Hans Keilson is ook van ons

Er is veel geschreven over de Duitse geschiedenis tussen de beide Wereldoorlogen, en nog meer over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Temidden van de vele auteurs zijn er echter maar weinig, die deze onderwerpen op een zo enorm poetische en filosofische manier behandelen als de vrij onbekend gebleven Hans Keilson. Het is makkelijk te begrijpen waarom Keilson het aflegt tegen andere Holocaust-literatuur. Waar veel boeken van de Holocaust een soort passie-geschiedenis maken. Ze richten zich op het in beeld brengen van het leed van de vele slachtoffers, alsmede de slechtheid van hun beulen. Ze spelen enerzijds op het sentiment, en bedrijven anderzijds wat Gerard Durlacher 'de pornografie van de wreedheid' noemde. Keilson heeft een ander perspectief. Hij schrijft over diegenen die hadden kunnen, willen, of moeten helpen, en het toch niet gedaan hebben, of het wel geprobeerd hebben, maar uiteindelijk, op de een of andere manier, toch gefaald hebben. Hij spreekt geen oordeel uit, maar maakt de dilemma's waarvoor deze mensen stonden invoelbaar. Dat is des te meesterlijker, omdat hijzelf, als jood, niet tot deze groep behoorde. In het literaire bedrijf is er niets zo zeldzaam, als het vermogen om de gevoels- en gedachtewereld van de ander overtuigend te beschrijven.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doneer voor ¡eXisto!, een boek over trans mannen in Colombia

Fotograaf Jasper Groen heeft jouw hulp nodig bij het maken van ¡eXisto! (“Ik besta!”). Voor dit project fotografeerde hij gedurende meerdere jaren Colombiaanse trans mannen en non-binaire personen. Deze twee groepen zijn veel minder zichtbaar dan trans vrouwen. Met dit boek wil hij hun bestaan onderstrepen.

De ruim dertig jongeren in ¡eXisto! kijken afwisselend trots, onzeker of strak in de camera. Het zijn indringende portretten die ook ontroeren. Naast de foto’s komen bovendien persoonlijke en vaak emotionele verhalen te staan, die door de jongeren zelf geschreven zijn. Zo wordt dit geen boek óver, maar mét en voor een belangrijk deel dóór trans personen.