli niet meer is toegestaan. Wat er, zoals ik al eerder betoogde op Sargasso, de facto op neerkomt dat varend ontgassen aan de buitenlucht niet meer toegestaan is vanaf 1 juli. Bekijk het filmpje hierboven om te zien dat ook het ministerie die mening lijkt toegedaan. Met behulp van e-noses, IVS90 en drones is de opsporing dan vrij eenvoudig:

Administratieve handhaving kan mijns inziens vrij eenvoudig: kegel er af in IVS90 mag enkel als de schipper aantoont varend ontgast te hebben volgens de eisen uit het ADN of als er een certificaat is van een van de weinige ontgassingsinstallaties in Nederland. Een administratief systeem dat volgens sommige al grotendeels gereed is:

De Tweede Kamer had ook gevraagd om experimenteerruimte voor dampverwerkingsinstallaties / ontgassingsinstallaties. Waarbij ook een oude bekende vraag op kwam: moeten de opgevangen dampen als product of als afvalstroom beschouwd worden. De minister schrijft hierover:

Wij [de High Level Group van de Taskforce Varend Ontgassen] hebben gezamenlijk geconcludeerd dat de wetgeving voldoende ruimte biedt om deze vragen het hoofd te bieden, maar dat het gewenst is de specifieke vragen op uitvoeringsniveau samen nader uit te werken. Ik heb aan de provincies aangegeven dat mijn ambtenaren hiertoe graag bereid zijn. Het is mijn stellige verwachting dat dit overleg de gewenste helderheid kan bieden.

Het zal me benieuwen in hoeverre dit antwoord afwijkt van de antwoorden die ik 2011 en 2012 van haar ambtenaren kreeg. In de brief gaat de minister ook in op een al eerder bij de Tweede Kamer aangekondigde handhavingsactie die voor september 2019 is gepland.  Doel van deze handhavingsactie is om:

vast te stellen op welke wijze het verbod uit het CDNI op het ontgassen van bepaalde stoffen het meest effectief kan worden gehandhaafd. Hierbij zullen ook de mogelijkheden van vernieuwende toezichttechnieken worden verkend. Denk daarbij aan bijvoorbeeld de inzet van drones met voor dit toezicht geschikte camera en e-noses. Deze toezichtverkenning zal gericht worden op
locaties waar nu overlast wordt ervaren, onder andere in dichtbevolkte gebieden. Bij het vaststellen van een overtreding zal handhavend worden opgetreden.

Bij mij roept de Kamerbrief de nodige vragen op:

  1. Hoe is een dichtbevolkt gebied gedefinieerd in de Nederlandse regels?
  2. Hoe gaat minister vanaf 1 juli 2019 de nieuwe regels uit het ADN voor varend ontgassen handhaven?
  3. Waarom zet het ministerie voor handhaving niet in op het IVS90 systeem met het reeds gereed zijnde administratieve traject van SAB voor verantwoord ontgassen?
  4. Waarom richt het ministerie zich op het handhaven van het CDNI en niet op het handhaven van de nieuwe ADN regels voor varend ontgassen?
  5. Waarom praten verladers en schippers in de High Level groep mee over de thema actie voor handhaving?
  6. Waarom is de brancheorganisatie voor ontgassingsbedrijven (E-VRA) niet vertegenwoordigd in de high level groep van de taskforce varend ontgassen?
  7. Waarom is er vijf jaar na het sluiten van de regiodeal met de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant nog geen kader uitgewerkt voor experimenteerruimte voor ontgassingsinstallaties (of dampverwerkingsinstallaties zoals de minister ze noemt)?
  8. Varend ontgassen van benzine is al lang verboden, waarom kan er geen gebruik worden gemaakt van de ontgassingsinstallaties die nodig zijn om binnenvaarttankers die benzine vervoeren verantwoord te ontgassen? Vooral rond Amsterdam (volgens eigen zeggen de grootste benzinehaven ter wereld) zou je behoorlijk wat ontgassingsinstallaties verwachten…

Antwoord op Kamervragen

Het lezen van de antwoorden op de vragen van D66 Kamerlid Rutger Schonis deed me enigzins meewarrig het hoofd schudden. Het goede nieuws is dat de minister de wetgeving om het CDNI in nationale wetgeving om te zetten al in mei aan de Kamer wil aanbieden. Bij de vraag of er anticiperend gehandhaafd moet worden gaat het mis. De minister schrijft:

Het ADN verbiedt namelijk het ontgassen niet in het algemeen, maar stelt voorwaarden waaraan tijdens het ontgassen moet worden voldaan. Wel zal op basis van het ADN de regelgeving in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen worden aangescherpt. Hierdoor kan vanaf de tweede helft van dit jaar in dichtbevolkte gebieden en bij bruggen en sluizen, inclusief voorhavens niet meer worden ontgast.

