De protesten tegen de Winterspelen in Rusland vanwege de mensenrechtenschendingen aldaar, zijn mogelijk voorbarig. We verdiepen ons te weinig in andere landen, alvorens te oordelen, vindt Jeroen van Gerven.
Twee weken voor het begin van de Olympische Winterspelen in Sotsji zond de VARA het programma Leve Sotsji! uit. Daarin werd onder leiding van Arthur Japin aandacht besteed aan de bezwaren tegen het Rusland van Poetin als organisator van de Spelen. Dat deden de schrijver en zijn gasten adequaat, maar ruimte voor een Ruslanddeskundige of enige andere vorm van uitleg over het land ontbrak volledig. Dat is exemplarisch voor de wijze waarop de discussie rondom de Nederlandse regeringsafvaardiging naar Sotsji en de perikelen tijdens het vriendschapsjaar van Nederland en Rusland, vorig jaar, is gevoerd: heel veel (ver)oordelen, maar weinig verdieping en achtergrond.
Dit is geen toeval. De Nederlandse internationale oriëntatie kenmerkt zich in het algemeen door een hoge mate van zelfingenomenheid en een gevoel van welhaast vanzelfsprekende superioriteit ten opzichte van vreemde culturen. We staan snel klaar om stempels als ‘corrupt’, ‘achterlijk’ of ‘homofoob’ uit te delen. Het zou op zijn minst goed zijn om alvorens een land aan te spreken op zijn onvolkomenheden, eerst interesse te tonen in de culturele en historische achtergronden ervan.