ANALYSE - Rusland kreeg het afgelopen jaar nogal wat kritiek te verduren vanuit het westen vanwege mensenrechtenschendingen. President Poetin is er niet gevoelig voor. Integendeel.
Vanaf 1 januari is UNICEF niet langer welkom in Rusland. Rusland wenst niet langer afhankelijk te zijn van buitenlandse weldoeners die zich volgens president Poetin te veel met het beleid zouden bemoeien. Wij redden het zelf wel, zegt hij. In de Russische kindertehuizen hoor je andere geluiden. Kinderen, en dan vooral de minderbedeelden, gehandicapten en wezen dreigen de dupe te worden van het Russische eergevoel. Vorige week nam de Duma, het Russische parlement, een wet aan die adoptie van Russische kinderen door Amerikanen verbiedt. De wet is een vergelding voor de onlangs aangenomen Amerikaanse Magnitski-wet. Die wet voorziet in sancties tegen Russische ambtenaren die betrokken zouden zijn geweest bij het proces tegen en de dood in 2009 van advocaat Sergej Magnitski. Poetin ondertekende de wet nog voor de jaarwisseling: de anti-Russische acties zijn buiten proporties, vindt hij.
Rusland pareert alle aanvallen op de eer van het vaderland met een zelfbewust en strijdvaardig nationalisme. Poetin verwoordt de gevoelens van veel Russen die zich het afgelopen jaar geërgerd hebben aan de ophemeling in het westen van dat schaamteloze popgroepje, Pussy Riot, dat de Russische natie en de orthodoxe kerk te schande zette. Over het hoofd van de Russisch-orthodoxe kerk zongen zij: Patriarch Kyrill gelooft niet in God maar in Poetin. Twee jaar strafkamp kregen ze er voor en dat was volgens velen geheel terecht.