Om te zien wat er mis gaat moeten we terug in de tijd. In 2014 schreef ik namelijk al dat ontgassen bij bruggen, sluizen en dichtbevolkte gebieden volgens het toen geldende ADN niet waren toegestaan. Alleen was dichtbevolkt gebied niet gedefinieerd. Als het in 2014 al gold, kan het vanaf 1 juli 2019 geen verandering in de wetgeving veroorzaken. In normaal Nederlands noem ik zo’n antwoord jokken.

De minister geeft in de beantwoording ook aan dat handhaving van het verbod op varend ontgassen pas kan als er een juridische basis is. Die komt er pas in de loop van 2020 als het CDNI van kracht wordt. Helaas rept de minister wederom met geen woord over de aangescherpte normen voor varend ontgassen uit het ADN, terwijl Rutger Schonis het ADN expliciet noemt in zijn vragen. Toch antwoord de minister:

Overigens is handhaving pas aan de orde na het in werking treden van een verbod.

Over het handhaven van de aangepaste regels voor varend ontgassen van het ADN zwijgt de minister. Terwijl daar vanaf 1 juli een belangrijk aanknopingspunt zit, want varend ontgassen moet vanaf 1 juli via het zogenaamde manifold (zie ook onderstaand filmpje). Wat varend ontgassen de facto (bijna) onmogelijk maakt.

Aanvullende vragen die ik heb na het lezen van de antwoorden op de vragen van Rutger Schonis:

  1. Kan de minister de wettelijke definitie van dichtbevolkte gebieden geven, op zo’n wijze dat lokale, regionale en landelijke handhavers hier mee uit de voeten kunnen?
  2. Waarom is handhaving van de nieuwe ADN regels pas aan de orde na het in werking treden van een verbod op varend ontgassen?
  3. Is de minister het eens dat varend ontgassen enkel nog mogelijk is via het zogenaamde manifold? Zo nee, waarop baseert de minister dit?
  4. Kan de minister aangeven hoe veel tijd een schipper kwijt is als hij varend wil ontgassen volgens de ADN regels?
  5. Hoe gaat de minister controleren dat schippers zich na de overgangstermijn die tot 1 juli 2019 loopt houden aan de aanvullende eisen aan varend ontgassen uit het ADN?
  6. Is de minister bereid om de nieuwe ADN regels voor varend ontgassen vanaf 1 juli 2019 actief te handhaven? Zo nee, waarom niet?
  7. Klopt het dat de verladers en reders aan tafel zitten bij de voorbereiding van de thema-actie varend ontgassen?

Tussenstand

Een eindconclusie trek ik niet meer in dit taaie dossier. Hoe verder ik er weer induik, hoe meer (schijnbare) tegenstrijdigheden ik weer tegenkom. En vooral: hoe meer herhaling van zetten. Het geheugen van politici, media (inclusief mijzelf) lijkt simpelweg te kort om in dit soort taaie dossiers de muren die ambtenaren en lobbyisten optrekken te slechten. Iedere keer weer is het door het beleidsjargon heen bijten op zoek naar wat er niet wordt verteld, of naar de betekenis van woorden. Niet ontgassen bij bruggen, sluizen en in dichtbevolkt gebied na 1 juli. Dat betekent dus dat er niets verandert, want dat was in 2014 ook al verboden. Met als bijkomend probleem dat dichtbevolkt gebied geen bestaand begrip in de wet is, dat is dus een mooie, niet handhaafbare beleidsfrase. In een van de dichtstbevolkte landen ter wereld kan je dus simpelweg in hartje Rotterdam op 150 meter van de kade langs varen en honderden zo niet duizenden kilo’s zeer zorgwekkende stoffen, zoals benzeen, uitstoten. Probeer dat niet met een potje benzeenhoudende verf van 1 liter voor het stadhuis want je hebt geheid een boete wegens overtreding van de uitstootnormen voor benzeen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren