Bijna aan eind van deze Allerlaatste Zomergasten Ooit liet de allerlaatste zomergast ooit, psychiater Jim van Os, een fragment zien waarin kunstenares Marjan Teeuwen het sloopafval van een sloophuis zo opstapelt dat er iets nieuws ontstaat. Een herschikking van het interieur, met een geheel eigen schoonheid. Maanden is ze bezig, monnikenwerk noemt ze het. Als het klaar is, dan staat het een paar weken, wordt het kunstwerk vastgelegd en wordt het met de grond gelijkgemaakt. ‘Er komt wel weer iets nieuws’, zegt ze. Voor haar gaat het erom te laten zien dat de mens een ‘enorme kracht heeft de wereld op te bouwen. En met dezelfde kracht breken we hem ook weer af.’
Jim van Os zegt dat het verleidelijk is om de kunstwerken van Marjan Teeuwen te projecteren op de psychiatrie. Die moet, in zijn ogen, ook afgebroken en herschikt worden. Maar zelf zag ik toch vooral een metafoor voor het einde van het programma dat sinds 1988 bestaat en waarvan ik nu naar de allerlaatste aflevering aan het kijken was. Een programma waarin elke keer één gast (een enkele keer twee) drie uur de tijd kreeg om samen met een presentator een ideale televisieavond op te bouwen, door zorgvuldig fragmenten, persoonlijke verhalen, bekentenissen, verhullende en onthullende reacties op elkaar te stapelen.
Maar ergens vorig jaar is er, in de nasleep van Schoof I en in de oneindige wijsheid van de NPO-top, besloten om dit zo zorgvuldig opgebouwde monument van de Nederlandse televisie, in één machtige beweging af te breken. Marjan Teeuwen stond enthousiast te becommentariëren hoe de graafmachine het plafond doormidden brak alsof het niks was. En nu zit ik hier, midden in de nacht, in eenzelfde soort maniakale staat, mijn allerlaatste zomergastenrecensie ooit te schrijven.